1 Kronieken
Chapter 16
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Toen de ark van God aangekomen was, zette men haar op haar plaats, midden in de tent, die David voor haar had gespannen. Daarna droeg David brand- en vredeoffers aan God op;
1І принесли Божу скриню, й поставили її посеред намету, котрий спорудив для неї Давид, і принесли Богу жертви всепалення й жертви мирні.
2en toen hij de brand- en vredeoffers had opgedragen, zegende hij het volk in de Naam van Jahweh.
2А коли Давид скінчив жертви всепалення й жертви мирні, тодї поблагословив народ іменем Господа.
3Tenslotte hield hij voor alle Israëlieten een uitdeling; en allen, mannen als vrouwen, kregen ieder een broodkoek, een stuk vlees en een druivenkoek.
3І роздав кожному з Ізрайлитян по одному хлїбові й по кусневи мяса й по кухлеві вина,
4Daarna belastte hij enige levieten met de dienst van de ark van Jahweh: ze moesten Jahweh, den God van Israël, danken, loven en prijzen.
4І поставив на службу перед скринею Господньою кількох левітів, щоб прославляли, дякували й величали Господа, Бога Ізрайлевого, —
5Het waren Asaf, het hoofd, en zijn plaatsvervanger Zekarja; verder Jeïël, Sjemiramot, Jechiël, Mattitja, Eliab, Benajáhoe, Obed-Edom en Jeïël. Dezen moesten met harpen en citers, Asaf met cymbalen,
5Асафа — головою, другим по йому Захарію, Еієла, Шемирамота, Ехиїла, Маттатію, Елїава та Банею, Обед-Едома та Еїеля з псалтирями та цитрами, й Асафа, щоб грав на кимвалах;
6en de priesters Benajáhoe en Jachaziël met trompetten voortdurend feestelijke klanken laten horen voor de verbondsark van God.
6А Банею та Озиїла, сьвященників, щоб по всячасно трубили перед скринею завіту Божого.
7Die dag liet David voor de eerste maal Asaf en zijn ambtgenoten het “Looft Jahweh” zingen:
7Того дня дав Давид перший раз псалом у прославу Господа через Асафа та братів (товаришів) його:
8Looft Jahweh, verkondigt zijn Naam, Maakt onder de volken zijn daden bekend;
8Славіте Господа, проповідуйте імя його, оповіщайте народам про дїла його;
9Zingt en juicht Hem ter ere, En verhaalt al zijn wonderen!
9Сьпівайте йому, вигравайте йому; оповідайте про всї чуда його;
10Roemt in zijn heilige Naam: Vreugd moet er zijn in de harten der Jahweh-vereerders! Wendt u tot Jahweh en zijn macht,
10Хвалїтеся сьвятим іменем його; нехай радїє серце тих, що шукають Господа;
11Houdt niet op, zijn aanschijn te zoeken;
11Питайте про Господа та силу його, шукайте по всяк час лиця його;
12Denkt aan de wonderen, die Hij deed, Aan zijn tekenen, aan zijn gerichten:
12Згадуйте про чуда, що він творив, про чуда й про суди з уст його;
13Gij kinderen van Israël, zijn dienaar; Gij zonen van Jakob, zijn vriend!
13Ви, насїння Ізрайлеве, слуги його, сини Яковові, вибрані його!
14Hij, Jahweh, is onze God; Voor heel de aarde gelden zijn wetten!
14Він Господь, Бог наш; суди його по всьому сьвітї.
15Hij blijft zijn verbond voor eeuwig indachtig, En zijn belofte in duizend geslachten:
15Згадуйте вічно завіт його, що заповідав він на тисячу родів,
16Het verbond met Abraham gesloten, De belofte, aan Isaäk gezworen.
16Те, що заповідав Авраамові, і в чому клявся Ізаакові,
17En Hij heeft die belofte aan Jakob bekrachtigd, Aan Israël het eeuwig verbond:
17І що постановив Яковові за закон, і Ізраїлеві в завіт вічний,
18Hij zeide: “Aan u zal Ik geven Het land van Kanaän als uw erfdeel”.
18Кажучи: Тобі дам землю Канаанську в наслїдню державу.
19Toch waren ze daar maar gering in getal, Nog zonder aanzien en vreemd.
19Іх було тодї не багато, вони були незначущі й чуженицї в нїй;
20En toen ze nog zwierven van volk tot volk, Van het ene rijk naar het andere,
20І переходили від народу до народу, й з одного царства до другого народу;
21Duldde Hij niet, dat iemand ze kwelde, Maar tuchtigde koningen om hunnentwil:
21Та він не дозволив нїкому робити їм кривду й карав за них царів:
22“Raakt mijn gezalfden niet aan, En doet mijn profeten geen leed!”
22Не доторкайтесь до помазанників моїх, і пророкам моїм не чинїте лиха.
23Heel de aarde, zingt Jahweh ter eer! Verkondigt zijn heil iedere dag;
23Сьпівайте Господеві, всї краї, сповіщайте щоденно про спасеннє його.
24Meldt aan de naties zijn glorie, Aan alle volken zijn wonderen!
24Оповіщайте поганам про славу його, усїм народам про чуда його;
25Want groot is Jahweh, hoog te prijzen, En boven alle goden te vrezen.
25Бо великий Господь і достойний хвали, страшнїйший від усїх богів.
26Ja, alle goden der volkeren zijn niets, Maar Jahweh heeft de hemel gemaakt.
26Бо всї боги поганські нїчо, а Господь сотворив небеса.
27Glans en glorie zijn voor zijn aanschijn, Kracht en vreugde in zijn woonplaats.
27Пишнота й величність перед лицем його, сила й веселість на місцї його.
28Brengt Jahweh, geslachten der volken, Brengt Jahweh glorie en lof.
28Приносїть Господеві, народи, приносїть Господеві славу й почесть;
29Brengt Jahweh de eer van zijn Naam, En treedt met offers voor zijn aanschijn; Werpt u neder voor Jahweh in zijn heilige woning,
29Віддавайте Господеві славу іменнї його. Візьміть дар, ійдїть перед лице його, поклонїтесь Господеві в красотї сьвятинї його.
30Heel de aarde, beef voor zijn aanschijn! Hij houdt de weegschaal der wereld, zodat ze niet schommelt.
30Бійся його, вся земле, бо він оснував землю, вона не порушиться.
31Laat de hemelen juichen, de aarde jubelen, Laat de volken roepen: Jahweh is koning!
31Радїйте небеса, веселись земле! нехай скажуть погани: Господь царює:
32Laat bulderen de zee met wat ze bevat. Laat jubelen het veld, met wat er op groeit,
32Нехай зашумить море, й що в йому, нехай радїє поле й усе, що на ньому.
33In het woud de bomen juichen Voor het aanschijn van Jahweh, want Hij komt, Hij komt, om de aarde te richten!
33Радїйте вкупі, всї дерева в лїсї, перед лицем Господа, бо він ійде судити землю.
34Looft Jahweh, want Hij is goed, En zijn genade duurt eeuwig!
34Славіте Господа, бо його милость віковічна.
35Zegt tot hem: Ach, red ons, God, onze steun, Red ons, en breng ons uit het land der heidenen samen: Opdat wij uw heilige Naam mogen danken, En uw heerlijkheid prijzen!
35І скажіть: Поможи нам, Боже, спасителю наш! збери нас і захисти нас від народів, щоб ми славили сьвяте імя твоє й хвалились славою твоєю!
36Gezegend zij Jahweh, Israëls God, Van eeuwigheid tot eeuwigheid! En heel het volk riep: Amen! Halleluja!
36Хвала Господеві, Богу Ізрайлевому, від віку й до віку! І сказав увесь народ: амінь! аллилуя!
37Toen liet hij daar Asaf en zijn ambtgenoten voor de verbondsark van Jahweh, om zonder ophouden dienst te doen voor de ark, zoals het voor iedere dag was voorgeschreven; en als poortwachters Obed-Edom,
37Давид зіставив там, перед скринею завіту Господнього, Асафа та братів його, щоб вони служили перед скринею по всяк час, день-у-день.
38den zoon van Jedoetoen, en Chosa, met acht en zestig stamgenoten.
38І Обед-Едома й братів його, — шістьдесять і вісїм чоловіка, а Обед-Едома Ідитуненка та Хосу — воротарями,
39Maar den priester Sadok met zijn ambtgenoten, de priesters, stelde hij aan bij de tabernakel van Jahweh op de hoogte van Gibon.
39А Садока, сьвященника, та братів його сьвященників зоставив перед пробутком Господнїм, що був (передом) на висотї в Габаонї,
40Op het brandofferaltaar moesten ze zonder onderbreking ‘s morgens en ‘s avonds brandoffers opdragen voor Jahweh, juist zoals het geschreven staat in de wet, die Jahweh aan Israël gegeven had.
40Задля того, щоб вони приносили всепалення Господеві на жертівнику всепалення — завсїди вранцї і ввечері, та задля усього того, що написано в законї Господа, як він заповідав Ізраїлеві;
41Bij hen bevonden zich Heman en Jedoetoen en de overigen, die uitverkoren en met name aangewezen waren, om ter ere van Jahweh het “Looft Jahweh, want eeuwig duurt zijn barmhartigheid” te zingen.
41А з ними Емана та Ідитуна й других вибраних, кожного поіменно, щоб славили Господа, бо милость його віковічня.
42Bij Heman en Jedoetoen berustte de zorg voor de trompetten en cymbalen, voor de muziekinstrumenten en voor de godsdienstige liederen. De zonen van Jedoetoen bewaakten de poort.
42Зпоміж їх Еман та Ідитун славили Бога, граючи на трубах, кимвалах та всяких музичних приборах, а синів Ідитунових поставив сторожами при воротях.
43Daarna ging heel het volk naar huis, en David keerde terug, om zijn gezin te begroeten.
43І пійшов увесь народ, кожний у свою домівку; вернувся й Давид, щоб поблагословити дім свій.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.