Numeri
Chapter 17
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Jahweh sprak tot Moses:
1主はモーセに告げられた。
2Beveel de Israëlieten de staf van al hun stamvorsten te brengen, van elke stam één, dus twaalf staven. Schrijf ieders naam op zijn staf.
2「イスラエルの子らに告げ、父祖の家ごとに指導者から一本ずつ、計十二本の杖を取りなさい。それぞれの名をその杖に書き記しなさい。
3Maar op de staf van Levi moet ge de naam van Aäron schrijven; want ook voor hun stamhoofd moet er een staf zijn.
3レビの杖にはアロンの名を書き記しなさい。父祖の家の長ごとに一本の杖がある。
4Leg ze dan in de openbaringstent voor de verbondstafelen neer, waar Ik Mij aan u openbaar.
4それらを会見の天幕の中、わたしがあなたがたと会う証しの前に置きなさい。
5De staf van den man, dien Ik uitkies, zal gaan bloeien. Zo zal Ik het gemor van de Israëlieten tegen u tot zwijgen brengen.
5わたしが選ぶ人の杖は芽を吹く。こうして、イスラエルの子らがあなたがたに向かってつぶやく、そのわたしへのつぶやきを鎮める。」
6Moses bracht het aan de Israëlieten over, en al hun stamhoofden gaven hem ieder een staf; dus twaalf staven, voor iedere stam één; ook de staf van Aäron bevond zich daarbij.
6モーセがイスラエルの子らに告げると、指導者たちは父祖の家ごとに一本ずつ、計十二本の杖を渡した。アロンの杖もその中にあった。
7Moses legde die staven voor het aanschijn van Jahweh in de openbaringstent neer.
7モーセは証しの天幕で、主の前にそれらの杖を置いた。
8Toen Moses de volgende dag in de verbondstent kwam: waarachtig, daar was de staf van Aäron, die aan de stam van Levi behoorde, gaan bloeien; hij had knoppen en bloesem en droeg rijpe amandelen.
8翌日、モーセが証しの天幕に入ると、見よ、レビの家のアロンの杖が芽を吹き、つぼみを出し、花を咲かせ、熟したアーモンドの実を結んでいた。
9Moses nam al de staven voor het aanschijn van Jahweh weg, en bracht ze naar alle Israëlieten; deze zagen het ook, en iedereen nam zijn eigen staf terug.
9モーセはすべての杖を主の前からイスラエルの子らのもとへ持ち出した。彼らはそれを見て、それぞれ自分の杖を取った。
10Toen sprak Jahweh tot Moses: Leg de staf van Aäron weer voor de verbondstafelen neer, om hem te bewaren als een waarschuwing voor de weerspannigen, en maak daarmee een eind aan hun morren, opdat zij niet sterven.
10主はモーセに言われた。「アロンの杖を証しの前に戻し、反逆する者たちへのしるしとして保管しなさい。こうして、わたしに対する彼らのつぶやきを終わらせ、彼らが死なないようにする。」
11En Moses deed, wat Jahweh hem bevolen had.
11モーセは、主が命じられたとおりに行った。
12Maar nu zeiden de Israëlieten tot Moses: Ach, wij sterven, wij gaan te gronde, wij komen allemaal om!
12イスラエルの子らはモーセに言った。「ああ、私たちは死ぬ。滅びる。みな滅びてしまう!
13Want iedereen sterft, die tot de tabernakel van Jahweh nadert! Moeten wij dan allen sterven?
13主の幕屋に近づく者はみな死ぬ。私たちはみな死に絶えるのか。」

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.