2 Samuel
Chapter 24
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Nog eens ontbrandde de toorn van Jahweh tegen Israël. Daarom zette Hij David tegen hen op. Hij sprak: Ga een volkstelling houden in Israël en Juda.
1І запалав ізнов Господень гнїв на Ізраїля, й побудив Давида розказати: Йди, перелїчи Ізраїля й Юду:
2Toen zeide de koning tot Joab en de bevelhebbers van zijn leger: Ge moet onder alle stammen van Israël rondgaan, van Dan af tot Beër-Sjéba, en een volkstelling houden. Ik wil weten, hoe talrijk het volk is.
2І повелїв царь воєводї Йоабові: Пройди по всїм поколїнням Ізрайлевим од Дана та й до Берсаби й перелїчіть народ, щоб менї знати лїк народу.
3Joab antwoordde den koning: Jahweh, uw God, moge het volk nog honderdmaal talrijker maken, en het mijn heer en koning laten beleven! Maar waarom heeft mijn heer en koning zijn zinnen gezet op een volkstelling?
3І відказав Йоаб цареві: Господь, Бог твій, нехай ще стільки намножить народу, скілько його є, та ще й сто разів стільки, а добродїй мій й царь нехай дожиє сього; та на що й про що захотїлось сього мойму добродїєві й цареві?
4Daar zij zich echter tegen het bevel van den koning niet konden verzetten, verlieten Joab en de bevelhebbers van de legermacht den koning, om een telling te houden van het volk Israël.
4Та мусїв Йоаб з отаманнєм чинити по царському наказові. От і пійшов Йоаб із отаманнєм від царя, щоб складати перелїк народу Ізраїльського.
5Na de Jordaan overgestoken te zijn, begonnen zij met Aroër, en de stad die midden in het dal ligt, en trokken over Gad verder naar Jazer.
5І перейшли вони Йордань та й роспочали рахубу в Ароері по правому боцї города, що стоїть посеред долини Гадової по дорозї Язеру;
6Vervolgens bereikten ze Gilad, daarna Kadesj in het land der Chittieten. Vandaar gingen ze naar Dan, en van Dan ombuigend naar Sidon.
6Тодї прибули в Галаад та й пройшли до землї Тахтим-Годші, й прибули в Дан-Яан і обійшли Сидон;
7Vervolgens kwamen ze aan de vesting Tyrus en alle chiwwietische en kanaänietische steden. Tenslotte vertrokken ze naar Beër-Sjéba in de Négeb van Juda.
7І прибули в замок Тирський й в усї городи Хивіїв і Канаанїїв, і вийшли на полуднє Юдеї в Бирсабію;
8Nadat zij zo het gehele land hadden doorkruist, kwamen zij na verloop van negen maanden en twintig dagen in Jerusalem terug.
8Пройшовши так по всьому царству, прийшли через девять місяцїв і двайцять день в Ерусалим.
9Joab gaf de uitslag van de volkstelling aan den koning op: Israël telde achthonderdduizend weerbare mannen, die het zwaard konden hanteren; het aantal Judeërs bedroeg vijfhonderdduizend man.
9І подав Йоаб цареві перелїк, що зроблено при переглядї народу, й налїчено Ізрайлитян вісїм сот тисяч мужів сильних і спосібних до війни, а Юдеїв пятьсот тисяч.
10Maar toen David de volkstelling had laten houden, begon hem het geweten te knagen; en hij zeide tot Jahweh: Ik heb zwaar gezondigd met wat ik gedaan heb! Ach Jahweh, vergeef de zonde van uw dienaar; want ik ben dwaas geweest.
10Та вдарила Давида совість після того, як він звелїв перелїчити люд. І промовив Давид до Господа: Тяжко провинив я тим, що вчинив тепер, але молю тебе, Господи, прости гріх раба твого, бо я вельми (збуяв) нерозумно вчинив.
11Nu werd het volgende woord van Jahweh gericht tot den profeet Gad, den ziener van David:
11Як же тепер встав Давид другого дня вранцї, прийшло слово Господнє до пророка Гада, прозори Давидового;
12Ga aan David zeggen: Zo spreekt Jahweh! Drie dingen stel Ik u voor, waar ge uw keus uit kunt doen; daarmee zal Ik u treffen!
12Ійди й скажи Давидові: Так глаголе Господь: Кладу перед тобою три речі; вибери одну, щоб я скарав тебе.
13Toen David dan de volgende morgen opstond, begaf Gad zich naar David, bracht hem het woord van Jahweh over, en sprak tot hem: Wilt ge drie jaar lang hongersnood in uw land laten heersen; of wilt ge drie maanden lang vluchten voor uw vijanden, die u op de hielen zitten; of wilt ge drie dagen lang de pest in uw land laten woeden? Bedenk u, en overleg, wat ik moet antwoorden aan Hem, die mij zendt.
13І прийшов до Давида Гад, сповістив його про се й рече йому: Виберай, чи має бути в твоїй землї через сїм років голоднеча, чи щоб ти три місяцї втїкав од ворогів твоїх, а вони вганяли за тобою, чи нехай через три днї морова пошесть буде в твоїй землї? Оце ж надумуйсь та й дивись, що маю сказати тому, хто мене послав.
14Toen zeide David tot Gad: Ik weet geen raad; maar ik wil toch liever vallen in de hand van Jahweh, wiens barmhartigheid groot is, dan in de hand van mensen! Zo koos David de pest.
14І відказує Давид Гадові: Дуже менї тяжко, але нехай впаду я в руки Господнї, милосердє бо його велике; людям же в руки впасти не хочу.
15Daarom liet Jahweh van die morgen af tot aan de vastgestelde tijd de pest los op Israël, waardoor van Dan tot Beër-Sjéba zeventigduizend mensen stierven.
15І послав Господь морову пошесть на Ізрайлитян від досьвітку аж по назначений час; і померло люду від Дану до Берсабії сїмдесять тисяч чоловіка.
16Ook naar Jerusalem zond Jahweh den engel, om er verderf te stichten. Toen kreeg Jahweh spijt over het onheil, en Hij sprak tot den engel, die onder het volk verderf stichtte: Genoeg nu, trek uw hand terug! De engel van Jahweh bevond zich toen nabij de dorsvloer van Arawna, den Jeboesiet.
16Як простяг же ангел руку свою на Ерусалим, щоб вигубити його, зжалївсь Господь над нуждою та й повелїв ангелові, що вигублював люд: Годї! одведи руку твою. Ангел же Господень був саме тодї на тоцї в Евузія Орни.
17En bij het zien van den engel die het volk sloeg, sprak David tot Jahweh: Ach Heer, ik heb gezondigd, ik deed verkeerd; maar wat hebben deze schapen voor schuld? Keer liever uw hand tegen mij en tegen het huis van mijn vader!
17Вбачаючи же Давид, як ангел побиває народ, благав Господа, промовляючи: Я провинив, я (пастирь) вчинив переступ, се ж вівцї — чим вони винні? Оберни ж руку твою проти мене й дому мого!
18Nog diezelfde dag ging Gad naar David en sprak tot hem: Ga voor Jahweh een altaar oprichten op de dorsvloer van Arawna, den Jeboesiet.
18І прийшов того дня до Давида Гад і рече йому: Йди, спорудь Господеві жертівника на тоцї в Евузія Орни.
19Op het woord van Gad ging David op weg, zoals Jahweh het bevolen had.
19І пійшов Давид по слову Гадовому, як повелїв Господь.
20Toen Arawna, die juist aan het dorsen was, rondkeek en den koning met zijn gevolg naar hem toe zag komen, trad hij vooruit en boog zich voor den koning neer tot op de grond.
20Споглянувши ж Орна й побачивши, що царь із двором своїм простує до його, вийшов і вклонився перед царем лицем до землї.
21Arawna vroeg: Met welk doel is mijn heer en koning bij zijn dienaar gekomen? David antwoordde: Om van u de dorsvloer te kopen en een altaar voor Jahweh te bouwen, opdat de plaag van het volk moge wijken.
21Питає тодї Орна: Чого йде добродїй й царь мій до раба свого? І відказав Давид: Щоб купити в тебе гумно, й спорудити жертівника Господеві, й так одвернути пошесть від люду.
22Nu sprak Arawna tot David: Laat mijn heer en koning nemen en offeren wat hem goeddunkt! Daar staan de runderen voor het brandoffer, en de dorssleden en jukken kunnen voor brandhout dienen;
22І каже тодї Орна Давидові: Нехай мій добродїй й царь візьме що хоче та й принесе жертву. Ось воли на всепаленнє, й вози й ярма волові на дрова.
23dit alles, o koning, geeft Arawna den koning om niet. En Arawna besloot: Moge Jahweh, uw God, u welgevallig zijn!
23Се все дає, мій царю, Орна цареві, а Господь, Бог твій, нехай прийме обіт твій.
24Maar de koning sprak tot Arawna: Neen, kópen wil ik het van u, en wel voor de volle prijs; ook wil ik aan Jahweh, mijn God, geen offers opdragen, die mij niets kosten. Zo kocht David de dorsvloer en de runderen voor vijftig zilveren sikkels.
24Однак же царь відказав Орнї: Нї, я куплю в тебе за гроші, й не хочу приносити Господеві всепаленнє, що менї досталось дармо. От і купив Давид гумно, й воли за пятьдесять срібних секлів.
25Hij liet daar een altaar voor Jahweh oprichten; en toen hij brand- en vredeoffers had opgedragen, erbarmde Jahweh Zich over het land, en de plaag week van Israël.
25І спорудив там Давид Господеві жертівника й принїс всепаленнє й мирну жертву. І Господь змилосердився над країною, та й одвернув погубу від Ізраїля.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.