1 Korintiers
Chapter 3
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Ook tot u, broeders, kon ik niet spreken als tot geestelijken, maar als tot vleselijken, als tot kinderkens in Christus.
1І я, браттє, не міг промовляти до вас, яко до духовних, а яко до тїлесних, яко до малолїтків у Христї.
2Melk heb ik u te drinken gegeven, geen vaste spijs; want gij kondt er nog niet tegen. En ook nu kunt gij het nog niet;
2Молоком поїв вас, а не стравою; ще бо не змогли (знести того), та ще й тепер не можете, ще бо ви тїлесні.
3want nog zijt gij vleselijk. Immers, wanneer er onder u naijver is en twist, zijt gij dan niet vleselijk, en wandelt gij niet volgens den mens?
3Коли бо між вами зависть та сварня, та незгода, то хиба ж не тїлесні ви й хиба не чоловічим робом ходите?
4Want zolang de één zegt: “Ik ben van Paulus”, en de ander: “Ik ben van Apollo”, zijt gij dan niet louter mensen?
4Коли бо каже хто: Я Павлів; другий же: Я Аполосів; то хиба ж не тїлесні ви?
5Wat toch is Apollo? Wat is Paulus? Dienaars, door wier toedoen gij het geloof hebt ontvangen; elk op de wijze als de Heer hem gegeven heeft.
5Хто ж Павел і хто Аполос? Та же ж вони тільки слуги, через котрих ви увірували, і як кому дав Господь.
6Ik heb geplant, Apollo heeft begoten, maar God heeft wasdom verleend.
6Я посадив, Аполос поливав, Бог же зростив.
7En daarom, noch hij die plant, noch hij die begiet, betekent iets, maar God die wasdom geeft.
7Тим то нїщо й той, хто садить, і хто поливає, а хто зрощує — Бог.
8Toch zijn ze één, hij die plant en hij die begiet; en elk zal zijn eigen loon ontvangen, overeenkomstig eigen arbeid.
8Хто ж садить і хто поливає, сї одно, кожний же прийме нагороду свою по своїм трудї.
9Wij zijn Gods medearbeiders; gij zijt Gods akker, Gods bouwwerk.
9Бо ми Божі помічники, ви Боже поле, Божа будівля.
10Volgens Gods genade, mij geschonken, heb ik als een wijs bouwmeester het fundament gelegd, en een ander bouwt er op. Maar iedereen moet toezien, hoe hij daarop bouwt.
10По благодатї Божій, даній менї, яко мудрий будівничий, положив я основину, инший же будує. Нехай же кожен дивить ся, як він будує.
11Want niemand mag een ander fundament plaatsen, dan wat gelegd is, en dat is Jesus Christus.
11Иншої бо підвалини нїхто не може положити окрім тієї, що положена, котра єсть Ісус Христос.
12Onverschillig of men op dit fundament voortbouwt met goud of zilver, met edelstenen, hout, stro of riet;
12Коли ж хто будує на сїй підвалинї з золота, срібла, дорогого каменя, дерева, сїна, очерету, —
13eens zal ieders werk bekend worden gemaakt. Immers de Dag zal het aantonen; want in vuur openbaart hij zich, en het vuur zal uitwijzen, van wat gehalte het werk van een ieder is.
13кожного дїло буде явне; день бо (Господень) покаже, тим що в огнї відкриєть ся, і яка в кожного робота, огонь випробує.
14Houdt het werk, dat hij heeft opgebouwd, stand, dan zal hij loon ontvangen.
14Коли робота встоїть, хто вибудував — прийме нагороду.
15Zo zijn werk verbrandt, dan zal hij schade lijden; hij zal wel behouden worden, maar zó, dat hij eerst door het vuur moet.
15Коли робота згорить, понесе шкоду, сам же спасеть ся, тільки так, як через огонь.
16Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat Gods Geest in u woont?
16Хиба не знаєте, що ви храм Божий, і Дух Божий живе в вас?
17Zo iemand Gods tempel ten verderve brengt, dan zal God ook hem verderven. Want heilig is Gods tempel, en dat zijt gij.
17Коли хто зруйнує Божий храм, зруйнує його Бог: бо храм Божий сьвят, котрий єсте ви.
18Niemand bedriege zichzelf Zo iemand wijs onder u meent te zijn, hij moet dwaas naar deze wereld worden, om wijs te zijn.
18Нехай нїхто себе не обманює. Коли хто між вами здаєть ся мудрим у віку сьому, нехай буде дурним, щоб бути премудрим.
19Immers de wijsheid dezer wereld is dwaasheid voor God. Want er staat geschreven: “Hij, die de wijzen in hun eigen arglistigheid vat.”
19Бо премудрість сьвіта сього — дурощі у Бога, писано бо: Спіймає премудрих в хитрощах їх.
20En eveneens: “De Heer weet, dat de gedachten der wijzen ijdel zijn.”
20І знов: Господь знає думки мудрих, що вони марні.
21Niemand mag dus op mensen roemen. Want alles is het uwe:
21Тим же нїхто нехай не хвалить ся в людях; все бо ваше:
22Paulus, Apollo, Kefas, wereld, leven, dood, heden, toekomst. Alles is het uwe;
22Чи то Павел, чи Аполос, чи Кифа, чи сьвіт, чи життє, чи смерть, чи теперішнє, чи будуче, — все ваше,
23maar gij behoort aan Christus, en Christus aan God.
23ви ж Христові, а Христос Божий.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.