Job 23
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Job antwoordde, en sprak:
1โยบจึงตอบว่า
2Al weer heet mijn klagen verzet: Maar zijn hand dwingt mij tot zuchten!
2“แม้วันนี้ ผมก็ยังร้องทุกข์อย่างขัดขืน มือพระองค์ยังกดหนักทั้งที่ผมคร่ำครวญ
3Ach, dat ik Hem vinden kon, En voor zijn troon kon verschijnen!
3ถ้าผมรู้ว่าจะหาพระองค์ได้ที่ไหนก็คงดี! ถ้าไปถึงที่ประทับของพระองค์ได้
4Dan zette ik Hem mijn zaak uiteen, En vulde mijn mond met bewijzen;
4ผมจะเตรียมคดีต่อหน้าพระองค์ ให้ปากผมเต็มด้วยข้อโต้แย้ง
5Dan kende ik de woorden, waarmee Hij mij antwoordt, Vernam ik, wat Hij mij zegt.
5จะได้รู้คำที่พระองค์ตอบ เข้าใจสิ่งที่พระองค์บอก
6Zou Hij zijn macht in het geding moeten brengen? Neen, als Hij slechts naar mij hoorde!
6พระองค์จะใช้อำนาจมหาศาลต่อสู้กับผมหรือ? ไม่ พระองค์จะฟังผม
7Dan zou Hij bemerken dat er bij Hem een onschuldige pleit, En ik was voorgoed van mijn Rechter bevrijd!
7ที่นั่นคนซื่อตรงจะโต้แย้งเหตุผลกับพระองค์ได้ ผมจึงจะพ้นจากผู้ตัดสินตลอดไป
8Maar ga ik naar het oosten, Hij is er niet, Of naar het westen, ik bespeur Hem niet;
8“ถ้าผมไปตะวันออก พระองค์ก็ไม่อยู่ ไปตะวันตก ก็หาพระองค์ไม่พบ
9Ik zoek Hem ten noorden, ik vind Hem niet, Wend mij naar het zuiden, ik zie Hem niet.
9พระองค์ทำงานทางเหนือ แต่ผมมองไม่เห็น พระองค์หันไปทางใต้ แต่ผมก็ไม่เห็นพระองค์แม้เพียงแวบเดียว
10Het is, omdat Hij mijn wandel kent Omdat ik als goud te voorschijn zou treden, als Hij mij toetst:
10แต่พระองค์รู้ทางที่ผมเดิน เมื่อทดสอบแล้ว ผมจะออกมาเหมือนทองคำ
11Want mijn voet bleef steeds in zijn spoor, Ik hield zijn pad, en verliet het nooit!
11เท้าผมยึดก้าวของพระองค์ไว้ รักษาทางของพระองค์ ไม่หันออกไป
12Van het bevel zijner lippen week ik niet af, Het woord van zijn mond heb ik in mijn boezem bewaard:
12ผมไม่ถอยจากคำสั่งที่ริมฝีปากพระองค์พูด เก็บถ้อยคำจากปากพระองค์ไว้ยิ่งกว่าอาหารที่จำเป็น
13Maar wil Hij iets, wie kan Hem beletten, Begeert Hij iets, Hij voert het uit!
13แต่พระองค์ยืนอยู่ผู้เดียว ใครจะขัดขวางได้? พระองค์ปรารถนาสิ่งใด ก็ทำสิ่งนั้น
14Ja, Hij volbrengt, wat Hij over mij heeft besloten, Met al het andere, wat Hij heeft beschikt:
14พระองค์ทำสิ่งที่กำหนดไว้ให้ผม และยังมีสิ่งเช่นนี้อีกมากอยู่กับพระองค์
15En daarom ben ik voor Hem zo bang, Sidder ik, als ik aan Hem denk.
15ผมจึงหวาดกลัวเมื่ออยู่ต่อหน้าพระองค์ พอคิดถึง ก็กลัวพระองค์
16Het is God, die mijn hart murw heeft geslagen, De Almachtige, die mij verschrikt;
16พระเจ้าทำให้ใจผมหมดแรง พระผู้ทรงฤทธิ์ทำให้ผมหวาดผวา
17Neen, niet door de duisternis ben ik ontsteld Niet door het donker, dat mijn gelaat bedekt!
17เพราะผมไม่ได้ถูกกำจัดก่อนความมืดมา พระองค์ไม่ได้ซ่อนความมืดทึบให้พ้นหน้าผม
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.