2 Koningen 25
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1trok Nabukodonosor, de koning van Babel, in het negende jaar zijner regering, op de tiende dag van de tiende maand met heel zijn strijdmacht tegen Jerusalem op. Hij belegerde het, en wierp er een wal omheen.
1ในปีที่เก้าแห่งรัชกาลของเศเดคียาห์ ในเดือนที่สิบ วันที่สิบของเดือน เนบูคัดเนสซาร์กษัตริย์แห่งบาบิโลนยกทัพมาพร้อมกับกองทัพทั้งหมดของเขาเพื่อโจมตีเยรูซาเล็ม เขาตั้งค่ายล้อมเมือง และสร้างป้อมล้อมเมืองไว้โดยรอบ
2Zo bleef de stad ingesloten tot aan het elfde regeringsjaar van koning Sidki-jáhoe.
2เมืองจึงถูกล้อมอยู่จนถึงปีที่สิบเอ็ดแห่งรัชกาลกษัตริย์เศเดคียาห์
3Op de negende dag van de vierde maand, toen de hongersnood in de stad al zo nijpend was geworden, dat het gewone volk geen brood meer had,
3ในวันที่เก้าของเดือนที่สี่ การกันดารอาหารในเมืองรุนแรงมากจนประชาชนแห่งแผ่นดินไม่มีอาหารกิน
4werd er een bres in de stad geslagen. Nu namen al de strijders de vlucht. Ofschoon de Chaldeën rond de stad waren gelegerd, verlieten zij des nachts de stad door de poort tussen de beide muren bij de koninklijke tuin, en sloegen de weg naar de Arabal in.
4แล้วกำแพงเมืองถูกเจาะเป็นช่อง ทหารทั้งหมดหนีออกไปในเวลากลางคืนทางประตูที่อยู่ระหว่างกำแพงสองชั้นข้างสวนของกษัตริย์ ขณะนั้นชาวเคลเดียล้อมเมืองอยู่โดยรอบ แล้วกษัตริย์ไปทางอาราบาห์
5Maar het leger der Chaldeën zette de koning achterna, en haalde hem op de vlakte van Jericho in, nadat al zijn troepen hem hadden verlaten.
5แต่กองทัพชาวเคลเดียไล่ตามกษัตริย์ และตามทันเขาในที่ราบเยรีโค กองทัพทั้งหมดของเขากระจัดกระจายหนีไป
6Ze namen den koning gevangen, en brachten hem voor den koning van Babel te Ribla. Daar sprak deze het vonnis over hem uit.
6พวกเขาจับกษัตริย์ และพาเขาขึ้นไปหากษัตริย์แห่งบาบิโลนที่ริบลาห์ แล้วที่นั่นพวกเขาตัดสินโทษเขา
7Hij liet de zonen van Sidki-jáhoe voor zijn ogen vermoorden; hemzelf liet hij de ogen uitsteken, in boeien slaan en naar Babel brengen.
7พวกเขาฆ่าบุตรชายของเศเดคียาห์ต่อหน้าต่อตาเขา แล้วทำให้ดวงตาทั้งสองข้างของเศเดคียาห์บอด มัดเขาด้วยโซ่ตรวน และพาเขาไปบาบิโลน
8Op de zevende dag van de vijfde maand, in het negentiende regeringsjaar van koning Nabukodonosor, den koning van Babel, trok Neboe-Zaradan, het hoofd van de lijfwacht, dienaar van den koning van Babel, Jerusalem binnen.
8ในเดือนที่ห้า วันที่เจ็ดของเดือนซึ่งเป็นปีที่สิบเก้าแห่งรัชกาลเนบูคัดเนสซาร์กษัตริย์แห่งบาบิโลน เนบูซาราดานหัวหน้าทหารรักษาการณ์ซึ่งเป็นผู้รับใช้ของกษัตริย์แห่งบาบิโลนมาถึงเยรูซาเล็ม
9Hij stak de tempel van Jahweh, het koninklijk paleis en alle huizen van Jerusalem, al de grotere althans, in brand.
9เขาเผาพระนิเวศของพระยาห์เวห์ พระราชวัง และบ้านเรือนทั้งหมดในเยรูซาเล็ม เขาเผาบ้านหลังใหญ่ทุกหลังด้วยไฟ
10Al de troepen der Chaldeën, die het hoofd van de lijfwacht ten dienste stonden, haalden de muren van Jerusalem overal neer.
10กองทัพชาวเคลเดียทั้งหมดที่อยู่กับหัวหน้าทหารรักษาการณ์พังกำแพงรอบเยรูซาเล็มลง
11Al wat er van de bevolking der stad was overgebleven, met de overlopers, die zich aan den koning van Babel hadden overgegeven, en de verdere rest van het volk voerde Neboe-Zaradan in ballingschap weg.
11เนบูซาราดานหัวหน้าทหารรักษาการณ์กวาดต้อนประชาชนที่เหลืออยู่ในเมือง คนที่หนีไปเข้ากับกษัตริย์แห่งบาบิโลน และประชาชนที่เหลือทั้งหมดไปเป็นเชลย
12Alleen het armste landvolk liet het hoofd van de lijfwacht als wijngaardeniers en landbouwers achter.
12แต่หัวหน้าทหารรักษาการณ์ทิ้งคนที่ยากจนที่สุดบางส่วนของแผ่นดินไว้ให้ทำสวนองุ่น และทำการเพาะปลูก
13De Chaldeën sloegen de bronzen zuilen, met de wagentjes en de bronzen zee van de tempel van Jahweh aan stukken, en sleepten het brons ervan naar Babel mee.
13ชาวเคลเดียทุบเสาทองสัมฤทธิ์ที่อยู่ในพระนิเวศของพระยาห์เวห์ รวมทั้งฐานต่างๆ และอ่างใหญ่ทองสัมฤทธิ์ที่เรียกว่า “ทะเล” ที่อยู่ในพระนิเวศของพระยาห์เวห์ แล้วขนทองสัมฤทธิ์ไปบาบิโลน
14Ook de potten, schoppen, messen en schalen en al de bronzen vaten, die men nodig had voor de tempeldienst, namen zij mee.
14พวกเขานำหม้อ พลั่ว กรรไกรตัดไส้ตะเกียง ช้อน และภาชนะทองสัมฤทธิ์ทั้งหมดที่ใช้ในการปรนนิบัติไป
15De gouden en zilveren vuurbekkens en offerschalen behield het hoofd van de lijfwacht voor zich.
15หัวหน้าทหารรักษาการณ์นำกระถางไฟ อ่าง สิ่งของที่ทำด้วยทองคำ และสิ่งของที่ทำด้วยเงินไป
16Van de twee zuilen, het bekken, de voetstukken en al de benodigdheden, welke Salomon voor de tempel van Jahweh had laten vervaardigen, was het brons niet te wegen.
16ส่วนเสาสองต้น อ่างใหญ่หนึ่งใบที่เรียกว่า “ทะเล” และฐานต่างๆซึ่งซาโลมอนได้ทำไว้สำหรับพระนิเวศของพระยาห์เวห์นั้น ทองสัมฤทธิ์ของภาชนะเหล่านี้ไม่ได้ถูกชั่งน้ำหนัก
17De éne zuil was achttien el hoog. Ze had een bronzen kapiteel, vijf el hoog; rond het kapiteel was een vlechtwerk met granaatappelen aangebracht, alles van brons. Zo was ook de andere zuil.
17เสาต้นหนึ่งสูงสิบแปดศอก และมีหัวเสาทองสัมฤทธิ์อยู่บนเสา หัวเสาสูงสามศอก มีตาข่าย และลูกทับทิมล้อมรอบหัวเสา ทั้งหมดทำด้วยทองสัมฤทธิ์ เสาต้นที่สองพร้อมตาข่ายก็เหมือนกัน
18Het hoofd van de lijfwacht nam den hogepriester Seraja en den plaatsvervangenden hogepriester Sefanjáhoe met drie dorpelwachters gevangen.
18หัวหน้าทหารรักษาการณ์จับเสไรยาห์มหาปุโรหิต เศฟันยาห์ปุโรหิตลำดับรอง และผู้เฝ้าประตูสามคน
19Uit de stad nam hij een eunuch gevangen, die aanvoerder was der soldaten, met vijf mannen van het koninklijk hof, die in de stad werden aangetroffen; eveneens den kanselier van den legeroverste, die het landvolk had te monsteren, en zestig mannen uit het gewone volk, die zich in de stad bevonden.
19จากในเมืองเขาจับนายทหารคนหนึ่งซึ่งควบคุมเหล่าทหาร คนห้าคนในบรรดาผู้เข้าเฝ้ากษัตริย์ซึ่งพบอยู่ในเมือง อาลักษณ์ผู้เป็นผู้บัญชาการกองทัพซึ่งเกณฑ์ประชาชนแห่งแผ่นดิน และประชาชนแห่งแผ่นดินอีกหกสิบคนซึ่งพบอยู่ในเมือง
20Neboe-Zaradan, het hoofd van de lijfwacht, bracht ze gevangen naar Ribla voor den koning van Babel.
20เนบูซาราดานหัวหน้าทหารรักษาการณ์จับพวกเขา และพาไปหากษัตริย์แห่งบาบิโลนที่ริบลาห์
21De koning van Babel liet ze te Ribla in de landstreek Chamat vermoorden. Juda werd uit zijn land in ballingschap weggevoerd.
21กษัตริย์แห่งบาบิโลนโจมตีพวกเขา และประหารพวกเขาที่ริบลาห์ในแผ่นดินฮามัท ดังนั้นยูดาห์จึงถูกกวาดต้อนออกจากแผ่นดินของตนไปเป็นเชลย
22Over het volk, dat Nabukodonosor, de koning van Babel, in het land van Juda achterliet, stelde hij Gedaljáhoe, den zoon van Achikam, zoon van Sjafan, tot landvoogd aan.
22ส่วนประชาชนที่ยังเหลืออยู่ในแผ่นดินยูดาห์ซึ่งเนบูคัดเนสซาร์กษัตริย์แห่งบาบิโลนทิ้งไว้นั้น เขาตั้งเกดาลิยาห์บุตรอาหิคัมบุตรชาฟานให้เป็นผู้ปกครองพวกเขา
23Toen nu de legeroversten en hun manschappen hoorden, dat de koning van Babel Gedaljáhoe tot landvoogd had aangesteld, begaven zij zich allen tot hem te Mispa; het waren Jisjmaël, de zoon van Netanja, Jochanan, de zoon van Karéach, Seraja, de zoon van Tanchóemet uit Netofa, en Jaäzanjáhoe, de zoon van den Maäkatiet, met hun mannen.
23เมื่อบรรดาผู้บัญชาการกองกำลังพร้อมกับคนของพวกเขาได้ยินว่ากษัตริย์แห่งบาบิโลนตั้งเกดาลิยาห์เป็นผู้ปกครอง พวกเขาก็มาหาเกดาลิยาห์ที่มิสปาห์ ได้แก่ อิชมาเอลบุตรเนธานิยาห์ โยฮานันบุตรคาเรอาห์ เสไรยาห์บุตรทันหุเมทชาวเนโทฟาห์ และยาอาซันยาห์บุตรของชาวมาอาคาห์พร้อมกับคนของพวกเขา
24Gedaljáhoe verzekerde hun en hun mannen onder ede: Gij behoeft niet bang te zijn voor de chaldese bezetting; zet u neer in het land, en onderwerpt u aan den koning van Babel; dan zal het u goed gaan.
24เกดาลิยาห์สาบานต่อพวกเขา และคนของพวกเขา และพูดว่า “อย่ากลัวผู้รับใช้ของชาวเคลเดียเลย จงอาศัยอยู่ในแผ่นดิน และรับใช้กษัตริย์แห่งบาบิโลน แล้วพวกท่านจะอยู่ดี”
25Maar in de zevende maand kwam Jisjmaël, de zoon van Netanja, zoon van Elisjama, die van koninklijke bloede was, met tien man, en vermoordde Gedaljáhoe en al de Judeërs en Chaldeën, die zich bij hem te Mispa bevonden.
25แต่ในเดือนที่เจ็ด อิชมาเอลบุตรเนธานิยาห์บุตรเอลีชามา ซึ่งเป็นเชื้อสายกษัตริย์มาพร้อมกับชายสิบคน และโจมตีเกดาลิยาห์จนเขาตายพร้อมทั้งชาวยิว และชาวเคลเดียที่อยู่กับเขาในมิสปาห์
26Hierop ging heel het volk, arm en rijk, met de legeroversten naar Egypte; want ze waren bang voor de Chaldeën.
26ประชาชนทั้งหมด ทั้งผู้น้อย และผู้ใหญ่รวมทั้งบรรดาผู้บัญชาการกองกำลังต่างลุกขึ้น และไปยังอียิปต์ เพราะพวกเขากลัวชาวเคลเดีย
27In het zeven en dertigste jaar der ballingschap van Jehojakin, den koning van Juda, op de zeven en twintigste dag der twaalfde maand, begenadigde Ewil-Merodak bij gelegenheid van zijn troonbestijging Jehojakin, den koning van Juda, en ontsloeg hem uit de kerker.
27ในปีที่สามสิบเจ็ดแห่งการเป็นเชลยของเยโฮยาคีนกษัตริย์แห่งยูดาห์ ในเดือนที่สิบสอง วันที่ยี่สิบเจ็ดของเดือน เอวิลเมโรดัคกษัตริย์แห่งบาบิโลน ในปีที่เขาเริ่มครองราชย์ได้ปล่อยเยโฮยาคีนกษัตริย์แห่งยูดาห์ออกจากคุก
28Hij ging vriendschappelijk met hem om, en stelde zijn zetel hoger dan die van andere koningen, die bij hem te Babel vertoefden.
28เขาพูดกับเยโฮยาคีนอย่างเมตตา และตั้งบัลลังก์ของเขาไว้สูงกว่าบัลลังก์ของบรรดากษัตริย์ที่อยู่กับเขาในบาบิโลน
29Hij mocht zijn gevangeniskleding afleggen, en tot het eind van zijn leven steeds bij hem aan tafel zitten.
29กษัตริย์เปลี่ยนเสื้อผ้านักโทษของเยโฮยาคีน แล้วเยโฮยาคีนก็กินอาหารต่อหน้ากษัตริย์เป็นประจำตลอดชีวิตของเขา
30En zolang hij leefde, werd door den koning van Babel dagelijks in zijn onderhoud voorzien.
30ส่วนค่าเลี้ยงชีพของเขา กษัตริย์จัดสรรให้เขาเป็นประจำทุกวันตามส่วนของแต่ละวันตลอดชีวิตของเขา
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.