Марка
Chapter 3
Kulish and Puluj Bible (…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Petrus Canisius Bi…

Compare with

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionVietnamese Bible (1923 translation)Stop comparing
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Марка 3

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1І ввійшов ізнов у школу; й був там чоловік, що мав суху руку.
1Eens ging Hij weer een synagoge binnen; daar was een man wiens hand verdord was.
2І назирали Його, чи сцїлить його в суботу, щоб обвинуватити Його.
2En ze bespiedden Hem, of Hij hem ook op de sabbat zou genezen, om Hem dan te kunnen beschuldigen.
3І рече до сухорукого чоловіка: Стань посерединї.
3En Hij zei tot den man met de verdorde hand: Kom hier in het midden!
4І рече до них: Чи годить ся в суботу добро робити, чи зло робити? життє спасати, чи погубляти? Вони ж мовчали.
4Toen sprak Hij tot hen: Mag men op de sabbat goed doen of kwaad, iemand redden of doden? Ze zwegen.
5І, позирнувши на них кругом гнївно, жалкуючи над скаменїлостю сердець їх, рече чоловікові: Простягни руку твою. І простяг, і стала рука його здорова, як і друга.
5Toornig liet Hij zijn blik over hen rondgaan, bedroefd over de verblinding van hun hart; en Hij sprak tot den man: Strek uw hand uit! Hij strekte ze uit, en zijn hand was genezen.
6І вийшовши Фарисеї, зараз з Іродиянами зробили раду на Него, як Його погубити.
6Toen gingen de farizeën heen, en spanden terstond met de herodianen tegen Hem samen, om Hem ten val te
7Ісус же відійшов з учениками своїми до моря; а великий натовп із Галилеї йшов за Ним, і з Юдеї,
7Nu ging Jesus met zijn leerlingen terug naar het meer, en een talrijke schare uit Galilea volgde Hem. Ook uit Judea,
8і з Єрусалиму, й з Ідумеї, і зза Йордану; й ті, що кругом Тира та Сидона, натовп великий, прочувши, скільки Він робив, поприходили до Него.
8Jerusalem, Idumea, het Overjordaanse en uit de streek van Tyrus en Sidon kwam men in grote menigte naar Hem toe, toen men hoorde, al wat Hij deed.
9І сказав Він ученикам своїм наготовити Йому човна задля народу, щоб не тиснулись до Него.
9En Hij beval zijn leerlingen, een boot voor Hem gereed te houden met het oog op de schare, opdat ze Hem niet zouden dringen.
10Многих бо сцїлив, так що кидались на Него, щоб приторкнутись до Него, хто з них мав недуги.
10Want Hij genas er velen; zodat allen, die kwalen hadden, op Hem aandrongen, om Hem aan te raken.
11А духи нечисті, як бачили Його, то падали ниць перед Ним, і кричали, говорячи: Ти єси Син Божий.
11En als de onreine geesten Hem zagen, vielen ze voor Hem neer, en schreeuwden het uit:
12І остро грозив їм, щоб Його не виявляли.
12Gij zijt de Zoon van God. Maar Hij verbood hun streng, Hem bekend te maken.
13І вийшов Він на гору, й покликав, кого схотїв сам; і поприходили до Него.
13Vervolgens besteeg Hij de berg en riep hen, die Hij zelf wilde; en ze kwamen bij Hem.
14І настановив дванайцятьох, щоб були з Ним, і щоб посилати їх проповідувати,
14En twaalf stelde Hij er aan, om bij Hem te blijven, en om hen ter prediking uit te zenden,
15і щоб мали силу сцїляти недуги, й виганяти біси.
15met de macht om duivels uit te drijven.
16І дав Симонові імя Петр;
16Deze twaalf stelde Hij aan: Simon, dien Hij de bijnaam Petrus gaf;
17та Якова Зеведеєвого, та Йоана, брата Якового, й дав їм імена Воанергес, що єсть: Сини громові;
17dan Jakobus, den zoon van Zebedeus, en Johannes, den broer van Jakobus, aan wie Hij de bijnaam Boanerges gaf, dat is zonen van de donder.
18та Андрея, та Филипа, та Вартоломея, та Маттея, та Тому, та Якова Алфеєвого, та Тадея, та Симона Хананця,
18Verder Andreas en Filippus, Bartolomeus en Matteüs, Tomas en Jakobus, den zoon van Alfeus, Taddeus en Simon den Kananeër,
19та Юду Іскариоцького, що зрадив Його.
19en Judas Iskáriot, die Hem heeft verraden.
20Входять вони в господу, і знов сходить ся народ, так що не могли анї хлїба зʼїсти.
20Daarop ging Hij naar huis: maar weer liep de menigte samen, zodat zij niet eens konden eten.
21І прочувши свояки Його, вийшли взяти Його; казали бо, що Він не при собі.
21Toen zijn verwanten dit hoorden, trokken ze er op af, om Hem vast te houden; want ze zeiden: Hij is krankzinnig.
22А письменники, поприходивши з Єрусалиму, казали, що Вельзевула має, і що бісовським князем виганяє біси.
22Maar de schriftgeleerden, die van Jerusalem waren gekomen, zeiden: Hij is van Beélzebub bezeten, en door den vorst der duivels drijft Hij de duivels uit.
23І, покликавши їх, говорив до них приповістями: Як може сатана сатану виганяти?
23Hij riep hen tot Zich, en sprak hen in gelijkenissen toe: Hoe kan een satan den satan verdrijven?
24І коли царство проти себе роздїлить ся, не може стояти царство те.
24Wanneer een rijk inwendig is verdeeld, dan kan dat rijk niet in stand blijven.
25І коли господа проти себе роздїлить ся, не може стояти господа тая.
25En wanneer een huis inwendig is verdeeld, dan zal dat huis geen stand kunnen houden.
26І коли сатана устав проти себе, й роздїлив ся, не може стояти, а конець йому.
26Wanneer dus de satan in opstand komt tegen zichzelf, en verdeeld is, dan kan hij geen stand houden, maar het loopt met hem af.
27Не може нїхто надоби сильного, ввійшовши в господу його, пожакувати, як перше сильного не звяже; аж тодї господу його пограбить.
27Niemand toch kan het huis van een sterken man binnendringen en zijn huisraad roven, als hij niet eerst den sterke bindt; eerst dan zal hij zijn huis kunnen plunderen.
28Істино глаголю вам: Що всї гріхи відпустять ся синам чоловічим, і хули, якими б вони нї хулили;
28Voorwaar, Ik zeg u: Alle zonden zullen aan de mensenkinderen worden vergeven: zelfs alle godslasteringen, die ze hebben geuit.
29хто ж хулити ме на Духа сьвятого, не має прощення во віки, а винен вічного осуду:
29Maar wie lastert tegen den Heiligen Geest, krijgt in eeuwigheid geen vergiffenis, maar hij is schuldig aan een eeuwige zonde.
30бо казали: Духа нечистого має.
30Ze hadden immers gezegd: Hij heeft een onreinen geest.
31Приходять тодї брати й мати Його, й стоячи на дворі, послали до Него, кличучи Його.
31Toen kwamen zijn moeder en broeders; ze bleven buiten staan en lieten Hem roepen.
32І сидїв народ круг Него; кажуть же Йому: Ось мати Твоя і брати Твої на дворі шукають Тебе.
32Maar er zat een menigte om Hem heen: men zei Hem dus: Zie, uw moeder, uw broeders en zusters staan buiten, en zoeken U.
33І, озвавшись до них, рече: Хто се мати моя, або брати мої?
33Maar Hij gaf hun ten antwoord: Wie is mijn moeder, en wie zijn mijn broeders?
34І, позирнувши кругом по тих, що сидїли коло Него, рече: Оце мати моя, і брати мої!
34En terwijl Hij rondkeek naar hen, die in een kring om Hem heen waren gezeten, sprak Hij: Ziedaar mijn moeder en broeders!
35Хто бо чинити ме волю Божу, той брат менї, й сестра моя, і мати.
35Wie de wil van God volbrengt, hij is mijn broeder en zuster en moeder.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.