2 Koningen 4
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Eens riep de vrouw van een der profetenzonen Eliseus, en zei: Uw dienaar, mijn man, is gestorven; gij weet, dat uw dienaar godvrezend was. En nu komt een schuldeiser mijn twee jongens halen, om er slaven van te maken.
1หญิงคนหนึ่งในบรรดาภรรยาของเหล่าศิษย์ผู้เผยพระวจนะร้องทุกข์ต่อเอลีชาว่า “ผู้รับใช้ของท่านคือสามีของดิฉันตายแล้ว ท่านก็รู้ว่าผู้รับใช้ของท่านยำเกรงพระยาห์เวห์ แต่ตอนนี้เจ้าหนี้มาเพื่อจะเอาลูกทั้งสองคนของดิฉันไปเป็นทาส”
2Eliseus sprak tot haar: Wat kan ik voor u doen? Zeg mij eens: Wat hebt ge in huis? Zij zeide: Uw dienares heeft niets anders in huis dan een kruik olie.
2เอลีชาถามนางว่า “ข้าจะช่วยอะไรเจ้าได้? บอกข้ามาว่าในบ้านเจ้ามีอะไรบ้าง?” นางตอบว่า “ผู้รับใช้ของท่านไม่มีอะไรในบ้านเลยนอกจากน้ำมันหนึ่งไห”
3Toen sprak hij: Ga bij al uw buren lege vaten vragen, maar vooral niet te weinig.
3เขาจึงบอกว่า “ไปขอยืมภาชนะเปล่าจากเพื่อนบ้านทุกคน อย่าขอยืมมาเพียงไม่กี่ใบ
4Dan moet ge naar huis gaan, en de deur achter u en uw jongens sluiten. Giet dan olie in al die vaten, en zet de volle op zij.
4แล้วเข้าไปในบ้าน ปิดประตูให้เหลือเพียงเจ้ากับลูกชายทั้งสองของเจ้า จากนั้นเทน้ำมันลงในภาชนะเหล่านั้นทั้งหมด ใบไหนเต็ม แล้วก็ยกออกไปไว้ต่างหาก”
5Nadat ze van hem was weggegaan, sloot ze de deur achter zich en haar jongens, en terwijl dezen de vaten aanreikten, bleef zij ze maar vol gieten.
5นางจึงไปจากเขา แล้วปิดประตูอยู่กับลูกชายทั้งสอง ลูก ๆ นำภาชนะมาให้นาง ส่วนนางก็เทน้ำมันใส่
6Toen de vaten vol waren, zei ze tot haar zoon: Geef me nog een ander vat. Maar hij antwoordde haar: Er is geen meer. En nu hield de olie op met vloeien.
6เมื่อภาชนะเต็มหมดแล้ว นางพูดกับลูกชายว่า “เอาภาชนะมาให้อีกใบหนึ่ง” เขาตอบว่า “ไม่มีภาชนะเหลือแล้ว” แล้วน้ำมันก็หยุดไหล
7Ze ging het aan den godsman vertellen, en deze sprak: Ga de olie verkopen en uw schuld betalen; van het overschot kunt ge met uw zonen leven.
7นางจึงไปบอกคนของพระเจ้า เขากล่าวว่า “ไปขายน้ำมันแล้วใช้หนี้เสีย ส่วนเงินที่เหลือให้เจ้ากับลูกชายใช้ดำรงชีวิต”
8Toen Eliseus op zekere dag te Sjoenem kwam, werd hij daar door een voorname vrouw aan tafel genodigd. En wanneer hij in het vervolg daar voorbijkwam, ging hij er altijd heen, om te eten.
8วันหนึ่งเอลีชาเดินทางไปชูเนม ที่นั่นมีหญิงผู้มีฐานะคนหนึ่ง นางคะยั้นคะยอให้เขารับประทานอาหาร ต่อมาเมื่อใดที่เขาผ่านมาเขาก็จะแวะเข้าไปกินอาหารที่นั่น
9Daarom zei de vrouw tot haar man: Zie eens; ik heb gemerkt, dat de gast, die altijd bij ons komt, een heilige godsman is.
9นางพูดกับสามีว่า “ฉันรู้ว่าชายผู้นี้ที่ผ่านเราไปมาเสมอเป็นคนบริสุทธิ์ของพระเจ้า
10Laat ons boven een klein kamertje voor hem inrichten, en er een bed, een tafel, een stoel en een lamp neerzetten; dan kan hij daar zijn intrek nemen, wanneer hij bij ons komt.
10เรามาทำห้องเล็กๆบนดาดฟ้าให้เขาเถิด แล้วเอาเตียง โต๊ะ เก้าอี้ และเชิงตะเกียงไว้ในห้อง เมื่อเขามาหาเราก็จะได้พักที่นั่น”
11Toen Eliseus dus op zekere dag weer aankwam, kon hij de bovenkamer betrekken en ging er rusten.
11วันหนึ่ง เมื่อเอลีชามาถึง เขาขึ้นไปในห้องนั้น และนอนพัก
12Daarna beval hij zijn dienaar Gechazi: Roep de Sjoenamietische. Hij riep haar, en ze kwam bij hem.
12เขาพูดกับเกหะซีผู้รับใช้ว่า “ไปเรียกหญิงชาวชูเนมคนนั้นมา” เมื่อเกหะซีเรียกนางมา นางก็มายืนอยู่ต่อหน้าเขา
13Te voren had Eliseüs al tot Gechazi gezegd, haar te vragen: Ge hebt nu zo uitstekend voor ons gezorgd; wat kunnen wij nu voor u doen? Misschien een goed woordje bij den koning of bij den legeroverste? Maar ze had geantwoord: Ik woon te midden van mijn volk.
13เอลีชาพูดกับเกหะซีว่า “บอกนางว่า ‘เจ้าลำบากดูแลพวกเรามากมายอย่างนี้ เราจะทำอะไรให้เจ้าได้บ้าง? เจ้าต้องการให้เราพูดกับกษัตริย์หรือผู้บัญชาการกองทัพให้หรือไม่?’” นางตอบว่า “ดิฉันอยู่ท่ามกลางคนของดิฉันเอง”
14Hierop had hij aan Gechazi gevraagd: Maar kunnen we dan helemaal niets voor haar doen? En deze had geantwoord: Wel zeker; ze heeft geen zoon, en haar man is oud.
14เอลีชาถามว่า “ถ้าอย่างนั้นเราจะทำอะไรให้นางได้?” เกหะซีตอบว่า “นางไม่มีลูกชายแน่นอน และสามีของนางก็แก่แล้ว”
15Toen had Eliseüs gezegd: Roep haar. Zo was Gechazi haar gaan roepen, en nu stond ze aan de deur.
15เอลีชาจึงบอกว่า “เรียกนางมา” เมื่อเกหะซีเรียก นางก็มายืนที่ประตู
16En Eliseus sprak: Het volgend jaar om deze tijd drukt ge een zoon aan uw hart. Ze antwoordde: Neen heer; man Gods, misleid uw dienares toch niet.
16เอลีชาพูดว่า “ประมาณเวลานี้ในปีหน้าเจ้าจะได้อุ้มลูกชาย” นางตอบว่า “อย่าเลย นายของดิฉัน คนของพระเจ้า โปรดอย่าหลอกผู้รับใช้ของท่านเลย”
17Maar de vrouw werd zwanger, en het volgende jaar om dezelfde tijd baarde zij een zoon, zoals Eliseus voorspeld had.
17หญิงนั้นตั้งครรภ์ และเมื่อเวียนมาถึงช่วงเวลาเดียวกันในปีถัดมา นางก็คลอดลูกชายตามที่เอลีชาได้บอกไว้
18Toen de jongen wat groter geworden was, ging hij eens met zijn vader mee naar de maaiers.
18เมื่อเด็กโตขึ้น วันหนึ่งเขาออกไปหาพ่อซึ่งอยู่กับคนเกี่ยวข้าว
19Daar riep hij opeens tot zijn vader: Mijn hoofd, mijn hoofd! Deze zei tot een knecht: Neem hem op, en breng hem bij zijn moeder.
19เด็กพูดกับพ่อว่า “ปวดหัว! ปวดหัว!” พ่อจึงสั่งผู้รับใช้ว่า “อุ้มเขาไปหาแม่”
20De knecht nam hem op, en bracht hem bij zijn moeder. Tot de middag lag hij op haar schoot; toen stierf hij.
20ผู้รับใช้อุ้มเด็กไปหาแม่ เด็กนั่งอยู่บนตักนางจนถึงเที่ยง แล้วก็ตาย
21Nu ging zij naar boven, legde hem op het bed van den godsman, en deed de deur achter hem toe. Toen liep ze naar buiten,
21นางขึ้นไปวางเขาไว้บนเตียงของคนของพระเจ้า ปิดประตูไว้แล้วออกมา
22riep haar man en zei: Stuur me een van de knechts met een ezelin; ik wil dadelijk naar den godsman, en kom gauw terug.
22นางเรียกสามีและพูดว่า “โปรดส่งผู้รับใช้คนหนึ่งกับลาตัวหนึ่งมาให้ฉัน ฉันจะรีบไปหาคนของพระเจ้า แล้วกลับมา”
23Hij zei: Waarom gaat ge nu vandaag naar hem toe? Het is toch geen nieuwe maan of sabbat. Maar ze antwoordde: Tot ziens!
23เขาถามว่า “วันนี้เจ้าจะไปหาเขาทำไม? วันนี้ไม่ใช่วันเดือนใหม่หรือวันสะบาโต” นางตอบว่า “ทุกอย่างเรียบร้อยดี”
24Ze zadelde de ezelin, en beval den knecht: Drijf ze maar gedurig aan en houd nergens stil, tenzij ik het u zeg.
24แล้วนางก็ผูกอานลาและพูดกับผู้รับใช้ว่า “ขับลาไปข้างหน้า อย่าชะลอฝีเท้า เพราะเห็นแก่ฉัน เว้นแต่ฉันจะบอก”
25Zo ging ze op weg, en begaf zich naar den godsman op de berg Karmel. Toen de godsman haar in de verte zag aankomen, zei hij tot zijn dienaar Gechazi: Daar is die Sjoenamietische.
25นางจึงเดินทางไปหาคนของพระเจ้าที่ภูเขาคารเมล เมื่อคนของพระเจ้าเห็นนางแต่ไกล เขาพูดกับเกหะซีผู้รับใช้ว่า “ดูสิ นั่นหญิงชาวชูเนม
26Ga haar tegemoet, en vraag haar, hoe het gaat met haarzelf, haar man en haar kind. Zij antwoordde: Goed.
26รีบวิ่งไปพบนางและถามว่า ‘เจ้าเป็นอย่างไรบ้าง? สามีของเจ้าเป็นอย่างไรบ้าง? ลูกของเจ้าเป็นอย่างไรบ้าง?’” นางตอบว่า “สบายดี”
27Maar toen ze bij den godsman op de berg was gekomen, omklemde ze zijn voeten. Gechazi trachtte haar weg te duwen, maar de godsman sprak: Laat haar begaan, want ze is diep bedroefd; Jahweh houdt het voor mij verborgen, en heeft het mij niet geopenbaard.
27เมื่อนางมาถึงคนของพระเจ้าที่เนินเขา นางก็กุมเท้าของเขาไว้ เกหะซีเข้ามาจะผลักนางออก แต่คนของพระเจ้าพูดว่า “ปล่อยนางเถิด เพราะนางทุกข์ใจอย่างยิ่ง พระยาห์เวห์ทรงปิดบังเรื่องนี้จากข้าและไม่ได้บอกข้า”
28Nu sprak zij: Heer, heb ik u soms om een zoon gevraagd? Heb ik u niet gezegd: Misleid mij toch niet!
28แล้วนางพูดว่า “นายของดิฉัน ดิฉันเคยขอลูกชายจากท่านหรือ? ดิฉันไม่ได้บอกท่านแล้วหรือว่า ‘อย่าหลอกดิฉัน’?”
29Toen beval hij Gechazi: Omgord uw lenden, neem mijn staf in de hand, en ga hem op den jongen leggen; en als ge iemand ontmoet, groet hem niet, en wanneer men u groet, antwoord dan niet.
29เอลีชาจึงพูดกับเกหะซีว่า “เหน็บชายเสื้อไว้ที่เอว ถือไม้เท้าของข้า แล้วไปเถิด หากพบใครระหว่างทางอย่าทักทายเขา และถ้ามีใครทักทายเจ้าก็อย่าตอบ แล้วเอาไม้เท้าของข้าวางบนหน้าของเด็ก”
30Maar de moeder van den jongen zei: Zo waar Jahweh leeft en bij uw leven; ik verlaat u niet. Toen stond hij zelf op, en ging met haar mee.
30แต่แม่ของเด็กพูดว่า “ขอสาบานต่อพระยาห์เวห์ผู้ทรงพระชนม์อยู่และต่อชีวิตของท่านว่าดิฉันจะไม่ทิ้งท่าน” เอลีชาจึงลุกขึ้นและตามนางไป
31Gechazi, die hun vooruit was gegaan, legde de staf op den knaap; maar deze gaf geen geluid of teken van leven. Daarom keerde hij terug. En toen hij Eliseus tegenkwam, zei hij hem: De jongen is niet ontwaakt.
31เกหะซีไปล่วงหน้าพวกเขาและวางไม้เท้าบนหน้าของเด็ก แต่ไม่มีเสียงหรือการตอบสนอง เขาจึงกลับมาพบเอลีชาและบอกว่า “เด็กยังไม่ตื่น”
32Nu trad Eliseus het huis binnen, en zag den jongen dood op zijn bed liggen.
32เมื่อเอลีชาเข้าไปในบ้าน ดูสิ เด็กตายแล้ว และนอนอยู่บนเตียงของคนของพระเจ้า
33Hij ging de kamer in, deed de deur achter hen beiden toe, en bad tot Jahweh.
33เขาจึงเข้าไปปิดประตูให้เหลือเพียงเขากับเด็ก แล้วอธิษฐานต่อพระยาห์เวห์
34Daarna strekte hij zich uit op het kind, en legde de mond op zijn mond, de ogen op zijn ogen, en de handen op zijn handen. Zo bleef hij op hem uitgestrekt, totdat het lichaam van het kind warm was geworden.
34จากนั้นเขาขึ้นไปนอนทาบบนตัวเด็ก เอาปากของตนประกบปากเด็ก ตาต่อตา มือทาบมือ เขาเหยียดตัวทาบอยู่บนเด็ก แล้วเนื้อของเด็กก็เริ่มอุ่นขึ้น
35Toen liep hij eenmaal in huis op en neer, ging weer naar boven, en strekte zich nogmaals op hem uit. Nu begon de jongen te niezen, tot zeven maal toe, en eindelijk deed hij zijn ogen open.
35เอลีชาลงมาเดินไปกลับในบ้านหนึ่งรอบ แล้วขึ้นไปเหยียดตัวทาบเด็กอีกครั้ง เด็กจามเจ็ดครั้ง แล้วลืมตาขึ้น
36Eliseus riep Gechazi en sprak: Roep de Sjoenamietische. Hij riep haar, en ze kwam. En Eliseus zeide tot haar: Hier hebt ge uw zoon.
36เอลีชาเรียกเกหะซีและพูดว่า “ไปเรียกหญิงชาวชูเนมคนนั้นมา!” เกหะซีจึงเรียกนาง เมื่อนางเข้ามาหา เอลีชาพูดว่า “อุ้มลูกของเจ้าไปเถิด”
37Ze liep naar hem toe, zonk neer aan zijn voeten, en boog zich diep ter aarde; daarna nam ze haar kind op en ging heen.
37นางเข้ามาทรุดลงที่เท้าของเขา และก้มตัวลงถึงพื้น แล้วจึงอุ้มลูกชายออกไป
38Terwijl er in het land hongersnood heerste, kwam Eliseus weer eens naar Gilgal. En toen de profetenzonen bij hem zaten, beval hij zijn dienaar: Zet de grote pot op, en kook wat moes voor de profetenzonen.
38เอลีชากลับไปยังกิลกาล ขณะนั้นเกิดการกันดารอาหารในแผ่นดิน เหล่าศิษย์ผู้เผยพระวจนะกำลังนั่งอยู่ต่อหน้าเขา เขาจึงพูดกับผู้รับใช้ว่า “ตั้งหม้อใบใหญ่ แล้วต้มแกงให้เหล่าศิษย์ผู้เผยพระวจนะ”
39Daarom ging er iemand het veld in, om groenten te zoeken. Hij vond een slingerplant op het veld, en plukte daarvan wilde komkommers, zijn mantel vol. Thuis gekomen, sneed hij ze in de pot met moes; want hij kende ze niet.
39คนหนึ่งออกไปเก็บพืชในทุ่ง เขาพบเถาป่าและเก็บลูกน้ำเต้าป่าจากเถานั้นจนเต็มชายเสื้อ แล้วกลับมาหั่นใส่หม้ออาหาร โดยไม่รู้ว่ามันคืออะไร
40Nu schepte men voor de mannen op; maar nauwelijks waren ze van de moes aan het eten, of ze schreeuwden het uit: Man Gods, de dood is in de pot! En ze durfden er niet meer van eten.
40เมื่อพวกเขาตักให้คนเหล่านั้นกิน พอกินอาหารนั้นเข้าไปก็ร้องว่า “คนของพระเจ้า แกงหม้อนี้กินแล้วตายแน่!” แล้วพวกเขาก็กินต่อไม่ได้
41Maar Eliseus sprak: Haal wat meel! Dit wierp hij in de pot, en sprak: Schep nu op voor het volk, en laat ze er rustig van eten. En werkelijk, er was niets schadelijks meer in de pot.
41เอลีชาพูดว่า “เอาแป้งมา” เขาใส่แป้งลงในหม้อ แล้วสั่งว่า “ตักให้ทุกคนกินเถิด” และไม่มีสิ่งที่เป็นอันตรายอยู่ในหม้ออีก
42Eens kwam er iemand uit Báal-Sjalisja, die voor den godsman twintig gerstebroden als eerstelingenbrood en een zak vers koren had meegebracht. Eliseus beval: Geef het aan het volk te eten.
42มีชายคนหนึ่งมาจากบาอัลชาลิชาห์ เขานำขนมปังจากผลผลิตแรกมามอบให้คนของพระเจ้าเป็นขนมปังข้าวบาร์เลย์ยี่สิบก้อนกับรวงข้าวสดในถุง เอลีชาพูดว่า “เอาให้คนเหล่านี้กิน”
43Zijn dienaar antwoordde: Hoe kan ik dit nu aan honderd man voorzetten? Maar Eliseus hernam: Geef het aan het volk te eten; want zo spreekt Jahweh! Ge zult eten, en nog overhouden.
43ผู้รับใช้ของเขาถามว่า “ของแค่นี้จะให้ข้าเอาไปเลี้ยงคนหนึ่งร้อยคนหรือ?” แต่เอลีชาพูดว่า “เอาให้คนเหล่านี้กิน เพราะพระยาห์เวห์ตรัสว่า ‘พวกเขาจะกินและยังมีเหลือ’”
44Nu zette hij het hun voor; en toen ze gegeten hadden, hielden ze nog over, zoals Jahweh gezegd had.
44ผู้รับใช้จึงวางอาหารไว้ต่อหน้าพวกเขา พวกเขากินและยังมีเหลือตามพระดำรัสของพระยาห์เวห์
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.