2 Koningen
Chapter 23
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (Thai)
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1liet hij al de oudsten van Juda en Jerusalem bij zich ontbieden.
1กษัตริย์​ส่งคน​ไป และ​พวกเขารวบรวมผู้ใหญ่ทั้งหมด​ของยูดาห์ และเยรูซาเล็ม​มาหา​เขา
2En nadat de koning met al de mannen van Juda en al de bewoners van Jerusalem, met de priesters en de profeten, en met het gewone volk, armen als rijken, naar de tempel van Jahweh was opgegaan, las hij hun heel het verbondsboek voor, dat in de tempel van Jahweh was teruggevonden.
2กษัตริย์​ขึ้น​ไป​ยังพระนิเวศ​ของพระยาห์เวห์พร้อม​กับชายทั้งหมด​ของยูดาห์ และชาวเยรูซาเล็มทั้งหมด ปุโรหิต ผู้เผยพระวจนะ และ​ประชาชนทั้งหมดตั้งแต่ผู้น้อย​ถึงผู้ใหญ่ เขาอ่านถ้อยคำทั้งหมด​ในหนังสือพันธสัญญา​ที่​พบ​ในพระนิเวศ​ของพระยาห์เวห์​ให้​พวกเขาฟัง
3Daarna ging de koning op een verhevenheid staan, en vernieuwde het verbond voor het aanschijn van Jahweh. Voortaan zouden zij Jahweh dienen en met hart en ziel zijn geboden, instellingen en wetten onderhouden, en het verbond, dat in dit boek stond beschreven, gestand doen. En heel het volk trad tot het verbond toe.
3กษัตริย์ยืนข้างเสา และ​ทำพันธสัญญา​ต่อหน้าพระยาห์เวห์​ว่า​จะดำเนินตามพระยาห์เวห์ และรักษาพระบัญชา ข้อกำหนด และกฎเกณฑ์​ของพระองค์ด้วยสุดใจ​และสุดจิต​เพื่อทำให้ถ้อยคำ​ของพันธสัญญานี้​ซึ่งเขียนไว้​ในหนังสือนี้มีผล และ​ประชาชนทั้งหมด​ก็​รับพันธสัญญานั้น
4Nu gaf de koning aan den hogepriester Chilki-jáhoe, aan den plaatsvervangenden hogepriester en aan de dorpelwachters bevel, al de voorwerpen, die voor de eredienst van Báal, Asjera en heel het hemelse heir bestemd waren, uit de tempel van Jahweh te verwijderen. Zij verbrandden ze buiten Jerusalem, in de velden van het Kedrondal, en brachten de as naar Betel.
4กษัตริย์​สั่งฮิลคียาห์มหาปุโรหิต ปุโรหิตลำดับรอง และบรรดาผู้เฝ้าประตู​ให้​นำภาชนะทั้งหมด​ที่​ทำ​ขึ้นสำหรับบาอัล สำหรับอาเชราห์ และสำหรับดวงดาว​ทั้งท้องฟ้า​ออก​จากพระนิเวศ​ของพระยาห์เวห์ เขาเผาสิ่งเหล่านั้นนอกเยรูซาเล็ม​ในทุ่งริมลำธารขิดโรน และ​นำเถ้าถ่าน​ไป​ยังเบธเอล
5Verder zette hij de priestersbent af, die de koningen van Juda hadden aangesteld, om op de hoogten in de steden van Juda en in de omgeving van Jerusalem te offeren; ook de wierookbranders van Báal, van de zon, de maan en de sterrenbeelden en van heel het hemelse heir werden afgezet.
5เขาปลดปุโรหิต​ที่​รับใช้รูปเคารพ​ซึ่งบรรดา​กษัตริย์แห่งยูดาห์​ได้แต่งตั้ง​ให้เผาเครื่องหอม​ในสถานบูชาบน​ที่สูง​ในเมืองต่างๆ​ของยูดาห์ และ​ในบริเวณรอบเยรูซาเล็ม รวม​ทั้งผู้ที่เผาเครื่องหอม​ถวายบาอัล ดวงอาทิตย์ ดวงจันทร์ ดาวเคราะห์ และดวงดาว​ทั้งท้องฟ้า
6Het beeld van Asjera bracht hij uit de tempel van Jahweh naar het Kedrondal buiten Jerusalem, waar hij het verbrandde en vergruisde; het stof wierp hij op de begraafplaats van het gewone volk.
6เขา​นำอาเชราห์​ออก​จากพระนิเวศ​ของพระยาห์เวห์​ไปนอกเยรูซาเล็ม​ถึงลำธารขิดโรน แล้วเผา​ที่ลำธารขิดโรน บดจน​เป็นผง และโปรยผงนั้นบนหลุมศพ​ของสามัญชน
7Het verblijf der verminkten in de tempel van Jahweh, waar vrouwen klederen weefden voor Asjera, brak hij af.
7เขารื้อบ้าน​ของโสเภณีชายประจำสถานบูชา​ที่​อยู่​ในพระนิเวศ​ของพระยาห์เวห์​ซึ่ง​เป็น​ที่​ที่บรรดาหญิงทอผ้าแขวนสำหรับอาเชราห์
8Hij riep al de priesters uit de steden van Juda terug, en verontreinigde van Géba tot Beër-Sjéba de offerhoogten, waar deze priesters geofferd hadden. Ook sloopte hij de tempel der bokken bij de ingang van de poort van den stadsoverste Jehosjóea, en wel links van de stadspoort, wanneer men naar binnen komt.
8เขา​นำปุโรหิตทั้งหมด​ออก​จากเมืองต่างๆ​ของยูดาห์ และทำให้สถานบูชาบน​ที่สูง​ซึ่งปุโรหิตเคยเผาเครื่องหอม​เป็นมลทินตั้งแต่เกบา​ถึงเบเออร์เชบา เขารื้อสถานบูชาบน​ที่สูง​ที่ประตูเมือง​ซึ่ง​อยู่ตรงทาง​เข้าประตู​ของโยชูวาผู้ปกครองเมืองทางซ้ายมือ​ของผู้ที่​เข้าทางประตูเมือง
9De priesters der offerhoogten mochten het altaar van Jahweh te Jerusalem niet beklimmen; wel mochten ze met hun ambtsbroeders van de ongedesemde broden eten.
9อย่างไรก็ตามปุโรหิต​ของสถานบูชาบน​ที่สูง​ไม่​ได้​ขึ้น​ไป​ยังแท่นบูชา​ของพระยาห์เวห์​ในเยรูซาเล็ม แต่​พวกเขากินขนมปังไร้เชื้อท่ามกลางพี่น้อง​ของตน
10Hij verontreinigde de Tófet in het Ben-Hinnomdal, opdat niemand zijn zoon of dochter meer door het vuur aan Molok zou offeren.
10เขา​ทำ​ให้โทเฟท​ซึ่ง​อยู่​ในหุบเขา​ของลูกหลานฮินโนม​เป็นมลทิน​เพื่อ​ไม่​ให้ใคร​ให้​บุตรชาย​หรือ​บุตรสาว​ของตน​ผ่านไฟ​ถวายโมเลค
11Ook verwijderde hij de paarden, die de koningen van Juda ter ere van de zon aan de ingang van de tempel van Jahweh hadden geplaatst, bij het vertrek van den kamerling Netan-Mélek, dat zich in de bijgebouwen bevond; de zonnewagen verbrandde hij.
11เขาเอาม้า​ที่บรรดา​กษัตริย์แห่งยูดาห์​ได้​ถวายแด่ดวงอาทิตย์​ออก​ไป​จากทาง​เข้าพระนิเวศ​ของพระยาห์เวห์ข้างห้อง​ของนาธันเมเลค​เจ้าหน้าที่ผู้ซึ่ง​อยู่​ในลาน แล้ว​เขาเผารถศึก​ของดวงอาทิตย์ด้วยไฟ
12De altaren, welke de koningen van Juda op het dak van de opperzaal van Achaz hadden opgericht, met die, welke Manasses in de beide voorhoven van de tempel van Jahweh gebouwd had, werden door den koning gesloopt; het puin liet hij weghalen en in het Kedrondal werpen.
12กษัตริย์รื้อแท่นบูชา​ที่​อยู่บนหลังคาห้องชั้นบน​ของอาหัส​ซึ่งบรรดา​กษัตริย์แห่งยูดาห์​ได้สร้าง และแท่นบูชา​ที่มนัสเสห์​ได้สร้าง​ในลาน​ทั้งสองแห่งพระนิเวศ​ของพระยาห์เวห์ เขาทุบแท่นเหล่านั้นจนแตก​ที่นั่น และทิ้งผงเหล่านั้น​ลง​ในลำธารขิดโรน
13De offerhoogten op de zuidelijke top van de Olijfberg tegenover Jerusalem, die Salomon, de koning van Israël, voor Asjtarte, de gruwel der Sidoniërs, voor Kemosj, de gruwel van Moab, en voor Milkom, de schande der Ammonieten, had laten bouwen, werden door den koning verontreinigd.
13กษัตริย์ทำให้สถานบูชาบน​ที่สูง​ที่​อยู่หน้าเยรูซาเล็มทางขวามือ​ของภูเขาแห่งความเสื่อมทราม​เป็นมลทิน สถานบูชาเหล่านี้ซาโลมอนกษัตริย์แห่งอิสราเอล​ได้สร้างไว้สำหรับอัชโทเรทสิ่งน่าเกลียดชัง​ของชาวไซดอน สำหรับเคโมชสิ่งน่าเกลียดชัง​ของโมอับ และสำหรับมิลโคมสิ่งน่าเกลียดชัง​ของลูกหลานอัมโมน
14Hij verbrijzelde de heilige zuilen, hakte de heilige palen om, en smeet de plaats, waar ze gestaan hadden, vol mensenbeenderen
14เขาทุบเสาต่างๆจนแตก โค่นเสาอาเชราห์ และ​นำกระดูกมนุษย์​มาใส่จนเต็มบริเวณเหล่านั้น
15Het altaar te Betel en de offerhoogte, welke Jeroboam, de zoon van Nebat, had opgericht, en waarmee hij Israël had verleid, brak hij af; en nadat het altaar met de hoogte gesloopt was, verbrijzelde hij de stenen, vergruisde ze tot stof, en verbrandde de heilige paal.
15ยิ่งกว่านั้นแท่นบูชา​ที่เบธเอล และสถานบูชาบน​ที่สูง​ซึ่งเยโรโบอัม​บุตรเนบัทผู้ทำให้อิสราเอลทำบาป​ได้สร้างไว้ คือ​ทั้งแท่นบูชา และสถานบูชาบน​ที่สูงนั้น เขารื้อ​ลง เขาเผาสถานบูชาบน​ที่สูง บดจน​เป็นผง และเผาอาเชราห์
16Toen Josias zich nu omkeerde, en de graven in de berg bemerkte, liet hij de beenderen eruit nemen en op het altaar verbranden. Zo ontwijdde hij dit volgens het woord van Jahweh, dat de godsman had gesproken, toen Jeroboam op het feest bij het altaar stond. Maar toen hij zijn blikken sloeg op het graf van den godsman, die dit alles voorspeld had,
16เมื่อโยสิยาห์หัน​ไป เขา​เห็น​ที่ฝังศพหลายแห่ง​ที่​อยู่บนภูเขา จึง​ส่งคน​ไป​นำกระดูก​ออก​จาก​ที่ฝังศพเหล่านั้น​มาเผาบนแท่นบูชา และทำให้แท่นนั้น​เป็นมลทินตามพระดำรัส​ของพระยาห์เวห์​ที่คนของพระเจ้า​ได้ประกาศเรื่องเหล่านี้ไว้
17vroeg hij: Wat is dat daar voor een grafsteen? De bewoners van de stad antwoordden hem: Dat is het graf van den godsman uit Juda, die tegen het altaar van Betel heeft voorspeld, wat gij nu gedaan hebt.
17แล้ว​เขา​ถาม​ว่า “อนุสรณ์​ที่​เรา​เห็นนั่น​คืออะไร” คนของเมืองทูลพระองค์​ว่า “นั่น​คือ​ที่ฝังศพ​ของคนของพระเจ้าผู้ที่มา​จากยูดาห์ และประกาศเรื่องเหล่านี้​ที่พระองค์​ทรง​ทำ​ต่อแท่นบูชาแห่งเบธเอล”
18Daarop gebood de koning: Laat hem met rust; niemand mag zijn gebeente aanraken. Zo spaarde men zijn gebeente tegelijk met dat van den profeet uit Samaria.
18เขาพูด​ว่า “ปล่อย​เขาไว้ อย่า​ให้ใครย้ายกระดูก​ของ​เขา” ดังนั้น​พวกเขา​จึงปล่อยกระดูก​ของ​เขาไว้พร้อม​กับกระดูก​ของผู้เผยพระวจนะที่มา​จากสะ​มาเรีย
19Ook de andere tempels der offerhoogten in de steden van Samaria, die de koningen van Israël hadden opgericht, om Jahweh te tergen, liet Josias verwijderen, en deed er hetzelfde mee, als hij te Betel gedaan had.
19โยสิยาห์รื้อวิหารทั้งหมด​ของสถานบูชาบน​ที่สูง​ในเมืองต่างๆ​ของสะ​มาเรีย​ซึ่งบรรดา​กษัตริย์แห่งอิสราเอล​ได้สร้างไว้​เพื่อยั่วยุ​ให้พระยาห์เวห์​ทรงกริ้ว และ​เขา​ทำ​กับสถาน​ที่เหล่านั้นเหมือนทุกอย่าง​ที่​ได้​ทำ​ที่เบธเอล
20En al de priesters der offerhoogten, die er zich bevonden, doodde hij op de altaren, en verbrandde er mensenbeenderen op. Daarna keerde hij naar Jerusalem terug.
20เขาฆ่าปุโรหิตทั้งหมด​ของสถานบูชาบน​ที่สูง​ที่​อยู่​ที่นั่นบนแท่นบูชา และเผากระดูกมนุษย์บนแท่นเหล่านั้น แล้ว​เขา​กลับเยรูซาเล็ม
21Nu gelastte de koning heel het volk: Viert het paasfeest voor Jahweh uw God, zoals het in het verbondsboek is voorgeschreven.
21กษัตริย์​สั่ง​ประชาชนทั้งหมด​ว่า “จงถือเทศกาลปัสกา​ถวายแด่พระยาห์เวห์พระเจ้า​ของ​พวกเจ้าตาม​ที่เขียนไว้​ในหนังสือพันธสัญญานี้”
22Want zo was het paasfeest niet meer gehouden sinds de tijd van de rechters, die Israël bestuurden, en onder de regering van de koningen van Israël en Juda.
22แน่นอน​ว่า​ไม่เคยมีการถือเทศกาลปัสกาเช่นนี้ตั้งแต่สมัย​ของบรรดาผู้วินิจฉัย​ที่วินิจฉัยอิสราเอล​หรือตลอดสมัย​ของบรรดา​กษัตริย์แห่งอิสราเอล และบรรดา​กษัตริย์แห่งยูดาห์
23Eerst in het achttiende regeringsjaar van Josias werd zo het paasfeest voor Jahweh te Jerusalem gevierd.
23แต่​ในปี​ที่สิบแปดแห่งรัชกาล​กษัตริย์โยสิยาห์​ได้มีการถือเทศกาลปัสกานี้​ถวายแด่พระยาห์เวห์​ในเยรูซาเล็ม
24Tenslotte liet Josias ook de dodenbezweerders en de toekomstvoorspellers verwijderen, evenals de terafim en de afgodsbeelden en alle andere gruwelen, die in het land van Juda en in Jerusalem werden aangetroffen. Zo volgde hij de voorschriften der wet op, die opgetekend staan in het boek, dat de priester Chilki-jáhoe in de tempel van Jahweh had teruggevonden.
24ยิ่งกว่านั้นโยสิยาห์กำจัดคนทรงวิญญาณ หมอผี เทราฟิม รูปเคารพ และสิ่งน่าเกลียดชังทั้งหมด​ที่​พบ​ในแผ่นดินยูดาห์ และ​ในเยรูซาเล็ม เพื่อทำให้ถ้อยคำ​ของธรรมบัญญัติ​ซึ่งเขียนไว้​ในหนังสือ​ที่ฮิลคียาห์ปุโรหิต​พบ​ในพระนิเวศ​ของพระยาห์เวห์มีผล
25Zo is er vóór noch na hem een koning geweest, die evenals hij met hart en ziel en met al zijn krachten en helemaal volgens Moses’ wet zich tot Jahweh heeft bekeerd.
25ก่อนหน้าโยสิยาห์​ไม่เคยมี​กษัตริย์ใดเหมือน​เขา ผู้ซึ่งหัน​กลับ​มาหาพระยาห์เวห์ด้วยสุดใจสุดจิต​และสุดกำลังตามธรรมบัญญัติทั้งหมด​ของโมเสส และหลังจาก​เขา​ก็​ไม่เคยมีผู้ใดเหมือน​เขา​ขึ้น​มาอีก
26En toch kwam de hevige toorn van Jahweh, die door het gedurig tergen van Manasses tegen Juda ontvlamd was, niet tot bedaren.
26ถึงอย่างนั้นพระยาห์เวห์​ยัง​ไม่​ทรงหัน​จากพระพิโรธอันรุนแรงยิ่ง​ซึ่งลุกโชน​ต่อยูดาห์ เพราะการยั่วยุทั้งหมด​ที่มนัสเสห์​ได้ยั่วยุพระองค์
27Jahweh sprak: Ook Juda zal Ik uit mijn aanschijn verdrijven, zoals Ik Israël heb weggevaagd; en Jerusalem zal Ik verstoten, de stad, die Ik heb uitverkoren, met de tempel, waar Ik mijn Naam heb gevestigd!
27พระยาห์เวห์​ตรัส​ว่า “เรา​จะกำจัดยูดาห์​ออก​จากสายตา​ของ​เราเช่นเดียว​กับ​ที่​เรา​ได้กำจัดอิสราเอล และ​เรา​จะทอดทิ้งเมืองนี้​ซึ่ง​เรา​ได้เลือก คือเยรูซาเล็ม และพระนิเวศ​ซึ่ง​เรา​ได้​กล่าวถึงว่า ‘นาม​ของ​เรา​จะ​อยู่​ที่นั่น’”
28De verdere geschiedenis van Josias, met al wat hij deed, is beschreven in het boek der kronieken van de koningen van Juda.
28ส่วนเหตุการณ์อื่นๆ​ในรัชกาลโยสิยาห์ และทุกสิ่ง​ที่​เขา​ทำนั้น​ไม่​ได้เขียนไว้​ในหนังสือพงศาวดาร​ของบรรดา​กษัตริย์แห่งยูดาห์​หรือ?
29Gedurende zijn regering rukte Farao Neko, de koning van Egypte, naar de rivier de Eufraat tegen den koning van Assjoer op. Koning Josias trok tegen hem op, maar sneuvelde reeds bij de eerste ontmoeting te Megiddo.
29ในสมัย​ของโยสิยาห์ฟาโรห์เนโค​กษัตริย์แห่งอียิปต์ยกทัพ​ขึ้น​ไปต่อสู้​กับ​กษัตริย์แห่งอัสซีเรีย​ที่แม่น้ำยูเฟรติส แล้ว​กษัตริย์โยสิยาห์​ออก​ไปต่อสู้​กับ​เขา แต่ฟาโรห์เนโคฆ่า​เขา​ที่เมกิดโด​เมื่อ​ได้​เห็น​เขา
30Zijn dienaren brachten zijn lijk op een wagen van Megiddo naar Jerusalem, waar hij in zijn graf werd bijgezet. Het gewone volk koos nu Joachaz, den zoon van Josias, zalfde hem, en stelde hem in de plaats van zijn vader tot
30บรรดาผู้รับใช้​ของ​เขา​นำศพ​โดยรถศึก​จากเมกิดโด​มาเยรูซาเล็ม และฝัง​เขาไว้​ใน​ที่ฝังศพ​ของ​เขาเอง แล้ว​ประชาชนแห่งแผ่นดิน​นำเยโฮอาหาส​บุตรโยสิยาห์​มาเจิม และตั้ง​เขา​เป็น​กษัตริย์แทนบิดา
31Joachaz was drie en twintig jaar oud, toen hij koning werd. Hij regeerde drie maanden te Jerusalem. Zijn moeder heette Chamoetal, en was de dochter van Jirmejáhoe uit Libna.
31เยโฮอาหาสมีอายุยี่สิบสามปี​เมื่อ​เริ่มครองราชย์ และ​เขาครองราชย์​ในเยรูซาเล็มสามเดือน มารดา​ของ​เขาชื่อฮามูทัล​เป็น​บุตรสาว​ของเยเรมีย์แห่งลิบนาห์
32Hij deed wat kwaad was in de ogen van Jahweh, juist zoals zijn vaderen hadden gedaan.
32เขา​ทำสิ่ง​ที่ชั่วร้าย​ในสายพระเนตร​ของพระยาห์เวห์ตามทุกอย่าง​ที่บรรพบุรุษ​ของ​เขา​ได้​ทำ
33Farao Neko zette hem te Ribla in het land van Chamat gevangen, en stiet hem van de troon van Jerusalem; verder legde hij het land een boete op van honderd talenten zilver en tien talenten goud.
33ฟาโรห์เนโคจับ​เขาใส่โซ่ตรวน​ที่ริบลาห์​ในแผ่นดินฮามัท​เพื่อ​ไม่​ให้​เขาครองราชย์​ในเยรูซาเล็ม และกำหนด​ให้แผ่นดินจ่ายบรรณาการ​เป็นเงินหนึ่งร้อยตะลันต์ และทองคำหนึ่งตะลันต์
34Daarna stelde hij Eljakim, den zoon van Josias, in de plaats van zijn vader Josias tot koning aan, en veranderde zijn naam in Jehojakim. Joachaz echter nam hij mee naar Egypte, waar hij stierf.
34ฟาโรห์เนโคตั้งเอลียาคิม​บุตรโยสิยาห์​เป็น​กษัตริย์แทนโยสิยาห์บิดา​ของ​เขา และเปลี่ยนชื่อ​เขา​เป็นเยโฮยาคิม แต่ฟาโรห์​นำเยโฮอาหาส​ไป และ​เขา​ไป​ถึงอียิปต์ และ​ตาย​ที่นั่น
35Jehojakim betaalde het zilver en het goud aan Farao, en legde het land een schatting op, om het geld, door Farao opgeëist, te kunnen geven. Zo dwong hij een ieder, volgens schatting, goud en zilver af te dragen, om het aan Farao Neko te geven.
35เยโฮยาคิมมอบเงิน และทองคำ​แก่ฟาโรห์ แต่​เขาเก็บภาษี​จากแผ่นดิน​เพื่อจ่ายเงินตามคำ​สั่ง​ของฟาโรห์ เขาเรียกเก็บเงิน และทองคำ​จาก​ประชาชนแห่งแผ่นดิน​จากแต่ละคนตามส่วน​ที่ถูกประเมิน​เพื่อมอบ​ให้ฟาโรห์เนโค
36Jehojakim was vijf en twintig jaar oud, toen hij koning werd. Hij regeerde elf jaar te Jerusalem. Zijn moeder heette Zebida, en was de dochter van Pedaja uit Roema.
36เยโฮยาคิมมีอายุยี่สิบห้าปี​เมื่อ​เริ่มครองราชย์ และ​เขาครองราชย์​ในเยรูซาเล็มสิบเอ็ดปี มารดา​ของ​เขาชื่อเศบิดาห์​เป็น​บุตรสาว​ของเปดายาห์แห่งรูมาห์
37Hij deed wat kwaad was in de ogen van Jahweh, juist zoals zijn vaderen hadden gedaan.
37เขา​ทำสิ่ง​ที่ชั่วร้าย​ในสายพระเนตร​ของพระยาห์เวห์ตามทุกอย่าง​ที่บรรพบุรุษ​ของ​เขา​ได้​ทำ

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.