2 Samuel
Chapter 11
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Chinese Union Vers…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Bij de jaarwisseling, de tijd waarop de koningen gewoonlijk te velde trekken, zond David Joab met zijn eigen soldaten en geheel Israël er op uit; ze teisterden de Ammonieten en sloegen het beleg om Rabba. David zelf was echter in Jerusalem achtergebleven.
1過了一年,到列王出戰的時候, 大衛 又差派 約押 ,率領臣僕和 以色列 眾人出 戰 。他們就打敗 亞捫 人,圍攻 拉巴 。 大衛 仍住在 耶路撒冷 。
2Nu gebeurde het eens tegen de avond, dat David, van zijn rustbed opgestaan en rondwandelend op het dak van het koninklijk paleis, van het dak af een vrouw zag, die een bad nam; het was een zeer mooie vrouw.
2一日,太陽平西, 大衛 從床上起來,在王宮的平頂上遊行,看見一個婦人沐浴,容貌甚美,
3David liet onderzoeken, wie de vrouw was. Men zeide hem: Het is Bat-Sjéba, de dochter van Eliam, de vrouw van Oerija, den Chittiet.
3大衛 就差人打聽那婦人是誰。有人說:「她是 以連 的女兒, 赫 人 烏利亞 的妻 拔示巴 。」
4Toen liet David haar halen. Ze kwam bij hem en hij had gemeenschap met haar, juist nadat ze zich gezuiverd had van haar stonden; daarna keerde ze naar haar woning terug.
4大衛 差人去,將婦人接來;那時她的月經才得潔淨。她來了, 大衛 與她同房,她就回家去了。
5Maar de vrouw was zwanger geworden, en liet David weten, dat ze zwanger geworden was.
5於是她懷了孕,打發人去告訴 大衛 說:「我懷了孕。」
6Daarom gaf David aan Joab het bevel: Stuur Oerija, den Chittiet, naar mij toe. En Joab stuurde Oeri-ja naar David.
6大衛 差人到 約押 那裏, 說 :「你打發 赫 人 烏利亞 到我這裏來。」 約押 就打發 烏利亞 去見 大衛 。
7Toen Oerija bij hem gekomen was, vroeg David, hoe het ging met Joab en het volk en of de strijd voorspoedig verliep.
7烏利亞 來了, 大衛 問 約押 好,也問兵好,又問爭戰的事怎樣。
8Daarna zeide hij tot Oerija: Ga maar naar huis, en was uw voeten. Zelfs werd Oeri-ja, toen hij het koninklijk paleis had verlaten, een ereschotel van den koning achterna gebracht.
8大衛 對 烏利亞 說:「你回家去,洗洗腳吧!」 烏利亞 出了王宮,隨後王送他一分 食 物。
9Maar Oerija ging slapen aan de ingang van het koninklijk paleis, bij al de andere dienaren van zijn heer, en hij ging niet naar huis.
9烏利亞 卻和他主人的僕人一同睡在宮門外,沒有回家去。
10Toen men David vertelde, dat Oeri-ja niet naar huis was gegaan, zeide David tot hem: Ge komt toch van een reis terug; waarom zijt ge dan niet naar huis gegaan?
10有人告訴 大衛 說:「 烏利亞 沒有回家去。」 大衛 就問 烏利亞 說:「你從遠路上來,為甚麼不回家去呢?」
11Oerija gaf David ten antwoord: De ark en Israël met Juda zijn in hutten ondergebracht; mijn meester Joab en de eigen soldaten van mijn heer hebben hun kamp in de open lucht; en zou ik dan thuis gaan eten en drinken, en met mijn vrouw gaan slapen? Zowaar Jahweh leeft en bij uw leven, dat doe ik niet!
11烏利亞 對 大衛 說:「 約 櫃和 以色列 與 猶大 兵都住在棚裏,我主 約押 和我主的僕人都在田野安營,我豈可回家吃喝、與妻子同寢呢?我敢在王面前起誓:我決不行這事!」
12Nu zeide David tot Oerija: Blijf vandaag nog hier, dan zal ik u morgen laten vertrekken. Zo bleef Oerija die dag in Jerusalem.
12大衛 吩咐 烏利亞 說:「你今日仍住在這裏,明日我打發你去。」於是 烏利亞 那日和次日住在 耶路撒冷 。
13De volgende dag nodigde David hem uit, om bij hem te eten en te drinken; maar ofschoon de koning hem dronken maakte, ging hij ‘s avonds slapen op zijn plekje bij de andere dienaren des konings, en hij ging niet naar huis.
13大衛 召了 烏利亞 來,叫他在自己面前吃喝,使他喝醉。到了晚上, 烏利亞 出去與他主的僕人一同住宿,還沒有回到家裏去。
14De volgende morgen schreef David aan Joab een brief, die hij door Oerija liet overbrengen.
14次日早晨, 大衛 寫信與 約押 ,交 烏利亞 隨手帶去。
15Hij schreef in die brief: Geeft Oerija een vooruitgeschoven post, waar de strijd het gevaarlijkst is, en trekt u dan van hem terug, opdat hij getroffen wordt en sneuvelt.
15信內寫着說:「要派 烏利亞 前進,到陣勢極險之處,你們便退後,使他被殺。」
16Joab plaatste dus bij het beleg van de stad Oerija op een punt, waarvan hij wist, dat er geduchte krijgers stonden;
16約押 圍城的時候,知道敵人那裏有勇士,便將 烏利亞 派在那裏。
17en toen de burgers van de stad een uitval deden, en slaags raakten met Joab, vielen er enigen van het krijgsvolk en Davids eigen soldaten; ook Oerija sneuvelde, de Chittiet.
17城裏的人出來和 約押 打仗; 大衛 的僕人中有幾個被殺的, 赫 人 烏利亞 也死了。
18Daar Joab aan David verslag moest uitbrengen over het verloop van het gevecht,
18於是, 約押 差人去將爭戰的一切事告訴 大衛 ,
19gaf hij aan den boodschapper deze opdracht mee: Als ge het verloop van het gevecht hebt verteld,
19又囑咐使者說:「你把爭戰的一切事對王說完了,
20en de koning soms kwaad wordt, Waarom hebt gij ook zo dicht bij de stad gevochten? Gij weet toch wel, dat ze boven van de muur met stenen gooien?
20王若發怒,問你說:『你們打仗為甚麼挨近城牆呢?豈不知敵人必從城上射箭嗎?
21Wie heeft Abimélek getroffen, den zoon van Jeroebbósjet? Een vrouw nietwaar, die van de muur af een molensteen op hem neerwierp, waardoor hij de dood vond in Tébes. Waarom zijt gij dan zo dicht bij de muur gekomen? dan moet ge zeggen: Ook uw dienaar Oerija, de Chittiet, is gesneuveld.
21從前打死 耶路‧比設 兒子 亞比米勒 的是誰呢?豈不是一個婦人從城上拋下一塊上磨石來,打在他身上,他就死在 提備斯 嗎?你們為甚麼挨近城牆呢?』你就說:『王的僕人- 赫 人 烏利亞 也死了。』」
22De boodschapper ging dus op weg, en bij David gekomen, bracht hij hem het bericht over, dat Joab hem had meegegeven, en het gehele verloop van de strijd. David werd kwaad en sprak tot den boodschapper:
22使者起身,來見 大衛 ,照着 約押 所吩咐他的話奏告 大衛 。
23De boodschapper gaf David ten antwoord: De mannen waren ons te sterk; ze deden een uitval tegen ons in het open veld. En toen wij ze terugsloegen tot vlak voor de poort,
23使者對 大衛 說:「敵人強過我們,出到郊野與我們打仗,我們追殺他們,直到城門口。
24schoten de schutters van de muur af op uw eigen soldaten, zodat er enigen van ‘s konings eigen soldaten zijn gesneuveld; ook uw dienaar Oerija, de Chittiet, is gesneuveld.
24射箭的從城上射王的僕人,射死幾個, 赫 人 烏利亞 也死了。」
25Toen zeide David tot den boodschapper: Zeg maar tegen Joab, dat hij zich dat voorval niet te hard aantrekt. Want het zwaard woedt nu hier, dan daar. Doe nog een krachtiger aanval op de stad, en maak haar met de grond gelijk. Zo moet ge hem moed inspreken.
25王向使者說:「你告訴 約押 說:『不要因這事愁悶,刀劍或吞滅這人或吞滅那人,沒有一定的;你只管竭力攻城,將城傾覆。』可以用這話勉勵 約押 。」
26Toen de vrouw van Oerija vernam, dat Oerija, haar man, gestorven was, droeg ze rouw over haar heer.
26烏利亞 的妻聽見丈夫 烏利亞 死了,就為他哀哭。
27En toen de rouwtijd voorbij was, liet David haar in zijn paleis opnemen. Zij werd zijn vrouw en schonk hem een zoon. Maar wat David gedaan had, was kwaad in de ogen van Jahweh.
27哀哭的日子過了, 大衛 差人將她接到宮裏,她就作了 大衛 的妻,給 大衛 生了一個兒子。但 大衛 所行的這事,耶和華甚不喜悅。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.