Job 24
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Job antwoordde, en sprak Waarom zijn er door den Almachtige dan geen tijden bepaald, En aanschouwen zij, die Hem kennen, zijn dagen niet?
1“ทำไมพระผู้ทรงฤทธิ์จึงไม่กันเวลาไว้? ทำไมคนที่รู้จักพระองค์ไม่เห็นวันของพระองค์?
2Waarom verzetten dan de bozen de grensstenen, En beroven zij kudde en herder?
2มีคนย้ายหลักเขต แย่งฝูงสัตว์ไปเลี้ยงเอง
3Ze voeren den ezel der wezen weg, En leggen beslag op het rund van de weduwe;
3พวกเขาต้อนลาของเด็กกำพร้าพ่อไป เอาวัวของหญิงม่ายเป็นหลักประกัน
4De berooiden worden van de weg gedrongen, De armen in het land moeten zich allen verbergen;
4พวกเขาผลักคนขัดสนออกจากทาง คนยากจนในแผ่นดินต่างซ่อนตัว
5Als wilde ezels in de woestijn Trekken ze uit, om te zwoegen. Ze zoeken tot de avond naar buit, Maar geen brood voor hun kinderen!
5เหมือนลาป่าในทะเลทราย พวกเขาออกไปทำงาน ขวนขวายหาอาหาร ถิ่นทุรกันดารให้อาหารแก่ลูกๆ
6Ze roven des nachts de oogst van het veld, En zoeken de wijngaard der rijken af.
6พวกเขาตัดอาหารในทุ่ง เก็บผลองุ่นที่เหลือในสวนของคนชั่ว
7Naakt overnachten zij, zonder kleed, En zonder dekking tegen de kou;
7พวกเขานอนเปลือยตลอดคืน ไม่มีเสื้อผ้า ไม่มีอะไรคลุมในความหนาว
8Ze worden nat door de stortvloed der bergen, Drukken zich tegen de rotsen, omdat de schuilplaats ontbreekt
8พวกเขาเปียกฝนบนภูเขา กอดก้อนหินเพราะไม่มีที่กำบัง
9Ze rukken den wees van de moederborst af En nemen den zuigeling der armen tot pand.
9มีคนกระชากเด็กกำพร้าพ่อออกจากอก เรียกหลักประกันจากคนยากจน
10Naakt lopen ze rond, ongekleed, Zelf hongerig, moeten ze schoven torsen;
10จนพวกเขาต้องเดินเปลือย ไม่มีเสื้อผ้า หิวอยู่ แต่ต้องแบกฟ่อนข้าว
11Ze persen de olie tussen twee stenen, Treden de perskuip, maar lijden dorst.
11พวกเขาผลิตน้ำมันภายในกำแพงของคนเหล่านี้ ย่ำองุ่นในบ่อย่ำ แต่ทนหิวน้ำ
12Uit de stad stijgt het kermen der stervenden op, En roept de ziel der gewonden om hulp; Maar God luistert niet naar hun smeken, Hùn schenkt Hij geen aandacht!
12ผู้คนคร่ำครวญจากเมืองที่มีคนหนาแน่น ใจของคนบาดเจ็บร้องเรียก แต่พระเจ้าไม่ใส่ใจการกระทำที่โง่เขลานั้น
13En schuwen het licht; Ze kennen zijn wegen niet, En blijven niet op zijn paden.
13“คนเหล่านี้อยู่ในหมู่ผู้ขัดขืนแสง ไม่รู้จักทางของแสง ไม่อยู่บนเส้นทางของมัน
14Eer het licht wordt, maakt zich de moordenaar op, Om armen en berooiden te doden; En terwijl het nog nacht is, Sluipt hij rond als een dief.
14ฆาตกรลุกขึ้นเมื่อมีแสง ฆ่าคนยากจนและคนขัดสน ในยามค่ำคืน เขาเป็นเหมือนโจร
15Het oog van den overspeler maakt van de schemering gebruik; Hij denkt: Geen oog, dat mij ziet; Hij slaat zich een sluier voor het gezicht,
15ตาของคนล่วงประเวณีคอยพลบค่ำ คิดว่า ‘ไม่มีตาใดเห็นฉัน’ เขาปิดบังใบหน้า
16En breekt in het donker de huizen in. Maar zij sluiten zich op overdag, En willen van het daglicht niet weten;
16ในความมืด พวกเขาขุดทะลุบ้าน เก็บตัวในเวลากลางวัน ไม่รู้จักแสง
17Voor hen allen is de morgen als de schaduw des doods, Zodra het licht wordt, overvalt hen de doodschrik!
17เพราะยามเช้าเป็นเหมือนความมืดทึบสำหรับพวกเขาทุกคน พวกเขาคุ้นเคยกับความน่าสะพรึงกลัวของความมืดทึบ
18Die anderen vluchten weg voor de dag Zijn erfdeel ligt vervloekt in het land, Geen druiventreder trekt naar zijn wijnberg;
18“พวกเขาเป็นฟองบนผิวน้ำ ส่วนของพวกเขาบนแผ่นดินถูกสาปแช่ง พวกเขาไม่หันเข้าสู่ทางไปสวนองุ่น
19Zoals droogte en hitte het sneeuwwater slurpen, Zo slurpt de onderwereld den zondaar op.
19ความแล้งและความร้อนกลืนน้ำจากหิมะ เชโอลก็กลืนคนทำบาปเช่นกัน
20Door de moederschoot wordt hij vergeten, De wormen smullen van hem; Zijn naam wordt niet langer herdacht, Zijn ongerechtigheid geknakt als een boom.
20ครรภ์จะลืมเขา หนอนจะกินเขาอย่างเอร็ดอร่อย จะไม่มีใครจำเขาได้อีก ความไม่เที่ยงธรรมจะหักเหมือนต้นไม้
21Hij mishandelt de onvruchtbare, haar die niet baart, En behandelt de weduwe niet goed:
21เขากลืนกินผู้หญิงที่เป็นหมันและไม่มีลูก ไม่แสดงน้ำใจต่อหญิงม่าย
22Maar Hij, die tyrannen verplettert, Zal het wreken door zijn kracht!
22แต่พระเจ้าใช้กำลังรักษาผู้มีอำนาจไว้ คนที่ไม่มั่นใจในชีวิตก็ลุกขึ้น
23Hij is van zijn leven niet zeker, Gebroken de steun, waarop hij zich stut, En op zijn wegen ellende:
23พระเจ้าให้ความมั่นคงแก่พวกเขา พวกเขาพักพิงในนั้น ตาพระองค์เฝ้าดูทางของพวกเขา
24Een korte tijd rijst hij omhoog, dan is hij niet meer. Hij verdort als een kwijnende plant, Verlept als de top van een aar!
24พวกเขาถูกยกขึ้นสูง อีกไม่นานก็ไม่มีแล้ว พวกเขาถูกลดลง ถูกเอาไปเหมือนคนอื่นทุกคน ถูกตัดเหมือนยอดรวงข้าว
25Is het niet waar, wie overtuigt mij van leugen, En wie ontzenuwt mijn betoog?
25ถ้าไม่ใช่อย่างนี้ ใครจะพิสูจน์ว่าผมโกหก ทำให้คำพูดผมไร้ค่า?”
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.