2 Koningen
Chapter 7
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Maar Eliseus sprak: Hoort het woord van Jahweh! Zo spreekt Jahweh! Morgen om deze tijd kost bij de poort van Samaria een maat meel een sikkel, en twee maten gerst evenveel.
1Елисей же заговорив: Слухайте слово Господнє! Тако глаголе Господь: Завтра о сїй добі міра пшеничньої передньої муки буде в воротях в Самариї по одному секлеві, а дві мірі ячменю тоже по одному секлеві.
2Maar de hopman, op wiens arm de koning leunde, riep den godsman toe: Al maakt Jahweh sluizen in de hemel, dan gebeurt dat nog niet! Eliseus hernam: Ge zult het met eigen ogen zien, maar er niet van eten.
2І відказав лицарь, що на його руку опирався царь, чоловікові Божому: Коли б Господь і отвори починив у небі, то й тодї як би воно могло статись? І відказав він: Побачиш своїми очима, та не їсти меш.
3Nu bevonden zich buiten de stadspoort vier melaatse mannen. Dezen zeiden tot elkander: Waarom zouden we hier blijven zitten, tot we dood zijn?
3Було ж чотири чоловіка прокажених, за ворітьми, й мовляли вони один одному: Чого нам тут седїти та дожидати смертї?
4Besluiten we de stad in te gaan, dan sterven we daar van de honger; blijven we hier, dan sterven we ook. We moesten dus maar naar het kamp der Arameën overlopen. Laten ze ons in het leven, dan blijven we leven; doden ze ons, dan sterven we maar.
4Коли поважимось увійти в город, байдуже, город опанувала голоднеча, й ми там помремо; зістанемося ж тут, мусимо й тутеньки померти. Тож ходїмо в Сирийський табір. Зіставлять нас в живих, так жити мемо; а повбивають, ну, то й помремо.
5Zo stonden ze dan tegen het vallen van de avond op, om naar het kamp der Arameën te gaan. Maar toen ze de rand van het kamp der Arameën hadden bereikt, vonden ze daar niemand.
5От і піднялись у вечірньому мороцї, щоб ійти в Сирийський табір. Як же дойшли до краю Сирийського табору, не було там нї чоловіка.
6Want de Heer had in het kamp der Arameën het gedruis van een groot leger met paarden en wagens doen horen, zodat ze tot elkander riepen: De koning van Israël heeft de koningen der Chittieten en van Moesri bezoldigd, om ons te overvallen!
6Бо дав Господь так, що в Сирийському таборі стало чути тупаннє коней й гуркіт колесниць та великого війська, так що вони мовляли одно одному: Певно царь Ізрайлїв понаймав царів Гетїйських і царів Египецьких, щоб напасти на нас!
7Zo waren ze bij het vallen van de avond op de vlucht geslagen; ze hadden hun tenten, hun paarden en ezels met het kamp, zoals het was, achtergelaten, en vluchtten nu om lijfsbehoud.
7От і рушили та й побігли в омрацї, й покинули свої намети й конї й осли — ввесь табір як стояв, та й повтїкали, аби вихопитись із душею.
8Toen de melaatsen dus aan de rand van het kamp waren aangekomen, gingen ze daar een tent binnen. Na gegeten en gedronken te hebben, namen ze er goud, zilver en kleren uit mee, en gingen heen, om het te verbergen. Daarna keerden ze terug, liepen een andere tent binnen, namen ook daar het een en ander weg, en gingen ook dat verbergen.
8Як же ті прокаженні прийшли до краю табору, увійшли вони в один намет, їли й пили, нахапали срібла, золота й одежі та й вийшли, те поховати. Потім зайшли в другий намет, набрали й там та й поховали.
9Toen zeiden ze echter tot elkaar: Wij handelen niet zoals het behoort. Vandaag is een dag van blijde verrassing, en wij houden ons stil. Wanneer wij wachten, tot het licht is, worden we strafbaar. Laat ons dus heengaan, om het aan het koninklijk paleis te berichten.
9Далїй же кажуть один одному: Не так ми зробимо: Сей день є дньом доброї вістї. Коли мовчати мем, і до ясного ранку ждати мем, так нас обвинуватять. Пійдїмо ж зараз та зʼясуймо про се в царській палатї.
10Bij de stad gekomen, riepen ze de poortwachters toe: We zijn naar het kamp der Arameën geweest, maar er was geen mens te horen of te zien; alleen de paarden en de ezels stonden er vastgebonden, en de tenten waren verlaten.
10Прийшовши до воріт, прикликали вони воротарів городських та й розповіли їм, кажучи: Ми подались були в Сирийський табір, та нема там нї чоловіка анї чути голосу людського, а тільки конї та осли попривязувані й намети, як були.
11Toen maakten de poortwachters alarm, en gaven het bericht door aan het koninklijk paleis.
11І пійшли воротарі та й передали вість в царську палату.
12Ofschoon het nog nacht was, stond de koning op, en zei tot zijn hovelingen: Ik zal u zeggen, wat de Arameën hebben gedaan. Ze weten, dat wij honger lijden; daarom zijn ze het kamp uitgegaan, en hebben zich in het veld verborgen. Ze denken: Nu komen ze zeker de stad uit, en kunnen wij ze levend grijpen en de stad binnentrekken.
12І піднявсь царь серед ночі й промовив до слуг своїх: Я вам скажу, що Сирийцї проти нас урядили: Вони знають, що ми голодуємо; от і покинули табір, щоб сховатись в полі, та й думають: Як повиходять вони з міста, то захопимо їх живцем та й уломимось у город.
13Maar een van de hovelingen antwoordde: Laat men een vijftal van de paarden nemen, die hier nog over zijn; ze zijn er toch niet veel beter aan toe, dan de troep, die al dood is. Laat ons die er aan wagen, om te zien wat er gaande is.
13І відказав один ізміж його слуг: Нехай беруть пять коней, що ще позоставались в містї, (бо лишь стілько їх і є в цїлій громадї Ізраїля, всї бо прочі обернено на харч), та пошлїмо їх на провідки.
14Ze kozen nu een paar ruiters uit, en de koning zond die het leger der Arameën achterna met het bevel, te gaan zien wat er aan de hand was.
14І взяли дві парі коней запряжених у колесницї й послав царь слїдом за Сирийцями з наказом: Ійдїте й роздивітесь.
15Zij reden hun dus achterna tot aan de Jordaan, en zagen, dat heel de weg vol lag met kleren en wapens, die de Arameën bij hun overijlde vlucht hadden weggeworpen. Daarop keerden zij terug, en meldden het den koning.
15І їхали вони аж до Йорданї, аж ось уся дорога встелена одежою й знаряддєм, що покидали Сирийцї в поквапних утеках. І вернулись посланцї та й донесли про се цареві.
16Toen liep het volk de stad uit, en plunderde het kamp der Arameën. En nu kostte inderdaad een maat meel en eveneens twee maten gerst slechts een sikkel, zoals Jahweh gezegd had.
16Тодї вийшов люд та й розграбив табір Сирийський, і була міра пшеничнього борошна по секлеві, а дві мірки ячменю по секлеві, по слову Господньому.
17De koning had den hopman, op wiens arm hij leunde, met het toezicht over de poort belast; maar het volk liep hem in de poort onder de voet. Zo stierf hij, zoals de godsman voorspeld had, toen de koning bij hem was gekomen.
17Царь же поставив того лицаря, що на його руку опирався, доглядником у воротях; і роздавив його народ у воротях і він умер, як сказав чоловік Божий, коли говорив, як прийшов був до його царь.
18Toen immers de godsman tot den koning gezegd had, dat de volgende dag om dezelfde tijd in de poort van Samaria een maat meel en eveneens twee maten gerst slechts een sikkel zouden kosten,
18А казав тодї чоловік Божий цареві так: Дві мірки ячменю стояти муть завтра о сїй добі в Самарийських воротях один секель, а мірка лучшого борошна один секель;
19had de hopman den godsman toegeroepen: Al maakt Jahweh sluizen in de hemel, dan gebeurt dat nog niet! En deze had toen geantwoord: Gij zult het met eigen ogen zien, maar er niet van eten.
19Тодї лицарь відповів був чоловікові Божому: Коли б Господь і отвори починив у небі, то й тодї як би воно могло статись? І відказав йому: Побачиш своїми очима, та не їсти меш.
20Zo is het ook gebeurd; want hij werd in de poort door het volk onder de voet gelopen en stierf.
20Так і сталось йому, бо люд потолочив його в воротях, так що він і вмер.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.