1 Korintiers
Chapter 6
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Chinese Union Vers…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Wanneer iemand van u met een ander een geschil heeft, durft hij dan recht zoeken bij de ongerechtigen, en niet bij de heiligen?
1你们中间有彼此相争的事,怎敢在不义的人面前求审,不在圣徒面前求审呢?
2Weet gij dan niet, dat de heiligen de wereld zullen richten? En zo zelfs de wereld door u wordt gericht, zoudt gij dan onbevoegd zijn voor onbeduidende geschillen?
2岂不知圣徒要审判世界吗?若世界为你们所审,难道你们不配审判这最小的事吗?
3Weet gij niet, dat wij engelen zullen richten? Hoeveel te meer dus de kwesties van het dagelijks leven.
3岂不知我们要审判天使吗?何况今生的事呢?
4En toch laat gij bij uw dagelijkse geschillen juist hen daarover zitting houden, die door de gemeente worden veracht.
4既是这样,你们若有今生的事当审判,是派教会所轻看的人审判吗?
5Ik zeg het tot uw beschaming. Is er dan onder u geen enkel verstandig man, die tussen zijn broeders uitspraak zou kunnen doen?
5我说这话是要叫你们羞耻。难道你们中间没有一个智慧人能审断弟兄们的事吗?
6In plaats daarvan daagt de ene broeder den ander voor het gerecht, en dan nog wel ten overstaan van ongelovigen.
6你们竟是弟兄与弟兄告状,而且告在不信 主 的人面前。
7Ja, het is op zichzelf voor u al meer dan erg, dat gij met elkander geschillen hebt. Waarom lijdt gij niet liever onrecht? Waarom lijdt gij niet liever schade?
7你们彼此告状,这已经是你们的大错了。为什么不情愿受欺呢?为什么不情愿吃亏呢?
8In plaats daarvan doet gij zelf onrecht en schade, en dat nog wel aan broeders.
8你们倒是欺压人、亏负人,况且所欺压所亏负的就是弟兄。
9Weet gij dan niet, dat zij die onrecht doen, geen deel zullen hebben aan het koninkrijk Gods? Bedriegt u niet. Ontuchtigen, afgodendienaars, overspelers, wellustelingen, knapenschenners,
9你们岂不知不义的人不能承受 神的国吗?不要自欺!无论是淫乱的、拜偶像的、奸淫的、作娈童的、亲男色的、
10dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en rovers zullen geen deel hebben aan het koninkrijk Gods.
10偷窃的、贪婪的、醉酒的、辱骂的、勒索的,都不能承受 神的国。
11En dit waren sommigen van u. Maar gij zijt rein gewassen, gij zijt geheiligd, gij zijt gerechtvaardigd in de naam van den Heer Jesus Christus en door den Geest van onzen God.
11你们中间也有人从前是这样;但如今你们奉主耶稣基督的名,并借着我们 神的灵,已经洗净,成圣,称义了。
12Alles is mij geoorloofd! Maar alles is niet heilzaam! Alles is mij geoorloofd! Maar ik zal me door niets laten overheersen!
12凡事我都可行,但不都有益处。凡事我都可行,但无论哪一件,我总不受它的辖制。
13De spijzen zijn voor de buik, en de buik is voor de spijzen; maar God zal beide aan de vernietiging prijsgeven. Het lichaam daarentegen is niet voor de ontucht, maar het behoort aan den Heer, en de Heer aan het lichaam.
13食物是为肚腹,肚腹是为食物;但 神要叫这两样都废坏。身子不是为淫乱,乃是为主;主也是为身子。
14God heeft den Heer opgewekt, en Hij zal ook ons doen verrijzen door zijn kracht.
14并且 神已经叫主复活,也要用自己的能力叫我们复活。
15Weet gij soms niet, dat uw lichamen ledematen zijn van Christus? Zal ik ze dan doen ophouden, ledematen van Christus te zijn, om er ledematen ener deerne van te maken! Dat nooit!
15岂不知你们的身子是基督的肢体吗?我可以将基督的肢体作为娼妓的肢体吗?断乎不可!
16Maar weet gij ook niet, dat hij, die zich met een deerne afgeeft, met haar één lichaam is? Want Hij zegt: “Deze twee zullen één vlees zijn.”
16岂不知与娼妓联合的,便是与她成为一体吗?因为主说:「二人要成为一体。」
17Hij daarentegen, die den Heer aanhangt, is één geest met Hem.
17但与主联合的,便是与主成为一灵。
18Vlucht de ontucht! Iedere zonde, die de mens bedrijft, is buiten het lichaam, maar de ontuchtige zondigt tegen zijn eigen lichaam.
18你们要逃避淫行。人所犯的,无论什么罪,都在身子以外,惟有行淫的,是得罪自己的身子。
19Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van den heiligen Geest, die in u woont, en dien gij van God hebt ontvangen; ook dat gij uzelf niet toebehoort,
19岂不知你们的身子就是圣灵的殿吗?这圣灵是从 神而来,住在你们里头的;并且你们不是自己的人,
20daar gij duur zijt gekocht? Verheerlijkt dus God in uw lichaam!
20因为你们是重价买来的。所以,要在你们的身子上荣耀 神。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.