箴言 2
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Translation
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1わが子よ、もし私の言葉を受け入れ、 私の命令を心のうちに蓄え、
1Mijn zoon, als ge mijn woorden aanvaardt, En mijn wenken ter harte neemt,
2知恵に耳を傾け、 悟りに心を向けるなら、
2Uw oren te luisteren legt naar de wijsheid, Uw aandacht richt op ervaring;
3そうだ、識別力を求めて呼び、 悟りを求めて声を上げ、
3Ja, als ge om wijsheid roept, En om inzicht uw stem verheft;
4銀のように知恵を求め、 隠された宝のように探すなら、
4Als ge er naar streeft als naar geld, En er naar zoekt als naar schatten:
5そのとき、あなたは主を恐れることを悟り、 神を知るに至る。
5Dan zult ge de vreze voor Jahweh begrijpen, Zult ge vinden de kennis van God.
6主が知恵を与える。 その口から知識と悟りが出る。
6Want Jahweh schenkt wijsheid, Van zijn lippen komen kennis en inzicht;
7主は正しい者のために確かな知恵を蓄え、 誠実に歩む者の盾となる。
7Hij houdt hulp bereid voor de braven, Is een schild voor mensen van onberispelijke wandel;
8公正の道を守り、 ご自分に忠実な者たちの道を保たれる。
8Hij beschermt de paden des rechts, En beveiligt de weg van zijn dienaars!
9そのとき、あなたは義と公正、 公平とあらゆる良い道を悟る。
9Dan zult ge verstaan wat recht is en plicht, Recht vooruit gaan op elk goed pad.
10知恵があなたの心に入り、 知識はあなたに喜びとなる。
10Want de wijsheid zal haar intrede doen in uw hart, De kennis zoet zijn voor uw ziel;
11慎重さがあなたを見守り、 悟りがあなたを守る。
11Het overleg zal over u waken, Het verstand de wacht bij u houden.
12それらはあなたを悪の道から、 曲がったことを語る人々から救い出す。
12Zij zullen u behoeden voor de weg van het kwaad, Voor den man, die leugentaal spreekt;
13彼らは正しい道を捨て、 闇の道を歩む。
13Voor hen, die het rechte pad hebben verlaten, En wandelen op duistere wegen;
14悪を行うことを喜び、 悪のよこしまさを楽しむ。
14Voor hen, wie de misdaad een vreugde is, En die om boze plannen juichen,
15彼らの道は曲がっており、 その歩みは正道からそれている。
15Die kronkelwegen gaan, En afdwalen op hun paden.
16また知恵は、あなたをよその女から、 甘い言葉でへつらう見知らぬ女から救い出す。
16Zij zullen u behoeden voor een vreemde vrouw, Voor een onbekende met haar gladde taal,
17彼女は若いころからの夫を捨て、 自分の神との契約を忘れている。
17Die den vriend van haar jeugd heeft verlaten, Het verbond van haar God heeft vergeten.
18彼女の家は死へと下り、 その道は死者の霊へと至る。
18Want haar pad helt naar de dood, Naar de schimmen leiden haar wegen.
19彼女のもとへ行く者は誰も戻らず、 命の道にたどり着くこともない。
19Wie zich met haar inlaat, keert nooit weerom, Bereikt nimmer de paden des levens!
20それゆえ、善良な者たちの道を歩み、 義人たちの道を守れ。
20Zo zult ge het pad der braven bewandelen, En de weg der rechtvaardigen houden.
21正しい者はその地に住み、 潔白な者はそこにとどまる。
21Want de vromen zullen de aarde bewonen, Alleen de onberispelijken blijven er op;
22しかし、悪しき者はその地から断ち切られ、 裏切る者はそこから根こそぎにされる。
22Maar de bozen worden van de aarde verdelgd, De afvalligen eruit weggevaagd!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.