2 Koningen 3
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1In het achttiende jaar der regering van Josafat over Juda werd Joram, de zoon van Achab, te Samaria koning van Israël. Hij regeerde twaalf jaar.
1เยโฮรัมบุตรอาหับเริ่มครองราชย์เหนืออิสราเอลในสะมาเรีย ในปีที่สิบแปดแห่งรัชกาลเยโฮชาฟัทกษัตริย์แห่งยูดาห์ และครองราชย์สิบสองปี
2Hij deed wat kwaad was in de ogen van Jahweh, maar niet zo erg als zijn vader en moeder; want hij verwijderde de heilige zuilen van Báal, die zijn vader had opgericht.
2เขาทำสิ่งที่ชั่วร้ายในสายพระเนตรของพระยาห์เวห์ แต่ไม่เหมือนบิดาและมารดาของเขา เพราะเขารื้อเสาบูชาบาอัลที่บิดาของเขาสร้างไว้ออกไป
3Maar hij brak niet met de zonde, waartoe Jeroboam, de zoon van Nebat, Israël had verleid.
3ถึงกระนั้น เขายังคงยึดติดกับบาปของเยโรโบอัมบุตรเนบัท ซึ่งทำให้อิสราเอลทำบาป เขาไม่ได้หันจากบาปเหล่านั้น
4Mesja, de koning van Moab, die een herdersvorst was, moest aan den koning van Israël als schatting jaarlijks honderdduizend lammeren en de wol van honderdduizend schapen betalen.
4เมชากษัตริย์แห่งโมอับเป็นผู้เลี้ยงแกะ เขาส่งลูกแกะหนึ่งแสนตัวและขนแกะผู้หนึ่งแสนตัวให้กษัตริย์แห่งอิสราเอล
5Maar na de dood van Achab had de koning van Moab zich van den koning van Israël onafhankelijk gemaakt.
5แต่เมื่ออาหับสิ้นชีวิต กษัตริย์แห่งโมอับก็กบฏต่อกษัตริย์แห่งอิสราเอล
6Daarom verliet koning Joram op zekere dag Samaria, om heel Israël te gaan monsteren.
6ในเวลานั้นกษัตริย์เยโฮรัมออกจากสะมาเรียและรวบรวมกำลังพลอิสราเอลทั้งหมด
7Tegelijk liet hij aan koning Josafat van Juda berichten: De koning van Moab heeft zich van mij los gemaakt; wilt gij met mij tegen Moab ten strijde trekken? Hij antwoordde: Ik ga mee; want ik en gij zijn één; mijn volk is uw volk, en mijn paarden zijn uw paarden.
7เขาส่งข่าวไปหาเยโฮชาฟัทกษัตริย์แห่งยูดาห์ว่า “กษัตริย์แห่งโมอับกบฏต่อข้าแล้ว ท่านจะไปกับข้าเพื่อรบกับโมอับหรือไม่?” เยโฮชาฟัทตอบว่า “ข้าจะไป ข้ากับท่านเป็นพวกเดียวกัน ประชาชนของข้ากับประชาชนของท่านก็เช่นกัน ม้าของข้ากับม้าของท่านก็เช่นกัน”
8En hij vroeg: Welke weg zullen we gaan? Het antwoord luidde: Door de woestijn van Edom.
8แล้วเยโฮชาฟัทถามว่า “เราจะขึ้นไปทางไหน?” เยโฮรัมตอบว่า “ทางถิ่นทุรกันดารแห่งเอโดม”
9Daarop trok de koning van Israël met de koningen van Juda en Edom te velde; maar na een tocht van zeven dagen was er geen water meer voor het leger en de dieren, die hen volgden.
9กษัตริย์แห่งอิสราเอลจึงไปกับกษัตริย์แห่งยูดาห์และกษัตริย์แห่งเอโดม พวกเขาเดินทัพอ้อมเป็นเวลาเจ็ดวัน แต่ไม่มีน้ำสำหรับกองทัพหรือสัตว์ที่ไปกับกองทัพ
10Toen sprak de koning van Israël: Wee; nu heeft Jahweh ons, drie koningen, hierheen geroepen, om ons aan Moab over te leveren.
10กษัตริย์แห่งอิสราเอลพูดว่า “แย่แล้ว! พระยาห์เวห์เรียกกษัตริย์ทั้งสามนี้มารวมกันเพื่อให้อยู่ในอำนาจของโมอับ”
11Maar Josafat vroeg: Is er hier geen profeet van Jahweh, door wien we Hem kunnen raadplegen? Iemand uit het gevolg van den koning van Israël antwoordde: Eliseus is hier, de zoon van Sjafat, die op Elias’ handen water goot.
11แต่เยโฮชาฟัทถามว่า “ที่นี่ไม่มีผู้เผยพระวจนะของพระยาห์เวห์สักคนหรือ เพื่อเราจะได้ทูลถามพระยาห์เวห์ผ่านเขา?” ผู้รับใช้คนหนึ่งของกษัตริย์แห่งอิสราเอลตอบว่า “เอลีชาบุตรชาฟัท ผู้เคยคอยเทน้ำล้างมือให้เอลียาห์อยู่ที่นี่”
12Josafat verzekerde: Bij hem is het woord van Jahweh. De koning van Israël ging dus met Josafat en den koning van Edom naar hem toe.
12เยโฮชาฟัทพูดว่า “พระดำรัสของพระยาห์เวห์อยู่กับเขา” ดังนั้นกษัตริย์แห่งอิสราเอล เยโฮชาฟัท และกษัตริย์แห่งเอโดมจึงลงไปหาเอลีชา
13Maar Eliseus sprak tot den koning van Israël: Wat heb ik met u te maken? Ga naar de profeten van uw vader en moeder! De koning van Israël antwoordde: Maak toch, dat Jahweh ons drieën niet hierheen heeft geroepen, om tenslotte aan Moab te worden overgeleverd.
13เอลีชาพูดกับกษัตริย์แห่งอิสราเอลว่า “ข้าพเจ้าเกี่ยวอะไรกับท่าน? ไปหาพวกผู้เผยพระวจนะของบิดาท่านและพวกผู้เผยพระวจนะของมารดาท่านเถิด” กษัตริย์แห่งอิสราเอลตอบว่า “ไม่ เพราะพระยาห์เวห์เรียกกษัตริย์ทั้งสามนี้มารวมกันเพื่อให้อยู่ในอำนาจของโมอับ”
14Toen sprak Eliseus: Zo waar Jahweh der heirscharen leeft, voor wiens aanschijn ik sta; als ik me niet in acht nam tegenover Josafat, den koning van Juda, dan keek ik u nog niet eens aan.
14เอลีชาพูดว่า “พระยาห์เวห์จอมทัพผู้ทรงพระชนม์อยู่ ซึ่งข้าพเจ้ายืนอยู่ต่อหน้าพระองค์ ถ้าไม่ใช่เพราะข้าพเจ้าให้เกียรติเยโฮชาฟัทกษัตริย์แห่งยูดาห์ ข้าพเจ้าจะไม่มองหน้าท่านหรือเหลียวแลท่านเลย
15Doch haalt mij nu maar een citerspeler. Zodra de citerspeler begon te tokkelen, kwam de hand van Jahweh op Eliseüs.
15แต่ตอนนี้จงนำนักดนตรีมาให้ข้าพเจ้า” เมื่อนักดนตรีบรรเลง อำนาจของพระยาห์เวห์ก็มาเหนือเอลีชา
16En hij sprak: Zo spreekt Jahweh! Graaft in dit dal overal kuilen.
16เขาพูดว่า “พระยาห์เวห์ตรัสว่า ‘จงทำให้หุบเขานี้เต็มไปด้วยร่องน้ำ’
17Want zo spreekt Jahweh! Gij zult geen wind en regen zien, maar dit dal zal met water worden gevuld, zodat gij met uw leger en uw lastdieren kunt drinken.
17เพราะพระยาห์เวห์ตรัสว่า ‘พวกเจ้าจะไม่เห็นลมและจะไม่เห็นฝน แต่หุบเขานี้จะเต็มไปด้วยน้ำ พวกเจ้าจะได้ดื่ม ทั้งพวกเจ้าเอง ฝูงปศุสัตว์ และสัตว์อื่น ๆ ของพวกเจ้า
18En dit betekent nog maar weinig voor Jahweh. Want Hij zal Moab aan u overleveren;
18สำหรับพระยาห์เวห์แล้ว เรื่องนี้เป็นเรื่องง่าย พระองค์จะมอบชาวโมอับให้อยู่ในอำนาจของพวกท่านด้วย
19gij zult alle versterkte steden overweldigen, alle vruchtbomen vellen, alle waterbronnen verstoppen en alle goede akkers met stenen bederven.
19พวกท่านจะโจมตีเมืองที่มีป้อมปราการทุกเมืองและเมืองชั้นดีทุกแห่ง โค่นต้นไม้ดีทุกต้น อุดตาน้ำทุกแห่ง และทำลายที่ดินดีทุกแปลงด้วยก้อนหิน’”
20En de volgende morgen omtrent de tijd van het offer, kwam er van de kant van Edom plotseling een watervloed opzetten, die het land overstroomde.
20ในตอนเช้า ประมาณเวลาถวายเครื่องบูชา ดูสิ น้ำไหลมาจากทางเอโดม และแผ่นดินแถบนั้นก็เต็มไปด้วยน้ำ
21Intussen hadden de Moabieten gehoord, dat de koningen tegen hen ten strijde waren getrokken. Daarom waren alle strijdbare mannen opgeroepen, en aan de grens opgesteld.
21เมื่อชาวโมอับทั้งหมดได้ยินว่ากษัตริย์ทั้งหลายยกทัพมารบกับพวกเขา พวกเขาก็รวมตัวกัน ทุกคนที่สามารถสวมเกราะออกรบได้ ตั้งแต่คนหนุ่มจนถึงคนแก่ และยืนประจำอยู่ที่ชายแดน
22Maar toen de zon ‘s morgens vroeg over het water straalde, zagen de Moabieten uit de verte het water bloedrood gekleurd.
22พวกเขาลุกขึ้นแต่เช้า แสงอาทิตย์ส่องบนผิวน้ำ และชาวโมอับที่อยู่ฝั่งตรงข้ามเห็นน้ำนั้นแดงเหมือนเลือด
23En ze riepen: Dat is bloed! De koningen zijn elkaar te lijf gegaan, en hebben elkander verslagen. Moab, op; naar de buit!
23พวกเขาพูดว่า “นี่คือเลือด! กษัตริย์เหล่านั้นคงถูกทำลายแล้ว และพวกเขาคงฆ่าฟันกันเอง ตอนนี้ชาวโมอับเอ๋ย ไปเอาของปล้นกันเถิด!”
24En ze renden op het kamp der Israëlieten af. Maar de Israëlieten hadden zich te weer gesteld, en sloegen op de Moabieten in, die voor hen de vlucht moesten nemen. Doch de Israëlieten zetten hen achterna, en sloegen er voortdurend op in.
24เมื่อพวกเขามาถึงค่ายอิสราเอล ชาวอิสราเอลก็ลุกขึ้นโจมตีชาวโมอับจนพวกเขาหนีไป ชาวอิสราเอลรุกเข้าไปในแผ่นดินและโจมตีชาวโมอับต่อไป
25Ze verwoestten al hun steden, wierpen alle goede akkers vol stenen, verstopten alle bronnen en hakten alle vruchtbomen om. Ten slotte bleef alleen Kir-Charésjet met zijn bezetting nog over; maar ook deze stad werd door de slingeraars omsingeld en beschoten.
25พวกเขาทำลายเมืองต่าง ๆ และแต่ละคนโยนก้อนหินลงในที่ดินดีทุกแปลงจนเต็ม พวกเขายังอุดตาน้ำทุกแห่งและโค่นต้นไม้ดีทั้งหมด จนในคีร์ฮาเรเชทเหลือเพียงก้อนหิน แต่พวกนักเหวี่ยงหินยังเข้าโอบรอบและโจมตีเมืองนั้น
26Toen de koning van Moab nu zag, dat de strijd hem te machtig werd, trachtte hij met zeven honderd strijders bij den koning van Edom door te breken; maar het lukte hun niet.
26เมื่อกษัตริย์แห่งโมอับเห็นว่าการรบรุนแรงเกินกำลัง เขาจึงนำทหารถือดาบเจ็ดร้อยคนพยายามตีฝ่าไปยังกษัตริย์แห่งเอโดม แต่ทำไม่สำเร็จ
27Daarom nam hij zijn eerstgeboren zoon, die hem moest opvolgen, en offerde hem als brandoffer op de stadsmuur. Nu barstte er een hevige toorn tegen de Israëlieten los, zodat ze moesten opbreken en naar hun land terugkeren.
27แล้วเขานำบุตรชายคนโตซึ่งจะขึ้นครองราชย์แทน มาถวายเป็นเครื่องเผาบูชาบนกำแพงเมือง เกิดความโกรธแค้นอย่างรุนแรงต่ออิสราเอล พวกเขาจึงถอนทัพออกจากเขาและกลับไปยังแผ่นดินของตน
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.