2 Samuel
Chapter 10
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Chinese Union Vers…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Toen enige tijd later de koning der Ammonieten te overlijden kwam, en door zijn zoon Chanoen werd opgevolgd,
1此後, 亞捫 人的王死了,他兒子 哈嫩 接續他作王。
2dacht David: Laat mij vriendschappelijke betrekkingen aanknopen met Chanoen, den zoon van Nachasj, zoals zijn vader dat met mij heeft gedaan. Daarom liet David hem door enige afgevaardigden zijn deelneming betuigen met zijn vader. Maar toen de afgevaardigden van David in het land der Ammonieten waren aangekomen,
2大衛 說:「我要照 哈嫩 的父親 拿轄 厚待我的恩典厚待 哈嫩 。」於是 大衛 差遣臣僕,為他喪父安慰他。 大衛 的臣僕到了 亞捫 人的境內。
3zeiden de hooggeplaatste Ammonieten tot Chanoen, hun heer: Denkt gij, dat David uw vader wil eren, omdat hij u zijn deelneming laat betuigen? Neen, David stuurt u zijn mensen alleen maar, om de stad te verspieden, haar geheimen uit te vorsen, en haar later te kunnen verwoesten.
3但 亞捫 人的首領對他們的主 哈嫩 說:「 大衛 差人來安慰你,你想他是尊敬你父親嗎?他差臣僕來不是詳察窺探、要傾覆這城嗎?」
4Daarop liet Chanoen de afgevaardigden van David gevangen nemen, hun baarden voor de helft wegscheren, hun kleding halverwege, tot aan het zitvlak, afknippen, en stuurde ze zo weg.
4哈嫩 便將 大衛 臣僕的鬍鬚剃去一半,又割斷他們下半截的衣服,使他們露出下體,打發他們回去。
5Toen dat aan David bekend werd, zond hij die zwaar beledigde mannen boden tegemoet, en liet hun zeggen: Blijft in Jericho, totdat uw baard weer is aangegroeid, en komt dan terug.
5有人告訴 大衛 ,他就差人去迎接他們,(因為他們甚覺羞恥),告訴他們說:「可以住在 耶利哥 ,等到鬍鬚長起再回來。」
6Daar de Ammonieten wel begrepen, dat ze het bij David verbruid hadden, gingen ze onderhandelen, en namen Aram van Bet-Rechob en Aram van Soba met twintigduizend man voetvolk in hun dienst, en de koningen van Maäka en Tob met twaalfduizend man.
6亞捫 人知道 大衛 憎惡他們,就打發人去,招募 伯‧利合 的 亞蘭 人和 瑣巴 的 亞蘭 人,步兵二萬,與 瑪迦 王的人一千、 陀伯 人一萬二千。
7Toen David dat vernam, zond hij Joab met heel zijn leger en het keurkorps er op uit.
7大衛 聽見了,就差派 約押 統帶勇猛的全軍出去。
8Ook de Ammonieten rukten uit, en stelden zich op voor de poort van hun stad, terwijl de Arameën van Soba en Rechob met de manschappen van Tob en Maäka een afzonderlijke groep vormden in het open veld.
8亞捫 人出來,在城門前擺陣; 瑣巴 與 利合 的 亞蘭 人、 陀伯 人,並 瑪迦 人,另在郊野擺陣。
9Daar Joab bemerkte, dat hem zowel van voren als van achteren een aanval dreigde, koos hij een deel van Israëls krijgers uit, en stelde die op tegen de Arameën,
9約押 看見敵人在他前後擺陣,就從 以色列 軍中挑選精兵,使他們對着 亞蘭 人擺陣。
10terwijl hij de rest van de manschappen aan zijn broer Abisjai toevertrouwde en tegen de Ammonieten opstelde.
10其餘的兵交與他兄弟 亞比篩 ,對着 亞捫 人擺陣。
11Hij zeide: Als de Arameën mij te sterk worden, moet ge mij helpen; worden de Ammonieten u te sterk, dan zal ik u te hulp komen.
11約押 對 亞比篩 說:「 亞蘭 人若強過我,你就來幫助我; 亞捫 人若強過你,我就去幫助你。
12Wees flink, en laat ons dapper zijn voor ons volk en onzen God, en Jahweh zal doen wat Hem goeddunkt.
12我們都當剛強,為本國的民和上帝的城邑作大丈夫。願耶和華憑他的意旨而行!」
13Daarop bond Joab met zijn manschappen de strijd aan met de Arameën, en dezen sloegen voor hem op de vlucht.
13於是, 約押 和跟隨他的人前進攻打 亞蘭 人; 亞蘭 人在 約押 面前逃跑。
14En toen de Ammonieten bemerkten, dat de Arameën gevlucht waren, sloegen ook zij voor Abisjai op de vlucht en trokken zich terug in de stad. Daarom staakte Joab de strijd tegen de Ammonieten, en keerde naar Jerusalem terug.
14亞捫 人見 亞蘭 人逃跑,他們也在 亞比篩 面前逃跑進城。 約押 就離開 亞捫 人那裏,回 耶路撒冷 去了。
15Toen de Arameën zagen, dat ze door Israël waren verslagen, trokken zij al hun krachten tezamen,
15亞蘭 人見自己被 以色列 人打敗,就又聚集。
16en liet Hadadézer zelfs de Arameën van de overzijde der Rivier uitrukken. En met Sjobek, den legeroverste van Hadadézer, aan hun spits, trokken ze naar Chelam op.
16哈大底謝 差遣人,將大河那邊的 亞蘭 人調來;他們到了 希蘭 , 哈大底謝 的將軍 朔法 率領他們。
17Toen David dit vernam, riep hij geheel Israël op, trok over de Jordaan en bereikte Chelam. De Arameën stelden zich op tegen David en streden met hem,
17有人告訴 大衛 ,他就聚集 以色列 眾人,過 約旦河 ,來到 希蘭 。 亞蘭 人迎着 大衛 擺陣,與他打仗。
18maar moesten voor Israël wijken. En David doodde zevenhonderd paarden van de Arameën en veertigduizend hunner ruiters; ook Sjobek, hun legeroverste, werd op de plek doodgeslagen.
18亞蘭 人在 以色列 人面前逃跑; 大衛 殺了 亞蘭 七百輛戰車 的人 ,四萬馬兵,又殺了 亞蘭 的將軍 朔法 。
19Nu begrepen alle koningen, die van Hadadézer afhankelijk waren, dat ze het tegen Israël moesten afleggen; ze sloten dus vrede met Israël en onderwierpen zich. Voortaan wachtte Aram zich wel, om nog eens de Ammonieten te helpen.
19屬 哈大底謝 的諸王見自己被 以色列 人打敗,就與 以色列 人和好,歸服他們。於是 亞蘭 人不敢再幫助 亞捫 人了。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.