Марка 16
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1І, як минула субота, Мария Магдалина, та Мария Яковова, та Саломия купили пахощів, щоб, прийшовши, намастити Його.
1Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria Magdalena, Maria van Jakobus, en Salome specerijen, om Jesus te gaan balsemen.
2І вельми рано первого дня тижня приходять до гробу, як сходило сонце.
2Zeer vroeg op de eerste dag der week, bij het opgaan der zon, kwamen ze bij het graf.
3І казали між собою: Хто відкотить нам каменя від дверей гробу?
3En ze zeiden tot elkander: Wie zal ons de steen wegrollen voor de ingang van het graf?
4І поглянувши, побачили, що відкочено каменя; був бо великий дуже.
4Maar toen ze gingen zien, merkten ze, dat de steen al op zij was gerold; want hij was zeer groot.
5І, ввійшовши в гріб, побачили молодця, сидячого з правого боку, одягненого в шату білу, та й вжахнулись.
5Ze gingen het graf in, en zagen aan de rechterkant een jongeling zitten, in een wit gewaad gekleed. Ze werden hevig ontsteld.
6Він же рече їм: Не жахайтесь. Ісуса шукаєте Назарянина, розпятого. Устав; нема Його тут. Ось місце, де положено Його.
6Maar hij sprak tot haar: Weest maar niet bang! Gij zoekt Jesus van Názaret, die gekruisigd is? Hij is verrezen; hier is Hij niet. Ziet hier de plaats, waar men Hem heeft neergelegd.
7Тільки ж ійдїть скажіть ученикам Його та Петрові, що попередить вас у Галилею. Там Його побачите, як сказав вам.
7Gaat nu heen, en zegt aan zijn leerlingen en aan Petrus: Hij gaat u vóór naar Galilea; daar zult gij Hem zien, zoals Hij het u heeft gezegd.
8І вийшовши вони хутко, побігли від гробу; бо обняв їх трепет і страх, та й нїкому нїчого не сказали: боялись бо.
8Ze gingen naar buiten, en vluchtten weg van het graf; want schrik en ontzetting had haar bevangen. En ze zeiden er niemand iets van; zo bang waren ze.
9Воскреснувши ж уранцї первого дня тижня, явивсь найперше Мариї Магдалинї, що з неї вигняв сїм бісів.
9Toen Hij dan verrezen was, ‘s morgens vroeg, op de eerste dag van de week, verscheen Hij het eerst aan Maria Magdalena, uit wie Hij zeven duivels had uitgedreven.
10Вона пійшовши, сповістила тих, що були з Ним, як сумували та плакали.
10Deze ging het melden aan hen, die met Hem waren geweest, en die nu treurden en weenden.
11А ті, почувши, що живий, і вона Його бачила, не поняли віри.
11Maar toen ze hoorden, dat Hij leefde en door haar was gezien, geloofden ze het niet.
12Після ж того двоїм із них в дорозї явив ся в иншому видї, як ійшли на село.
12Daarna verscheen Hij in een andere gedaante aan twee van hen, die op weg waren naar buiten.
13І вони, пійшовши, сповістили других, та й тим не поняли віри.
13Deze gingen terug, en meldden het aan de anderen; maar ook hen geloofden ze niet.
14Опісля явивсь одинайцятьом їм сидячим за столом, і дорікав їм недовірством їх і жорстокостю серця, що тим, котрі бачили Його воскресшого, не поняли віри.
14Eindelijk verscheen Hij aan alle elf, terwijl ze aan tafel waren. Hij verweet hun het ongeloof en de verstoktheid van hart, omdat ze hèn niet hadden geloofd, die Hem na de verrijzenis hadden gezien.
15І рече їм: Ійдїть по всьому сьвіту й проповідуйте євангелию усякому твориву.
15En Hij sprak tot hen: Gaat heel de wereld door, en predikt het evangelie aan ieder schepsel.
16Хто вірувати ме та охрестить ся, спасеть ся; а хто не вірувати ме, осудить ся.
16Wie gelooft en gedoopt is, zal zalig worden; maar wie niet gelooft, zal worden veroordeeld.
17Ознаки ж віруючим такі будуть: імям моїм бісів виганяти муть; мовами заговорять новими;
17Deze wonderen zullen hen vergezellen, die hebben geloofd: in mijn Naam zullen ze duivels uitdrijven; vreemde talen zullen ze spreken;
18гадюк брати муть, і, коли смертнього чого випють, не шкодити ме їм; на недужих руки класти муть, і одужувати муть.
18slangen zullen ze opnemen; en al drinken ze dodelijk vergif, het zal hun niet schaden; zieken zullen ze de handen opleggen, en zij zullen genezen.
19Господь же, після того, як промовив до них, вознїс ся на небо, й сїв по правицї в Бога.
19Toen de Heer Jesus met hen gesproken had, is Hij opgenomen ten hemel, en is neergezeten aan de rechterhand Gods.
20Вони ж вийшовши, проповідували всюди, а Господь допомагав, і слово стверджував услїд ознаками. Амінь.
20Maar zij trokken uit, om overal te preken; en de Heer werkte met hen mee, en bevestigde het woord door de wonderen, die het vergezelden.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.