Numeri 4
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Jahweh sprak tot Moses en Aäron:
1І рече Господь Мойсейові й Аронові:
2Neemt van de Levieten het volledig getal der Kehatieten op naar hun geslachten en families,
2Перелїчіть голови в синів Кегатових, між синами Левієвими, по родинах їх, по батьківських домах їх,
3van dertig jaar af tot vijftig jaar toe, en wel iedereen die in staat is om dienst te verrichten bij de openbaringstent.
3Від трийцять років і старше аж до пятьдесяти років, усїх спосібних до роботи, щоб робити дїло при соборному наметї.
4De taak der Kehatieten in de openbaringstent strekt zich tot het hoogheilige uit.
4Буде ж служба синів Кегатових коло соборного намету: носити сьвятиню сьвятинь.
5Wanneer het kamp wordt opgebroken, moeten Aäron en zijn zonen naar binnen gaan, het voorhangsel afnemen en de ark des Verbonds er mee bedekken;
5І увійдуть Арон та сини його, як треба рушати таборові, і знїмуть вони закриваючу завісу і вкриють нею скриню сьвідчення;
6daaroverheen moeten zij een dek van gelooide huiden leggen, daarover nog een geheel violet kleed uitspreiden, en er de draagstokken aan zetten.
6І положять вони на ню покривало із барсучих шкір і накинуть на неї простирало з блавату та й повсовують носила її.
7Ook over de tafel van de toonbroden moeten zij een violet kleed spreiden, en daarop de schotels, pannen, schalen en bekers voor de plengoffers plaatsen, terwijl ook het bestendig brood daarop moet liggen;
7І стіл для покладного хлїба застелють обрусом з блавату та й поставлять на йому полумиски і чаші і кадильницї і збанки для жертви ливної; і повсячасний хлїб буде на йому.
8daaroverheen moeten zij een karmozijnen kleed spreiden, het met een dekkleed van gelooide huiden bedekken, en er de draagstokken aan zetten.
8І на все те накинуть покривало з кармазину і покриють покривалом із барсукових шкір; та й повсовують носила його;
9Dan moeten zij een violet kleed nemen, de kandelaar er mee bedekken met zijn lampen, snuiters, tangen, bakjes en alle vaatwerk voor de olie, waarmee zij hem verzorgen,
9І возьмуть плахту з блавату та й накриють сьвітильника й лямпи його і щипцї його і гасїльницї його і всю посудину на олїю до його, що її уживають до його.
10hem met al zijn benodigdheden in een dekkleed van gelooide huiden wikkelen, en op een draagbaar zetten.
10І обгорнуть його й усю посудину його покривалом з барсучих шкір, та й положять на ноші.
11Ook over het gouden altaar moeten zij een violet kleed spreiden, het met een dekkleed van gelooide huiden bedekken, en er de draagstokken aan zetten.
11А на жертівника золотого накинуть плахту з блавату, та й укриють його покривалом із барсучих шкір і повсовують носила його.
12Daarna moeten zij alle benodigdheden nemen, waarmee zij de dienst in het heiligdom verrichten, op een violet kleed zetten, ze bedekken met een dekkleed van gelooide huiden, en op een draagbaar zetten.
12І возьмуть всю посудину службову, що на службу в сьвятинї, та й положять її в плахту блаватову та й накриють покривалом із барсучих шкір і положять на ноші.
13Vervolgens moeten zij het altaar van as reinigen, en er een purperen kleed over heen spreiden;
13І виберуть попіл із жертівника та й накриють його обрусом з пурпуру,
14daarop alle benodigdheden plaatsen, waarmee zij de dienst aan het altaar verrichten, de vuurpotten, vorken, schoppen, offerschalen, en alle vaatwerk van het altaar; daaroverheen een dekkleed van gelooide huiden spreiden, en er de draagstokken aan zetten.
14І положять на йому увесь посуд його, потрібний до служби на йому: кадильницї і вилка й кочерги і бризькала і все надібє до жертівника; і накриють все те покривалом з барсучих шкір, та й попросовують носила його.
15Eerst wanneer bij het opbreken van het kamp Aäron en zijn zonen gereed zijn gekomen met het bedekken van de heilige zaken en al wat daartoe behoort, mogen de Kehatieten binnen komen, om ze te vervoeren. Zij mogen de heilige zaken niet aanraken; anders zouden zij sterven. Dit is het gedeelte van de openbaringstent, dat door de Kehatieten moet worden gedragen.
15А як Арон і сини його скіньчать накривати сьвятиню і всю посудину сьвятинї, щоб рушити потім з табором, то прийдуть тодї синове Кегата, щоб нести, та щоб не торкнулись сьвятого та й не вмерли. Се те із соборного намету, що синове Кегата нести мають.
16Bovendien moet Elazar, de zoon van den priester Aäron, zorg dragen voor de olie van de kandelaar, de wierook, het altijddurend spijsoffer en de zalfolie; hij heeft dus de zorg voor heel de tabernakel en alles wat daarin is, voor de heilige zaken en haar toebehoren.
16Елеазар же, син Арона сьвященника, мати ме догляд над олїєю для сьвітильника та над кадильними пахощами, та над повсячасною жертвою хлїбною, та над миром, та догляд над цїлою храминою і над усїм, що є в нїй, над сьвятинею як і над посудиною її.
17En Jahweh sprak tot Moses en Aäron:
17І рече Господь Мойсейові та Аронові:
18Zorgt er voor, dat de tak van het Kehatietengeslacht niet uit de kring der Levieten wordt uitgeroeid.
18Дбати мете ви, щоб поколїння родин Кегатіїв не викоренилось зміж Левітів;
19Doet dus voor hen als volgt, opdat zij leven en niet sterven, wanneer zij het hoogheilige naderen. Aäron en zijn zonen moeten naar binnen gaan, en ieder van hen aanwijzen, wat hij te doen heeft, en wat hij moet dragen.
19А от що чинити мете з ними, щоб жили та не померли, як приступлять до пресьвятого: Арон і сини його мусять увійти і поставити кожного з них до його служби і до тягару його;
20Zelf mogen zij niet binnengaan, om zelfs maar een ogenblik de heilige zaken te zien; anders zouden zij sterven.
20Та неможна їм увійти та й озирати сьвяте хоч би тілько на хвилинку, ато помруть.
21Jahweh sprak tot Moses:
21І рече Господь Мойсейові:
22Neem ook het volledig getal van de Gersjonieten op naar hun families en hun geslachten;
22Перелїчи голови синів Герсонових по батьківських домах їх, по родинах їх;
23van dertig jaar af tot vijftig jaar toe moet gij allen inschrijven, die in staat zijn dienst te verrichten bij de openbaringstent.
23Від трийцяти років і старше до пятьдесять років перелїчиш їх, усїх спосібних до роботи, щоб послугували в соборному наметї.
24Dit zal de taak zijn van het geslacht der Gersjonieten bij de dienst en bij het vervoer.
24Буде ж робота родин Герсонових, що до служби і до тягарів, така:
25Zij moeten de tentdoeken van de tabernakel dragen, de openbaringstent, haar dekkleden, de bedekking van gelooide huiden, die daaroverheen ligt, het tapijt voor de ingang van de openbaringstent,
25Нести муть вони келїми храмини, і соборний намет, покривало його і покривало із барсучих шкір, що зверху на йому, та завісу коло входу в соборний намет,
26de gordijnen van de voorhof en het tapijt bij de ingang der poort van de voorhof, die rond de tabernakel en het altaar ligt, en de touwen met alle benodigdheden voor het werk; alles wat daarmee moet gebeuren, zullen zij verrichten.
26І опони з двора, і опону, що при входї воріт у дворі, що є кругом храмини і жертівника і мотузи до них і всяку посудину службову їх; і все, що треба зробити з ними, мусять зробити.
27Al het werk van de zonen der Gersjonieten moet steeds op aanwijzing van Aäron en zijn zonen geschieden, zowel bij het vervoer, als bij de dienst; al wat ze hebben te dragen, moet ge hun stuk voor stuk aanwijzen.
27По приказам Арона і синів його буде вся послуга синів Герзонїїв, чи нести муть тягарі чи робити муть яку роботу свою; і поручите їм берегти усе, що нести муть.
28Dit zal de taak van het geslacht van de zonen der Gersjonieten zijn bij de openbaringstent, en hun werkzaamheden zullen onder leiding staan van Itamar, den zoon van den priester Aäron.
28Така послуга родин синів Герсонїїв при соборному наметї; а дбати муть вони про службу під доглядом Ітамара, Ароненка, сьвященника.
29Ook de Merarieten moet ge inschrijven naar hun geslachten en families.
29Синів Мерарієвих перелїчиш по родинах їх, по батьківських домах їх;
30Van dertig jaar af tot vijftig jaar toe moet ge allen inschrijven, die in staat zijn, dienst te verrichten bij de openbaringstent.
30Від трийцяти років і старше до пятьдесять років перелїчиш їх, усїх, що стануть до роботи, на послугу в соборному наметї.
31Dit zal hun taak zijn bij het vervoer en de werkzaamheden aan de openbaringstent: de schotten van de tabernakel met de bindlatten, de palen met hun voetstukken,
31І се тягарі, що їх нести мають, по службі своїй в соборному наметї: дошки храмини і засуви її і стовпи її і стояла їх.
32de palen van de voorhof rondom met hun voetstukken, pinnen en touwen, met wat er verder toe behoort en al de werkzaamheden daaraan verbonden; stuk voor stuk moet ge hun aanwijzen, wat ze hebben te dragen.
32І стовпи в дворі всї кругом і стояла їх і прикілки їх і верівки їх, з усїм знаряддєм їх і зо всїєю послугою їх; і розлїчіть по йменам речі, що мають їх нести.
33Dit zal de taak zijn van het geslacht der Merarieten, en al hun werkzaamheden aan de openbaringstent zullen onder leiding staan van Itamar, den zoon van den priester Aäron.
33Се послуга родин синів Мерарієвих, по всякій службі їх у соборному наметї, під надзором Ітамара Ароненка, сьвященника.
34Daarna schreven Moses, Aäron en de leiders der gemeenschap alle zonen der Kehatieten in naar hun geslachten en families,
34І перелїчили Мойсей та Арон та князї громадські Кегатових синів по родинах їх і по батьківських домах їх;
35van dertig jaar af tot vijftig jaar toe, die geschikt waren om de dienst bij de openbaringstent te verrichten.
35Від трийцяти років і старше до пятьдесять років, усїх спосібних до роботи, на послугу в соборному наметї.
36Naar hun geslachten geteld, bedroeg hun aantal tweeduizend zevenhonderd vijftig man.
36І було перелїчених їх по родинах їх дві тисячі сїмсот і пятьдесять.
37Dit waren alle ingeschrevenen der Kehatietengeslachten, die dienst moesten doen bij de openbaringstent, en die Moses en Aäron hadden ingeschreven, zoals Jahweh het door Moses bevolen had.
37Се перелїчені з родин Кегатових, всї що були на послугу при соборному наметї, що їх перелїчив Мойсей та Арон, по слову Господньому через Мойсея.
38Alle ingeschrevenen van de Gersjonieten naar hun geslachten en families,
38Перелїчено і синів Герсонових по родинах їх, по батьківських домах їх,
39van dertig jaar af tot vijftig jaar toe, die geschikt waren om dienst te verrichten bij de openbaringstent,
39Від трийцяти років і старше до пятьдесять років, всїх спосібних до роботи, на послугу в соборному наметї.
40bedroegen tweeduizend zeshonderd dertig man, naar hun geslachten en families geteld.
40І було перелїчених їх по родинах їх, по батьківських домах їх, дві тисячі шістьсот і трийцять.
41Dit waren alle gemonsterden van de Gersjonietengeslachten, die dienst moesten doen bij de openbaringstent, en die Moses en Aäron hadden ingeschreven, zoals Jahweh het door Moses bevolen had.
41Се перелїчені з родин Герсонових, всї що послугували при соборному наметї, що їх перелїчили Мойсей та Арон, по слову Господньому.
42Alle ingeschrevenen van de Merarietengeslachten naar hun geslachten en families,
42І перелїчено родини в синів Мерарієвих по семях їх, по батьківських домах іх,
43van dertig jaar af tot vijftig jaar toe, die geschikt waren om dienst te verrichten bij de openbaringstent,
43Від трийцяти років і старше до пятьдесять років, усїх спосібних до роботи, на послугу в соборному наметї.
44bedroegen drieduizend tweehonderd man, naar hun geslachten geteld.
44І було перелїчених їх по родинам їх, три тисячі й двістї.
45Dit waren de ingeschrevenen van de Merarietengeslachten, die Moses en Aäron hadden ingeschreven, zoals Jahweh het door Moses bevolen had.
45Се перелїчені з родин синів Мерарієвих, що перелїчили Мойсей та Арон, по слову Господньому через Мойсея.
46Alle ingeschreven Levieten, die Moses en Aäron met de leiders van Israël naar hun geslachten en families hadden ingeschreven,
46Усїх перелїчених Левітів, що перелїчив їх Мойсей з Ароном та з князями Ізрайлевими, по родинах їх, по батьківських домах їх,
47van dertig jaar af tot vijftig jaar toe, en die geschikt waren voor het dienstwerk, en het vervoer van de openbaringstent,
47Від трийцяти років і старших, до пятьдесять років, усїх, що ставали на службу при соборному наметї, щоб послугу робити і носити,
48telden achtduizend vijfhonderd tachtig man.
48Було перелїчених їх, вісїм тисяч пятьсот і вісїмдесять.
49Zoals Jahweh het door Moses bevolen had, gaf men ieder zijn taak voor de dienst en het vervoer, en werden zij ingeschreven, zoals Jahweh het Moses bevolen had.
49Перелїчено їх по слову Господньому через Мойсея, кожного по послузї своій і по тягарах своїх, що їх нести мають. І перелїчено їх, як повелїв Господь Мойсейові.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.