1 Korintiers
Chapter 14
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Jaagt de liefde na, en streeft dan naar de Geestesgaven, doch naar het profeteren het meest.
1Дбайте про любов і жадайте духовного, найбільше ж, щоб пророкувати.
2Wie talen spreekt, spreekt niet voor mensen, maar voor God; want niemand verstaat hem, maar in geestverrukking spreekt hij geheimzinnige woorden uit.
2Бо, хто говорить (чужою) мовою, не людям говорить, а Богу; бо нїхто не чує (слухає) його; а духом він говорить тайне.
3Maar wie profeteert, spreekt voor mensen tot stichting, vermaning en troost.
3Хто ж пророкує, людям говорить на збудованнє, і напоминаннє і утїшеннє.
4Wie talen spreekt, sticht zichzelf; maar wie profeteert, sticht de gemeente.
4Хто говорить (чужою) мовою, себе збудовує; а хто пророкує, церкву збудовує.
5Ik wens u allen toe, dat gij in talen moogt spreken, maar meer nog, dat gij moogt profeteren; want hij die profeteert, overtreft hem die in talen spreekt, behalve als hij het ook vertolkt, zodat de gemeente er stichting uit trekt.
5Хочу ж, щоб усї ви говорили мовами, та раднїщ, щоб пророкували; більший бо хто пророкує, нїж хто говорить мовами, хиба що й вияснює, щоб церква збудованнє прийняла.
6Welnu broeders, als ik tot u kwam en in talen sprak, wat nut zou ik u stichten, zo ik niet tevens u toesprak met openbaring of kennis, met profetie of met lering?
6Тепер же, браттє, коли прийду до вас, мовами говорячи, то що вам за користь, коли вам не говорити му або одкриттєм, або знаннєм, або пророцтвом, або наукою?
7Het gaat er mee als met de levenloze muziekinstrumenten, fluit of citer; zo ze verwarde geluiden voortbrengen, hoe komt men dan te weten, wat er gefloten of getokkeld wordt?
7Ба й бездушне, що дає голос, чи сопілка, чи гуслї, коли різноти голосу не дає, як розуміти, що виграєть ся в сопілку або в гуслї.
8En zo een bazuin een bazuin onzekere klank uitstoot, wie maakt zich dan ten strijde gereed?
8Бо коли й сурма невиразний голос дає, то хто готовити меть ся до бою?
9Zo gaat het ook u met uw taal; zo gij geen verstaanbare woorden doet horen, hoe zal men dan begrijpen wat er gesproken wordt? Gij spreekt dan tegen de wind!
9Так само й ви, коли подасте мовою незрозуміле слово, як зрозумієть ся говорене? на вітер бо говорити мете.
10Er zijn in de wereld wie weet hoeveel talen, en geen enkele is er onverstaanbaar.
10Стільки, як от буває, родів слів на сьвітї, і нї одно з них без голосу.
11Maar wanneer ik de zin der taal niet versta, dan ben ik een barbaar voor iemand, die met me spreekt, en hij voor mij.
11Коли ж не зрозумію значіння слів, буду тому, хто говорить, чужоземець, і хто говорить, чужоземець менї.
12Zo moet ook gij, nu gij toch zo naar geestverrukking hunkert, er ijverig naar streven, om daarmee de stichting der gemeente zoveel mogelijk te bevorderen.
12Так і ви, коли дбаєте про дари духовні, то гледїть, щоб збагатїли ними на збудованнє церкві.
13Dus, hij die in talen spreekt, moet bidden, dat hij ook vertolken kan.
13Так, хто говорить (чужою) мовою, нехай молить ся, щоб міг вияснювати.
14Want wanneer ik in talen bid, dan bidt wel mijn geest, maar mijn verstand dient voor niets.
14Коли бо молюсь (чужою) мовою, дух мій молить ся, розуміннє ж моє безʼовочне.
15Hoe moet het dan? Ik wil bidden met mijn geest, maar ook bidden met mijn verstand; ik wil lofzingen met mijn geest, maar ook lofzingen met mijn verstand.
15Що ж (робити)? Молити мусь духом, молити мусь же й розуміннєм; співати му духом, співати му й розуміннєм.
16Want wanneer ge een dankzegging uitspreekt in geestverrukking, hoe zal dan iemand, die tot de oningewijden behoort, het “Amen” kunnen zeggen op uw dankzegging, daar hij niet weet, wat ge zegt.
16Бо коли благословити меш духом, то як той, хто займе місце невченого, скаже „амінь‟ на твоє дякуваннє, коли він не знає, що говориш.
17Zeker, gij van uw kant spreekt een schoon dankgebed uit, maar de ander wordt er niet door gesticht.
17Ти бо добре дякуєш, тільки ж другий не збудовуєть ся.
18Ik dank God, dat ik meer dan gij allen in talen spreek;
18Дякую Богу моєму, що я більш усїх вас говорю мовами.
19maar toch wil ik in de gemeente liever vijf woorden spreken met mijn verstand, om ook anderen te onderrichten, dan tienduizend in een taal.
19Тільки ж у церкві лучче менї пять слів промовити розуміннєм моїм, щоб і инших навчити, нїж десять тисяч слів (чужою) мовою.
20Broeders, weest geen kinderen in uw oordeel, maar weest onmondig in het kwaad en rijp in uw oordeel.
20Браттє, не бувайте дїти розуміннєм; нї, в лихому бувайте малолїтниками, у розумінню ж звершеними.
21In de Wet staat geschreven: ”Door mensen met vreemde taal, En door lippen van vreemden Zal Ik spreken tot dit volk; Ook dan zullen ze niet naar Mij horen. Spreekt de Heer.”
21В законї писано: Чужими язиками й чужими устами говорити му людям сим, та й так не послухають мене, глаголе Господь.
22De talen zijn dus een teken niet voor de gelovigen, maar voor de ongelovigen; de profetie daarentegen is niet voor de ongelovigen, maar voor hen, die geloven.
22Тим же язики на ознаку не тим, хто вірує, а невірним; пророцтво ж не невірним, а віруючим.
23Veronderstelt nu eens, dat heel de gemeente op één plaats bijeen is en allen in talen spreken, en dat er een oningewijde of een ongelovige binnenkomt; zullen ze dan niet zeggen, dat gij waanzinnig zijt?
23Коли оце зійдеть ся вся церква докупи, і всї чужими мовами заговорять, увійдуть же і невчені або невірні, то чи не скажуть, що ви дурієте?
24Maar zo allen profeteren, en er komt een ongelovige of oningewijde binnen, dan wordt hij door allen overtuigd, door allen geoordeeld,
24Коли ж усї пророкують і ввійде хто невірний або невчений, то від усїх буде докорений і від усїх суджений.
25en zijn hartsgeheimen worden blootgelegd; dan zal hij neervallen op zijn aangezicht, God aanbidden, en het openlijk verkondigen, dat waarlijk God in uw midden is.
25І так тайни серця його виявлять ся, і так припавши лицем, поклонить ся Богові, звіщаючи, що справдї з вами Бог.
26Hoe moet het dan, broeders? Bij uw samenkomsten mag elk iets hebben; de één een psalm, de ander een onderrichting, openbaring, taal of vertolking. Maar alles moet tot stichting geschieden.
26Що ж (треба робити), браттє? Коли сходитесь, і кожен псальму має, науку має, мову має, одкриттє має, виясненнє має, — усе на збудованнє нехай буде.
27Wanneer men in talen spreekt, dan geschiede het door twee, hoogstens drie, en op de beurt; en één moet het vertolken.
27Коли хто (чужою) мовою говорить, (говоріть) по двоє, а найбільш по троє, і чергами, а один нехай вияснює.
28Zo er geen tolk aanwezig is, dan moet men zwijgen in de gemeente, en slechts spreken voor zichzelf en voor God.
28Коли ж нема вияснювателя, то нехай мовчить у церкві; собі ж нехай говорить та Богові.
29Van de profeten mogen er twee of drie het woord voeren, en de anderen moeten het beoordelen.
29Пророки ж нехай по двоє і по троє говорять, а инші нехай міркують.
30En wanneer een ander, die er bij zit, een openbaring ontvangt, dan moet de eerste zwijgen.
30Коли ж другому, що сидить, одкриєть ся (що), перший нехай мовчить.
31Zeker, als het úw beurt is, moogt gij allen profeteren, opdat allen er uit leren, en allen worden vertroost.
31Можете бо всї один за одним пророкувати, щоб усї навчались і всї утїшались.
32Profeten-geesten toch zijn aan de profeten zelf onderworpen;
32І духи пророцькі пророкам корять ся.
33want God is geen God van wanorde, maar van vrede. Zoals het in alle gemeenten der heiligen gebeurt,
33Не єсть бо Бог безладу, а впокою, як по всїх церквах у сьвятих.
34moeten de vrouwen in de bijeenkomsten zwijgen. Want het is haar taak niet, te spreken; maar ze moeten onderdanig zijn, zoals de Wet het ook zegt.
34Жінки ваші в церквах нехай мовчять; бо не дозволено їм говорити, а щоб корили ся, яко ж закон глаголе.
35En wanneer ze inlichtingen verlangen, dan moeten ze thuis haar eigen man er naar vragen. Want het is voor een vrouw onbetamelijk, in de kerk het woord te voeren.
35Коли ж хочуть чого навчитись, нехай дома в своїх чоловіків питають; сором бо жінкам у церкві говорити.
36Is het woord Gods soms van u uitgegaan, of is het alleen tot u doorgedrongen?
36Хиба од вас слово Боже вийшло? або до вас одних досягло?
37Zo iemand zich voor een profeet of begenadigde houdt, hij erkenne, dat het een gebod des Heren is, wat ik u schrijf.
37Коли хто думає пророком бути або духовним, нехай розуміє, що те що пишу вам, се заповідї Господнї.
38En zo hij het miskent, dan worde hij zelf miskend.
38Коли ж хто не розуміє, нехай не розуміє.
39Zo dan, mijn broeders, beijvert u om te profeteren, en belemmert het spreken in talen niet.
39Тим же, браттє, бажайте пророкувати, та й говорити мовами не боронїть.
40Maar laat alles betamelijk en ordelijk gebeuren.
40Усе нехай поважно та до ладу робить ся.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.