2 Koningen 11
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Toen Atalja, de moeder van Achazja, zag, dat haar zoon gestorven was, roeide zij de hele koninklijke familie uit.
1Як довідалася ж Аталїа, мати Охозії, що син її вмер, узялась до дїла та й вигубила всю царську родину.
2Maar Jehosjéba, de dochter van koning Joram en zuster van Achazja, nam Joasj, den zoon van Achazja, heimelijk weg uit de kring der prinsen, die ten dode waren opgeschreven, en bracht hem met zijn voedster naar een slaapkamer, waar zij hem voor Atalja verborg. Zo ontsnapte hij aan de dood.
2Йосабет же, дочка царя Йорама, а сестра Охозієва, взяла Йоаса Охозієнка, та й вивела потай зсеред царевичів, що їх убивано, разом із його мамкою в опочивальню; й утаїла його від Аталїі, щоб його не страчено.
3Zes jaar lang bleef hij bij haar in het huis van Jahweh verborgen, terwijl Atalja het land regeerde.
3І переховувано його при їй у домі Господньому шість лїт, тим часом як Аталїя царювала над землею.
4Maar in het zevende jaar liet Jehojada de honderdmannen der Kariërs en de soldaten bij zich ontbieden. Hij bracht ze binnen de tempel van Jahweh, en sloot met hen een verbond, dat hij hen voor het aanschijn van Jahweh met een eed liet bezweren. Toen toonde hij hun den zoon van den koning.
4У сьомому роцї послав Йодай та й взяв сотників і прибічників, і завів їх із собою в храм Господень. Там зробив з ними вмову й заприсяг їх в храму Господньому та й показав їм царевича.
5Daarop gaf hij hun het volgende bevel: Ziehier wat ge moet doen! Een derde van hen, die aanstaande sabbat voor het koninklijk paleis de wacht gaan betrekken, moet post vatten bij de hoofdingang;
5І дав їм наказ: От що вчинїте: третина вас, що приходить у суботу, буде сторогувати при царській палатї;
6een derde bij de poort van Soer, en een derde bij de soldatenpoort. Die bewaken dan het koninklijk paleis.
6Третина у воротях Сур; третина у воротях позад дому щитоносцїв; і держіте сторожу над домом, щоб не було ушкоди;
7De beide afdelingen van u, die aanstaande sabbat de tempelwacht betrekken of worden afgelost,
7А дві частї з вас, із усїх, що відходять у суботу, будуть держати сторожу при храму Господньому коло царя:
8moeten zich tezamen rond den koning scharen met de wapens in de hand, en iedereen doden, die de gelederen tracht te verbreken. Die blijven bij den koning, waar hij ook gaat of staat.
8І обступіть царя навкруги, кожен із своєю зброєю в руцї, й хто протиснувся б у ряди, тому смерть; і будьте при царі, як він виходити ме й як уходити ме.
9De honderdmannen nu volbrachten alles wat de priester Jehojada hun bevolen had. Ieder van hen nam zijn mannen mee, die op bedoelde sabbat de wacht kwamen aflossen of afgelost werden, en ging naar den priester Jehojada toe;
9І вчинили сотники притьма так, як наказав первосьвященник Йодай, й взяв кожний людей своїх, що приходили в суботу й відходили в суботу, й прийшли до сьвященника Йодая.
10en deze reikte aan de honderdmannen speren en de schilden van koning David uit, die in de tempel van Jahweh werden bewaard.
10І роздав сьвященник сотникам списи й щити царя Давида, що були в храму Господньому.
11En toen de soldaten, met de wapens in de hand, rechts en links van de tempel hadden post gevat, met het gezicht naar het altaar en de tempel gekeerd, om zo den koning te kunnen omringen,
11І поставали прибічники, кожен із зброєю в руцї своїй, від правого боку храму до лївого боку жертівника й дому, навкруги царя.
12bracht Jehojada den zoon van den koning naar buiten, zette hem een diadeem op het hoofd, deed hem de armbanden aan, en zalfde hem tot koning. En allen klapten in de handen en riepen uit: Leve de koning!
12І вивів він царевича й вложив на його вінець і украси, й поставили його царем, й помазали його та й викликували, плещучи в долонї: Нехай живе царь!
13Toen Atalja het volk hoorde juichen, liep zij naar de samengeschoolde menigte in de tempel van Jahweh.
13Почувши ж Аталїя виклики люду, пійшла до народу у храм Господень.
14En zodra zij daar den koning volgens gebruik op een verhoging zag staan, omringd door de krijgsoversten en trompetters en heel het gewone volk onder jubel en trompetgeschal, scheurde Atalja haar klederen en riep: Verraad, verraad!
14І бачить, аж царь стоїть на підвисшенню по звичаю, а отаманнє й трубачі при царі, а ввесь нарід землї веселиться й трублять у труби. І роздерла Аталїя одежу на собі й промовила: Змова! змова!
15Maar de priester Jehojada gelastte de bevelvoerende honderdmannen: Leidt haar tussen de gelederen door buiten de tempel, en doodt met het zwaard iedereen, die haar wil volgen. Want de priester had zich voorgenomen, haar niet in de tempel van Jahweh te doden.
15Та сьвященник Йодай звелїв старшинї військовій, й сказав їм: Виведїть її поза ряди, а хто за нею пійде, вбивайте мечем, бо задумав був сьвященник, щоб не вбивати її в храму Господньому.
16Ze namen haar dus gevangen, en toen ze door de ingang der paarden het koninklijk paleis had bereikt, werd zij daar gedood.
16І наложили руки на її, й вона перейшла через кінській увіход ід царській палатї, й там її вбито.
17Nu sloot Jehojada een verbond tussen Jahweh en den koning met net volk, dat net weer een volk van Jahweh zou zijn.
17І вчинив Йодай умову між Господом і царем та народом, щоб був народом Господнїм, та між царем і народом.
18Toen liep al het gewone volk naar de tempel van Báal en verwoestte hem; zij vernielden de altaren, sloegen de beelden kort en klein, en doodden den Báalpriester Mattan voor het altaar. Nadat de priester Jehojada wachtposten in de tempel van Jahweh had geplaatst,
18І подавсь увесь люд землї до храму Баалового та й зруйнували жертівники його й порозбивали зовсїм образи його, а Маттана, Баалового жерця, вбили перед жертівником. І приставив сьвященник сторожу до храму Господнього.
19geleidde hij, vergezeld van de honderdmannen, de Kariërs, de soldaten en de hele volksmenigte, den koning uit de tempel van Jahweh door de soldatenpoort naar het koninklijk paleis, waar de koning plaats nam op de troon.
19І взяв сотників і прибічників хелетеїв та фелетеїв, і ввесь народ землї, й провели царя з храму Господнього, й прийшли дорогою через ворота щитоносцїв в царську палату, й засїв він на царському престолї.
20Heel het volk verheugde zich, en de stad bleef rustig, daar Atalja in het koninklijk paleis met het zwaard was gedood.
20І звеселивсь увесь народ землї, й був город заспокоєний. Аталїю ж убили мечем у царській палатї.
21Joasj was zeven jaar oud, toen hij koning werd.
21Сїм лїт було Йоасові, коли став царем.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.