2 Koningen 14
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1In het tweede jaar der regering van Joasj, den zoon van Joachaz, over Israël, werd Amas-ja, de zoon van Joasj, koning van Juda.
1ในปีที่สองแห่งรัชกาลโยอาชบุตรโยอาหาสกษัตริย์แห่งอิสราเอล อามาซิยาห์บุตรโยอาชกษัตริย์แห่งยูดาห์เริ่มครองราชย์
2Hij was vijf en twintig jaar, toen hij koning werd, en regeerde negen en twintig jaar te Jerusalem. Zijn moeder heette Jehoaddin en was afkomstig uit Jerusalem.
2เขาอายุยี่สิบห้าปีเมื่อเริ่มครองราชย์ และครองราชย์ยี่สิบเก้าปีในเยรูซาเล็ม มารดาของเขาชื่อเยโฮอัดดินชาวเยรูซาเล็ม
3Hij deed wat recht was in de ogen van Jahweh, maar niet zoals zijn vader David. In alles volgde hij zijn vader Joasj na.
3เขาทำสิ่งที่ถูกต้องในสายพระเนตรของพระยาห์เวห์ แต่ไม่เหมือนดาวิดบรรพบุรุษของเขา เขาทำตามทุกสิ่งที่โยอาชบิดาของเขาทำ
4Ook schafte hij de offerhoogten niet af, zodat het volk nog altijd op de hoogten bleef offeren en wierook branden.
4อย่างไรก็ตาม สถานบูชาบนที่สูงไม่ได้ถูกรื้อออก ประชาชนยังคงถวายเครื่องบูชา และเผาเครื่องหอมบนสถานบูชาบนที่สูง
5Zodra hij de koninklijke macht stevig in handen had, doodde hij zijn hovelingen, die zijn vader hadden vermoord.
5ทันทีที่เขาควบคุมอาณาจักรได้มั่นคง เขาก็ฆ่าผู้รับใช้ที่ฆ่ากษัตริย์ผู้เป็นบิดาของเขา
6Maar de kinderen van de moordenaars doodde hij niet, volgens het voorschrift in het wetboek van Moses, waarin Jahweh geboden heeft: Vaders mogen niet gedood worden om de schuld van hun kinderen, en kinderen niet om die van hun vaders; maar iedereen zal voor zijn eigen zonde worden gedood.
6แต่เขาไม่ได้ฆ่าบุตรของคนเหล่านั้นตามที่เขียนไว้ในหนังสือธรรมบัญญัติของโมเสสซึ่งพระยาห์เวห์ทรงบัญชาว่า “บิดาจะต้องไม่ถูกฆ่า เพราะบุตร และบุตรจะต้องไม่ถูกฆ่า เพราะบิดา แต่แต่ละคนจะต้องตาย เพราะบาปของตนเอง”
7Hij versloeg de Edomieten, die tienduizend man sterk waren, in het Zoutdal. Ook veroverde hij Séla gewapenderhand; hij noemde het Jokteël, zoals het nu nog heet.
7เขาสังหารชาวเอโดมหนึ่งหมื่นคนในหุบเขาเกลือ และยึดเมืองเสลาได้ในการทำสงคราม และเปลี่ยนชื่อเมืองนั้นว่ายกเธเอลจนถึงทุกวันนี้
8Daarna zond Amas-ja gezanten naar Joasj, den zoon van Joachaz, zoon van Jehoe, den koning van Israël, en liet hem zeggen: Kom, laat ons elkaar in de ogen zien.
8แล้วอามาซิยาห์ส่งพวกผู้นำสารไปหาเยโฮอาชบุตรของเยโฮอาหาสผู้เป็นบุตรของเยฮูกษัตริย์แห่งอิสราเอล โดยกล่าวว่า “มาเถิด ให้เรามาประจันหน้ากัน”
9Maar Joasj, de koning van Israël, zond aan Amas-ja, den koning van Juda, dit antwoord: Een distel op de Libanon zond aan een ceder op de Libanon deze boodschap: “Geef uw dochter aan mijn zoon tot vrouw.” Intussen liep het wild gedierte van de Libanon over de distel heen, en vertrapte ze.
9เยโฮอาชกษัตริย์แห่งอิสราเอลส่งข้อความไปหาอามาซิยาห์กษัตริย์แห่งยูดาห์ว่า “พุ่มหนามในเลบานอนส่งข้อความไปหาต้นซีดาร์ในเลบานอนว่า ‘ยกลูกสาวของเจ้าให้เป็นภรรยาลูกชายของเรา’ แล้วสัตว์ป่าในเลบานอนเดินผ่านมาเหยียบพุ่มหนามนั้น
10Nu gij de Edomieten verslagen hebt, zijt ge overmoedig geworden; geniet van uw roem en blijf thuis. Waarom zoudt ge uw ongeluk tegemoet lopen, en uzelf met Juda ten val brengen?
10ท่านโจมตีเอโดมได้จริง และใจของท่านก็ผยองขึ้น จงชื่นชมเกียรติยศนั้น และอยู่บ้านเถิด ทำไมท่านต้องหาเรื่องให้ตัวเองเดือดร้อนจนล้มลงทั้งตัวท่าน และยูดาห์พร้อมกับท่าน?”
11Maar Amas-ja wilde niet luisteren. Toen rukte Joasj, de koning van Israël, uit, en bij Bet-Sjémesj in Juda zagen hij en koning Amas-ja van Juda elkaar in de ogen;
11แต่อามาซิยาห์ไม่ยอมฟัง ดังนั้นเยโฮอาชกษัตริย์แห่งอิสราเอลจึงขึ้นไป และเขากับอามาซิยาห์กษัตริย์แห่งยูดาห์ได้ประจันหน้ากันที่เบธเชเมชซึ่งเป็นของยูดาห์
12de Judeërs leden de nederlaag tegen Israël, en vluchtten naar huis.
12ยูดาห์พ่ายแพ้แก่อิสราเอล และต่างก็เตลิดหนีกลับไปยังกระโจมของตน
13Koning Joasj van Israël, nam koning Amas-ja van Juda, den zoon van Joasj, zoon van Achaz-ja, bij Bet-Sjémesj gevangen. Daarna trok hij Jerusalem binnen, en brak een stuk van vierhonderd el uit de muur, van de Efraïmpoort af tot aan de Hoekpoort.
13เยโฮอาชกษัตริย์แห่งอิสราเอลจับอามาซิยาห์กษัตริย์แห่งยูดาห์บุตรเยโฮอาชผู้เป็นบุตรอาหัสยาห์ได้ที่เบธเชเมช แล้วมายังเยรูซาเล็ม และรื้อกำแพงเยรูซาเล็มตั้งแต่ประตูเอฟราอิมถึงประตูมุมเป็นระยะสี่ร้อยศอก
14Bovendien nam hij al het goud en zilver en het vaatwerk, dat in de tempel van Jahweh en in de schatkamers van het koninklijk paleis lag opgeborgen, en keerde met gijzelaars naar Samaria terug.
14เขาเอาทองคำ เงิน และภาชนะทั้งหมดที่พบในพระนิเวศของพระยาห์เวห์ และในคลังพระราชวัง รวมทั้งตัวประกันแล้วกลับไปสะมาเรีย
15De verdere geschiedenis van Joasj, met al zijn daden en krijgsverrichtingen en met de oorlog, die hij tegen koning Amas-ja van Juda gevoerd heeft, is beschreven in het boek der kronieken van de koningen van Israël.
15ส่วนเหตุการณ์อื่นๆในรัชกาลเยโฮอาชสิ่งที่เขาทำกำลังอำนาจของเขา และการที่เขาทำสงครามกับอามาซิยาห์กษัตริย์แห่งยูดาห์ไม่ได้เขียนไว้ในหนังสือพงศาวดารของบรรดากษัตริย์แห่งอิสราเอลหรือ?
16Joasj ging bij zijn vaderen te ruste, en werd te Samaria bij de koningen van Israël begraven. Zijn zoon Jeroboam volgde hem op.
16เยโฮอาชล่วงลับไปอยู่กับบรรพบุรุษ และถูกฝังไว้ในสะมาเรียร่วมกับบรรดากษัตริย์แห่งอิสราเอล และเยโรโบอัมบุตรของเขาก็ขึ้นครองราชย์แทน
17Na de dood van Joasj, den zoon van Joachaz, den koning van Israël, leefde Amas-ja, de zoon van Joasj en koning van Juda, nog vijftien jaar.
17อามาซิยาห์บุตรโยอาชกษัตริย์แห่งยูดาห์มีชีวิตอยู่อีกสิบห้าปีหลังจากเยโฮอาชบุตรเยโฮอาหาสกษัตริย์แห่งอิสราเอลตาย
18De verdere geschiedenis van Amas-ja is beschreven in het boek der kronieken van de koningen van Juda.
18ส่วนเหตุการณ์อื่นๆในรัชกาลอามาซิยาห์ไม่ได้เขียนไว้ในหนังสือพงศาวดารของบรรดากษัตริย์แห่งยูดาห์หรือ?
19Toen er te Jerusalem een samenzwering tegen hem werd gesmeed, vluchtte hij naar Lakisj; maar men zond hem mannen achterna, die hem te Lakisj doodden.
19มีการคบคิดกันเป็นกบฏต่อเขาในเยรูซาเล็ม เขาจึงหนีไปยังลาคีช แต่พวกเขาส่งคนตามเขาไปที่ลาคีช และฆ่าเขาที่นั่น
20Vandaar werd hij op paarden naar Jerusalem vervoerd, en bij zijn vaderen in de Davidstad begraven.
20พวกเขานำศพของเขาบรรทุกหลังม้ากลับมา และเขาถูกฝังไว้ที่เยรูซาเล็มร่วมกับบรรพบุรุษของเขาในเมืองของดาวิด
21Hierop koos heel het volk van Juda den zestienjarigen Azarja, en riep hem in de plaats van zijn vader Amas-ja tot koning uit.
21ประชาชนทั้งหมดของยูดาห์จึงนำอาซาริยาห์ซึ่งมีอายุสิบหกปีมาตั้งเป็นกษัตริย์แทนอามาซิยาห์บิดาของเขา
22Nadat de koning bij zijn vaderen te ruste was gegaan, heeft Azarja Elat versterkt en het weer bij Juda in gelijfd.
22เขาสร้างเมืองเอลัท และนำกลับคืนมาเป็นของยูดาห์หลังจากที่กษัตริย์ล่วงลับไปอยู่กับบรรพบุรุษแล้ว
23In het vijftiende jaar der regering van Amas-ja, den zoon van Joasj over Juda, werd Jeroboam, de zoon van Joasj, koning van Israël. Hij regeerde een en veertig jaar te Samaria.
23ในปีที่สิบห้าแห่งรัชกาลอามาซิยาห์บุตรโยอาชกษัตริย์แห่งยูดาห์ เยโรโบอัมบุตรโยอาชกษัตริย์แห่งอิสราเอลเริ่มครองราชย์ที่สะมาเรียเป็นเวลาสี่สิบเอ็ดปี
24Hij deed wat kwaad was in de ogen van Jahweh, en brak niet met de zonden, waartoe Jeroboam, de zoon van Nebat, Israël had verleid.
24เขาทำสิ่งที่ชั่วร้ายในสายพระเนตรของพระยาห์เวห์ และไม่ละจากบาปทั้งหมดของเยโรโบอัมบุตรเนบัทซึ่งทำให้อิสราเอลทำบาป
25Hij heroverde het gebied van Israël van de weg naar Chamat af tot aan de zee der laagvlakte, zoals Jahweh, Israëls God, het door zijn dienaar, den profeet Jonas, den zoon van Amittai uit Gat-Hachéfer, had voorspeld.
25เขาฟื้นฟูพรมแดนของอิสราเอลตั้งแต่ทางเข้าฮามัทถึงทะเลอาราบาห์ตามพระดำรัสของพระยาห์เวห์พระเจ้าแห่งอิสราเอลซึ่งพระองค์ตรัสผ่านผู้รับใช้ของพระองค์ คือโยนาห์บุตรอามิททัยผู้เผยพระวจนะจากกัทเฮเฟอร์
26Want Jahweh had gezien, hoe bitter de ellende van Israël was, hoe slaaf en vrije wegkwijnde, en dat er geen redder kwam.
26เพราะพระยาห์เวห์ทรงเห็นความทุกข์ของอิสราเอลว่าขมขื่นอย่างยิ่งสำหรับทุกคน ทั้งทาสและผู้เป็นไท และไม่มีผู้ช่วยอิสราเอล
27En omdat Jahweh nog niet besloten had, de naam van Israël onder de hemel te verdelgen, bracht Hij redding door Jeroboam, den zoon van Joasj.
27พระยาห์เวห์ไม่ได้ตรัสว่าจะลบชื่อของอิสราเอลออกจากใต้ฟ้า พระองค์จึงช่วยพวกเขาให้รอดผ่านเยโรโบอัมบุตรโยอาช
28De verdere geschiedenis van Jeroboam, met al zijn daden en krijgsverrichtingen, hoe hij oorlog voerde tegen Damascus en Jahweh’s toorn van Israël afwendde, is beschreven in het boek der kronieken van de koningen van Israël.
28ส่วนเหตุการณ์อื่นๆในรัชกาลเยโรโบอัมทุกสิ่งที่เขาทำ กำลังอำนาจของเขาการทำสงคราม และการที่เขายึดดามัสกัสกับฮามัทซึ่งเคยเป็นของยูดาห์กลับคืนมาให้อิสราเอลไม่ได้เขียนไว้ในหนังสือพงศาวดารของบรรดากษัตริย์แห่งอิสราเอลหรือ?
29Jeroboam ging bij zijn vaderen te ruste, en werd te Samaria bij de koningen van Israël begraven. Zijn zoon Zekarja volgde hem op.
29เยโรโบอัมล่วงลับไปอยู่กับบรรพบุรุษคือร่วมกับบรรดากษัตริย์แห่งอิสราเอล และเศคาริยาห์บุตรของเขาก็ขึ้นครองราชย์แทน
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.