Job 20
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Daarop nam Sofar van Naäma het woord en sprak:
1โศฟาร์ชาวนาอามาห์จึงตอบว่า
2Mijn inzicht dwingt mij tot antwoord, Omdat het in mij stormt,
2“ความคิดของผมจึงผลักให้ตอบ เพราะความร้อนใจภายใน
3Nu ik een grievend verwijt moet horen, En domme bluf mij antwoord geeft.
3ผมได้ยินคำตำหนิที่ทำให้ผมอับอาย วิญญาณแห่งความเข้าใจของผมจึงตอบ
4Weet ge dan niet, dat van de vroegste tijd af, Sinds de mens op de aarde werd geplaatst,
4คุณไม่รู้หรือว่า ตั้งแต่สมัยโบราณ ตั้งแต่มนุษย์ถูกวางไว้บนแผ่นดิน
5Het gejuich van den boze slechts korte tijd duurt, De vreugde van den goddeloze een ogenblik?
5ชัยชนะของคนชั่วอยู่เพียงสั้นๆ ความยินดีของคนไม่ยำเกรงพระเจ้าอยู่เพียงชั่วครู่?
6Al verheft zijn gestalte zich hemelhoog, En reikt zijn hoofd tot de wolken:
6แม้เขาสูงขึ้นไปถึงสวรรค์ ศีรษะถึงก้อนเมฆ
7Als zijn eigen drek verdwijnt hij voor immer, Die hem zagen, roepen: Waar is hij?
7เขาก็จะพินาศตลอดกาลเหมือนมูลของตน คนที่เคยเห็นจะถามว่า ‘เขาอยู่ไหน?’
8Spoorloos vervluchtigt hij als een droom, Wordt weggevaagd als een nachtgezicht;
8เขาจะหายไปเหมือนความฝัน หาไม่พบ ถูกไล่ไปเหมือนนิมิตยามค่ำคืน
9Het oog, dat hem zag, bespeurt hem niet langer, De plaats, waar hij woonde, aanschouwt hem niet meer.
9ตาที่เคยเห็นจะไม่เห็นเขาอีก ที่ที่เคยอยู่ก็จะไม่เห็นเขาอีก
10Zijn zonen bedelen bij armen, Zijn kinderen geven zijn rijkdom af;
10ลูกๆ ของเขาจะขอความเมตตาจากคนยากจน มือของเขาจะคืนทรัพย์สมบัติ
11En al is zijn gebeente vol jeugdige kracht, Het legt zich neer bij hem in het graf.
11กระดูกของเขาเต็มด้วยความหนุ่มแน่น แต่ความหนุ่มแน่นจะนอนในฝุ่นกับเขา
12Hoe zoet het slechte in zijn mond mag smaken, Hoe hij het onder zijn tong ook verbergt,
12“แม้ความชั่วหวานอยู่ในปาก แม้เขาซ่อนมันไว้ใต้ลิ้น
13Hoe hij het smekt en niet doorslikt, En het tegen zijn gehemelte houdt:
13แม้เขาทะนุถนอม ไม่ยอมปล่อย ยังอมไว้ในปาก
14Toch verschaalt zijn spijs in zijn ingewanden, Wordt in zijn binnenste adderengif;
14อาหารนั้นก็จะเปลี่ยนไปในท้อง กลายเป็นพิษงูเห่าในตัวเขา
15Hij slokt schatten in, maar braakt ze uit, God drijft ze weer uit zijn buik.
15เขากลืนทรัพย์สมบัติ แล้วจะอาเจียนออกมา พระเจ้าจะขับมันออกจากท้องเขา
16Adderengif moet hij drinken, Een slangentong zal hem doden;
16เขาจะดูดพิษงูเห่า ลิ้นงูพิษจะฆ่าเขา
17Hij zal geen beken van olie genieten, Geen stromen van honing en boter.
17เขาจะไม่ได้เห็นแม่น้ำ ลำธารที่ไหลด้วยน้ำผึ้งและเนย
18Zijn winst geeft hij terug, en slokt ze niet door, Verheugt zich niet in de vrucht van zijn handel;
18เขาจะคืนสิ่งที่หามาด้วยแรงงาน ไม่ได้กลืนกิน จะไม่ได้ยินดีกับทรัพย์ที่ได้มา
19Want hij heeft de armen verdrukt en verlaten, Hun huis geroofd, niet gebouwd.
19เพราะเขากดขี่และทอดทิ้งคนยากจน ยึดบ้านมาอย่างรุนแรง และจะไม่ได้สร้างมันขึ้น
20Omdat hij voor zijn buik geen verzadiging vond, Niets aan zijn eetlust ontsnapte,
20“เพราะภายในเขาไม่เคยสงบ เขาจะรักษาสิ่งที่ชื่นชอบไว้ไม่ได้สักอย่าง
21En niets aan zijn vraatzucht ontging: Daarom houdt zijn voorspoed geen stand!
21ไม่มีอะไรเหลือที่เขาไม่ได้กิน ความรุ่งเรืองของเขาจึงไม่ยั่งยืน
22Op het toppunt van zijn geluk wordt het hem bang, Wordt hij door al de slagen van rampspoed getroffen;
22ขณะที่เขามั่งมีเต็มที่ ความทุกข์จะตามทัน มือของทุกคนที่ทุกข์ยากจะเข้ามาเล่นงานเขา
23Terwijl hij zijn buik vult, laat God zijn ziedende toorn op hem los, Laat schichten regenen op zijn ingewanden.
23เมื่อเขากำลังจะเติมท้องให้เต็ม พระเจ้าจะเทความโกรธเกรี้ยวลงบนเขา มันจะตกเหมือนฝนขณะเขากิน
24Als hij vlucht voor de ijzeren wapenrusting, Doorboort hem de koperen boog,
24เขาจะหนีอาวุธเหล็ก แต่ลูกศรทองสัมฤทธิ์จะแทงทะลุ
25Puilt de schicht uit zijn rug, De bliksemende pijl uit zijn gal. Dan overvalt hem de doodschrik,
25เขาดึงมันออก มันออกมาจากตัวเขา ปลายที่แวววาวโผล่ออกมาจากตับของเขา ความน่าสะพรึงกลัวอยู่บนเขา
26De diepste duisternis houdt hem omvangen; Een vuur verslindt hem, dat niet is ontstoken, Vreet weg wat nog leeft in zijn tent.
26ความมืดทั้งปวงถูกเก็บไว้ให้ขุมทรัพย์ของเขา ไฟที่ไม่มีใครเป่าจะกินเขา จะเผาสิ่งที่เหลือในเต็นท์
27De hemelen openbaren zijn schuld, En de aarde staat tegen hem op;
27ฟ้าสวรรค์จะเผยความผิดของเขา แผ่นดินจะลุกขึ้นต่อสู้เขา
28Een stortvloed spoelt zijn woning weg, Een vloedgolf op de dag van zijn toorn!
28ทรัพย์ที่เพิ่มพูนในบ้านจะจากไป ไหลทะลักหายไปในวันแห่งความโกรธนั้น
29Dit is het lot van den boze, door God hem bedeeld, Het erfdeel, dat de Godheid hem toewijst!
29นี่คือส่วนที่คนชั่วได้รับจากพระเจ้า มรดกที่พระเจ้ากำหนดไว้ให้เขา”
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.