1 Korintiers 11
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Weest mijn navolgers, zoals ik het ben van Christus!
1Будьте послїдувателями моїми, яко ж і я Христів.
2Ik prijs u, omdat gij bij allerlei zaken aan mij denkt, en vasthoudt aan de voorschriften, die ik u gegeven heb.
2Хвалю ж вас, браттє, що все моє памятаєте і, яко ж я передав вам, перекази держите.
3Welnu, ik wil, dat gij wèl bedenkt: het hoofd van iederen man is Christus; het hoofd van de vrouw is de man; het hoofd van Christus is God.
3Хочу ж, щоб ви знали, що всякому чоловікові голова Христос, голова жінцї чоловік, голова ж Христу — Бог.
4Iedere man, die bidt of profeteert met bedekt hoofd, doet zijn hoofd schande aan.
4Усякий чоловік, що молить ся або пророкує, покривши голову, осоромлює голову свою.
5Iedere vrouw daarentegen, die blootshoofds bidt of profeteert, doet haar hoofd schande aan; want dat is juist hetzelfde, als deed ze het met geschoren hoofd.
5Усяка ж жінка, що молить ся або пророкує, не покривши голови, осоромлює голову свою; одно ж бо воно й те саме, якби була й обголена.
6Ja, zo een vrouw zich niet bedekken wil, dan moet ze zich ook maar de haren doen knippen; en zo het voor een vrouw een schande is, zich kaal te laten knippen of scheren, dan moet ze zich ook maar bedekken.
6Коли бо не покриваєть ся жінка, нехай і стрижеть ся; коли ж сором жінцї стригти ся чи голити ся, нехай покриваєть ся.
7De man moet zijn hoofd niet bedekken, daar hij het evenbeeld is en de glorie van God; maar de vrouw is de glorie van den man.
7Чоловік бо не має покривати голови, образом і славою Божою бувши, жінка ж славою чоловічою.
8Want de man is niet uit de vrouw, maar de vrouw is uit den man;
8Бо не чоловік од жінки, а жінка від чоловіка.
9en de man is niet geschapen om de vrouw, maar de vrouw om den man.
9І не сотворено чоловіка ради жінки, а жінку ради чоловіка.
10En daarom moet de vrouw een macht over haar hoofd behouden ter wille der engelen.
10Тим і мусить жінка знак властї мати на голові ради ангелів.
11Toch blijft het waar: naar ‘s Heren plan is een vrouw er niet zonder man, maar ook is een man er niet zonder vrouw.
11Однако ж нї чоловік без жінки, нї жінка без чоловіка, в Господї.
12Want zoals de vrouw uit den man is ontstaan, zo ontstaat ook weer de man door de vrouw; en dit alles naar Gods beschikking.
12Бо як жінка від чоловіка, так і чоловік через жінку, все ж від Бога.
13Oordeelt nu zelf: Is het betamelijk, dat een vrouw bidt met onbedekt hoofd?
13Самі між собою судїть: чи личить жінцї непокритій молитись Богу?
14Leert toch de natuur zelf u niet, dat het voor den man een schande is, lang haar te dragen;
14Або чи не сама ж природа навчає вас, що коли чоловік має довге волоссє, то сором йому?
15terwijl het voor de vrouw een eer is, wanneer ze lang haar draagt; want de haardos is haar gegeven bij wijze van sluier.
15Жінка ж, коли має довге волоссє, се слава їй; бо волоссє замість покриття їй дано.
16En zo iemand nog andere bewijzen verlangt: wij hebben zulke gebruiken niet, en de gemeenten Gods evenmin.
16Коли ж хто єсть сварливим, то ми такого звичаю не маємо, нї церкви Божі.
17Bij de nu volgende vermaning kan ik u niet prijzen. Want gij komt niet samen tot uw heil, maar tot uw onheil.
17Се ж завіщаючи, не хвалю, що не на лучче, а на гірше збираєтесь.
18Vooreerst toch hoor ik, dat er bij uw bijeenkomsten in de kerk verdeeldheid onder u heerst; en gedeeltelijk geloof ik dit ook.
18Бо найперш, як сходитесь ви в церкву, чую, що буває роздїленнє між вами, й почасти вірю.
19Want het is nodig, dat er scheuringen onder u zijn, wil het blijken, wie onder u standvastig is.
19Треба бо й єресям між вами бути, щоб вірні між вами явились.
20Wanneer gij bijeen komt, dan is dat geen nuttigen van de Maaltijd des Heren.
20Як же сходитесь до купи, то не на те, щоб Господню вечерю їсти.
21Want iedereen begint zijn eigen maal vooruit te eten; en zó is de een hongerig, de ander over-verzadigd.
21Кожен бо свою вечерю попереду поїсть, і один голодує, другий же впиваєть ся.
22Hebt gij dan geen huizen, om te eten en te drinken? Of durft gij de kerk van God verachten, en hen die niets bezitten, vernederen? Wat zal ik u zeggen? Zal ik u prijzen? Op dit punt prijs ik u zeker niet.
22Хиба бо домів не маєте, щоб їсти й пити? чи церквою Божою гордуєте і осоромлюєте неимущих? Що ж вам сказати? чи похвалити вас у сьому? Не похвалю.
23Want ik zelf heb van den Heer ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd; dat de Heer Jesus in de nacht, dat Hij verraden werd, brood nam,
23Я бо прийняв од Господа, що й передав вам, що Господь Ісус тієї ночи, котрої був виданий, прийняв хлїб,
24een dankzegging sprak, het brak en zeide: “Dit is mijn Lichaam, dat voor u wordt overgeleverd. Doet dit tot mijn gedachtenis.”
24і, хвалу віддавши, переломив, і рече: Прийміть, їжте, се єсть тїло моє, що за вас ламлене; се робіть на мій спомин.
25Zo ook na de maaltijd de kelk, zeggende: “Deze kelk is het nieuwe Verbond in mijn Bloed. Doet dit, zo dikwijls gij drinkt, tot mijn gedachtenis.”
25Так само й чашу по вечері глаголючи: Ся чаша єсть новий завіт у крові моїй; се робіть, скільки раз пєте, на мій спомин.
26Welnu, zo dikwijls gij dit brood eet en de kelk drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt.
26Скільки бо раз їсте хлїб сей і чашу сю пєте, смерть Господню звіщаєте, доки (Він) прийде.
27Wie dus op onwaardige wijze het brood eet of de kelk des Heren drinkt, bezondigt zich aan het Lichaam en Bloed des Heren.
27Тим же, хто їсти ме хлїб сей і пити ме чашу Господню недостойно, винен буде тїла і крови Господньої.
28Laat dus een ieder zichzelf onderzoeken, en dan eerst eten van het brood en drinken van de kelk.
28Нехай же розгледить чоловік себе і так нехай хлїб їсть і чашу пє.
29Want wie eet en drinkt, eet en drinkt zich een oordeel, zo hij het Lichaam niet naar waarde beoordeelt.
29Хто бо їсть і пє недостойно, суд собі їсть і пє, нерозсуджаючи про тїло Господнє.
30Daarom zijn er onder u zoveel zwakken en zieken, en zijn er zovelen ontslapen.
30Того-то многі між вами недужі та слабі, й заснуло доволї.
31Zo we onszelf naar waarheid hadden beoordeeld, zouden we niet geoordeeld worden.
31Бо коли б ми самі себе розсуджували, то не були б осуджені.
32Welnu, als we door den Heer worden gèoordeeld, dan is dat voor ons een les, om niet met de wereld vèroordeeld te worden.
32Бувши ж осудженими, від Бога караємось, щоб з сьвітом не осудились.
33En daarom, mijn broeders, wanneer gij bijeenkomt om te eten, blijft dan op elkander wachten.
33Тим же, браттє моє, зійшовшись їсти, один одного дожидайте.
34Zo iemand honger heeft, dan moet hij thuis maar eten. Anders komt gij tot uw oordeel bijeen. De andere zaken zal ik wel regelen, wanneer ik kom.
34Коли ж хто голодний, дома нехай їсть, щоб на суд не сходились. Про остальне ж, як прийду, дам порядок.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.