2 Koningen
Chapter 11
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Synodal Translatio…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Synodal Translation (Синодальный перевод)
1Toen Atalja, de moeder van Achazja, zag, dat haar zoon gestorven was, roeide zij de hele koninklijke familie uit.
1Гофолия, мать Охозии, видя, что сын ее умер, встала и истребила все царское племя.
2Maar Jehosjéba, de dochter van koning Joram en zuster van Achazja, nam Joasj, den zoon van Achazja, heimelijk weg uit de kring der prinsen, die ten dode waren opgeschreven, en bracht hem met zijn voedster naar een slaapkamer, waar zij hem voor Atalja verborg. Zo ontsnapte hij aan de dood.
2Но Иосавеф, дочь царя Иорама, сестра Охозии, взяла Иоаса, сына Охозии, и тайно увела его из среды умерщвляемых сыновей царских, его и кормилицу его, в постельную комнату; и скрыли его от Гофолии, и он не умерщвлен.
3Zes jaar lang bleef hij bij haar in het huis van Jahweh verborgen, terwijl Atalja het land regeerde.
3И был он с нею скрываем в доме Господнем шесть лет, между тем как Гофолия царствовала над землею.
4Maar in het zevende jaar liet Jehojada de honderdmannen der Kariërs en de soldaten bij zich ontbieden. Hij bracht ze binnen de tempel van Jahweh, en sloot met hen een verbond, dat hij hen voor het aanschijn van Jahweh met een eed liet bezweren. Toen toonde hij hun den zoon van den koning.
4В седьмой год послал Иодай, и взял сотников из телохранителей и скороходов, и привел их к себе в дом Господень, и сделал с ними договор, и взял с них клятву в доме Господнем, и показал им царского сына.
5Daarop gaf hij hun het volgende bevel: Ziehier wat ge moet doen! Een derde van hen, die aanstaande sabbat voor het koninklijk paleis de wacht gaan betrekken, moet post vatten bij de hoofdingang;
5И дал им приказание, сказав: вот что вы сделайте: третья часть из вас, из приходящих в субботу, будет содержать стражу при царском доме;
6een derde bij de poort van Soer, en een derde bij de soldatenpoort. Die bewaken dan het koninklijk paleis.
6третья часть у ворот Сур, и третья часть у ворот сзади телохранителей, и содержите стражу дома, чтобы не было повреждения;
7De beide afdelingen van u, die aanstaande sabbat de tempelwacht betrekken of worden afgelost,
7и две части из вас, из всех отходящих в субботу, будут содержать стражу при доме Господнем для царя;
8moeten zich tezamen rond den koning scharen met de wapens in de hand, en iedereen doden, die de gelederen tracht te verbreken. Die blijven bij den koning, waar hij ook gaat of staat.
8и окружите царя со всех сторон, каждый с оружием своим в руке своей; и кто вошел бы в ряды, тот да будет умерщвлен. И будьте при царе, когда он выходит и когда входит.
9De honderdmannen nu volbrachten alles wat de priester Jehojada hun bevolen had. Ieder van hen nam zijn mannen mee, die op bedoelde sabbat de wacht kwamen aflossen of afgelost werden, en ging naar den priester Jehojada toe;
9И сделали сотники все, что приказал Иодай священник, и взяли каждый людей своих, приходящих в субботу и отходящих в субботу, и пришли к Иодаю священнику.
10en deze reikte aan de honderdmannen speren en de schilden van koning David uit, die in de tempel van Jahweh werden bewaard.
10И раздал священник сотникам копья и щиты царя Давида, которые были в доме Господнем.
11En toen de soldaten, met de wapens in de hand, rechts en links van de tempel hadden post gevat, met het gezicht naar het altaar en de tempel gekeerd, om zo den koning te kunnen omringen,
11И стали скороходы, каждый с оружием в руке своей, от правой стороны дома до левой стороны дома, у жертвенника и у дома, вокруг царя.
12bracht Jehojada den zoon van den koning naar buiten, zette hem een diadeem op het hoofd, deed hem de armbanden aan, en zalfde hem tot koning. En allen klapten in de handen en riepen uit: Leve de koning!
12И вывел он царского сына, и возложил на него царский венец и украшения, и воцарили его, и помазали его, и рукоплескали и восклицали: да живет царь!
13Toen Atalja het volk hoorde juichen, liep zij naar de samengeschoolde menigte in de tempel van Jahweh.
13И услышала Гофолия голос бегущего народа, и пошла к народу в дом Господень.
14En zodra zij daar den koning volgens gebruik op een verhoging zag staan, omringd door de krijgsoversten en trompetters en heel het gewone volk onder jubel en trompetgeschal, scheurde Atalja haar klederen en riep: Verraad, verraad!
14И видит, и вот царь стоит на возвышении, по обычаю, и князья и трубы подле царя; и весь народ земли веселится, и трубят трубами. И разодрала Гофолия одежды свои, и закричала: заговор! заговор!
15Maar de priester Jehojada gelastte de bevelvoerende honderdmannen: Leidt haar tussen de gelederen door buiten de tempel, en doodt met het zwaard iedereen, die haar wil volgen. Want de priester had zich voorgenomen, haar niet in de tempel van Jahweh te doden.
15И дал приказание Иодай священник сотникам, начальствующим над войском, и сказал им: “выведите ее за ряды, а кто пойдет за нею, умерщвляйте мечом”, так как думал священник, чтобы не умертвили ее в доме Господнем.
16Ze namen haar dus gevangen, en toen ze door de ingang der paarden het koninklijk paleis had bereikt, werd zij daar gedood.
16И дали ей место, и она прошла чрез вход конский к дому царскому, и умерщвлена там.
17Nu sloot Jehojada een verbond tussen Jahweh en den koning met net volk, dat net weer een volk van Jahweh zou zijn.
17И заключил Иодай завет между Господом и между царем и народом, чтоб он был народом Господним, и между царем и народом.
18Toen liep al het gewone volk naar de tempel van Báal en verwoestte hem; zij vernielden de altaren, sloegen de beelden kort en klein, en doodden den Báalpriester Mattan voor het altaar. Nadat de priester Jehojada wachtposten in de tempel van Jahweh had geplaatst,
18И пошел весь народ земли в дом Ваала, и разрушили жертвенники его, и изображения его совершенно разбили, и Матфана, жреца Ваалова, убили пред жертвенниками. И учредил священник наблюдение над домом Господним.
19geleidde hij, vergezeld van de honderdmannen, de Kariërs, de soldaten en de hele volksmenigte, den koning uit de tempel van Jahweh door de soldatenpoort naar het koninklijk paleis, waar de koning plaats nam op de troon.
19И взял сотников и телохранителей и скороходов и весь народ земли, и проводили царя из дома Господня, и пришли по дороге чрез ворота телохранителей в дом царский; и он воссел на престоле царей.
20Heel het volk verheugde zich, en de stad bleef rustig, daar Atalja in het koninklijk paleis met het zwaard was gedood.
20И веселился весь народ земли, и город успокоился. А Гофолию умертвили мечом в царском доме.
21Joasj was zeven jaar oud, toen hij koning werd.
21Семи лет был Иоас, когда воцарился.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.