Numeri
Chapter 4
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Jahweh sprak tot Moses en Aäron:
1主はモーセとアロンに告げられた。
2Neemt van de Levieten het volledig getal der Kehatieten op naar hun geslachten en families,
2「レビの子らの中から、ケハテの子らを氏族ごと、父祖の家ごとに数え上げなさい。
3van dertig jaar af tot vijftig jaar toe, en wel iedereen die in staat is om dienst te verrichten bij de openbaringstent.
3三十歳以上五十歳までで、会見の天幕の務めに就き、奉仕するすべての者を数えなさい。
4De taak der Kehatieten in de openbaringstent strekt zich tot het hoogheilige uit.
4会見の天幕におけるケハテの子らの奉仕、すなわち最も聖なるものに関する務めは次のとおりである。
5Wanneer het kamp wordt opgebroken, moeten Aäron en zijn zonen naar binnen gaan, het voorhangsel afnemen en de ark des Verbonds er mee bedekken;
5宿営を移すとき、アロンとその子らは中に入り、仕切りの垂れ幕を取り外して、証しの箱をそれで覆う。
6daaroverheen moeten zij een dek van gelooide huiden leggen, daarover nog een geheel violet kleed uitspreiden, en er de draagstokken aan zetten.
6その上にアザラシの皮の覆いを掛け、さらに青い布を広げ、担ぎ棒を通す。
7Ook over de tafel van de toonbroden moeten zij een violet kleed spreiden, en daarop de schotels, pannen, schalen en bekers voor de plengoffers plaatsen, terwijl ook het bestendig brood daarop moet liggen;
7臨在のパンの机の上に青い布を広げ、その上に皿、さじ、鉢、注ぎのささげ物に用いる杯を置く。絶えず供えるパンもその上に置く。
8daaroverheen moeten zij een karmozijnen kleed spreiden, het met een dekkleed van gelooide huiden bedekken, en er de draagstokken aan zetten.
8その上に緋色の布を広げ、アザラシの皮の覆いを掛け、担ぎ棒を通す。
9Dan moeten zij een violet kleed nemen, de kandelaar er mee bedekken met zijn lampen, snuiters, tangen, bakjes en alle vaatwerk voor de olie, waarmee zij hem verzorgen,
9青い布を取り、明かりの燭台とそのともしび、芯切りばさみ、芯取り皿、および奉仕に用いるすべての油の器を覆う。
10hem met al zijn benodigdheden in een dekkleed van gelooide huiden wikkelen, en op een draagbaar zetten.
10それとすべての器具をアザラシの皮の覆いに包み、担ぎ台の上に載せる。
11Ook over het gouden altaar moeten zij een violet kleed spreiden, het met een dekkleed van gelooide huiden bedekken, en er de draagstokken aan zetten.
11金の祭壇の上に青い布を広げ、アザラシの皮の覆いを掛け、担ぎ棒を通す。
12Daarna moeten zij alle benodigdheden nemen, waarmee zij de dienst in het heiligdom verrichten, op een violet kleed zetten, ze bedekken met een dekkleed van gelooide huiden, en op een draagbaar zetten.
12聖所で奉仕するために用いるすべての器具を取り、青い布に包み、アザラシの皮の覆いを掛け、担ぎ台の上に載せる。
13Vervolgens moeten zij het altaar van as reinigen, en er een purperen kleed over heen spreiden;
13祭壇から灰を取り除き、その上に紫の布を広げる。
14daarop alle benodigdheden plaatsen, waarmee zij de dienst aan het altaar verrichten, de vuurpotten, vorken, schoppen, offerschalen, en alle vaatwerk van het altaar; daaroverheen een dekkleed van gelooide huiden spreiden, en er de draagstokken aan zetten.
14その上に、祭壇の奉仕に用いるすべての器具、すなわち火皿、肉刺し、シャベル、鉢など、祭壇のすべての器具を置く。さらにアザラシの皮の覆いを広げ、担ぎ棒を通す。
15Eerst wanneer bij het opbreken van het kamp Aäron en zijn zonen gereed zijn gekomen met het bedekken van de heilige zaken en al wat daartoe behoort, mogen de Kehatieten binnen komen, om ze te vervoeren. Zij mogen de heilige zaken niet aanraken; anders zouden zij sterven. Dit is het gedeelte van de openbaringstent, dat door de Kehatieten moet worden gedragen.
15宿営を移すとき、アロンとその子らが聖所とそのすべての器具を覆い終えた後で、ケハテの子らが来てこれらを担ぐ。ただし、死ぬことのないよう、聖なるものに触れてはならない。以上が、会見の天幕に属するもののうち、ケハテの子らが担う荷である。
16Bovendien moet Elazar, de zoon van den priester Aäron, zorg dragen voor de olie van de kandelaar, de wierook, het altijddurend spijsoffer en de zalfolie; hij heeft dus de zorg voor heel de tabernakel en alles wat daarin is, voor de heilige zaken en haar toebehoren.
16祭司アロンの子エルアザルは、明かりの油、香り高い香、絶えずささげる穀物のささげ物、注ぎ油を受け持ち、幕屋全体とその中にあるすべてのもの、すなわち聖所とその器具を管理する。」
17En Jahweh sprak tot Moses en Aäron:
17主はモーセとアロンに告げられた。
18Zorgt er voor, dat de tak van het Kehatietengeslacht niet uit de kring der Levieten wordt uitgeroeid.
18「ケハテ人の諸氏族を、レビ人の中から絶やしてはならない。
19Doet dus voor hen als volgt, opdat zij leven en niet sterven, wanneer zij het hoogheilige naderen. Aäron en zijn zonen moeten naar binnen gaan, en ieder van hen aanwijzen, wat hij te doen heeft, en wat hij moet dragen.
19彼らが最も聖なるものに近づくとき、死なずに生きられるよう、次のようにしなさい。アロンとその子らが中に入り、それぞれに奉仕と荷を割り当てる。
20Zelf mogen zij niet binnengaan, om zelfs maar een ogenblik de heilige zaken te zien; anders zouden zij sterven.
20彼らは中に入って、聖なるものを一目でも見てはならない。死ぬことのないためである。」
21Jahweh sprak tot Moses:
21主はモーセに告げられた。
22Neem ook het volledig getal van de Gersjonieten op naar hun families en hun geslachten;
22「ゲルションの子らについても、父祖の家ごと、氏族ごとに数え上げなさい。
23van dertig jaar af tot vijftig jaar toe moet gij allen inschrijven, die in staat zijn dienst te verrichten bij de openbaringstent.
23三十歳以上五十歳までで、会見の天幕の務めに就き、奉仕するすべての者を数えなさい。
24Dit zal de taak zijn van het geslacht der Gersjonieten bij de dienst en bij het vervoer.
24ゲルション人の諸氏族が奉仕し、荷を担う務めは次のとおりである。
25Zij moeten de tentdoeken van de tabernakel dragen, de openbaringstent, haar dekkleden, de bedekking van gelooide huiden, die daaroverheen ligt, het tapijt voor de ingang van de openbaringstent,
25彼らは幕屋の幕、会見の天幕とその覆い、その上にあるアザラシの皮の覆い、会見の天幕の入口の垂れ幕、
26de gordijnen van de voorhof en het tapijt bij de ingang der poort van de voorhof, die rond de tabernakel en het altaar ligt, en de touwen met alle benodigdheden voor het werk; alles wat daarmee moet gebeuren, zullen zij verrichten.
26庭の掛け幕、幕屋と祭壇を囲む庭の入口の垂れ幕、そのひも、奉仕に用いるすべての器具を運び、これらに関するすべての務めを果たす。
27Al het werk van de zonen der Gersjonieten moet steeds op aanwijzing van Aäron en zijn zonen geschieden, zowel bij het vervoer, als bij de dienst; al wat ze hebben te dragen, moet ge hun stuk voor stuk aanwijzen.
27ゲルションの子らのすべての荷と奉仕は、アロンとその子らの指示に従う。あなたがたは、彼らが担うすべての務めを割り当てなさい。
28Dit zal de taak van het geslacht van de zonen der Gersjonieten zijn bij de openbaringstent, en hun werkzaamheden zullen onder leiding staan van Itamar, den zoon van den priester Aäron.
28以上が、会見の天幕におけるゲルション人の諸氏族の奉仕である。彼らの務めは祭司アロンの子イタマルの監督のもとに置かれる。
29Ook de Merarieten moet ge inschrijven naar hun geslachten en families.
29メラリの子らについては、氏族ごと、父祖の家ごとに彼らを数えなさい。
30Van dertig jaar af tot vijftig jaar toe moet ge allen inschrijven, die in staat zijn, dienst te verrichten bij de openbaringstent.
30三十歳以上五十歳までで、会見の天幕の務めに就き、奉仕するすべての者を数えなさい。
31Dit zal hun taak zijn bij het vervoer en de werkzaamheden aan de openbaringstent: de schotten van de tabernakel met de bindlatten, de palen met hun voetstukken,
31会見の天幕で彼らが担う荷は、幕屋の板、横木、柱、台座、
32de palen van de voorhof rondom met hun voetstukken, pinnen en touwen, met wat er verder toe behoort en al de werkzaamheden daaraan verbonden; stuk voor stuk moet ge hun aanwijzen, wat ze hebben te dragen.
32庭を囲む柱、その台座、杭、ひも、およびこれらのすべての器具である。担う器具を一つずつ名を挙げて割り当てなさい。
33Dit zal de taak zijn van het geslacht der Merarieten, en al hun werkzaamheden aan de openbaringstent zullen onder leiding staan van Itamar, den zoon van den priester Aäron.
33以上が、会見の天幕におけるメラリの子らの諸氏族の奉仕であり、祭司アロンの子イタマルの監督のもとで行われる。」
34Daarna schreven Moses, Aäron en de leiders der gemeenschap alle zonen der Kehatieten in naar hun geslachten en families,
34モーセとアロン、および会衆の指導者たちは、ケハテの子らを氏族ごと、父祖の家ごとに数えた。
35van dertig jaar af tot vijftig jaar toe, die geschikt waren om de dienst bij de openbaringstent te verrichten.
35三十歳以上五十歳までで、会見の天幕の務めに就いて奉仕するすべての者である。
36Naar hun geslachten geteld, bedroeg hun aantal tweeduizend zevenhonderd vijftig man.
36氏族ごとに数えられた者は、二千七百五十人であった。
37Dit waren alle ingeschrevenen der Kehatietengeslachten, die dienst moesten doen bij de openbaringstent, en die Moses en Aäron hadden ingeschreven, zoals Jahweh het door Moses bevolen had.
37以上が、会見の天幕で奉仕するケハテ人の諸氏族から数えられた者たちであり、主がモーセを通して命じられたとおり、モーセとアロンが数えた。
38Alle ingeschrevenen van de Gersjonieten naar hun geslachten en families,
38ゲルションの子らのうち、氏族ごと、父祖の家ごとに数えられた者は、
39van dertig jaar af tot vijftig jaar toe, die geschikt waren om dienst te verrichten bij de openbaringstent,
39三十歳以上五十歳までで、会見の天幕の務めに就いて奉仕するすべての者、
40bedroegen tweeduizend zeshonderd dertig man, naar hun geslachten en families geteld.
40すなわち、氏族ごと、父祖の家ごとに数えられた者は、二千六百三十人であった。
41Dit waren alle gemonsterden van de Gersjonietengeslachten, die dienst moesten doen bij de openbaringstent, en die Moses en Aäron hadden ingeschreven, zoals Jahweh het door Moses bevolen had.
41以上が、会見の天幕で奉仕するゲルションの子らの諸氏族から数えられた者たちであり、主の命令に従って、モーセとアロンが数えた。
42Alle ingeschrevenen van de Merarietengeslachten naar hun geslachten en families,
42メラリの子らの諸氏族から、氏族ごと、父祖の家ごとに数えられた者は、
43van dertig jaar af tot vijftig jaar toe, die geschikt waren om dienst te verrichten bij de openbaringstent,
43三十歳以上五十歳までで、会見の天幕の務めに就いて奉仕するすべての者、
44bedroegen drieduizend tweehonderd man, naar hun geslachten geteld.
44すなわち、氏族ごとに数えられた者は、三千二百人であった。
45Dit waren de ingeschrevenen van de Merarietengeslachten, die Moses en Aäron hadden ingeschreven, zoals Jahweh het door Moses bevolen had.
45以上が、主がモーセを通して命じられたとおり、モーセとアロンが数えたメラリの子らの諸氏族の者たちである。
46Alle ingeschreven Levieten, die Moses en Aäron met de leiders van Israël naar hun geslachten en families hadden ingeschreven,
46モーセとアロン、およびイスラエルの指導者たちは、レビ人を氏族ごと、父祖の家ごとに数えた。
47van dertig jaar af tot vijftig jaar toe, en die geschikt waren voor het dienstwerk, en het vervoer van de openbaringstent,
47三十歳以上五十歳までで、会見の天幕における奉仕と荷を担う務めに就くすべての者である。
48telden achtduizend vijfhonderd tachtig man.
48すなわち数えられた者は、八千五百八十人であった。
49Zoals Jahweh het door Moses bevolen had, gaf men ieder zijn taak voor de dienst en het vervoer, en werden zij ingeschreven, zoals Jahweh het Moses bevolen had.
49主の命令に従い、モーセはそれぞれを奉仕と荷に応じて数えた。主がモーセに命じられたとおりである。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.