Job 10
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Ik walg nu toch van het leven, En laat dus de vrije loop aan mijn klagen; Ik spreek in de bitterheid van mijn ziel,
1“ใจผมเหนื่อยหน่ายชีวิตนี้ ผมจะปล่อยคำร้องทุกข์ออกมาเต็มที่ จะพูดด้วยความขมขื่นในใจ
2En zeg tot God: Behandel mij niet als een schuldige; Laat mij weten, waarom Gij tegen mij strijdt!
2ผมจะบอกพระเจ้าว่า ‘อย่าตัดสินว่าข้าพเจ้าผิด โปรดบอกว่าทำไมพระองค์จึงต่อสู้กับข้าพเจ้า
3Brengt het U voordeel, dat Gij verdrukt, Dat Gij het werk uwer handen verwerpt, Maar de plannen der bozen begunstigt?
3พระองค์เห็นดีหรือที่จะกดขี่ ดูหมิ่นผลงานจากมือพระองค์เอง และยิ้มให้แผนของคนชั่ว?
4Hebt Gij ogen van vlees, Ziet Gij, zoals mensen dat doen;
4พระองค์มีดวงตาที่เป็นเนื้อหนังหรือ? มองเห็นเหมือนมนุษย์หรือ?
5Zijn uw dagen als die van een sterveling, Uw jaren als de levensduur van een mens:
5วันเวลาของพระองค์เหมือนของผู้ต้องตายหรือ ปีของพระองค์เหมือนปีของมนุษย์หรือ
6Dat Gij op zoek zijt naar mijn schuld, En naar mijn zonden blijft vorsen,
6จึงสอบสวนความผิดข้าพเจ้า และค้นหาบาปข้าพเจ้า?
7Ofschoon Gij weet, dat ik niet schuldig ben, En niemand mij uit uw hand kan redden?
7ทั้งที่พระองค์รู้ว่าข้าพเจ้าไม่ใช่คนชั่ว ก็ไม่มีใครช่วยข้าพเจ้าให้พ้นมือพระองค์ได้
8Uw eigen handen hebben mij gevormd en gewrocht, En nu zoudt Gij me weer gaan vernielen?
8“‘มือพระองค์ขึ้นรูปและสร้างข้าพเจ้าทั้งตัว แต่พระองค์กลับทำลายข้าพเจ้า
9Bedenk toch, dat Gij mij als leem hebt gekneed: En Gij voert mij terug naar het stof?
9ขอระลึกว่า พระองค์ปั้นข้าพเจ้าเหมือนดินเหนียว จะให้ข้าพเจ้ากลับเป็นฝุ่นอีกหรือ?
10Hebt Gij me niet als melk laten vloeien, En als kaas laten stremmen;
10พระองค์ไม่ได้เทข้าพเจ้าออกมาเหมือนน้ำนม ทำให้จับตัวเหมือนเนยแข็งหรือ?
11Mij niet bekleed met huid en met vlees, Met beenderen en spieren samengeweven?
11พระองค์หุ้มข้าพเจ้าด้วยหนังและเนื้อ สานข้าพเจ้าเข้าด้วยกันด้วยกระดูกและเอ็น
12In uw goedheid hebt Gij mij het leven geschonken Uw zorg heeft mijn adem bewaakt,
12พระองค์ให้ชีวิตและความรักเมตตาแก่ข้าพเจ้า การดูแลของพระองค์รักษาวิญญาณข้าพเจ้าไว้
13Maar dit was uw heimelijke toeleg daarbij, Ik weet, dat Gij dit hadt besloten:
13แต่พระองค์ซ่อนสิ่งเหล่านี้ไว้ในใจ ข้าพเจ้ารู้ว่าพระองค์คิดเช่นนี้
14Als ik zondigde, mij in het oog te houden, En mij mijn misdaad niet te vergeven;
14ถ้าข้าพเจ้าทำบาป พระองค์จะจับตาดู จะไม่ยกโทษความผิดให้ข้าพเจ้า
15Was ik schuldig: Wee mij! En was ik onschuldig, Toch zou ik mijn hoofd niet mogen verheffen, Zat van smaad en gedrenkt met ellende!
15ถ้าข้าพเจ้าชั่วร้าย ข้าพเจ้าก็วิบัติ แม้ข้าพเจ้าเที่ยงธรรม ก็ยังเงยหน้าไม่ได้ เพราะเต็มไปด้วยความอับอาย และตระหนักถึงความทุกข์ของตน
16Hief ik het op, Gij zoudt jacht op mij maken, als een luipaard, Mij telkens uw wondere macht laten voelen,
16ถ้าข้าพเจ้าเชิดหน้า พระองค์ก็ล่าข้าพเจ้าเหมือนสิงโต แสดงอำนาจต่อข้าพเจ้าอีกครั้ง
17Uw vijandschap jegens mij weer vernieuwen; Gij zoudt uw toorn op mij nog verdubbelen, Gij riept troepen en legers tegen mij op!
17พระองค์นำพยานมาปรักปรำข้าพเจ้าใหม่ เพิ่มความโกรธต่อข้าพเจ้า มีแต่การผลัดเปลี่ยนและสงครามอยู่กับข้าพเจ้า
18Waarom hebt Gij mij dan uit de schoot laten komen, Gaf ik de geest niet, eer een oog mij aanschouwde?
18“‘แล้วทำไมพระองค์ให้ข้าพเจ้าออกจากครรภ์? ข้าพเจ้าอยากสิ้นลมหายใจไปโดยไม่มีตาใดเห็น
19Dan was ik nu, als had ik nimmer bestaan, En was van de schoot naar het graf gedragen.
19คงเป็นเหมือนไม่เคยมีตัวตน ถูกนำจากครรภ์ไปสู่หลุมศพ
20Ach, mijn levensdagen zijn maar gering, Laat mij met rust, dat ik een weinig vreugde beleef,
20วันเวลาข้าพเจ้าเหลือเพียงน้อยนิดไม่ใช่หรือ? หยุดเถิด! ปล่อยข้าพเจ้าไว้ตามลำพัง ให้ได้รับความปลอบใจสักนิด
21Eer ik heenga, vanwaar ik niet terugkom, Naar het land van duisternis en schaduw des doods;
21ก่อนจะไปยังที่ที่กลับมาไม่ได้ สู่ดินแดนแห่งความมืดและเงาแห่งความตาย
22Naar het sombere land, waar wanorde heerst, De dag als een stikdonkere nacht!
22ดินแดนที่มืดเหมือนเที่ยงคืน ดินแดนแห่งเงาความตาย ไร้แบบแผนใดๆ ที่แม้แต่แสงก็เหมือนเที่ยงคืน’”
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.