2 Koningen 5
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Er leefde toen een zekere Naäman, die legeroverste was van den koning van Aram. Hij was een man van invloed, en stond in hoog aanzien bij zijn heer, omdat Jahweh door hem aan de Arameën een overwinning geschonken had. Maar de man was melaats.
1นาอามานผู้บัญชาการกองทัพของกษัตริย์แห่งซีเรียเป็นบุคคลสำคัญและได้รับความนับถือจากนาย เพราะพระยาห์เวห์ทรงให้ซีเรียมีชัยชนะโดยอาศัยเขา เขาเป็นนักรบผู้กล้าหาญด้วย แต่เป็นโรคเรื้อน
2Nu waren er vroeger in het land van Israël aramese benden op strooptocht geweest, en hadden daar een nog jong meisje geroofd. Dit was nu in dienst bij de vrouw van Naäman.
2พวกซีเรียเคยออกไปเป็นกองโจร และจับเด็กหญิงตัวเล็กคนหนึ่งมาจากแผ่นดินอิสราเอล นางมารับใช้ภรรยาของนาอามาน
3Ze zei tot haar meesteres: Was mijn meester maar eens bij den profeet in Samaria; die zou hem wel van zijn melaatsheid genezen.
3เด็กหญิงพูดกับนายหญิงว่า “ถ้านายของดิฉันได้ไปพบผู้เผยพระวจนะที่อยู่ในสะมาเรียก็คงดี เขาคงรักษาโรคเรื้อนของนายได้”
4Nu ging Naäman naar zijn heer en sprak: Zo en zo heeft het meisje uit het land van Israël gezegd.
4มีคนไปบอกนายของนาอามานว่า “เด็กหญิงจากแผ่นดินอิสราเอลพูดอย่างนี้”
5Toen zei de koning van Aram: Ga er dan heen; ik zal een schrijven zenden aan den koning van Israël. Hij ging dus op weg, en nam tien talenten zilver, zesduizend gouden sikkels en tien stel feestgewaden mee.
5กษัตริย์แห่งซีเรียกล่าวว่า “ไปเถิด ข้าจะส่งจดหมายไปยังกษัตริย์แห่งอิสราเอลด้วย” นาอามานจึงออกเดินทางโดยนำเงินสิบตะลันต์ ทองคำหกพันชิ้น และเสื้อผ้าสำหรับเปลี่ยนสิบชุดไปด้วย
6Aan den koning van Israël bracht hij een schrijven over van de volgende inhoud: Tegelijk met deze brief zend ik u mijn dienaar Naäman, opdat gij hem van zijn melaatsheid geneest.
6เขานำจดหมายไปให้กษัตริย์แห่งอิสราเอล มีใจความว่า “เมื่อจดหมายนี้มาถึงท่าน ดูสิ ข้าได้ส่งนาอามานผู้รับใช้ของข้ามาหาท่านเพื่อท่านจะรักษาเขาให้หายจากโรคเรื้อน”
7Zodra de koning van Israël de brief had gelezen, scheurde hij zijn klederen en sprak: Ben ik dan een God, die kan doden en levend maken, dat hij een man naar mij toe stuurt, om hem van zijn melaatsheid te genezen? Ziet ge nu wel, dat hij een voorwendsel tegen me zoekt?
7เมื่อกษัตริย์แห่งอิสราเอลอ่านจดหมายก็ฉีกเสื้อผ้าของตนและกล่าวว่า “ข้าเป็นพระเจ้าที่จะฆ่าและทำให้มีชีวิตหรืออย่างไร ชายคนนี้จึงส่งคนมาให้ข้ารักษาชายคนหนึ่งให้หายจากโรคเรื้อน? ลองพิจารณาดูเถิดว่าเขากำลังหาเรื่องกับข้าอย่างไร”
8Toen de godsman Eliseus hoorde, dat de koning van Israël zijn klederen gescheurd had, liet hij den koning zeggen: Waarom scheurt ge uw klederen? Laat hem bij mij komen; dan zal hij zien, dat er een profeet is in Israël.
8เมื่อเอลีชาคนของพระเจ้าได้ยินว่ากษัตริย์แห่งอิสราเอลฉีกเสื้อผ้า เขาจึงส่งคนไปบอกกษัตริย์ว่า “ทำไมท่านจึงฉีกเสื้อผ้า? ให้ชายคนนั้นมาหาข้าเถิด แล้วเขาจะรู้ว่ามีผู้เผยพระวจนะอยู่ในอิสราเอล”
9Naäman ging dus met zijn paarden en wagens naar Eliseus, en hield stil voor de ingang van zijn huis.
9นาอามานจึงมาพร้อมกับม้าและรถศึกของเขา แล้วหยุดอยู่ที่ประตูบ้านเอลีชา
10Maar Eliseus liet hem door een boodschapper zeggen: Ga u zeven maal wassen in de Jordaan; dan wordt uw vlees weer gezond en rein.
10เอลีชาส่งผู้นำสารออกไปบอกเขาว่า “ไปชำระตัวในแม่น้ำจอร์แดนเจ็ดครั้ง แล้วเนื้อของท่านจะกลับเป็นปกติและท่านจะสะอาด”
11Hierover verstoord liep Naäman weg en riep uit: Ik had gedacht, dat hij zelf wel naar buiten zou komen, om over mij de naam van Jahweh, zijn God, aan te roepen, met zijn hand over de plek te strijken, en zo de melaatsheid te genezen.
11แต่นาอามานโกรธและจากไป เขาพูดว่า “ดูสิ ข้าคิดว่า ‘เขาคงจะออกมาหาข้า ยืนอยู่ตรงหน้า เรียกพระนามพระยาห์เวห์พระเจ้าของเขา โบกมือเหนือบริเวณที่เป็นโรคแล้วรักษาคนโรคเรื้อนให้หาย’
12Zijn de rivieren van Damascus, de Albana en de Parpar, soms niet beter, dan al de wateren van Israël! Kan ik daar niet gaan baden, om rein te worden? En hij keerde zich om, en ging toornig heen.
12แม่น้ำอาบานาห์และฟารปาร์แห่งดามัสกัสไม่ดีกว่าน้ำทั้งหมดในอิสราเอลหรือ? ข้าจะชำระตัวในแม่น้ำเหล่านั้นแล้วสะอาดไม่ได้หรือ?” เขาจึงหันหลังจากไปด้วยความโกรธจัด
13Maar zijn dienaren trachtten hem te overreden, en zeiden: Vader, wanneer de profeet u iets moeilijks had voorgeschreven, dan hadt ge het zeker gedaan. Waarom dan niet, nu hij zegt: “Was u en ge wordt rein.”
13ผู้รับใช้ของเขาเข้ามาพูดว่า “ท่านพ่อ ถ้าผู้เผยพระวจนะสั่งให้ท่านทำเรื่องยิ่งใหญ่ ท่านคงทำไม่ใช่หรือ? ยิ่งกว่านั้นอีก เมื่อเขาเพียงบอกท่านว่า ‘ชำระตัวแล้วจะสะอาด’”
14Toen ging hij naar de Jordaan, en dompelde zich daar zeven maal onder, zoals de godsman gezegd had. En zijn lichaam werd weer als dat van een kind; hij was rein.
14นาอามานจึงลงไปจุ่มตัวในแม่น้ำจอร์แดนเจ็ดครั้งตามคำของคนของพระเจ้า แล้วเนื้อของเขาก็กลับคืนเป็นเหมือนเนื้อของเด็กเล็กและเขาก็สะอาด
15Nu keerde hij met heel zijn gevolg naar den godsman terug. Hij ging binnen, trad eerbiedig naar voren en sprak: Nu weet ik, dat er op de hele aarde geen God is tenzij in Israël! Wil daarom een huldeblijk van uw dienaar aanvaarden.
15จากนั้นนาอามานพร้อมบริวารทั้งหมดกลับมาหาคนของพระเจ้า เขามายืนต่อหน้าเอลีชาและพูดว่า “ดูสิ ตอนนี้ข้ารู้แล้วว่าไม่มีพระเจ้าองค์ใดในทั่วโลกนอกจากในอิสราเอล เพราะฉะนั้นโปรดรับของกำนัลจากผู้รับใช้ของท่านด้วย”
16Maar Eliseus antwoordde: Zo waar Jahweh leeft, voor wiens aanschijn ik sta; ik neem niets aan. En hoe Naäman ook aandrong, iets aan te nemen, hij bleef weigeren.
16แต่เอลีชาตอบว่า “ขอสาบานต่อพระยาห์เวห์ผู้ทรงพระชนม์อยู่ผู้ซึ่งข้ายืนอยู่ต่อหน้าพระองค์ว่าข้าจะไม่รับอะไรเลย” นาอามานคะยั้นคะยอให้เขารับ แต่เอลีชาปฏิเสธ
17Toen zeide Naäman: Zoals ge wilt; maar verleen aan uw dienaar de gunst, zoveel aarde mee te nemen, als een koppel muildieren kan dragen; want uw dienaar wil geen brand- of slachtoffer meer opdragen aan een anderen God, dan aan Jahweh alleen1.
17นาอามานจึงพูดว่า “ถ้าอย่างนั้นโปรดมอบดินให้ผู้รับใช้ของท่านเท่าที่ล่อสองตัวบรรทุกได้ เพราะต่อแต่นี้ผู้รับใช้ของท่านจะไม่ถวายเครื่องเผาบูชาหรือเครื่องบูชาแก่พระอื่นอีก แต่จะถวายแด่พระยาห์เวห์เท่านั้น
18Dit ene moge Jahweh uw dienaar vergeven: Wanneer mijn meester naar de tempel van Rimmon gaat, om hem daar te aanbidden, steunt hij op mijn arm, zodat ik mij wel moet neerbuigen in de tempel van Rimmon, wanneer hij er zich neerbuigt; dit moge Jahweh mij dus vergeven.
18แต่ขอพระยาห์เวห์ทรงยกโทษผู้รับใช้ของท่านในเรื่องนี้คือ เมื่อนายของข้าเข้าไปในวิหารของริมโมนเพื่อนมัสการที่นั่น และเขาพิงแขนข้า และข้าต้องก้มตัวในวิหารของริมโมน เมื่อข้าก้มตัวในวิหารของริมโมน ขอพระยาห์เวห์ทรงยกโทษผู้รับใช้ของท่านในเรื่องนี้ด้วย”
19Eliseus zeide hem: Ga in vrede! Maar toen Naäman een eind op weg was,
19เอลีชาพูดกับเขาว่า “ไปอย่างสงบเถิด” เมื่อนาอามานเดินทางออกไปได้ระยะหนึ่ง
20zeide Gechazi, de dienaar van den godsman Eliseus, bij zichzelf: Mijn heer heeft dien Arameër Naäman wel gespaard, door niets van hem aan te nemen van al wat hij meebracht. Zo waar Jahweh leeft; ik loop hem achterna, en zie wat van hem te krijgen.
20เกหะซีผู้รับใช้ของเอลีชาคนของพระเจ้าคิดว่า “ดูสิ นายของข้าปล่อยนาอามานชาวซีเรียคนนี้ไปโดยไม่ยอมรับสิ่งที่เขานำมา ขอสาบานต่อพระยาห์เวห์ผู้ทรงพระชนม์อยู่ว่าข้าจะวิ่งตามเขาไปเอาอะไรจากเขาบ้าง”
21Gechazi ging Naäman dus achterna. En toen Naäman zag, dat hij hem achterop kwam, sprong hij van zijn wagen, liep hem tegemoet en vroeg: Is alles wel?
21เกหะซีจึงวิ่งตามนาอามานไป เมื่อนาอามานเห็นคนวิ่งตามมาก็ลงจากรถศึกมาพบเขาและถามว่า “ทุกอย่างเรียบร้อยดีหรือ?”
22Hij antwoordde: Ja; maar mijn meester stuurt mij met deze boodschap: Zo juist zijn van het gebergte van Efraïm twee jonge mannen, profetenzonen, bij mij aangekomen; wees zo goed, en geef hun een talent zilver en twee stel feestgewaden.
22เกหะซีตอบว่า “เรียบร้อยดี นายของข้าส่งข้ามาบอกว่า ‘ดูสิ เมื่อครู่นี้มีชายหนุ่มสองคนจากเหล่าศิษย์ผู้เผยพระวจนะมาหาข้าจากแถบภูเขาเอฟราอิม โปรดให้เงินหนึ่งตะลันต์ กับเสื้อผ้าสำหรับเปลี่ยนสองชุดแก่พวกเขา’”
23Naäman antwoordde: Doe mij een genoegen en neem twee talenten. En hij bleef er op aandringen. Ten slotte deed hij twee talenten zilver in twee buidels, en gaf ze met twee stel feestgewaden aan twee knechten, die ze voor Gechazi uitdroegen.
23นาอามานตอบว่า “โปรดรับสองตะลันต์เถิด” เขาคะยั้นคะยอแล้วผูกเงินสองตะลันต์ไว้ในถุงสองใบ พร้อมเสื้อผ้าสำหรับเปลี่ยนสองชุด มอบให้ผู้รับใช้สองคนของเขาแบกเดินนำหน้าเกหะซี
24Bij de heuvel gekomen, nam deze ze van hen over, borg ze in zijn woning op, en zond de mannen weg.
24เมื่อเกหะซีมาถึงเนินเขา ก็รับของเหล่านั้นจากมือพวกเขาและเก็บไว้ในบ้านแล้วให้ชายทั้งสองกลับไป
25Daarna begaf hij zich naar zijn heer. Maar zodra hij voor Eliseus verscheen, vroeg deze hem: Waar komt ge vandaan, Gechazi? Hij antwoordde: Uw dienaar is nergens heen geweest.
25จากนั้นเกหะซีเข้าไปยืนต่อหน้านายของตน เอลีชาถามเขาว่า “เกหะซี เจ้าไปไหนมา?” เขาตอบว่า “ผู้รับใช้ของท่านไม่ได้ไปไหนเลย”
26Maar Eliseus sprak tot hem: Vergezelde mijn geest u niet, toen de man van zijn wagen sprong, en u tegemoet liep? Nu hebt ge geld aangenomen, waar ge kleren, olijftuinen en wijngaarden, schapen en runderen, slaven en slavinnen voor kunt kopen;
26เอลีชาพูดกับเขาว่า “ใจของข้าตามเจ้าไปด้วยไม่ใช่หรือ เมื่อชายคนนั้นหันกลับจากรถศึกมาพบเจ้า? นี่เป็นเวลาที่จะรับเงิน รับเสื้อผ้า สวนมะกอก สวนองุ่น แกะ โค ผู้รับใช้ชาย และผู้รับใช้หญิงหรือ?
27maar de melaatsheid van Naäman zal u en uw nageslacht voor altijd bijblijven. En hij ging van hem weg, sneeuwwit van melaatsheid.
27เพราะฉะนั้นโรคเรื้อนของนาอามานจะติดอยู่กับเจ้าและลูกหลานของเจ้า ตลอดไป” เกหะซีออกจากหน้าเอลีชาไป เป็นโรคเรื้อนขาวราวกับหิมะ
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.