2 Samuel
Chapter 7
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Toen Jahweh den koning rust had verleend van al zijn vijanden in het rond, en de koning zijn paleis had betrokken,
1Одного разу, як царь жив у своїй палатї, а Господь дарував йому впокій перед усїма ворогами його,
2sprak hij tot Natan den profeet: Zie eens, zelf woon ik in een paleis van cederhout, en de ark van God staat onder tentdoek!
2Промовив царь до пророка Натана: Оце я живу в кедровій палатї, а скриня Господня находиться за наметовими полотнами!
3Natan zeide tot den koning: Breng alles ten uitvoer, wat gij van plan zijt; want Jahweh is met u.
3І відказав Натан цареві: Все, що маєш на серцї, чини, бо з тобою Господь.
4Maar in diezelfde nacht werd het woord van Jahweh tot Natan gericht:
4Але тієї самої ночі було слово Господнє до Натана:
5Ga aan mijn dienaar David zeggen: Zo spreekt Jahweh! Wilt ge Mij een huis bouwen, waarin Ik kan wonen?
5Ійди, скажи рабові мойму Давидові: Так говорить Господь: Чи тобі ж та будувати менї дім на пробуток?
6Ik heb toch nimmer in een huis gewoond van de dag af, dat Ik de Israëlieten uit Egypte voerde, tot de dag van heden, maar Ik ben rondgetrokken in een tent en tabernakel.
6Атже ж я не пробував в домі з того часу, як вивів синів Ізрайлевих із Египту та й по сей день, а ходив у наметї й скринї!
7En heb Ik ooit, zolang Ik met alle Israëlieten rondtrok, tot een van de Rechters, die Ik tot leiders aanstelde van Israël, mijn volk, gezegd: Waarom bouwt ge Mij geen huis van cederhout?
7Чи промовив же я хоч слово, блукаючи з Ізраїлем кругом, которому з поколїнь, що його призначував пасти мій нарід, Ізраїля: Чому не збудуєте менї кедрової палати?
8Daarom moet ge mijn dienaar David zeggen: Zo spreekt Jahweh der heirscharen! Ik heb u uit de weide gehaald, achter de schapen vandaan, om de leider te zijn van Israël, mijn volk,
8Оце ж скажи слузї мойму Давидові: Так говорить Господь Саваот: Покликав я тебе з овечого пасовища, щоб ти був князем над моїм народом Ізраїлем,
9en Ik was met u op al uw tochten, en heb al uw vijanden voor u verdelgd. Welnu, Ik zal u een naam schenken zo groot, als slechts de grootsten der aarde bezitten;
9І був з тобою всюди, куди нї обертавсь єси, й повикоренював поперед тебе всїх ворогів твоїх, і вчинив імя твоє великим, рівне іменням найбільших на землї,
10Ik zal een plek vaststellen voor Israël, mijn volk, waar het wortel kan schieten, en waar het kan wonen, zonder ooit meer te worden opgeschrikt of door booswichten verdrukt, zoals in vroegere tijden
10І вкажу я народові мойму Ізраїлеві місце й насаджу його там, і буде супокійно жити на свойму місцї, й не буде вже більш тревожитись, і безбожні люде не тїснити муть його більш, так як уперед,
11en sinds de dag, dat Ik Rechters heb aangesteld over Israël, mijn volk. En Ik zal zorgen, dat al uw vijanden u met rust zullen laten. Ook kondigt Jahweh u aan, dat Hij u een huis zal bouwen.
11З того часу, як поставив я суддї над моїм народом Ізраїлем; і пошлю тобі впокій перед усїма ворогами твоїми. І Господь звіщає отсе тобі, що Господь збудує тобі дом.
12Wanneer uw dagen ten einde zijn, en gij bij uw vaderen te ruste zult gaan, dan zal Ik het kind, dat van u is uitgegaan, tot uw nazaat verheffen en zijn koningschap bestendig doen zijn.
12А як сповниться твій час, і ти спочнеш з отцями твоїми, то я признячу потомство твоє по тобі, що вийде з тїла твого, наслїдником твоїм, і вчиню довговічним царство його.
13Hij zal mijn Naam een tempel bouwen, en Ik zal zijn koningstroon voor altijd bestendigen.
13Він збудує дом іменнї мойму, й я впотужню царський престол його на віки.
14Ik zal voor hem een vader zijn, en hij Mij een zoon. Mocht hij verkeerd doen, dan zal Ik hem tuchtigen met stokslagen en plagen, zoals mensen dat doen;
14Я буду йому отцем, а він буде менї сином, а коли він провинить, покараю його людською лозиною й людськими карами;
15maar nooit zal Ik hem mijn gunst onthouden, zoals Ik dat gedaan heb met Saul, dien Ik van mijn aanschijn heb verwijderd.
15Милостї ж моєї не відійму від нього, як відняв я від Саула, що його відкинув перед очима твоїми.
16Uw huis en uw koningschap zullen tot in eeuwigheid bestendig zijn voor mijn aanschijn; uw troon zal vast staan voor eeuwig.
16І буде непорушний дом твій й царство твоє передо мною во віки, й престол твій стояти ме віками.
17Toen Natan al deze woorden en openbaringen trouw aan David had overgebracht,
17Всї отсї слова й все те видиво переказав Натан Давидові.
18ging koning David heen, zette zich voor Jahweh neer en sprak: Wie ben ik, Heer Jahweh, en wat is mijn huis, dat Gij mij tot hiertoe hebt gebracht!
18І пійшов царь Давид і став перед Господом, і промовив: Хто я, Господи Боже, й що таке мій дом, що ти мене так звеличив?
19Maar ook dit was nog te gering in uw ogen, Jahweh, mijn Heer. Ook voor de verre toekomst hebt Gij over het huis van uw dienaar gesproken, Jahweh, mijn Heer, en mij, een mens, de toekomstige glorie doen zien.
19І то ще мало видалось в очах твоїх, Господи, Боже мій; ти ще й на дальші часи простер обітницї твої на дом раба твого. Се вже по людському, Господи мій, Господи!
20Wat kan David dan nog meer tot U zeggen, tot U, Heer Jahweh, die uw dienaar kent?
20Що ще може сказати тобі Давид? Ти знаєш слугу твого, Господи мій, Господи!
21Terwille van uw belofte en naar de neiging uws harten hebt Gij gehandeld, en tevens uw dienaar al die grootheid geopenbaard.
21Задля слова твого й по серцю твойму чиниш ти се, що відкриваєш всю отту велич рабові твойму.
22Daarom, Heer Jahweh, zijt Gij zo groot! Er is niemand als Gij, en geen God buiten U, juist als onze oren altijd hebben gehoord.
22У всьому великий єси, Господи мій, Господи, й нїкого нема рівного тобі, й нема Бога опріч тебе, по всьому тому, що ми своїми ушами чули.
23En wie kan vergeleken worden met Israël, uw volk? Het is het enige volk ter wereld, dat God kwam vrijkopen, om het tot zijn volk te verkiezen, om het beroemd te maken, en om er die grote en opzienbarende dingen voor te wrochten, door volken en goden voor uw volk te verdrijven, dat Gij uit Egypte hebt vrijgekocht.
23І де другий народ, що був би рівен твойму народові Ізраїлеві, сьому єдиному народові на землї, задля котрого приходив Бог, щоб придбати його собі в народ, і прославити своє імя, й вдїяти велике й страшне перед народом твоїм, що його викупив собі від Египтян, вбиваючи народи й боги їх?
24Voor eeuwig hebt Gij Israël, uw volk tot uw volk gemaakt, en zijt Gij, Jahweh, hun God.
24І ти укріпив собі твій нарід Ізраїля про вічні часи, щоб він був твоїм народом і ти, Господи, зробивсь його Богом.
25Welnu dan, Heer Jahweh, laat voor eeuwig het woord in vervulling gaan, dat Gij over uw dienaar en over zijn huis hebt gesproken, en doe zoals Gij beloofd hebt.
25А тепер, Господи Боже, справди обітницю, що виповів єси про твого раба й про його дом про вічні часи, й вчини так, як сказав єси.
26Dan zal uw Naam groot zijn in eeuwigheid, en zal men zeggen: Jahweh der heirscharen is Israëls God, en het huis van David, uw dienaar, is bestendig voor uw aanschijn.
26І нехай звеличиться ймя твоє по всї вічні часи, щоб говорено: Се Господь Саваот — Бог над Ізраїлем, а дом раба твого Давида нехай стоїть твердо перед тобою.
27Jahweh der heirscharen, Israëls God, zelf hebt Gij het uw dienaar geopenbaard: Ik zal u een huis bouwen! Daarom heeft uw dienaar het aangedurfd, dit smeekgebed tot U te richten.
27Задля того, що ти, Господи Саваот, Боже Ізрайлїв, обявив рабові твойму: Збудую дом тобі, то раб твій набрав духа, вознести тобі сю молитву.
28Welnu dan Jahweh, mijn Heer, Gij zijt God en uw woord is waarachtig, en Gij hebt deze weldaad aan uw dienaar beloofd.
28Оце ж, Господи мій, Боже, ти єси Бог, і слово твоє правда незмінна, коли ти дав сю величню обітницю рабові твойму.
29Begin dan van nu af het huis van uw dienaar te zegenen, opdat het altijd bestendig zij voor uw aanschijn. Want Gij, Heer Jahweh, hebt gesproken, en met uw zegen zal het huis van uw dienaar gezegend zijn tot in eeuwigheid!
29Почни отже, й благослови дом раба твого, щоб він вічно стояв перед тобою, ти бо, Господи мій, Боже, обітував се, й за твоїм благословеннєм благословен буде дом раба твого во віки.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.