2 Samuel
Chapter 19
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (Thai)
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Men berichtte aan Joab, dat de koning weende en weeklaagde over Absalom.
1มี​คน​บอก​โยอาบ​ว่า “กษัตริย์​ร้องไห้​ไว้​ทุกข์​ให้​อับซาโลม”
2En de overwinning van die dag veranderde in rouw voor heel het volk, daar het volk die dag had vernomen, dat de koning bedroefd was om zijn zoon.
2วัน​นั้น​ชัยชนะ​กลับ​กลาย​เป็น​ความ​โศก​เศร้า​ของ​ผู้คน​ทั้งหมด เพราะ​พวก​เขา​ได้ยิน​ว่า “กษัตริย์​เสียใจ​เรื่อง​ลูกชาย”
3Tersluiks sloop het volk die dag de stad binnen, zoals volk komt binnensluipen, dat zich moet schamen, omdat het in de strijd is gevlucht.
3วัน​นั้น​ผู้คน​แอบ​เข้า​เมืองราวกับ​คน​ที่​หนีศึก​กลับ​มา​อย่าง​อับอาย
4Maar de koning hield zijn gelaat bedekt en bleef luidkeels wenen: Mijn zoon, Absalom, Absalom mijn zoon, mijn zoon!
4กษัตริย์​ปิด​หน้า​และ​ร้อง​เสียง​ดัง​ว่า “อับซาโลม​ลูก​พ่อ! อับซาโลม ลูก​พ่อ ลูก​พ่อ!”
5Daarom ging Joab bij den koning binnen en sprak: Vandaag hebt gij al uw aanhangers teleurgesteld: de mensen, die heden het leven gered hebben van u, van uw zonen en dochters en van uw vrouwen en bijvrouwen!
5โยอาบ​เข้าไป​หา​กษัตริย์​ใน​บ้าน​แล้ว​พูด​ว่า “วัน​นี้​ท่าน​ทำให้​คนรับใช้​ทุก​คน​ที่​ช่วย​ชีวิต​ท่าน ชีวิต​บุตร​ชาย​บุตร​สาว ภรรยา​และ​นาง​สนม​ของ​ท่าน ต้อง​อับอาย
6Die u haten, trekt ge voor; die van u houden stelt ge achter. Vandaag hebt ge laten merken, dat legeroversten en soldaten bij u niet in tel zijn. Heden heb ik begrepen, dat het u dán naar de zin zou zijn, als Absalom leefde, en wij allen vandaag maar waren gesneuveld!
6เพราะ​ท่าน​รัก​คน​ที่​เกลียด​ท่าน และ​เกลียด​คน​ที่รัก​ท่าน วัน​นี้​ท่าน​แสดง​ชัด​ว่า​บรรดา​ผู้นำ​กับ​คนรับใช้​ไม่มี​ความ​หมาย​สำหรับ​ท่าน ข้า​เห็น​แล้ว​ว่า ถ้า​อับซาโลม​ยัง​มี​ชีวิต และ​วัน​นี้​พวกเรา​ทุก​คน​ตาย ท่าน​คง​พอใจ
7Welnu dan, sta op, ga naar buiten, en spreek uw mannen vriendelijk toe. Want ik zweer u bij Jahweh; als ge niet naar buiten gaat, blijft er vannacht geen man bij u! Dat zou een grotere ramp voor u zijn, dan al het onheil, dat u van uw jeugd af tot vandaag heeft getroffen.
7บัดนี้​ลุก​ขึ้น​ออก​ไป​พูด​ปลอบ​คน​ของ​ท่าน​เถิด ข้า​สาบาน​ต่อ​พระยาห์เวห์​ว่า ถ้า​ท่าน​ไม่​ออก​ไป คืน​นี้​จะ​ไม่มี​ใคร​อยู่​กับ​ท่าน​เลย และ​เรื่อง​นั้น​จะ​เลว​ร้าย​ยิ่ง​กว่า​ภัย​ทุก​อย่าง​ที่​ท่าน​ประสบ​มา​ตั้งแต่​หนุ่ม​จนถึง​บัดนี้”
8Nu stond de koning op en nam plaats in de poort. En toen heel het volk de tijding vernam, dat de koning in de poort had plaats genomen, liep al het volk voor den koning te hoop.
8กษัตริย์​จึง​ลุก​ขึ้น​ไป​นั่ง​ที่​ประตู​เมือง มี​คน​บอก​ทุก​คน​ว่า “กษัตริย์​นั่ง​อยู่​ที่​ประตู​เมือง​แล้ว” คน​ทั้งหมด​จึง​มา​เข้า​เฝ้า ส่วน​ชาว​อิสราเอล​ต่าง​หนี​กลับ​กระโจม​ของ​ตน
9Nadat de Israëlieten dus allen naar hun woonplaatsen waren gevlucht, ontstond er onder alle stammen van Israël een algemene ontevredenheid. Men zeide: De koning heeft ons uit de hand van onze vijanden bevrijd en ons gered uit de hand der Filistijnen; en toch heeft hij voor Absalom uit het land moeten vluchten.
9ผู้คน​จาก​ทุก​ชน​เผ่า​ของ​อิสราเอล​โต้​เถียง​กัน​ว่า “กษัตริย์​เคย​ช่วย​เรา​จาก​ศัตรู​และ​ชาว​ฟีลิสเตีย บัดนี้​ท่าน​หนี​อับซาโลม​ออก​จาก​แผ่น​ดิน
10Maar nu is Absalom, dien we tot koning gezalfd hebben, in de strijd gesneuveld. Waarom draalt gij dan nog, om den koning terug te halen naar zijn paleis?
10ส่วน​อับซาโลม​ที่​เรา​เจิม​ให้​เป็น​กษัตริย์​เหนือ​เรา ก็​ตาย​ใน​สนามรบ​แล้ว ทำไม​พวก​เจ้า​จึง​ไม่​พูด​เรื่อง​รับ​กษัตริย์​กลับ​มา?”
11Toen koning David van die stemming onder heel Israël hoorde, liet hij aan de priesters Sadok en Ebjatar weten: Gij moet tot de oudsten van Juda zeggen: Waarom zoudt gij de laatsten zijn, om den koning terug te halen naar zijn paleis?
11กษัตริย์​ดาวิด​ส่ง​คำ​ถึง​ศาโดก​กับ​อาบียาธาร์​ปุโรหิต​ว่า “ไป​บอกบรรดา​ผู้ใหญ่​ของ​ยูดาห์​ว่า ‘ทำไม​พวก​ท่าน​เป็นก​ลุ่ม​สุดท้าย​ที่​จะ​รับ​กษัตริย์​กลับ​บ้าน ทั้ง​ที่​คำ​พูด​ของ​อิสราเอล​ทั้งหมด​เรื่อง​รับ​ท่าน​กลับ​มา​ถึง​กษัตริย์​แล้ว?
12Gij zijt mijn broeders, gij zijt mijn vlees en bloed; waarom zoudt gij dan de laatsten zijn, om den koning terug te halen?
12พวก​ท่าน​เป็น​พี่​น้อง เป็น​เลือด​เนื้อ​เดียว​กับ​ข้า ทำไม​จึง​เป็นก​ลุ่ม​สุดท้าย​ที่​จะ​รับ​กษัตริย์​กลับ​มา?’
13En tot Amasa moet gij zeggen: Ook gij zijt mijn vlees en bloed. God moge zo met mij doen en nog erger: gij zult voortaan als legeroverste in mijn dienst staan, in plaats van Joab.
13แล้ว​จง​บอก​อามาสา​ว่า ‘เจ้า​เป็น​เลือด​เนื้อ​เดียว​กับ​ข้า​มิใช่​หรือ? ขอ​ให้​พระเจ้า​ลงโทษ​ข้า และ​เพิ่ม​โทษ​ให้​หนัก​ยิ่ง​ขึ้น หาก​เจ้า​จะ​ไม่​ได้​เป็น​ผู้​บัญชาการ​กองทัพ​ของ​ข้า​แทน​โยอาบ​ตลอด​ไป’”
14Zo won hij het hart van alle Judeërs, en ze vroegen eensgezind aan den koning: Kom terug met heel uw aanhang!
14ดาวิด​โน้ม​น้าว​ใจ​ชาว​ยูดาห์​ทั้งหมด​ให้​เป็น​น้ำ​หนึ่ง​ใจ​เดียว พวก​เขา​จึง​ส่ง​คำ​ถึง​กษัตริย์​ว่า “ขอ​ท่าน​กับ​คนรับใช้​ทั้งหมด​กลับ​มา”
15Toen begaf de koning zich op de terugweg, en bereikte de Jordaan. En de Judeërs waren naar Gilgal gekomen, om den koning tegemoet te gaan, en hem te helpen bij zijn overtocht over de Jordaan.
15กษัตริย์​จึง​กลับ​มา​ถึง​แม่น้ำ​จอร์แดน ชาว​ยูดาห์​มา​ที่​กิลกาล​เพื่อ​ต้อนรับ​และ​พา​กษัตริย์​ข้าม​แม่น้ำ
16Behalve de Judeërs had ook Sjimi, de zoon van Gera, de Benjamiet uit Bachoerim, zich haastig op weg begeven, en was koning David
16ชิเมอี บุตร​ของ​เกรา ชาว​เบนยามิน​จา​กบาฮู​ริม​รีบ​ลง​มา​พร้อม​ชาว​ยูดาห์​เพื่อ​ต้อนรับ​กษัตริย์​ดาวิด
17met duizend man uit Benjamin tegemoet getrokken. Ook Sjiba, de dienaar van het huis van Saul, spoedde zich met zijn vijftien zonen en twintig knechten naar den koning bij de Jordaan,
17มี​ชาว​เบนยามิน​หนึ่ง​พัน​คน​มา​กับ​เขา ศิบา​คนรับใช้​วงศ์​วาน​ซาอูล​ก็​มา​ด้วย พร้อม​บุตร​ชาย​สิบ​ห้า​คน​และ​คนรับใช้​ยี่สิบ​คน พวก​เขา​ข้าม​แม่น้ำ​จอร์แดน​ต่อ​หน้า​กษัตริย์
18en stak de overgang over, om de koninklijke familie bij de overtocht te helpen en naar ‘s konings wensen te handelen. Toen Sjimi, de zoon van Gera, de Jordaan was overgestoken, viel hij voor den koning neer,
18มี​เรือ​ข้าม​ฟาก​มา​รับ​คนใน​บ้าน​กษัตริย์​ข้าม​ฝั่ง และ​ทำ​ตาม​ที่​กษัตริย์​เห็น​ว่า​ดี ชิเมอี บุตร​ของ​เกรา​หมอบ​ลง​ต่อ​หน้า​กษัตริย์​เมื่อ​ท่าน​ข้าม​แม่น้ำ​มา
19en sprak tot den koning: Moge mijn heer mij de schuld niet aanrekenen, en niet denken aan wat uw dienaar misdaan heeft, toen mijn heer en koning uit Jerusalem trok. Dat de koning er geen aandacht aan schenke;
19เขา​ทูล​ว่า “ขอ​นาย​ของ​ข้า​ผู้​เป็น​กษัตริย์​อย่า​ถือ​โทษ​หรือ​จดจำ​ความ​ผิด​ที่​ผู้รับใช้​ทำ​ใน​วัน​ที่​ท่าน​ออก​จาก​เยรูซาเล็ม ขอ​อย่า​เก็บ​เรื่อง​นั้น​ไว้​ใน​ใจ
20want uw dienaar weet, dat hij misdaan heeft. Daarom ben ik nu ook de eerste van heel het huis Josef, die mijn heer en koning tegemoet is gesneld.
20ผู้รับใช้​ของ​ท่าน​รู้​ว่า​ข้า​ทำบาป วัน​นี้​ข้า​จึง​เป็น​คน​แรก​จาก​วงศ์​วาน​โย​เซฟ​ที่​ลง​มา​ต้อนรับ​นาย​ของ​ข้า​ผู้​เป็น​กษัตริย์”
21Abisjai, de zoon van Seroeja, verzette zich ertegen en zeide: Neen, Sjimi moet sterven, omdat hij den gezalfde van Jahweh gevloekt heeft!
21แต่อาบีชัย บุตร​นาง​เศรุยาห์​ทูล​ว่า “ชิเมอี​ควร​ถูก​ประหาร​มิใช่​หรือ เพราะ​เขา​สาป​แช่ง​ผู้​ที่​พระยาห์เวห์​ทรง​เจิม?”
22Maar David sprak: Wat moet dat betekenen, zonen van Seroeja? Waarom zoudt gij mij vandaag willen tegenwerken? Mag vandaag iemand in Israël sterven; vandaag, nu ik weet, dat ik weer koning ben?
22ดาวิด​ตอบ​ว่า “พวกเจ้า​บุตร​นาง​เศรุยาห์ เหตุใด​วัน​นี้​จึง​มาทำ​ตัว​เป็น​ศัตรู​กับ​ข้า? วัน​นี้​ควร​มี​ใคร​ถูก​ประหาร​ใน​อิสราเอล​หรือ? ข้า​รู้​อยู่​แล้ว​มิใช่​หรือ​ว่า​วัน​นี้​ข้า​เป็น​กษัตริย์​เหนือ​อิสราเอล?”
23En tot Sjimi sprak de koning: Ge zult niet sterven! En de koning bezwoer het hem zelfs.
23กษัตริย์​บอก​ชิเมอี​ว่า “เจ้า​จะ​ไม่​ตาย” และ​สาบาน​รับรอง​แก่​เขา
24Ook Mefibósjet, de zoon van Saul, was den koning tegemoet gekomen. Hij had zijn voeten niet verzorgd, zijn baard niet gekamd, en zijn kleren niet gewassen van de dag af, dat de koning heenging, tot de dag, dat hij ongedeerd terugkwam.
24เมฟีโบเชท​ลูก​หลาน​ของ​ซาอูล​ลง​มา​พบ​กษัตริย์ ตั้งแต่​วัน​ที่​กษัตริย์​จาก​ไป​จน​วัน​ที่​กลับ​มา​โดย​สันติ เขา​ไม่​ได้​ดูแล​เท้า ไม่​เล็ม​เครา และ​ไม่​ซัก​เสื้อผ้า
25Toen hij nu uit Jerusalem den koning tegemoet kwam, zeide deze tot hem: Waarom zijt ge niet met mij meegegaan, Mefibósjet?
25เมื่อ​เขา​มา​ถึง​เยรูซาเล็ม​เพื่อ​เข้า​เฝ้า​กษัตริย์ กษัตริย์​ถาม​ว่า “เมฟีโบเชท ทำไม​เจ้า​ไม่​ไป​กับ​ข้า?”
26Hij antwoordde: Mijn heer en koning, mijn knecht heeft mij bedrogen! Want uw dienaar had hem bevolen, een ezelin te zadelen, om daarop den koning te volgen; want uw dienaar is kreupel.
26เขา​ตอบ​ว่า “นาย​ของ​ข้า​ผู้​เป็น​กษัตริย์ คนรับใช้​ของ​ข้า​หลอก​ข้า เพราะ​ข้า​พูด​ว่า ‘ข้า​จะ​ผูก​อาน​ลา​ไว้​ขี่​ไป​กับ​กษัตริย์’ เพราะ​ข้า​ขา​พิการ
27Hij heeft dus uw dienaar bij mijn heer en koning belasterd. Maar mijn heer en koning is als een engel van God! Doe dus wat u goeddunkt.
27แต่​เขา​กลับ​ใส่​ร้าย​ข้า​ต่อ​นาย​ของ​ข้า​ผู้​เป็น​กษัตริย์ ท่าน​เป็น​เหมือน​ทูต​สวรรค์​ของ​พระเจ้า โปรด​ทำ​ตาม​ที่​ท่าน​เห็น​ว่า​ดี
28Want ofschoon het gehele huis van mijn vader niets anders van u te verwachten had dan de dood, hebt gij uw dienaar een plaats gegeven bij uw tafelgenoten. Wie zou me dus beter recht verschaffen? Zo bleef hij bij den koning maar aanhouden.
28วงศ์วาน​ของ​พ่อ​ข้า​ทั้งหมด​ก็​ไม่​ต่าง​จาก​คน​ตาย​ต่อหน้า​ท่าน แต่​ท่าน​กลับ​ให้​ผู้รับใช้​ของ​ท่าน​ร่วม​โต๊ะ​อาหาร ข้า​มี​สิทธิ์​อะไร​จะ​ร้องขอ​กษัตริย์​อีก?”
29Maar de koning sprak tot hem: Waarom nog zoveel woorden verspild? Bij deze bepaal ik: Gij en Siba moeten het grondbezit delen.
29กษัตริย์​ตอบ​เขา​ว่า “จะ​พูด​เรื่อง​ของ​เจ้า​อีก​ทำไม? ข้า​ตัดสิน​แล้ว​ว่า​เจ้า​กับ​ศิบา​แบ่ง​ที่ดิน​กัน”
30En Mefibósjet sprak tot den koning: Hij mag alles nemen, nu mijn heer en koning behouden is teruggekeerd.
30เมฟีโบเชท​ทูล​ว่า “ให้​เขา​เอา​ไป​ทั้งหมด​ก็ได้ เพราะ​นาย​ของ​ข้า​ผู้​เป็น​กษัตริย์​กลับ​ถึง​บ้าน​ของ​ท่าน​โดย​สันติ​แล้ว”
31ok Barzillai, de Giladiet, was uit Rogelim gekomen, om den koning bij de overtocht over de Jordaan te helpen, en hem aan de Jordaan uitgeleide te doen.
31บารซิลลัย​ชาว​กิเลอาด​ลง​มา​จาก​โร​เก​ลิม และ​ข้าม​แม่น้ำ​จอร์แดน​ไป​กับ​กษัตริย์​เพื่อ​ส่ง​ท่าน​ข้าม​ฝั่ง
32Barzillai was zeer oud, een man van tachtig jaar. Hij was het, die den koning tijdens zijn verblijf te Machanáim van levensmiddelen had voorzien; want hij was een zeer welvarend man.
32บารซิลลัย​ชรา​มาก อายุ​แปด​สิบ​ปี เขา​เคย​จัดหา​อาหาร​ให้​กษัตริย์​ตอน​พัก​ที่​มาหะนาอิม เพราะ​เขา​เป็น​คน​มี​ฐานะ​มาก
33de koning sprak tot Barzillai: Ge moet met mij oversteken; dan zal ik bij mij in Jerusalem op uw oude dag voor u zorgen.
33กษัตริย์​บอก​บารซิลลัย​ว่า “ข้าม​ไป​กับ​ข้า​เถิด ข้า​จะ​เลี้ยง​ดู​เจ้า​ที่​เยรูซาเล็ม”
34Maar Barzillai gaf den koning ten antwoord: Hoeveel jaren heb ik nog te leven, dat ik met den koning naar Jerusalem zou gaan?
34บารซิลลัย​ตอบ​ว่า “ชีวิต​ข้า​เหลือ​อีก​กี่​ปี ถึง​จะ​ขึ้น​ไป​เยรูซาเล็ม​กับ​กษัตริย์?
35Ik ben nu tachtig jaar. Kan ik nog iets onderscheiden; proeft uw dienaar nog iets van wat hij eet en drinkt; luister ik nog naar zangers en zangeressen? Waarom zou uw dienaar mijn heer en koning tot last zijn?
35วัน​นี้​ข้า​อายุ​แปด​สิบ​ปี​แล้ว ยัง​แยกแยะ​ดี​ชั่ว​ได้​หรือ? ยัง​รู้​รส​อาหาร​หรือ​เครื่อง​ดื่ม​หรือ? ยัง​ได้ยิน​เสียง​ชาย​หญิง​ร้อง​เพลง​หรือ? ทำไม​ผู้รับใช้​ของ​ท่าน​จะ​ต้อง​เป็น​ภาระ​แก่​นาย​ของ​ข้า​ผู้​เป็น​กษัตริย์?
36Uw dienaar zou ternauwernood met den koning de Jordaan kunnen oversteken. Waarom zou de koning mij dus op deze wijze belonen?
36ข้า​ข้าม​แม่น้ำ​ไป​ส่ง​กษัตริย์​อีก​นิด​เดียว เหตุ​ใด​ท่าน​จะ​ต้อง​ตอบแทน​มากมาย?
37Laat uw dienaar terugkeren, en laat mij sterven in mijn woonplaats, bij het graf van mijn vader en moeder. Maar hier is uw dienaar Kimham; laat hem met mijn heer en koning oversteken, en doe met hem wat u goeddunkt!
37ขอ​ให้​ข้า​กลับ​ไป​ตาย​ที่​เมือง​ของ​ตน ใกล้​หลุม​ศพ​พ่อ​แม่ แต่​คิมฮาม​ผู้รับใช้​ของ​ท่าน​อยู่​ที่​นี่ ให้​เขา​ข้าม​ไป​กับ​นาย​ของ​ข้า​ผู้​เป็น​กษัตริย์​เถิด แล้ว​ท่าน​จะ​ปฏิบัติ​ต่อ​เขา​อย่างไร​ก็ได้​ตาม​ที่​ท่าน​เห็น​ว่า​ดี”
38Toen sprak de koning: Kimham zal met mij oversteken, en ik zal met hem doen wat u goeddunkt, en al uw wensen vervullen.
38กษัตริย์​ตอบ​ว่า “คิมฮาม​จะ​ข้าม​ไป​กับ​ข้า ข้า​จะ​ทำ​กับ​เขา​ตาม​ที่​เจ้า​ปรารถนา และ​จะ​ทำ​ทุก​สิ่ง​ที่​เจ้า​ขอ​จาก​ข้า”
39Terwijl al het volk de Jordaan overstak, bleef de koning nog staan, kuste Barzillai en nam afscheid van hem; en deze keerde naar zijn woonplaats terug.
39ผู้คน​ทั้งหมด​ข้าม​แม่น้ำ​จอร์แดน กษัตริย์​ก็​ข้าม​ไป​ด้วย ท่านจูบ​และ​ให้พร​บารซิลลัย แล้ว​บารซิลลัย​กลับ​ถิ่น​ของ​ตน
40Toen stak ook de koning over naar Gilgal, vergezeld van Kimham; en al het volk van Juda met een deel van het volk van Israël hielp den koning bij de overtocht.
40กษัตริย์​ข้าม​ไป​กิลกาล​โดย​มี​คิมฮาม​ไป​ด้วย ชาว​ยูดาห์​ทั้งหมด​กับ​ชาว​อิสราเอล​ครึ่ง​หนึ่ง​เป็น​ผู้​พา​กษัตริย์​ข้าม
41Maar nu kwamen alle Israëlieten tot den koning, en zeiden tot hem: Waarom hebben onze broeders, de Judeërs, u ingepalmd en den koning met zijn familie over de Jordaan gebracht, ofschoon álle mannen van David zijn volk zijn?
41ชาว​อิสราเอล​ทั้งหมด​มา​ถาม​กษัตริย์​ว่า “ทำไม​พี่​น้อง​ชาว​ยูดาห์​ของ​เรา​จึง​ชิง​พา​ท่าน​ไป พา​กษัตริย์ คนใน​บ้าน และ​คน​ของ​ดาวิด​ทั้งหมด​ข้าม​แม่น้ำ​จอร์แดน?”
42En heel Juda gaf Israël ten antwoord: Omdat de koning aan ons verwant is! Waarom zijt gij daar kwaad over? Hebben wij soms iets van den koning genoten, of heeft hij ons soms geschenken gebracht?
42ชาว​ยูดาห์​ตอบ​ชาว​อิสราเอล​ว่า “เพราะ​กษัตริย์​เป็น​ญาติ​ใกล้​ชิด​ของ​เรา พวก​เจ้า​จะ​โกรธ​ทำไม? เรา​ได้​กิน​อาหาร​จาก​กษัตริย์​หรือ​ได้​รับ​ของ​ขวัญ​อะไร​จาก​ท่าน​หรือ?”
43Maar Israël viel tegen de Judeërs uit: Tien delen van den koning behoren aan mij; bovendien ben ik met meer recht de eerstgeborene dan gij. Waarom hebt gij mij dan vernederd? Heb ik niet het eerst besloten, mijn koning terug te halen? Maar het antwoord van de Judeërs was nog heftiger, dan wat de Israëlieten hadden gezegd.
43ชาว​อิสราเอล​ตอบ​ชาว​ยูดาห์​ว่า “เรา​มี​ส่วน​ใน​กษัตริย์​สิบ​ส่วน เรา​จึง​มี​สิทธิ์​ใน​ดาวิด​มากกว่า​พวก​เจ้า ทำไม​พวก​เจ้า​ดู​หมิ่น​เรา ไม่​ถาม​ความ​เห็น​เรา​ก่อน​เรื่อง​รับ​กษัตริย์​ของ​เรา​กลับ​มา?” ชาว​ยูดาห์​ตอบโต้​ด้วย​ถ้อยคำ​รุนแรง​กว่า​ชาว​อิสราเอล

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.