Јов
Chapter 2
Daničić–Karadžić Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Опет један дан дођоше синови Божји да стану пред Господом, а дође и Сотона међу њих да стане пред Господом.
1Weer gebeurde het op zekere dag, dat de zonen Gods voor Jahweh verschenen, en dat ook de satan zich in hun midden bevond, en voor Jahweh stond.
2И Господ рече Сотони: Од куда идеш? А Сотона одговори Господу и рече: Проходих земљу и обилазих.
2En Jahweh sprak tot satan: Waar komt ge vandaan? Satan gaf Jahweh ten antwoord: Van een zwerf- en speurtocht over de aarde.
3И рече Господ Сотони: Јеси ли видео слугу мог Јова? Нема онаквог човека на земљи, доброг и праведног, који се боји Бога и уклања се ода зла, и још се држи доброте своје, премда си ме наговорио, те га упропастих низашта.
3Jahweh vroeg satan: Hebt ge daarbij gelet op mijn dienaar Job, en hoe er op aarde zijns gelijke niet is: geen zo onberispelijk en rechtschapen, geen die God vreest en het kwaad schuwt, als hij. Nog blijft hij volharden in zijn deugd; tevergeefs hebt ge Mij dus tegen hem opgehitst, om hem tot de bedelstaf te brengen.
4А Сотона одговори Господу и рече: Кожа за кожу, и све што човек има даће за душу своју.
4Maar Satan gaf Jahweh ten antwoord: Huid voor huid tenslotte geeft de mens al, wat hij heeft, voor zijn leven.
5Него пружи руку своју и дотакни се костију његових и меса његовог, псоваће те у очи.
5Strek uw hand eens tegen hem uit, en tast hem eens aan in zijn gebeente en vlees: dan vloekt hij U in het aangezicht!
6А Господ рече Сотони: Ево ти га у руке; али му душу чувај.
6Daarop sprak Jahweh tot satan: Ge moogt met hem doen, wat ge wilt; maar zijn leven moet ge ontzien.
7И сотона отиде од Господа, и удари Јова злим приштем од пете до темена,
7Zo ging satan van Jahweh heen. Nu sloeg hij Job met kwaadaardige zweren van het hoofd tot de voeten;
8те он узе цреп па се стругаше, и сеђаше у пепелу.
8en deze moest een potscherf nemen, om er zich mede te krabben. En terwijl hij op de ashoop zat,
9И рече му жена: Хоћеш ли се још држати доброте своје? Благослови Бога, па умри.
9viel zijn vrouw tegen hem uit: Volhardt ge ook nu nog in uw deugd? Blijf God dan zegenen, en sterf!
10А он јој рече: Говориш као луда жена; добро смо примали од Бога, а зла зар нећемо примати? Уза све то не сагреши Јов уснама својим.
10Maar hij sprak tot haar: Ge praat als een dwaas! Zouden we wel het goede van God willen aannemen, maar het kwade niet? Dus ondanks dit alles heeft Job zelfs niet met zijn lippen gezondigd.
11А три пријатеља Јовова чуше за све зло које га задеси, и дођоше сваки из свог места, Елифас Теманац и Вилдад Сушанин и Софар Намаћанин, договорише се да дођу да га пожале и потеше.
11Toen nu de drie vrienden van Job van al de rampen hoorden, die Job hadden getroffen, verlieten zij allen hun woonplaats. Het waren: Elifaz van Teman Bildad van Sjóeach, en Sofar van Naäma. Ze spraken met elkander af, om hem te gaan beklagen en troosten.
12И подигавши очи своје издалека не познаше га; тада подигоше глас свој и стадоше плакати и раздреше сваки свој плашт и посуше се прахом по глави бацајући га у небо.
12Maar toen zij op enige afstand de ogen opsloegen, kenden ze hem niet meer terug. Nu begonnen ze hardop te wenen, scheurden hun kleren en strooiden zich as op het hoofd.
13И сеђаху код њега на земљи седам дана и седам ноћи, и ниједан му не проговори речи, јер виђаху да је бол врло велик.
13En zeven dagen en zeven nachten bleven ze op de grond naast hem zitten, zonder dat iemand een woord tot hem sprak; want ze zagen, hoe vreselijk zijn smart was.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.