1 Korintiers 6
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Wanneer iemand van u met een ander een geschil heeft, durft hij dan recht zoeken bij de ongerechtigen, en niet bij de heiligen?
1Не вже ж із вас хто сьміє, мавши дїло з другим, судитись перед неправедними, а не перед сьвятими?
2Weet gij dan niet, dat de heiligen de wereld zullen richten? En zo zelfs de wereld door u wordt gericht, zoudt gij dan onbevoegd zijn voor onbeduidende geschillen?
2Хиба не знаєте, що сьвяті сьвіт судити муть? а коли сьвіт судити меть ся од вас, то хиба ви не достойні найменших річей судити?
3Weet gij niet, dat wij engelen zullen richten? Hoeveel te meer dus de kwesties van het dagelijks leven.
3Хиба не знаєте, що ми ангелів судити мем, а не тільки житейські речі?
4En toch laat gij bij uw dagelijkse geschillen juist hen daarover zitting houden, die door de gemeente worden veracht.
4Коли ж маєте судитись про житейські речі, то хоч би упослїджених у церкві беріть за суддїв.
5Ik zeg het tot uw beschaming. Is er dan onder u geen enkel verstandig man, die tussen zijn broeders uitspraak zou kunnen doen?
5На сором вам глаголю: Хиба нема між вами й одного мудрого, котрий зміг би розсудити між братами своїми?
6In plaats daarvan daagt de ene broeder den ander voor het gerecht, en dan nog wel ten overstaan van ongelovigen.
6Нї, брат з братом судить ся, та ще й перед невірними!
7Ja, het is op zichzelf voor u al meer dan erg, dat gij met elkander geschillen hebt. Waarom lijdt gij niet liever onrecht? Waarom lijdt gij niet liever schade?
7І се вже зовсїм сором вам, що ви судитесь між собою. Чом би вам раднїщ кривди не терпіти? чом лучче не терпіти шкоди?
8In plaats daarvan doet gij zelf onrecht en schade, en dat nog wel aan broeders.
8Нї, ви самі кривдите, та обдираєте, та ще й братів.
9Weet gij dan niet, dat zij die onrecht doen, geen deel zullen hebben aan het koninkrijk Gods? Bedriegt u niet. Ontuchtigen, afgodendienaars, overspelers, wellustelingen, knapenschenners,
9Або хиба не знаєте, що неправедні царства Божого не наслїдять? Не обманюйте себе: нї блудники, нї ідолослужителї, нї перелюбники, нї пещені, нї мужоложники,
10dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en rovers zullen geen deel hebben aan het koninkrijk Gods.
10нї злодїї, нї зажерливі, нї пяницї, нї злоріки, нї хижаки царства Божого не наслїдять.
11En dit waren sommigen van u. Maar gij zijt rein gewassen, gij zijt geheiligd, gij zijt gerechtvaardigd in de naam van den Heer Jesus Christus en door den Geest van onzen God.
11А такими з вас деякі були; та ви обмились, та осьвятились, та оправдились імям Господа Ісуса і Духом Бога нашого.
12Alles is mij geoorloofd! Maar alles is niet heilzaam! Alles is mij geoorloofd! Maar ik zal me door niets laten overheersen!
12Все менї можна, та не все користне; все менї можна, та нїчому не дам орудувати мною.
13De spijzen zijn voor de buik, en de buik is voor de spijzen; maar God zal beide aan de vernietiging prijsgeven. Het lichaam daarentegen is niet voor de ontucht, maar het behoort aan den Heer, en de Heer aan het lichaam.
13Їжа про черево, й черево про їжу; Бог же те й те зруйнує. Тїло ж не про перелюб, а про Господа, а Господь про тїло.
14God heeft den Heer opgewekt, en Hij zal ook ons doen verrijzen door zijn kracht.
14Бог же Господа підняв, то й нас підійме силою своєю.
15Weet gij soms niet, dat uw lichamen ledematen zijn van Christus? Zal ik ze dan doen ophouden, ledematen van Christus te zijn, om er ledematen ener deerne van te maken! Dat nooit!
15Хиба не знаєте, що тїла ваші члени Христові? Узявши ж члени Христові, невже зроблю (їх) членами перелюбницї? Нехай не буде!
16Maar weet gij ook niet, dat hij, die zich met een deerne afgeeft, met haar één lichaam is? Want Hij zegt: “Deze twee zullen één vlees zijn.”
16Хиба не знаєте, що, хто пригорнеть ся до перелюбницї, той одно (з нею) тїло? Будуть бо, рече, вдвох одно тїло.
17Hij daarentegen, die den Heer aanhangt, is één geest met Hem.
17Хто ж пригорнеть ся до Господа, той один (з Ним) дух.
18Vlucht de ontucht! Iedere zonde, die de mens bedrijft, is buiten het lichaam, maar de ontuchtige zondigt tegen zijn eigen lichaam.
18Утїкайте від перелюбу. Усякий гріх, що робить чоловік, осторонь тїла; хто ж робить перелюб, проти свого тїла грішить.
19Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van den heiligen Geest, die in u woont, en dien gij van God hebt ontvangen; ook dat gij uzelf niet toebehoort,
19Хиба не знаєте, що тїло ваше храм Духа сьвятого, що (живе) в вас, котрого маєте від Бога, і ви не свої?
20daar gij duur zijt gekocht? Verheerlijkt dus God in uw lichaam!
20Ви бо куплені цїною; тим прославляйте Бога в тїлї вашому і в дусї вашому; вони Божі.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.