2 Samuel
Chapter 20
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Nu bevond zich daar een Belialswicht, een zekere Sjéba, de zoon van Bikri, een Benjamiet. Hij stak de bazuin, en riep uit: Wij hebben niets te maken met David, Niets uit te staan met den zoon van Jesse: Iedereen naar zijn tenten, Israël!
1Був там якось чоловік негодяй, Беняминїй, на ймя Себа Бихриєнко. Сей затрубив у трубу та й кликнув: Нема нам нїякої спільностї з Давидом анї долї в синї Ессейовому. Рушаймо по домах, Ізрайлитяне!
2Nu trokken alle Israëlieten van David weg en volgden Sjéba, den zoon van Bikri; maar de Judeërs bleven hun koning volgen van de Jordaan af tot Jerusalem.
2І відпали всї Ізрайлитяне від Давида до Себи Бихриєнка; навпаки ж Юдеї остались при цареві свойму від Йорданї аж до Ерусалиму.
3Toen David in zijn paleis te Jerusalem was teruggekeerd, liet de koning de tien bijvrouwen, die hij achtergelaten had, om het paleis te bewaken, in een huis van bewaring zetten; hij onderhield ze wel, maar had geen gemeenschap met haar, zodat ze tot haar dood als onbestorven weduwen bleven opgesloten.
3Вернувши Давид у Ерусалим до своєї палати, повелїв перевести десять наліжниць, що покинув доглядати палату, ув окремнїй будинок і там обмислив їх усячиною, однак не пригортавсь до їх. Так і жили вони замкнені до своєї смертї вдовицями.
4Daarop sprak de koning tot Amasa: Roep de Judeërs bijeen; binnen drie dagen moet ge weer hier zijn!
4Тодї повелїв царь Амазї: Поскликай до мене Юдеїв в три днї; стань і сам передо мною тут.
5Amasa vertrok dus, om Juda bijeen te roepen. Maar toen hij langer dan de vastgestelde tijd uitbleef,
5І пустивсь Амаз в дорогу скликати Юдеїв. Як загаявся ж довше, нїж йому призначено,
6sprak David tot Abisjai: Nu zal Sjéba, de zoon van Bikri, ons nog gevaarlijker worden dan Absalom! Neem dus de eigen soldaten van uw heer en zet Sjéba achterna; anders verovert hij nog versterkte steden en ontsnapt hij ons.
6Рече Давид Авессї: Оце Себа Бихриєнко доведе нас до лихої години, гірш Абессалома. Возьми людей твого пана та й жени за ним, щоб не опанував утвердженого якого города та не уйшов нам.
7Zo trokken onder het bevel van Amasa zowel Joab als de Kretenzen en Peletiërs en de hele keurbende uit, en verlieten Jerusalem, om Sjéba, den zoon van Bikri, te achtervolgen.
7От і пійшли з ним люде Йоабові, й всї хелетеї й фелетеї і всї хоробрі. І рушили вони з Ерусалиму, наздоганяючи Себу Бихриєнка.
8Toen ze bij de grote steen in Gibon waren gekomen, kwam Amasa hun tegemoet. Nu had Joab onder zijn gewaad een dolk gegord. Maar boven zijn gordel had Joab over zijn heup een zwaard gebonden, dat in de schede stak; en terwijl Joab dit eruit liet glijden, zodat het op de grond viel,
8Як були вони коло величезного каменя, показавсь перед ними Амаз. Йоаб же був одягнений в тїсну воїнську одежу та й приперезаний мечем, що висїв у його при боцї, та легко в піхву входив і з неї виходив.
9sprak hij tot Amasa: Gaat het u goed, mijn broeder? En met de rechterhand greep hij Amasa bij de baard, om hem te omhelzen.
9І промовив Йоаб до Амаза: Здоров, брате! Та й узяв Йоаб правою рукою Амазу за бороду, щоб його поцїлувати.
10Daar Amasa niet bedacht was op de dolk, die Joab in de linkerhand hield, stak deze hem er zo mee in de buik, dat zijn ingewanden uitpuilden tot over de grond, en hij zonder een tweede stoot dood was. Daarop zetten Joab en zijn broer Abisjai de achtervolging voort van Sjéba, den zoon van Bikri.
10Амаза ж не постеріг меча у Йоаба, а той пхнув його в черево, так що утроба з його випала на землю, й не повторяв уже удару, й той умер. Тепер кинувсь Йоаб і брат його Абесса нагонця за Себою Бихриєнком.
11Een van Joabs soldaten ging bij Amasa staan, en riep: Al wie het houdt met Joab en David, volge Joab!
11Один же з Йоабового війська став і покликував: Хто держиться Йоаба й хто за Давида, рушай за Йоабом!
12Maar daar Amasa badend in zijn bloed midden op de weg lag, bleef iedereen, die voorbij kwam, staan kijken. Toen de soldaat dus bemerkte, dat al het volk bleef stilstaan, sleepte hij Amasa van de weg af, de berm op, en wierp een kleed over hem heen.
12Амаз же скровавлений лежав на дорозї, й бачивши той, що всї люде зупиняються над ним, одволїк Амазу з дороги на поле та й накинув його одежиною, щоб проходячі не зупинялись над ним.
13Zodra hij nu van de weg was verwijderd, trokken alle manschappen verder achter Joab aan, om Sjéba, den zoon van Bikri, te achtervolgen.
13Як одволочено його з дороги, то ввесь люд простував слїдом за Йоабом, щоб наздоганяти Себу Бихриєнка.
14Deze had alle stammen van Israël doorkruist, maar men wilde niets van hem weten; zo kwam hij te Abel-Bet-Maäka, gevolgd door al de Bikrieten.
14Він же пройшов по всїх поколїннях Ізрайлевих аж до Абел-Бет-Мааха й через цїлий Берим, і всї добірні мужі збірались і йшли за ним.
15Maar de mannen van Joab kwamen hem in Abel-Bet-Maäka belegeren, wierpen een wal om de stad, en ondermijnden de muur, om hem te laten instorten.
15І прийшли вони й облягли його в Абел-Бет-Маасї, й насипали проти городу вал, і підступали під мур, і всї люде, що були при Йоабові, взяли розбивати мур.
16Toen ging een wijze vrouw uit de stad op de verschansing staan, en riep: Luistert, luistert! Zegt tegen Joab, dat hij hierheen komt; ik moet met hem spreken!
16Аж ось крикнула одна мудра женщина з муру міського: Слухайте! слухайте! Скажіть Йоабові: Ійди сюди, я перемовлюсь із тобою!
17Toen deze naderbij was gekomen, vroeg de vrouw: Zijt gij Joab? Hij antwoordde: Ja! Ze zeide tot hem: Luister dan naar uw dienstmaagd. Hij antwoordde: Ik luister.
17Як же він прийшов, питає женщина: Ти Йоаб? І каже він: Я. І каже вона йому: Вислухай слова раби твоєї. І відказав: Слухаю.
18Toen begon ze: Vroeger was men gewend te zeggen: Laat men in Abel en Dan gaan vragen, of er ooit afgeschaft wordt,
18І промовила вона так: У давні давна була така приповідка: хто хоче питати, нехай питає ув Абелї, й так чинено.
19wat de echte Israëlieten hebben vastgesteld. Wilt gij dus een stad vernietigen, die als een moederstad geldt in Israël? Waarom wilt ge het erfdeel van Jahweh vernielen?
19Я з мирних, вірних (міст) в Ізраїлї, а ти хочеш зруйнувати город, матїр городів ув Ізраїлї. На що руйнуєш наслїддє Господнє?
20Joab antwoordde: Ik denk er niet aan, iets te vernietigen of te vernielen;
20І відказав Йоаб: Далеке се від мене. Не хочу я нї руйнувати, нї бурити!
21dit is mijn bedoeling niet. Maar iemand uit het gebergte van Efraïm, Sjéba genaamd en zoon van Bikri, heeft zijn hand opgeheven tegen koning David. Hem alleen hebt ge uit te leveren; dan trek ik weg van de stad. Toen zeide de vrouw tot Joab: Wacht maar; zijn hoofd zal u over de muur worden toegeworpen.
21Ось в чому річ: один чоловік із гори Ефраїмової, на ймя Себа, син Бихрів, зняв руку на царя Давида. Видайте менї його, а я відступлю від города. І промовила женщина до Йоаба: Зараз перекинуть голову його тобі через мур.
22De vrouw keerde terug naar de stad, en wist met al haar slimheid de bevolking te overreden; ze sloegen Sjéba het hoofd af, en wierpen het Joab toe. Toen liet deze de trompet steken; en allen trokken weg van de stad naar hun woonplaats, en Joab keerde naar den koning in Jerusalem terug.
22Тодї пійшла вона з своїм мудрим словом перед народ. І відтяли голову Себі Бихриєнкові, та й кинули Йоабові. Тодї звелїв він затрубити в труби, й усе військо відступило від города та й розійшлося по своїм шатрам, а Йоаб вернувсь до царя в Ерусалим.
23Joab stond over heel de legermacht van Israël; Benaja, de zoon van Jehojada, over de Kretenzen en de Peletiërs;
23І поставлено Йоаба над усїм військом Ізрайлевим, а Банею Йодаєнка над хелетеями й над фелетеями;
24Adoram over de herendiensten. Jehosjafat, de zoon van Achiloed was kanselier;
24Адорама над поборами, а Йосафата, сина Ахилудового, дїєписцем;
25Sjewa was schrijver, en Sadok en Ebjatar waren priesters.
25Суса був царським писарем; Садок та Абіятар були сьвященниками;
26Ook Ira, de Jaïriet, was priester voor David.
26Також Іра Яритїй був сьвященником у Давида.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.