2 Samuel 10
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Toen enige tijd later de koning der Ammonieten te overlijden kwam, en door zijn zoon Chanoen werd opgevolgd,
1І сталось потім, що вмер царь Аммонїйський, а намість його став царем син його Аннон.
2dacht David: Laat mij vriendschappelijke betrekkingen aanknopen met Chanoen, den zoon van Nachasj, zoals zijn vader dat met mij heeft gedaan. Daarom liet David hem door enige afgevaardigden zijn deelneming betuigen met zijn vader. Maar toen de afgevaardigden van David in het land der Ammonieten waren aangekomen,
2І подумав собі Давид: Покажу себе прихильним до Аннона Наасенка, як показав себе прихильним до мене батько його. От і послав Давид людей ізміж своїх прибічників, розважати його по панотцеві його. Як же прийшли Давидові дворяне ув Аммонїйську землю,
3zeiden de hooggeplaatste Ammonieten tot Chanoen, hun heer: Denkt gij, dat David uw vader wil eren, omdat hij u zijn deelneming laat betuigen? Neen, David stuurt u zijn mensen alleen maar, om de stad te verspieden, haar geheimen uit te vorsen, en haar later te kunnen verwoesten.
3Промовили князї Аммонїйські до свого пана Аннона: Чи вже ж ти думаєш, що Давид, посилаючи до тебе розважателї, мислить показати шану твойму панотцеві? Певно Давид прислав до тебе своїх слуг на те, щоб розглядїти город, а розвідавши, опісля його зруйнувати.
4Daarop liet Chanoen de afgevaardigden van David gevangen nemen, hun baarden voor de helft wegscheren, hun kleding halverwege, tot aan het zitvlak, afknippen, en stuurde ze zo weg.
4І повелїв Аннон взяти Давидових урядників, повиголювати їм по пів бороди, пообрізувати їм одежу аж по крижі, та й відослати.
5Toen dat aan David bekend werd, zond hij die zwaar beledigde mannen boden tegemoet, en liet hun zeggen: Blijft in Jericho, totdat uw baard weer is aangegroeid, en komt dan terug.
5Як сказано про се Давидові, то послав він зустріч їх — бо мужі дознали тяжкої наруги, — і звелїв їм сказати: Загайтесь у Ерихонї, докіль бороди ваші відростуть, а тодї вертайтесь.
6Daar de Ammonieten wel begrepen, dat ze het bij David verbruid hadden, gingen ze onderhandelen, en namen Aram van Bet-Rechob en Aram van Soba met twintigduizend man voetvolk in hun dienst, en de koningen van Maäka en Tob met twaalfduizend man.
6Схаменувшись Аммонїї, що зробились ненавидними в Давида, послали найняти Сирийцїв Бет-Рехобських і Сирийцїв Собських, двайцять тисяч пішого війська; у царя ж Мааха тисячу чоловіка, а з Істоба дванайцять тисяч чоловіка.
7Toen David dat vernam, zond hij Joab met heel zijn leger en het keurkorps er op uit.
7Дочувшись про се Давид, послав Йоаба з усїм військом з найхоробрійших.
8Ook de Ammonieten rukten uit, en stelden zich op voor de poort van hun stad, terwijl de Arameën van Soba en Rechob met de manschappen van Tob en Maäka een afzonderlijke groep vormden in het open veld.
8Аммонїї ж вирушили та й уставились перед міськими воротами до бою, тим часом як Сирийцї Сабські й Рехобські, та Істобські й Маахські розставились у чистому полі.
9Daar Joab bemerkte, dat hem zowel van voren als van achteren een aanval dreigde, koos hij een deel van Israëls krijgers uit, en stelde die op tegen de Arameën,
9Вбачаючи ж Йоаб, що йому грозить битва й зпереду й ззаду, зробив собі вибірку з усїх вибранцїв Ізрайлевих, і поставив їх навпроти Сирийцїв;
10terwijl hij de rest van de manschappen aan zijn broer Abisjai toevertrouwde en tegen de Ammonieten opstelde.
10Останок же військового люду передав під привід братові свойму Абессї, щоб уставив їх проти Аммонїїв.
11Hij zeide: Als de Arameën mij te sterk worden, moet ge mij helpen; worden de Ammonieten u te sterk, dan zal ik u te hulp komen.
11І розпорядив Йоаб: Коли Сирийцї переважувати муть мене, то ти поможеш менї, коли ж переважувати муть Аммонїї тебе, то прийду я допомогти тобі.
12Wees flink, en laat ons dapper zijn voor ons volk en onzen God, en Jahweh zal doen wat Hem goeddunkt.
12Бувай мужний, й стіймо твердо за наш нарід і за міста Бога нашого, а Господь учинить, що йому до вподоби.
13Daarop bond Joab met zijn manschappen de strijd aan met de Arameën, en dezen sloegen voor hem op de vlucht.
13От і двинув Йоаб із військом, що при йому було, щоб ударити на Сирийцїв, і втекли вони перед ним.
14En toen de Ammonieten bemerkten, dat de Arameën gevlucht waren, sloegen ook zij voor Abisjai op de vlucht en trokken zich terug in de stad. Daarom staakte Joab de strijd tegen de Ammonieten, en keerde naar Jerusalem terug.
14Як постерегли ж Аммонїї, що Сирийцї втїкають, побігли й вони перед Абессою й вернулись у город. Йоаб же покинув Аммонїїв та й вернувсь у Ерусалим.
15Toen de Arameën zagen, dat ze door Israël waren verslagen, trokken zij al hun krachten tezamen,
15Як же побачили Сирийцї, що їх Ізрайлитяне подужали, так скупились до купи.
16en liet Hadadézer zelfs de Arameën van de overzijde der Rivier uitrukken. En met Sjobek, den legeroverste van Hadadézer, aan hun spits, trokken ze naar Chelam op.
16І послав Адраазер по Сирийцїв по тім боцї ріки, й прийшли вони до Еламу, а Собах, гетьман Адраазерів, проводив їм.
17Toen David dit vernam, riep hij geheel Israël op, trok over de Jordaan en bereikte Chelam. De Arameën stelden zich op tegen David en streden met hem,
17Як дано про се знати Давидові, скликав він усього Ізраїля, перейшов Йордань, і прийшов до Еламу. І постали Сирийцї навпроти Давида, та й дали йому битву.
18maar moesten voor Israël wijken. En David doodde zevenhonderd paarden van de Arameën en veertigduizend hunner ruiters; ook Sjobek, hun legeroverste, werd op de plek doodgeslagen.
18Та повтїкали Сирийцї перед Ізрайлитянами, Давид же розбив в прах сїмсот колесниць їх і сорок тисяч чоловіка; ба й гетьмана їх поранив, і він там помер.
19Nu begrepen alle koningen, die van Hadadézer afhankelijk waren, dat ze het tegen Israël moesten afleggen; ze sloten dus vrede met Israël en onderwierpen zich. Voortaan wachtte Aram zich wel, om nog eens de Ammonieten te helpen.
19Як побачили ж усї царі, що помагали Адраазерові, що їх Ізраїль побив, зробили вони мир із Ізрайлитянами та й піддались їм, а Сирийцї боялись уже допомагати Аммонїям.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.