Numeri
Chapter 17
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Clementine Vulgate…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Clementine Vulgate, 1598
1Jahweh sprak tot Moses:
1Et locutus est Dominus ad Moysen, dicens:
2Beveel de Israëlieten de staf van al hun stamvorsten te brengen, van elke stam één, dus twaalf staven. Schrijf ieders naam op zijn staf.
2Loquere ad filios Israël, et accipe ab eis virgas singulas per cognationes suas, a cunctis principibus tribuum, virgas duodecim, et uniuscujusque nomen superscribes virgæ suæ.
3Maar op de staf van Levi moet ge de naam van Aäron schrijven; want ook voor hun stamhoofd moet er een staf zijn.
3Nomen autem Aaron erit in tribu Levi, et una virga cunctas seorsum familias continebit:
4Leg ze dan in de openbaringstent voor de verbondstafelen neer, waar Ik Mij aan u openbaar.
4ponesque eas in tabernaculo fœderis coram testimonio, ubi loquar ad te.
5De staf van den man, dien Ik uitkies, zal gaan bloeien. Zo zal Ik het gemor van de Israëlieten tegen u tot zwijgen brengen.
5Quem ex his elegero, germinabit virga ejus: et cohibebo a me querimonias filiorum Israël, quibus contra vos murmurant.
6Moses bracht het aan de Israëlieten over, en al hun stamhoofden gaven hem ieder een staf; dus twaalf staven, voor iedere stam één; ook de staf van Aäron bevond zich daarbij.
6Locutusque est Moyses ad filios Israël: et dederunt ei omnes principes virgas per singulas tribus: fueruntque virgæ duodecim absque virga Aaron.
7Moses legde die staven voor het aanschijn van Jahweh in de openbaringstent neer.
7Quas cum posuisset Moyses coram Domino in tabernaculo testimonii,
8Toen Moses de volgende dag in de verbondstent kwam: waarachtig, daar was de staf van Aäron, die aan de stam van Levi behoorde, gaan bloeien; hij had knoppen en bloesem en droeg rijpe amandelen.
8sequenti die regressus invenit germinasse virgam Aaron in domo Levi: et turgentibus gemmis eruperant flores, qui, foliis dilatatis, in amygdalas deformati sunt.
9Moses nam al de staven voor het aanschijn van Jahweh weg, en bracht ze naar alle Israëlieten; deze zagen het ook, en iedereen nam zijn eigen staf terug.
9Protulit ergo Moyses omnes virgas de conspectu Domini ad cunctos filios Israël: videruntque, et receperunt singuli virgas suas.
10Toen sprak Jahweh tot Moses: Leg de staf van Aäron weer voor de verbondstafelen neer, om hem te bewaren als een waarschuwing voor de weerspannigen, en maak daarmee een eind aan hun morren, opdat zij niet sterven.
10Dixitque Dominus ad Moysen: Refer virgam Aaron in tabernaculum testimonii, ut servetur ibi in signum rebellium filiorum Israël, et quiescant querelæ eorum a me, ne moriantur.
11En Moses deed, wat Jahweh hem bevolen had.
11Fecitque Moyses sicut præceperat Dominus.
12Maar nu zeiden de Israëlieten tot Moses: Ach, wij sterven, wij gaan te gronde, wij komen allemaal om!
12Dixerunt autem filii Israël ad Moysen: Ecce consumpti sumus, omnes perivimus.
13Want iedereen sterft, die tot de tabernakel van Jahweh nadert! Moeten wij dan allen sterven?
13Quicumque accedit ad tabernaculum Domini, moritur. Num usque ad internecionem cuncti delendi sumus?

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.