2 Koningen
Chapter 5
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Er leefde toen een zekere Naäman, die legeroverste was van den koning van Aram. Hij was een man van invloed, en stond in hoog aanzien bij zijn heer, omdat Jahweh door hem aan de Arameën een overwinning geschonken had. Maar de man was melaats.
1Неєман, гетьман царя Сирийського, був великим чоловіком у свого пана й високо поважаний, бо через його дарував Господь побіду Сирийцям; і був він чоловік хоробрий, але прокаженний.
2Nu waren er vroeger in het land van Israël aramese benden op strooptocht geweest, en hadden daar een nog jong meisje geroofd. Dit was nu in dienst bij de vrouw van Naäman.
2Раз у походї зайняли Сирийцї дївчинку з землї Ізраїлської в полонь, і вона служила у супруги Неєманової.
3Ze zei tot haar meesteres: Was mijn meester maar eens bij den profeet in Samaria; die zou hem wel van zijn melaatsheid genezen.
3І сказала вона своїй панї: Ой коли б мій пан та побував у пророка, що в Самариї, той вигоїв би його з прокази.
4Nu ging Naäman naar zijn heer en sprak: Zo en zo heeft het meisje uit het land van Israël gezegd.
4І пійшов він до свого пана та й переказує йому: Так і так говорить служебка, що з землї Ізраїлської.
5Toen zei de koning van Aram: Ga er dan heen; ik zal een schrijven zenden aan den koning van Israël. Hij ging dus op weg, en nam tien talenten zilver, zesduizend gouden sikkels en tien stel feestgewaden mee.
5І каже царь Сириський: Ійди, та побувай у його, а я пішлю письмо до царя Ізраїлського. От і вибрався він і взяв із собою десять талантів срібла, шість тисяч секлів золота й десять перемін одежі;
6Aan den koning van Israël bracht hij een schrijven over van de volgende inhoud: Tegelijk met deze brief zend ik u mijn dienaar Naäman, opdat gij hem van zijn melaatsheid geneest.
6І передав цареві Ізраїлському лист, а в йому стояло: Як прийде сей лист до тебе, так знай, послав я до тебе слугу мого Неємана, щоб ти вигоїв його з прокази.
7Zodra de koning van Israël de brief had gelezen, scheurde hij zijn klederen en sprak: Ben ik dan een God, die kan doden en levend maken, dat hij een man naar mij toe stuurt, om hem van zijn melaatsheid te genezen? Ziet ge nu wel, dat hij een voorwendsel tegen me zoekt?
7Як прочитав царь Ізраїлський письмо, так роздер на собі одежу та й каже: Хиба ж я Бог, що робить і мертвими й живими, що він менї приказує, вигоїти чоловіка з його прокази? Тепер вам явно, як він шукає зачепки!
8Toen de godsman Eliseus hoorde, dat de koning van Israël zijn klederen gescheurd had, liet hij den koning zeggen: Waarom scheurt ge uw klederen? Laat hem bij mij komen; dan zal hij zien, dat er een profeet is in Israël.
8Скоро ж довідавсь Елисей, чоловік Божий, що царь Ізраїлський роздер одїж на собі, послав до царя й велїв сказати йому: Нащо роздер єси одїж на собі? Нехай лиш прийде до мене, так знати мете, що в Ізраїлї є пророк.
9Naäman ging dus met zijn paarden en wagens naar Eliseus, en hield stil voor de ingang van zijn huis.
9От і прибув Неєман із кіньми своїми й колесницею перед ворота господи Елисеїної.
10Maar Eliseus liet hem door een boodschapper zeggen: Ga u zeven maal wassen in de Jordaan; dan wordt uw vlees weer gezond en rein.
10І вислав Елисей слугу до його й звелїв сказати: Ійди та викупайся сїм раз у Йорданї, так тїло твоє знов посьвіжіє й будеш чистим.
11Hierover verstoord liep Naäman weg en riep uit: Ik had gedacht, dat hij zelf wel naar buiten zou komen, om over mij de naam van Jahweh, zijn God, aan te roepen, met zijn hand over de plek te strijken, en zo de melaatsheid te genezen.
11Неєман розгнївавсь та й відойшов із словами: А я думав, що він до мене вийде й, приступивши, призове ймя Господа, Бога свого, й доторкнеться рукою своєю прокази та уздоровить мене.
12Zijn de rivieren van Damascus, de Albana en de Parpar, soms niet beter, dan al de wateren van Israël! Kan ik daar niet gaan baden, om rein te worden? En hij keerde zich om, en ging toornig heen.
12Чи то ж ріки Дамаські, Абана та Фарфар не лучші, нїж води в Йорданї? Хиба ж менї не можна було б викупатись у них та й очиститись? От і одвернувся й відойшов в гнїві.
13Maar zijn dienaren trachtten hem te overreden, en zeiden: Vader, wanneer de profeet u iets moeilijks had voorgeschreven, dan hadt ge het zeker gedaan. Waarom dan niet, nu hij zegt: “Was u en ge wordt rein.”
13І приступили слуги його й промовили до його словами: Коли б тобі, батеньку, пророк наказав зробити що важке, так хиба ж ти не зробив би? А надто, коли він тобі сказав: Викупайсь, так будеш чист.
14Toen ging hij naar de Jordaan, en dompelde zich daar zeven maal onder, zoals de godsman gezegd had. En zijn lichaam werd weer als dat van een kind; hij was rein.
14І пійшов він та й викупавсь сїм раз у Йорданї, поринаючи, як звелїв чоловік Божий, й осьвіжіло тїло його, як у молодого хлопця, і він очистивсь.
15Nu keerde hij met heel zijn gevolg naar den godsman terug. Hij ging binnen, trad eerbiedig naar voren en sprak: Nu weet ik, dat er op de hele aarde geen God is tenzij in Israël! Wil daarom een huldeblijk van uw dienaar aanvaarden.
15І вернувся він із усїма супровідниками своїми до чоловіка Божого, а прибувши, приступив перед його та й каже: Знай, тепер я зрозумів, що нема Бога на всїй землї, тільки в Ізраїлї. Прийми ж гостинець від слуги твого.
16Maar Eliseus antwoordde: Zo waar Jahweh leeft, voor wiens aanschijn ik sta; ik neem niets aan. En hoe Naäman ook aandrong, iets aan te nemen, hij bleef weigeren.
16Він же каже: Так певно, як живе Господь, що стою в його службі: не прийму нїчого! І хоч той намагався, щоб узяв, він затявся брати.
17Toen zeide Naäman: Zoals ge wilt; maar verleen aan uw dienaar de gunst, zoveel aarde mee te nemen, als een koppel muildieren kan dragen; want uw dienaar wil geen brand- of slachtoffer meer opdragen aan een anderen God, dan aan Jahweh alleen1.
17І сказав Неєман: Коли не хочеш, так нехай менї, слузї твойму, дадуть землї, скілько зможуть повезти два мули, бо твій раб із сього часу не приносити ме нї всепалення, нї иншої жертви нїяким иншим богам, тільки Господеві.
18Dit ene moge Jahweh uw dienaar vergeven: Wanneer mijn meester naar de tempel van Rimmon gaat, om hem daar te aanbidden, steunt hij op mijn arm, zodat ik mij wel moet neerbuigen in de tempel van Rimmon, wanneer hij er zich neerbuigt; dit moge Jahweh mij dus vergeven.
18Та в одному тільки нехай Господь вибачить кметеві твойму: коли мій пан пійде в Риммонів храм, щоб там помолитись, і обіпреться при тому на мою руку, так що з ним і я припаду ʼк землї в Риммоновому храмі, так нехай Господь вибачить у тому твойму кметеві.
19Eliseus zeide hem: Ga in vrede! Maar toen Naäman een eind op weg was,
19Він же рече йому: Йди з упокоєм. І відїхав той від його, та й уїхав невелику просторонь дороги;
20zeide Gechazi, de dienaar van den godsman Eliseus, bij zichzelf: Mijn heer heeft dien Arameër Naäman wel gespaard, door niets van hem aan te nemen van al wat hij meebracht. Zo waar Jahweh leeft; ik loop hem achterna, en zie wat van hem te krijgen.
20Аж ось сказав (собі) слуга Елисея, Божого чоловіка: Ощаджував мій пан сього Сирийця Неємана та й не прийняв того, що він привіз. Так певно, як живе Господь, мушу наздогнати його та й випрошу що небудь.
21Gechazi ging Naäman dus achterna. En toen Naäman zag, dat hij hem achterop kwam, sprong hij van zijn wagen, liep hem tegemoet en vroeg: Is alles wel?
21От і побіг Гієзій нагонця за Неєманом. Неєман же, постерігши, що він біжить, скочив із колесницї зустріч йому та й питає: Чи все гаразд?
22Hij antwoordde: Ja; maar mijn meester stuurt mij met deze boodschap: Zo juist zijn van het gebergte van Efraïm twee jonge mannen, profetenzonen, bij mij aangekomen; wees zo goed, en geef hun een talent zilver en twee stel feestgewaden.
22Відказав той: Усе. Послав мене пан мій і звелїв сказати тобі: Саме прийшло до мене з Ефраїмових гір двоє молодиків із синів пророцьких; тож дай про їх талант срібла та дві переміни одежі.
23Naäman antwoordde: Doe mij een genoegen en neem twee talenten. En hij bleef er op aandringen. Ten slotte deed hij twee talenten zilver in twee buidels, en gaf ze met twee stel feestgewaden aan twee knechten, die ze voor Gechazi uitdroegen.
23І відказує Неєман: Зроби менї ласку й возьми два таланти! Та й упросив його й завязав два таланти срібла в два мішки й дві переміни одежі та й оддав те двом слугам своїм, і понесли вони поперед його.
24Bij de heuvel gekomen, nam deze ze van hen over, borg ze in zijn woning op, en zond de mannen weg.
24Дійшовши ж він до узгірря, узяв (все) од них, сховав у господї й одпустив людей, і вони відійшли.
25Daarna begaf hij zich naar zijn heer. Maar zodra hij voor Eliseus verscheen, vroeg deze hem: Waar komt ge vandaan, Gechazi? Hij antwoordde: Uw dienaar is nergens heen geweest.
25Як же він увійшов до свого пана, спитав Елисей: Звідки, Гієзію? Він відказав: Твій кміть не виходив нїкуди.
26Maar Eliseus sprak tot hem: Vergezelde mijn geest u niet, toen de man van zijn wagen sprong, en u tegemoet liep? Nu hebt ge geld aangenomen, waar ge kleren, olijftuinen en wijngaarden, schapen en runderen, slaven en slavinnen voor kunt kopen;
26Він же рече йому: Хиба дух мій не був при тому, як вернувся назустріч тобі той чоловік із своєї колесницї? Оце ж ти здобув гроші, й здобув одїж, щоб закупити оливні сади, виноградники, вівцї, воли, раби й рабинї;
27maar de melaatsheid van Naäman zal u en uw nageslacht voor altijd bijblijven. En hij ging van hem weg, sneeuwwit van melaatsheid.
27Але ж і проказа Неєманова вчепиться тебе й твоїх потомків по вічні часи. І вийшов він од його, побілївши, як снїг, від прокази.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.