Sirácida 35
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Quem guarda a Lei multiplica ofertas, e quem presta atenção aos mandamentos oferece sacrifício de comunhão.
1Wie de Wet onderhoudt, brengt vele offers; Wie de geboden vervult, een vrede-offer.
2Quem retribui uma bondade oferece flor de farinha, e quem dá esmolas oferece sacrifício de ação de graças.
2Wie de liefde beoefent, draagt een spijsoffer op; Wie een aalmoes geeft, een offer van dank.
3Afastar-se da maldade agrada ao Senhor, e afastar-se da injustiça é sacrifício de expiação.
3Een Gode behaaglijk offer is het, de zonde te mijden, En een zoenoffer, zich te onthouden van kwaad.
4Não apareça diante do Senhor de mãos vazias,
4Verschijn dus niet met lege handen voor Jahweh; Want dit alles moet geschieden, zoals het is voorgeschreven.
5pois todas essas coisas são feitas por causa do mandamento.
5Het offer van den brave is als vet op het altaar, Als een lieflijke geur voor den Allerhoogste;
6A oferta do justo enriquece o altar, e seu aroma agradável sobe diante do Altíssimo.
6Het offer van een rechtvaardige is welbehaaglijk, En zal voortdurend in herinnering blijven.
7O sacrifício do justo é aceitável e não será esquecido.
7Breng met gulheid Jahweh uw lof, En verminder de eerstelingen uwer handen niet;
8Glorifique o Senhor com generosidade e não diminua as primícias de suas mãos.
8Zet een vrolijk gezicht bij iedere gave, En offer blijmoedig uw tienden.
9Em cada oferta, mostre um rosto alegre e consagre seu dízimo com alegria.
9Geef aan God, naar gelang Hij u schonk, Met vreugde en naar uw vermogen;
10Dê ao Altíssimo conforme ele deu a você; dê generosamente, conforme suas possibilidades.
10Want Hij is een God van vergelding, Die u zevenvoudig teruggeeft.
11Pois o Senhor retribui e lhe retribuirá sete vezes mais.
11Tracht niet, Hem om te kopen, want Hij neemt het niet aan, En vertrouw niet op een offer van onrecht;
12Não planeje suborná-lo com presentes, pois ele não os aceitará. Não coloque sua esperança num sacrifício injusto, pois o Senhor é o juiz e com ele não há parcialidade.
12Want Hij is een rechtvaardig God, Hij kent geen aanzien des persoons.
13Ele não favorecerá ninguém contra o pobre e ouvirá a oração daquele que sofre injustiça.
13Hij is niet partijdig tegen den arme; Neen, Hij luistert naar het geween der verdrukten.
14De modo algum desprezará a súplica do órfão nem a da viúva quando derramar sua queixa.
14Hij wijst het zuchten der wezen niet af, Noch dat van de weduwe, als zij blijft klagen.
15As lágrimas da viúva não correm por suas faces? Seu clamor não se levanta contra aquele que as fez cair?
15Lopen de tranen haar niet langs de wangen, En getuigt niet haar zuchten tegen wie ze deed stromen?
16Quem serve a Deus segundo aquilo que lhe agrada será aceito, e sua súplica chegará até as nuvens.
16Haar klagen zal genade vinden, En haar smeken dringt door de wolken heen.
17A oração do humilde atravessa as nuvens; enquanto não chegar perto dele, não será consolado. Ele não desistirá até que o Altíssimo intervenha, julgue com justiça e execute o julgamento.
17Het schreien van den verdrukte dringt door de wolken, En rust niet, voordat het God heeft bereikt;
18O Senhor não demorará nem será paciente com eles até esmagar os lombos dos impiedosos. Retribuirá com vingança às nações até remover a multidão dos arrogantes e despedaçar os cetros dos injustos,
18Het wijkt niet, totdat de Allerhoogste er op neerziet, En de rechtvaardige Rechter recht heeft verschaft.
19até retribuir a cada pessoa segundo suas obras, e as obras dos homens segundo seus planos, até julgar a causa de seu povo e fazê-los alegrar-se em sua misericórdia.
19Neen, God zal niet dralen; Als een krijgsheld deinst Hij niet terug,
20A misericórdia é bem-vinda no tempo da aflição, como nuvens de chuva no tempo da seca.
20Tot Hij den verdrukker de lenden heeft verbrijzeld, En op de volkeren zijn wraak heeft gekoeld;
no verse 21 in this text
21Tot Hij de staf der trotsen heeft veroverd, En de schepter der bozen gebroken;
no verse 22 in this text
22Tot Hij den mens zijn werk heeft vergolden: Het eigenmachtige doen van de mensen;
no verse 23 in this text
23Tot Hij de zaak van zijn volk heeft beslecht, En het heeft verblijd met zijn heil!
no verse 24 in this text
24Lieflijk is zijn ontferming ten tijde van druk, Als een onweersbui ten tijde van droogte.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.