Psalmen 149
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Modern Hebrew Bible
1Halleluja! Zingt een nieuw lied ter ere van Jahweh, Zijn lof in de gemeenschap der vromen.
1הללו יה שירו ליהוה שיר חדש תהלתו בקהל חסידים׃
2Laat Israël zich in zijn Schepper verheugen, Sions kinderen zich in hun Koning verblijden;
2ישמח ישראל בעשיו בני ציון יגילו במלכם׃
3Zijn Naam met reidansen vieren, Hem verheerlijken met pauken en citer!
3יהללו שמו במחול בתף וכנור יזמרו לו׃
4Want Jahweh heeft zijn volk begenadigd, De verdrukten met zege gekroond;
4כי רוצה יהוה בעמו יפאר ענוים בישועה׃
5Laat de vromen nu hun krijgsroem bezingen, En jubelen over hun wapens:
5יעלזו חסידים בכבוד ירננו על משכבותם׃
6Met Gods lof in hun keel, En een tweesnijdend zwaard in hun hand!
6רוממות אל בגרונם וחרב פיפיות בידם׃
7Zich op de heidenen wreken, De volken richten,
7לעשות נקמה בגוים תוכחת בל אמים׃
8Hun koningen in ketenen slaan, Hun vorsten in ijzeren boeien,
8לאסר מלכיהם בזקים ונכבדיהם בכבלי ברזל׃
9Aan hen het vonnis voltrekken, zoals het geveld is: Dìt is de glorie van al zijn vromen! Halleluja!
9לעשות בהם משפט כתוב הדר הוא לכל חסידיו הללו יה׃
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.