Mark 16
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)Translation
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1And when the sabbath was past, Mary Magdalen, and Mary the mother of James, and Salome, bought sweet spices, that coming, they might anoint Jesus.
1Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria Magdalena, Maria van Jakobus, en Salome specerijen, om Jesus te gaan balsemen.
2And very early in the morning, the first day of the week, they come to the sepulchre, the sun being now risen.
2Zeer vroeg op de eerste dag der week, bij het opgaan der zon, kwamen ze bij het graf.
3And they said one to another: Who shall roll us back the stone from the door of the sepulchre?
3En ze zeiden tot elkander: Wie zal ons de steen wegrollen voor de ingang van het graf?
4And looking, they saw the stone rolled back. For it was very great.
4Maar toen ze gingen zien, merkten ze, dat de steen al op zij was gerold; want hij was zeer groot.
5And entering into the sepulchre, they saw a young man sitting on the right side, clothed with a white robe: and they were astonished.
5Ze gingen het graf in, en zagen aan de rechterkant een jongeling zitten, in een wit gewaad gekleed. Ze werden hevig ontsteld.
6Who saith to them: Be not affrighted; you seek Jesus of Nazareth, who was crucified: he is risen, he is not here, behold the place where they laid him.
6Maar hij sprak tot haar: Weest maar niet bang! Gij zoekt Jesus van Názaret, die gekruisigd is? Hij is verrezen; hier is Hij niet. Ziet hier de plaats, waar men Hem heeft neergelegd.
7But go, tell his disciples and Peter that he goeth before you into Galilee; there you shall see him, as he told you.
7Gaat nu heen, en zegt aan zijn leerlingen en aan Petrus: Hij gaat u vóór naar Galilea; daar zult gij Hem zien, zoals Hij het u heeft gezegd.
8But they going out, fled from the sepulchre. For a trembling and fear had seized them: and they said nothing to any man; for they were afraid.
8Ze gingen naar buiten, en vluchtten weg van het graf; want schrik en ontzetting had haar bevangen. En ze zeiden er niemand iets van; zo bang waren ze.
9But he rising early the first day of the week, appeared first to Mary Magdalen, out of whom he had cast seven devils.
9Toen Hij dan verrezen was, ‘s morgens vroeg, op de eerste dag van de week, verscheen Hij het eerst aan Maria Magdalena, uit wie Hij zeven duivels had uitgedreven.
10She went and told them that had been with him, who were mourning and weeping.
10Deze ging het melden aan hen, die met Hem waren geweest, en die nu treurden en weenden.
11And they hearing that he was alive, and had been seen by her, did not believe.
11Maar toen ze hoorden, dat Hij leefde en door haar was gezien, geloofden ze het niet.
12And after that he appeared in another shape to two of them walking, as they were going into the country.
12Daarna verscheen Hij in een andere gedaante aan twee van hen, die op weg waren naar buiten.
13And they going told it to the rest: neither did they believe them.
13Deze gingen terug, en meldden het aan de anderen; maar ook hen geloofden ze niet.
14At length he appeared to the eleven as they were at table: and he upbraided them with their incredulity and hardness of heart, because they did not believe them who had seen him after he was risen again.
14Eindelijk verscheen Hij aan alle elf, terwijl ze aan tafel waren. Hij verweet hun het ongeloof en de verstoktheid van hart, omdat ze hèn niet hadden geloofd, die Hem na de verrijzenis hadden gezien.
15And he said to them: Go ye into the whole world, and preach the gospel to every creature.
15En Hij sprak tot hen: Gaat heel de wereld door, en predikt het evangelie aan ieder schepsel.
16He that believeth and is baptized, shall be saved: but he that believeth not shall be condemned.
16Wie gelooft en gedoopt is, zal zalig worden; maar wie niet gelooft, zal worden veroordeeld.
17And these signs shall follow them that believe: In my name they shall cast out devils: they shall speak with new tongues.
17Deze wonderen zullen hen vergezellen, die hebben geloofd: in mijn Naam zullen ze duivels uitdrijven; vreemde talen zullen ze spreken;
18They shall take up serpents; and if they shall drink any deadly thing, it shall not hurt them: they shall lay their hands upon the sick, and they shall recover.
18slangen zullen ze opnemen; en al drinken ze dodelijk vergif, het zal hun niet schaden; zieken zullen ze de handen opleggen, en zij zullen genezen.
19And the Lord Jesus, after he had spoken to them, was taken up into heaven, and sitteth on the right hand of God.
19Toen de Heer Jesus met hen gesproken had, is Hij opgenomen ten hemel, en is neergezeten aan de rechterhand Gods.
20But they going forth preached every where: the Lord working withal, and confirming the word with signs that followed.
20Maar zij trokken uit, om overal te preken; en de Heer werkte met hen mee, en bevestigde het woord door de wonderen, die het vergezelden.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.