Psalmen 63
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Modern Hebrew Bible
1Een psalm van David, toen hij in de woestijn van Juda vertoefde. God, wat verlang ik naar U; mijn God, naar U dorst mijn ziel, Naar U smacht mijn lichaam als een dor en droog land naar het water.
1מזמור לדוד בהיותו במדבר יהודה אלהים אלי אתה אשחרך צמאה לך נפשי כמה לך בשרי בארץ ציה ועיף בלי מים׃
2Ik blik naar U op in uw heilige woning, Om uw macht en uw glorie te aanschouwen!
2כן בקדש חזיתיך לראות עזך וכבודך׃
3Ja, uw genade is kostelijker nog dan het leven: Daarom moeten mijn lippen U loven,
3כי טוב חסדך מחיים שפתי ישבחונך׃
4En wil ik U al mijn dagen prijzen, Mijn handen opheffen in uw Naam.
4כן אברכך בחיי בשמך אשא כפי׃
5Gij verzadigt mij als met vet en met merg, En mijn mond juicht U toe met jubelende lippen;
5כמו חלב ודשן תשבע נפשי ושפתי רננות יהלל פי׃
6Nog op mijn legerstede moet ik aan U denken, En in mijn nachtwaken over U peinzen.
6אם זכרתיך על יצועי באשמרות אהגה בך׃
7Want Gij zijt mijn Helper, Ik nestel in de schaduw uwer vleugelen;
7כי היית עזרתה לי ובצל כנפיך ארנן׃
8Mijn ziel klampt zich aan U vast, En uw rechterhand is mij een stut.
8דבקה נפשי אחריך בי תמכה ימינך׃
9Maar zij, die mijn ondergang zoeken, Zullen in de diepten der aarde verzinken;
9והמה לשואה יבקשו נפשי יבאו בתחתיות הארץ׃
10Ze vallen ten prooi aan het zwaard, En worden een buit van de jakhalzen.
10יגירהו על ידי חרב מנת שעלים יהיו׃
11Doch de Koning zal zich verheugen in God, En wie Hem trouw zweert, zal juichen; Maar de mond van de leugenaars wordt gestopt!
11והמלך ישמח באלהים יתהלל כל הנשבע בו כי יסכר פי דוברי שקר׃
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.