2 Samuel 7
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Toen Jahweh den koning rust had verleend van al zijn vijanden in het rond, en de koning zijn paleis had betrokken,
1เมื่อกษัตริย์อาศัยอยู่ในบ้านของตน และพระยาห์เวห์ประทานความสงบจากศัตรูรอบด้านให้ท่านแล้ว
2sprak hij tot Natan den profeet: Zie eens, zelf woon ik in een paleis van cederhout, en de ark van God staat onder tentdoek!
2กษัตริย์พูดกับนาธันผู้เผยพระวจนะว่า “ข้าอยู่ในบ้านที่สร้างด้วยไม้สนซีดาร์ แต่หีบของพระเจ้ากลับอยู่ภายในม่านกระโจม”
3Natan zeide tot den koning: Breng alles ten uitvoer, wat gij van plan zijt; want Jahweh is met u.
3นาธันตอบกษัตริย์ว่า “ท่านคิดจะทำอะไรก็ทำเถิด เพราะพระยาห์เวห์สถิตกับท่าน”
4Maar in diezelfde nacht werd het woord van Jahweh tot Natan gericht:
4แต่ในคืนนั้นเอง พระดำรัสของพระยาห์เวห์มาถึงนาธันว่า
5Ga aan mijn dienaar David zeggen: Zo spreekt Jahweh! Wilt ge Mij een huis bouwen, waarin Ik kan wonen?
5“จงไปบอกดาวิดผู้รับใช้ของเราว่า ‘พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้ “เจ้าจะสร้างบ้านให้เราอาศัยหรือ?
6Ik heb toch nimmer in een huis gewoond van de dag af, dat Ik de Israëlieten uit Egypte voerde, tot de dag van heden, maar Ik ben rondgetrokken in een tent en tabernakel.
6ตั้งแต่วันที่เราพาชาวอิสราเอลขึ้นมาจากอียิปต์จนถึงวันนี้ เราไม่เคยอาศัยในบ้าน แต่เดินทางอยู่ในกระโจมและพลับพลา
7En heb Ik ooit, zolang Ik met alle Israëlieten rondtrok, tot een van de Rechters, die Ik tot leiders aanstelde van Israël, mijn volk, gezegd: Waarom bouwt ge Mij geen huis van cederhout?
7ตลอดทุกแห่งที่เราเดินทางไปกับชาวอิสราเอลทั้งหมด เราเคยพูดกับผู้ใดจากชนเผ่าอิสราเอลที่เราสั่งให้เลี้ยงดูประชาชนอิสราเอลของเราสักคำไหมว่า ‘ทำไมพวกเจ้าจึงไม่สร้างบ้านไม้สนซีดาร์ให้เรา?’”’
8Daarom moet ge mijn dienaar David zeggen: Zo spreekt Jahweh der heirscharen! Ik heb u uit de weide gehaald, achter de schapen vandaan, om de leider te zijn van Israël, mijn volk,
8ฉะนั้นจงบอกดาวิดผู้รับใช้ของเราว่า ‘พระยาห์เวห์จอมทัพตรัสดังนี้ “เรานำเจ้ามาจากคอกแกะ ขณะเจ้าเดินตามฝูงแกะ ให้เป็นผู้นำเหนือประชาชนอิสราเอลของเรา
9en Ik was met u op al uw tochten, en heb al uw vijanden voor u verdelgd. Welnu, Ik zal u een naam schenken zo groot, als slechts de grootsten der aarde bezitten;
9เราอยู่กับเจ้าทุกแห่งที่เจ้าไป และกำจัดศัตรูทั้งหมดให้พ้นหน้าเจ้า เราจะทำให้เจ้ามีชื่อเสียงยิ่งใหญ่เทียบเท่าผู้ยิ่งใหญ่บนแผ่นดินโลก
10Ik zal een plek vaststellen voor Israël, mijn volk, waar het wortel kan schieten, en waar het kan wonen, zonder ooit meer te worden opgeschrikt of door booswichten verdrukt, zoals in vroegere tijden
10เราจะกำหนดที่ให้ประชาชนอิสราเอลของเราและให้พวกเขาหยั่งรากอยู่ที่นั่น เพื่อให้พวกเขาอาศัยอยู่ในที่ของตน ไม่ต้องถูกย้ายไปอีก คนชั่วจะไม่ข่มเหงพวกเขาเหมือนแต่ก่อนอีก
11en sinds de dag, dat Ik Rechters heb aangesteld over Israël, mijn volk. En Ik zal zorgen, dat al uw vijanden u met rust zullen laten. Ook kondigt Jahweh u aan, dat Hij u een huis zal bouwen.
11และอย่างที่เคยเกิดขึ้นตั้งแต่สมัยที่เราแต่งตั้งผู้วินิจฉัยให้ปกครองประชาชนอิสราเอลของเรา เราจะให้เจ้าพักจากศัตรูทั้งหมดของเจ้า ยิ่งกว่านั้นพระยาห์เวห์ตรัสกับเจ้าว่า พระยาห์เวห์จะสร้างวงศ์วานให้เจ้า
12Wanneer uw dagen ten einde zijn, en gij bij uw vaderen te ruste zult gaan, dan zal Ik het kind, dat van u is uitgegaan, tot uw nazaat verheffen en zijn koningschap bestendig doen zijn.
12เมื่อวันเวลาของเจ้าครบแล้วและเจ้านอนหลับไปกับบรรพบุรุษ เราจะตั้งผู้สืบเชื้อสายที่เกิดจากตัวเจ้าเองให้สืบต่อ และจะสถาปนาอาณาจักรของเขา
13Hij zal mijn Naam een tempel bouwen, en Ik zal zijn koningstroon voor altijd bestendigen.
13เขาจะสร้างบ้านสำหรับนามของเรา และเราจะสถาปนาบัลลังก์แห่งอาณาจักรของเขาไว้ตลอดไป
14Ik zal voor hem een vader zijn, en hij Mij een zoon. Mocht hij verkeerd doen, dan zal Ik hem tuchtigen met stokslagen en plagen, zoals mensen dat doen;
14เราจะเป็นพ่อของเขา และเขาจะเป็นลูกของเรา ถ้าเขาทำผิด เราจะตีสอนเขาด้วยไม้เรียวของมนุษย์และการเฆี่ยนตีจากมนุษย์
15maar nooit zal Ik hem mijn gunst onthouden, zoals Ik dat gedaan heb met Saul, dien Ik van mijn aanschijn heb verwijderd.
15แต่ความเมตตาของเราจะไม่จากเขาไป เหมือนที่เราถอนความเมตตาจากซาอูล ผู้ที่เราปลดออกไปให้พ้นหน้าเจ้า
16Uw huis en uw koningschap zullen tot in eeuwigheid bestendig zijn voor mijn aanschijn; uw troon zal vast staan voor eeuwig.
16วงศ์วานและอาณาจักรของเจ้าจะมั่นคงอยู่ต่อหน้าเจ้าตลอดไป บัลลังก์ของเจ้าจะตั้งมั่นตลอดไป”’”
17Toen Natan al deze woorden en openbaringen trouw aan David had overgebracht,
17นาธันบอกดาวิดทุกถ้อยคำตามนิมิตทั้งหมดนี้
18ging koning David heen, zette zich voor Jahweh neer en sprak: Wie ben ik, Heer Jahweh, en wat is mijn huis, dat Gij mij tot hiertoe hebt gebracht!
18กษัตริย์ดาวิดเข้าไปนั่งต่อพระพักตร์พระยาห์เวห์ แล้วกล่าวว่า “ข้าพระองค์เป็นใครเล่า ข้าแต่องค์เจ้า พระยาห์เวห์ และวงศ์วานของข้าพระองค์เป็นอะไร พระองค์จึงทรงพาข้าพระองค์มาถึงขั้นนี้?
19Maar ook dit was nog te gering in uw ogen, Jahweh, mijn Heer. Ook voor de verre toekomst hebt Gij over het huis van uw dienaar gesproken, Jahweh, mijn Heer, en mij, een mens, de toekomstige glorie doen zien.
19เรื่องนี้ยังเป็นเรื่องเล็กน้อยในสายพระเนตรของพระองค์ ข้าแต่องค์เจ้า พระยาห์เวห์ พระองค์ยังตรัสถึงวงศ์วานของผู้รับใช้พระองค์ในอนาคตอีกยาวนาน นี่เป็นเรื่องของมนุษย์ด้วยหรือ ข้าแต่องค์เจ้า พระยาห์เวห์!
20Wat kan David dan nog meer tot U zeggen, tot U, Heer Jahweh, die uw dienaar kent?
20ดาวิดจะทูลอะไรต่อพระองค์ได้อีก? พระองค์ทรงรู้จักผู้รับใช้ของพระองค์อยู่แล้ว ข้าแต่องค์เจ้า พระยาห์เวห์
21Terwille van uw belofte en naar de neiging uws harten hebt Gij gehandeld, en tevens uw dienaar al die grootheid geopenbaard.
21เพื่อเห็นแก่พระดำรัสของพระองค์ และตามพระประสงค์ของพระองค์ พระองค์ทรงทำสิ่งยิ่งใหญ่ทั้งหมดนี้ให้ผู้รับใช้ของพระองค์รู้
22Daarom, Heer Jahweh, zijt Gij zo groot! Er is niemand als Gij, en geen God buiten U, juist als onze oren altijd hebben gehoord.
22ฉะนั้นพระองค์ทรงยิ่งใหญ่ พระยาห์เวห์พระเจ้า ตามทุกสิ่งที่เราได้ยินด้วยหูของเราเอง ไม่มีใครเหมือนพระองค์ และไม่มีพระเจ้าอื่นนอกจากพระองค์
23En wie kan vergeleken worden met Israël, uw volk? Het is het enige volk ter wereld, dat God kwam vrijkopen, om het tot zijn volk te verkiezen, om het beroemd te maken, en om er die grote en opzienbarende dingen voor te wrochten, door volken en goden voor uw volk te verdrijven, dat Gij uit Egypte hebt vrijgekocht.
23มีชนชาติใดในโลกเหมือนประชาชนอิสราเอลของพระองค์ ที่พระเจ้าทรงไปไถ่ไว้เป็นประชาชนของพระองค์เอง เพื่อสร้างพระนามให้เป็นที่รู้จัก และทรงทำสิ่งยิ่งใหญ่เพื่อพระองค์กับสิ่งน่าเกรงขามเพื่อแผ่นดินของพระองค์ ต่อหน้าประชาชนของพระองค์ซึ่งพระองค์ทรงไถ่ออกจากอียิปต์ จากบรรดาชนชาติและพระของพวกเขา?
24Voor eeuwig hebt Gij Israël, uw volk tot uw volk gemaakt, en zijt Gij, Jahweh, hun God.
24พระองค์ทรงสถาปนาอิสราเอลให้เป็นประชาชนของพระองค์เองตลอดไป และพระองค์ พระยาห์เวห์ ก็ทรงเป็นพระเจ้าของพวกเขา
25Welnu dan, Heer Jahweh, laat voor eeuwig het woord in vervulling gaan, dat Gij over uw dienaar en over zijn huis hebt gesproken, en doe zoals Gij beloofd hebt.
25“บัดนี้ พระยาห์เวห์พระเจ้า ขอทรงยืนยันพระดำรัสที่ตรัสถึงผู้รับใช้และวงศ์วานของผู้รับใช้พระองค์ไว้ตลอดไป และทรงทำตามที่ตรัส
26Dan zal uw Naam groot zijn in eeuwigheid, en zal men zeggen: Jahweh der heirscharen is Israëls God, en het huis van David, uw dienaar, is bestendig voor uw aanschijn.
26เพื่อพระนามของพระองค์จะได้รับการยกย่องตลอดไป และคนทั้งหลายจะกล่าวว่า ‘พระยาห์เวห์จอมทัพทรงเป็นพระเจ้าเหนืออิสราเอล และวงศ์วานของดาวิดผู้รับใช้พระองค์จะมั่นคงต่อพระพักตร์พระองค์’
27Jahweh der heirscharen, Israëls God, zelf hebt Gij het uw dienaar geopenbaard: Ik zal u een huis bouwen! Daarom heeft uw dienaar het aangedurfd, dit smeekgebed tot U te richten.
27เพราะพระองค์ พระยาห์เวห์จอมทัพ พระเจ้าของอิสราเอล ทรงเปิดเผยแก่ผู้รับใช้พระองค์ว่า ‘เราจะสร้างวงศ์วานให้เจ้า’ ผู้รับใช้ของพระองค์จึงกล้าทูลคำวิงวอนนี้ต่อพระองค์
28Welnu dan Jahweh, mijn Heer, Gij zijt God en uw woord is waarachtig, en Gij hebt deze weldaad aan uw dienaar beloofd.
28“บัดนี้ ข้าแต่องค์เจ้า พระยาห์เวห์ พระองค์ทรงเป็นพระเจ้า พระดำรัสของพระองค์เป็นความจริง และพระองค์ทรงสัญญาสิ่งดีนี้แก่ผู้รับใช้พระองค์
29Begin dan van nu af het huis van uw dienaar te zegenen, opdat het altijd bestendig zij voor uw aanschijn. Want Gij, Heer Jahweh, hebt gesproken, en met uw zegen zal het huis van uw dienaar gezegend zijn tot in eeuwigheid!
29ขอพระองค์ทรงยินดีประทานพรแก่วงศ์วานของผู้รับใช้พระองค์ ให้ดำรงอยู่ต่อพระพักตร์พระองค์ตลอดไป เพราะพระองค์ องค์เจ้า พระยาห์เวห์ ได้ตรัสไว้แล้ว ขอให้วงศ์วานผู้รับใช้พระองค์ได้รับพรของพระองค์ตลอดไป”
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.