2 Samuel
Chapter 13
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Chinese Union Vers…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Enige tijd later gebeurde het volgende. Absalom, een zoon van David, had een zuster, een knap meisje, dat Tamar heette en op wie Amnon, een andere zoon van David, verliefd werd.
1大衛 的兒子 押沙龍 有一個美貌的妹子,名叫 她瑪 。 大衛 的兒子 暗嫩 愛她。
2Tot ziekwordens toe tobde Amnon zich af over zijn zuster Tamar; want daar zij ongehuwd was, zag Amnon geen kans, haar ook maar iets te doen.
2暗嫩 為他妹子 她瑪 憂急成病。 她瑪 還是處女, 暗嫩 以為難向她行事。
3Nu had Amnon een vriend, die Jonadab heette, een zoon van Sjima, den broer van David; deze Jonadab was een geslepen mens.
3暗嫩 有一個朋友,名叫 約拿達 ,是 大衛 長兄 示米亞 的兒子。這 約拿達 為人極其狡猾;
4Hij vroeg hem: Prins, waarom ziet gij er met de dag ellendiger uit? Wilt ge het me niet vertellen? Amnon bekende hem: Ik ben verliefd op Tamar, de zuster van mijn broer Absalom.
4他問 暗嫩 說:「王的兒子啊,為何一天比一天瘦弱呢?請你告訴我。」 暗嫩 回答說:「我愛我兄弟 押沙龍 的妹子 她瑪 。」
5Jonadab gaf hem de raad: Dan moet ge op bed blijven en u ziek houden; en als uw vader u komt bezoeken, zeg dan tegen hem: Kon mijn zuster Tamar maar komen, en mij iets te eten geven! Als ze het eten voor mijn ogen klaar wilde maken, zodat ik het zien kon, zou ik het van haar wel opeten.
5約拿達 說:「你不如躺在床上裝病;你父親來看你,就對他說:『求父叫我妹子 她瑪 來,在我眼前預備食物,遞給我吃,使我看見,好從她手裏接過來吃。』」
6Amnon bleef dus te bed, en hield zich ziek. En toen de koning hem kwam bezoeken, zeide Amnon tot hem: Kon mijn zuster Tamar maar komen, en voor mijn ogen een paar koeken bakken; dan zou ik ze wel opeten.
6於是 暗嫩 躺臥裝病。王來看他,他對王說:「求父叫我妹子 她瑪 來,在我眼前為我做兩個餅,我好從她手裏接過來吃。」
7Daarom zond David iemand naar huis, om aan Tamar te zeggen: Ga eens naar de woning van uw broer Amnon, om hem wat eten klaar te maken.
7大衛 就打發人到宮裏,對 她瑪 說:「你往你哥哥 暗嫩 的屋裏去,為他預備食物。」
8Tamar ging dus naar de woning van haar broer Amnon, waar deze te bed lag. Zij nam deeg, kneedde het, maakte er voor zijn ogen koeken van, en bakte ze;
8她瑪 就到她哥哥 暗嫩 的屋裏; 暗嫩 正躺臥。 她瑪 摶麵,在他眼前做餅,且烤熟了,
9vervolgens nam zij de plaat en goot de koeken voor hem uit de vorm. Maar Amnon wilde niet eten en zeide: Stuurt iedereen weg. Toen allen van hem waren heengegaan,
9在他面前將餅從鍋裏倒出來,他卻不肯吃,便說:「眾人離開我出去吧!」眾人就都離開他,出去了。
10zeide Amnon tot Tamar: Breng het eten nu maar hier in de kamer, dan eet ik het wel van u op. En Tamar nam de koeken, die ze had klaargemaakt, en bracht ze bij haar broer Amnon in de kamer.
10暗嫩 對 她瑪 說:「你把食物拿進臥房,我好從你手裏接過來吃。」 她瑪 就把所做的餅拿進臥房,到她哥哥 暗嫩 那裏,
11Maar toen ze hem het eten aanreikte, greep hij haar vast en zeide tot haar: Zuster, kom bij me liggen.
11拿着餅上前給他吃,他便拉住 她瑪 ,說:「我妹妹,你來與我同寢。」
12Zij antwoordde hem: Neen broer, onteer me niet; zo iets doet men in Israël niet. Doe toch niet zo iets schandelijks!
12她瑪 說:「我哥哥,不要玷辱我。 以色列 人中不當這樣行,你不要做這醜事;
13Ik zou niet weten, waar ik met mijn schande heen moest, en gij zoudt in Israël als de eerste de beste dwaas bekend staan. Spreek liever eens met den koning; hij zal me aan u niet weigeren.
13你 玷辱了我 ,我何以掩蓋我的羞恥呢?你在 以色列 中也成了愚妄人。你可以求王,他必不禁止我歸你。」
14Maar hij wilde niet naar haar luisteren; hij overmande en verkrachtte haar, en had gemeenschap met haar.
14但 暗嫩 不肯聽她的話,因比她力大,就玷辱她,與她同寢。
15Maar nu kreeg Amnon plotseling een geweldige afkeer van haar; ja, de afkeer, die hij van haar kreeg, was nog sterker dan de liefde, waarmede hij haar had bemind. Daarom zeide hij haar: Vooruit; maak, dat ge weg komt.
15隨後, 暗嫩 極其恨她,那恨她的心比先前愛她的心更甚,對她說:「你起來,去吧!」
16Zij sprak tot hem: Maar broer dan toch; mij weg te jagen zou nog groter kwaad zijn dan het andere, dat ge mij hebt aangedaan. Maar hij wilde niet naar haar luisteren.
16她瑪 說:「不要這樣!你趕出我去的這罪比你才行的更重!」但 暗嫩 不肯聽她的話,
17Hij riep zijn oppasser en beval: Zet dat schepsel op straat, en doe de deur achter haar dicht.
17就叫伺候自己的僕人來,說:「將這個女子趕出去!她一出去,你就關門,上閂。」
18En ofschoon ze het kleurig gewaad aan had, waarmede van oudsher de ongehuwde prinsessen waren gekleed, zette zijn oppasser haar het huis uit en deed de deur achter haar dicht.
18那時 她瑪 穿着彩衣,因為沒有出嫁的公主都是這樣穿。 暗嫩 的僕人就把她趕出去,關門上閂。
19Toen strooide Tamar stof op haar hoofd, scheurde het kleurig gewaad, dat ze aan had, vaneen, sloeg de hand op haar hoofd, en ging schreiend heen.
19她瑪 把灰塵撒在頭上,撕裂所穿的彩衣,以手抱頭,一面行走,一面哭喊。
20Haar broer Absalom zeide tot haar: Is uw broer Amnon u te na gekomen? Zwijg er maar over, zuster; het blijft uw broer. Trek u die geschiedenis maar niet te veel aan! Zo bleef Tamar als een verstoten vrouw in het huis van haar broer Absalom.
20她胞兄 押沙龍 問她說:「莫非你哥哥 暗嫩 與你親近了嗎?我妹妹,暫且不要作聲,他是你的哥哥,不要將這事放在心上。」 她瑪 就孤孤單單地住在她胞兄 押沙龍 家裏。
21Toen koning David heel die geschiedenis vernam, werd hij wel erg kwaad, maar wilde toch zijn zoon Amnon niets doen, omdat hij zijn eerstgeborene was, en hij veel van hem hield.
21大衛 王聽見這事,就甚發怒。
22Maar Absalom sprak geen woord meer tegen Amnon, goed noch kwaad; hij haatte Amnon, omdat hij zijn zuster onteerd had.
22押沙龍 並不和他哥哥 暗嫩 說好說歹;因為 暗嫩 玷辱他妹妹 她瑪 ,所以 押沙龍 恨惡他。
23Twee jaar later, toen bij Absalom de schapen werden geschoren in Báal-Chasor nabij Efraïm, nodigde hij alle prinsen daarbij uit.
23過了二年,在靠近 以法蓮 的 巴力‧夏瑣 有人為 押沙龍 剪羊毛; 押沙龍 請王的眾子與他同去。
24Hij kwam dus bij den koning en zeide: Gij weet, dat bij uw dienaar de schapen worden geschoren; moge nu de koning en zijn hof met uw dienaar meegaan.
24押沙龍 來見王,說:「現在有人為僕人剪羊毛,請王和王的臣僕與僕人同去。」
25Maar de koning zeide tot Absalom: Neen, mijn jongen; laat ons maar niet allen meegaan, om u geen overlast te bezorgen. En hoe hij ook bij hem aandrong, hij wilde niet mee. Toen hij Absalom dan goede reis had gewenst.
25王對 押沙龍 說:「我兒,我們不必都去,恐怕使你耗費太多。」 押沙龍 再三請王,王仍是不肯去,只為他祝福。
26zeide deze: Laat dan tenminste mijn broer Amnon met ons meegaan. De koning antwoordde: Waarom zou hij met u meegaan?
26押沙龍 說:「王若不去,求王許我哥哥 暗嫩 同去。」王說:「何必要他去呢?」
27Toch liet hij, toen Absalom bij hem aandrong, Amnon en alle prinsen met hem vertrekken.
27押沙龍 再三求王,王就許 暗嫩 和王的眾子與他同去。
28Absalom richtte nu een vorstelijke maaltijd aan, maar hij gaf zijn dienaren het bevel: Let op; als Amnon vrolijk wordt van de wijn, en ik zeg u: “Slaat Amnon neer”, dan moet gij hem doodslaan. Weest maar niet bang; ik ben het immers, die u het bevel geef. Houdt u dus goed en weest flink.
28押沙龍 吩咐僕人說:「你們注意,看 暗嫩 飲酒暢快的時候,我對你們說殺 暗嫩 ,你們便殺他,不要懼怕。這不是我吩咐你們的嗎?你們只管壯膽奮勇!」
29Toen nu Absaloms dienaren met Amnon deden, zoals Absalom bevolen had, sprongen alle prinsen overeind, bestegen hun muildieren en sloegen op de vlucht.
29押沙龍 的僕人就照 押沙龍 所吩咐的,向 暗嫩 行了。王的眾子都起來,各人騎上騾子,逃跑了。
30Terwijl ze nog onderweg waren, drong het gerucht tot David door: Absalom heeft alle prinsen vermoord; niet één is er in leven gebleven!
30他們還在路上,有風聲傳到 大衛 那裏,說:「 押沙龍 將王的眾子都殺了,沒有留下一個。」
31De koning sprong op, scheurde zijn klederen en legde zich neer op de grond; ook al de dienaren, die om hem heen stonden, scheurden hun klederen.
31王就起來,撕裂衣服,躺在地上。王的臣僕也都撕裂衣服,站在旁邊。
32Maar Jonadab, de zoon van Sjima, Davids broer, nam het woord en zeide: Laat mijn heer en koning niet zeggen, dat ze alle prinsen hebben vermoord; want alleen Amnon is dood. Dat was op het gezicht van Absalom te lezen, sinds de dag, dat zijn zuster Tamar onteerd werd.
32大衛 的長兄, 示米亞 的兒子 約拿達 說:「我主,不要以為王的眾子-少年人都殺了,只有 暗嫩 一個人死了。自從 暗嫩 玷辱 押沙龍 妹子 她瑪 的那日, 押沙龍 就定意殺 暗嫩 了。
33Mijn heer en koning moet zich niet ongerust maken en denken, dat alle prinsen zijn vermoord; alleen Amnon is dood,
33現在,我主我王,不要把這事放在心上,以為王的眾子都死了,只有 暗嫩 一個人死了。」
34en Absalom zal wel gevlucht zijn. Een knecht, die op de uitkijk stond, sloeg zijn ogen op, en daar zag hij een massa volk op de weg naar Choronáim de berg afkomen. Hij kwam het den koning berichten en zeide: Ik heb mannen op de weg naar Choronáim gezien.
34押沙龍 逃跑了。 守望的少年人舉目觀看,見有許多人從山坡的路上來。
35Toen zeide Jonadab tot den koning: Dat zullen de prinsen zijn; het komt precies uit, zoals uw dienaar gezegd heeft.
35約拿達 對王說:「看哪,王的眾子都來了,果然與你僕人所說的相合。」
36Nauwelijks had hij uitgesproken, of daar kwamen de prinsen, die luid begonnen te wenen. Ook de koning en heel zijn hof begonnen hardop te schreien.
36話才說完,王的眾子都到了,放聲大哭;王和臣僕也都哭得甚慟。
37Absalom had intussen de vlucht genomen en zich begeven naar Talmai, den zoon van Ammichoer en koning van Gesjoer; al die tijd treurde de koning over zijn zoon.
37押沙龍 逃到 基述 王 亞米忽 的兒子 達買 那裏去了。 大衛 天天為他兒子悲哀。
38Maar toen Absalom drie jaar in Gesjoer vertoefd had, waarheen hij de vlucht had genomen,
38押沙龍 逃到 基述 ,在那裏住了三年。
39was de koning niet langer op Absalom vergramd, daar hij zich met de dood van Amnon had verzoend.
39暗嫩 死了以後, 大衛 王得了安慰,心裏切切想念 押沙龍 。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.