Job
Chapter 29
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (Thai)
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Job vervolgde zijn rede, en sprak
1โยบ​กล่าว​ถ้อยคำ​เชิง​อุปมา​ต่อ​ไป​ว่า
2Ach, was ik als in vroeger maanden, In de tijd, toen God mij behoedde,
2“ถ้า​ผม​กลับ​ไป​เป็น​เหมือน​เดือน​ก่อนๆ ได้​ก็​คง​ดี เหมือน​วัน​ที่​พระเจ้า​ดูแล​ผม
3Toen Hij zijn lamp boven mijn hoofd liet stralen, En ik bij zijn licht door de duisternis ging;
3เมื่อ​ตะเกียง​พระองค์​ส่อง​เหนือ​ศีรษะ ผม​เดิน​ผ่าน​ความมืด​ได้​ด้วย​แสง​ของ​พระองค์
4Zoals ik was in mijn beste dagen Toen God mijn tent nog beschutte!
4เหมือน​เมื่อ​ผม​อยู่​ใน​วัย​รุ่งเรือง เมื่อ​มิตรภาพ​ของ​พระเจ้า​อยู่​ใน​เต็นท์​ผม
5Toen de Almachtige nog met mij was, Mijn kinderen mij nog omringden;
5เมื่อ​พระผู้ทรงฤทธิ์​ยัง​อยู่​กับ​ผม ลูกๆ อยู่​รอบ​ตัว
6Toen mijn voeten zich baadden in boter, De rots, waar ik stond, beken olie liet stromen;
6เมื่อ​ย่าง​ก้าว​ของ​ผม​อาบ​ชุ่ม​ด้วย​เนย หิน​เท​ลำธาร​น้ำมัน​ให้​ผม
7Als ik uitging naar de poort van de stad, En op het plein mijn zetel liet zetten:
7เมื่อ​ผม​ออก​ไป​ที่​ประตู​เมือง จัด​ที่​นั่ง​ไว้​ตาม​ถนน
8Trokken de jongemannen zich terug, zodra ze mij zagen, Rezen de grijsaards op en bleven staan,
8คน​หนุ่ม​เห็น​ผม​แล้ว​หลบ​ตัว คน​ชรา​ลุก​ขึ้น​ยืน
9Staakten de edelen hun gesprek En legden de hand op hun mond.
9เจ้าผู้ครองนคร​หยุด​พูด เอา​มือ​ปิดปาก
10De stem der leiders verstomde, Hun tong kleefde aan hun gehemelte vast;
10เสียง​ของ​ขุนนาง​เงียบ​ลง ลิ้น​ติด​เพดานปาก
11Toen het oor, dat het hoorde, mij gelukkig prees En het oog, dat het zag, mij bijval schonk!
11หู​ที่​ได้ยิน​ผม​อวยพร​ผม ตา​ที่​เห็น​ผม​ยกย่อง​ผม
12Want ik hielp den arme, die om bijstand riep, Den wees, die geen helper meer had;
12เพราะ​ผม​ช่วย​คนยากจน​ที่​ร้องขอ ช่วย​เด็กกำพร้าพ่อ​ที่​ไม่​มี​ใคร​ช่วย
13Dien de ondergang dreigde, zegende mij, Het hart der weduwe vrolijkte ik op;
13คำอวยพร​ของ​คน​ใกล้​พินาศ​มา​ถึง​ผม ผม​ทำให้​ใจ​หญิงม่าย​ร้อง​เพลง​ด้วย​ความยินดี
14Rechtschapenheid trok ik aan als een kleed, Mijn gerechtigheid als een mantel en kroon.
14ผม​สวม​ความเที่ยงธรรม มัน​เป็น​เสื้อผ้า​ของ​ผม ความยุติธรรม​เป็น​เหมือน​เสื้อ​คลุม​และ​มงกุฎ
15Ik was de ogen voor blinden, De voeten voor kreupelen;
15ผม​เป็น​ตา​ให้​คน​ตาบอด เป็น​เท้า​ให้​คน​ขา​เสีย
16Voor armen was ik een vader, Voor onbekenden onderzocht ik het pleit.
16ผม​เป็น​พ่อ​ให้​คนขัดสน สืบ​คดี​ให้​คน​ที่​ผม​ไม่​รู้จัก
17Maar den boosdoener brak ik de tanden, En rukte hem de prooi uit zijn kaken.
17ผม​หัก​ขากรรไกร​คน​ไม่เที่ยงธรรม ดึง​เหยื่อ​ออก​จาก​ฟัน​เขา
18Ik dacht bij mijzelf: Oud zal ik sterven Mijn dagen zullen talrijk zijn als het zand;
18ผม​คิด​ว่า ‘จะ​ตาย​ใน​บ้าน​ของ​ตัวเอง วัน​เวลา​ของ​ผม​จะ​มาก​เหมือน​ทราย
19Mijn wortel zal openstaan voor het water, De dauw op mijn takken vernachten;
19ราก​ผม​แผ่​ไป​ถึง​น้ำ น้ำค้าง​อยู่​บน​กิ่ง​ตลอด​คืน
20Mijn eer blijft steeds nieuw, Mijn boog wint aan jeugdige kracht in mijn hand!
20เกียรติยศ​ผม​ยัง​สดใหม่ คันธนู​ใน​มือ​แข็ง​แรง​ขึ้น​ใหม่’
21Ze luisterden zwijgend naar mij En wachtten mijn beslissing af;
21“ผู้คน​ฟัง​ผม​และ​รอ​คอย เงียบ​เพื่อ​ฟัง​คำแนะนำ
22Had ik uitgesproken, dan nam niemand het woord, Maar mijn rede druppelde op hen neer.
22เมื่อ​ผม​พูด​จบ พวกเขา​ไม่​พูด​ต่อ ถ้อยคำ​ผม​ตกลง​บน​พวกเขา
23Ze verlangden naar mij als naar regen, Met open mond als naar een late bui.
23พวกเขา​รอ​ผม​เหมือน​รอฝน ปาก​ดื่ม​เหมือน​รับ​ฝน​ฤดูใบไม้ผลิ
24Lachte ik hun toe, ze durfden het niet geloven, En vingen het stralen van mijn aangezicht op.
24ผม​ยิ้ม​ให้​เมื่อ​พวกเขา​ขาด​ความมั่นใจ พวกเขา​ไม่​ปฏิเสธ​แสง​จาก​ใบหน้า​ผม
25Bezocht ik hen, ik zat bovenaan, Troonde als een vorst bij zijn troepen, als een die treurenden troost.
25ผม​เลือก​ทาง​ให้​พวกเขา และ​นั่ง​เป็น​หัวหน้า อยู่​เหมือน​กษัตริย์​กลาง​กองทัพ เหมือน​คน​ปลอบ​ผู้​โศก​เศร้า

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.