Numeri 19
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Jahweh sprak tot Moses en Aäron:
1主はモーセとアロンに告げられた。
2Dit is het voorschrift van de wet, die Jahweh geeft: Beveel de Israëlieten, dat zij u een rode koe brengen, gaaf en zonder gebrek, die nog geen juk heeft gedragen.
2「主が命じられた律法の掟は次のとおりである。イスラエルの子らに、傷も欠陥もなく、まだくびきを負ったことのない赤い雌牛を連れて来るよう告げなさい。
3Ge moet haar aan den priester Elazar geven, die haar buiten de legerplaats moet brengen, en daar in zijn tegenwoordigheid laten slachten.
3それを祭司エルアザルに渡す。彼は宿営の外へ引き出し、自分の前で屠らせる。
4Dan moet de priester Elazar met zijn vinger wat van haar bloed nemen, en het zeven maal voor de openbaringstent sprenkelen.
4祭司エルアザルはその血を指に取り、会見の天幕の正面に向かって七度振りかける。
5Daarna moet men de koe in zijn tegenwoordigheid verbranden; haar huid, vlees, en bloed moet men met de darmen verbranden.
5雌牛は彼の前で焼かれる。その皮、肉、血を、糞とともに焼く。
6Vervolgens moet de priester cederhout, hysop en karmozijn nemen, en dat midden op de brandende koe werpen.
6祭司は杉の木、ヒソプ、緋色の糸を取り、燃えている雌牛の中に投げ入れる。
7Dan moet de priester zijn kleren wassen en een bad nemen, waarna hij in de legerplaats mag komen; maar de priester blijft tot de avond onrein.
7その後、祭司は衣服を洗い、体を水で洗う。それから宿営に入ることができるが、夕方まで汚れている。
8Ook de man, die de koe heeft verbrand, moet zijn kleren wassen, een bad nemen, en is tot de avond onrein.
8雌牛を焼いた者も衣服を水で洗い、体を水で洗う。彼は夕方まで汚れている。
9Nu moet iemand, die rein is, de as van de koe verzamelen, en die buiten de legerplaats op een reine plaats leggen; ze moet voor de gemeenschap der Israëlieten worden bewaard, om er het reinigingswater mee te bereiden; die koe is een zondeoffer.
9清い人が雌牛の灰を集め、宿営の外の清い場所に置く。それはイスラエルの子らの会衆のため、汚れを清める水に用いるものとして保管する。これは贖罪のささげ物である。
10Ook de man, die de as van de koe heeft verzameld, moet zijn kleren wassen, en is tot de avond onrein. Voor de Israëlieten zowel als voor den vreemdeling, die in uw midden woont, geldt voor eeuwig de volgende wet.
10雌牛の灰を集めた者は衣服を洗い、夕方まで汚れている。これはイスラエルの子らにも、彼らの間に住む寄留者にも、永遠の掟となる。
11Wie een lijk van een mens aanraakt, is zeven dagen onrein.
11人の死体に触れた者は七日間汚れる。
12Hij moet op de derde en op de zevende dag zich met dit water laten reinigen; dan is hij weer rein. Zo hij zich op de derde en zevende dag niet heeft laten reinigen, is hij niet rein.
12その者は三日目と七日目にその水で身を清め、七日目に清くなる。しかし、三日目と七日目に身を清めなければ、清くならない。
13Iedereen, die het lijk van een mens aanraakt, en zich niet laat reinigen, bezoedelt de tabernakel van Jahweh, en zal van Israël worden afgesneden. Zolang het reinigingswater niet op hem is gesprenkeld, is hij onrein, en blijft hij onrein.
13死んだ人の体に触れながら身を清めない者は、主の幕屋を汚す。その者はイスラエルから断たれる。汚れを清める水を振りかけられなかったので、その人は汚れており、汚れはなおその身にある。
14Ook dit is wet: Wanneer een mens in een tent sterft, zal iedereen, die de tent binnentreedt, en alles wat in de tent is, zeven dagen lang onrein zijn;
14人が天幕の中で死んだ場合の律法は次のとおりである。その天幕に入る者も、中にいる者も、みな七日間汚れる。
15ook elk open vat, dat niet met een doek is afgedekt, zal onrein zijn.
15ふたをして封じていない開いた器は、すべて汚れる。
16Zo ook is iedereen, die in het open veld iemand aanraakt, die door het zwaard is vermoord, of een natuurlijke dood is gestorven, de beenderen van een mens, of een graf, zeven dagen onrein.
16野外で、剣で殺された者、死体、人の骨、あるいは墓に触れた者は、七日間汚れる。
17Voor zulk een onreine moet men wat as van het verbrande zondeoffer nemen, en daarop in een vat levend water doen.
17汚れた者のために、贖罪のささげ物を焼いた灰を取り、器の中でその上に流水を注ぐ。
18Dan moet een rein man hysop nemen, die in het water dompelen, en de tent besprenkelen, alle voorwerpen en alle personen, die er in waren, en hem die de beenderen, den vermoorde, den gestorvene, of het graf heeft aangeraakt.
18清い人がヒソプを取り、その水に浸して、天幕、すべての器、そこにいた人々、また骨、殺された者、死体、あるいは墓に触れた者に振りかける。
19Zo moet de reine den onreine op de derde en op de zevende dag besprenkelen. Als hij op de zevende dag is gereinigd, moet hij nog zijn kleren wassen, en een bad nemen; dan is hij des avonds weer rein.
19清い人は三日目と七日目に、汚れた者に振りかける。七日目にその人を清める。その人は衣服を洗い、体を水で洗い、夕方には清くなる。
20Maar wanneer zulk een onreine zich niet laat reinigen, zal hij van de gemeente worden afgesneden, omdat hij het heiligdom van Jahweh bezoedelt. Zolang er geen reinigingswater op hem is gesprenkeld, blijft hij onrein.
20しかし、汚れていながら身を清めない者は、集会の中から断たれる。主の聖所を汚したからである。汚れを清める水を振りかけられなかったので、その人は汚れている。
21Dit is voor u een eeuwige wet. Ook hij, die het reinigingswater sprenkelt, moet zijn kleren wassen; en die aan het reinigingswater komt, is tot de avond onrein.
21これは彼らにとって永遠の掟となる。汚れを清める水を振りかけた者は衣服を洗い、その水に触れた者は夕方まで汚れている。
22Ook wordt alles wat de onreine aanraakt, onrein; en de persoon, die hem aanraakt, is tot de avond onrein.
22汚れた者が触れるものはすべて汚れ、それに触れた者も夕方まで汚れている。」
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.