Iesu Filii Sirach 26
Clementine Vulgate, 1598Translation
Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1[Mulieris bonæ beatus vir: numerus enim annorum illius duplex.
1Een goede vrouw, gelukkig haar man; Want het getal zijner dagen verdubbelt.
2Mulier fortis oblectat virum suum, et annos vitæ illius in pace implebit.
2Een kranige vrouw verzorgt haar man, En vervult zijn jaren met vrede.
3Pars bona mulier bona, in parte timentium Deum dabitur viro pro factis bonis:
3Een goede vrouw is een goede gave, De godvrezenden valt ze ten deel;
4divitis autem et pauperis cor bonum, in omni tempore vultus illorum hilaris.
4Rijk of arm, hun hart is monter, Hun gelaat ten allen tijde verheugd.
5A tribus timuit cor meum, et in quarto facies mea metuit:
5Voor drie dingen is mijn hart beducht, En het vierde doet mij ontstellen: Opspraak in de stad, oploop van volk, En lastertaal, alle erger dan de dood.
6delaturam civitatis, et collectionem populi:
6Maar hartzeer en smart is een vrouw, Die jaloers is op een ander; Want haar tong is een gesel, En aan iedereen geeft ze zijn deel.
7calumniam mendacem super mortem omnia gravia:
7Een koppel ossen, dat schichtig opspringt, Zo is een slechte vrouw; Die haar in toom wil houden, Grijpt als in een schorpioen.
8dolor cordis et luctus, mulier zelotypa.
8Grote ergernis is een dronken vrouw; Want zij houdt haar schande niet verborgen.
9In muliere zelotypa flagellum linguæ, omnibus communicans.
9Men erkent de wellust van een vrouw Aan het opslaan der blikken, aan de wimpers der ogen!
10Sicut boum jugum quod movetur, ita et mulier nequam: qui tenet illam quasi qui apprehendit scorpionem.
10Houd streng de wacht over een lichtzinnige vrouw, Opdat ze geen gelegenheid vindt, zich te vergooien;
11Mulier ebriosa ira magna, et contumelia: et turpitudo illius non tegetur.
11Waak over de vrouw met onbeschaamde ogen, En verwonder u niet, als ze u ontrouw wordt.
12Fornicatio mulieris in extollentia oculorum, et in palpebris illius agnoscetur.
12Zoals een dorstige wandelaar de mond open doet, En drinkt van alle water, dat hij vindt, Zo zet zij zich neer bij iedere paal, En opent de koker voor iedere pijl.
13In filia non avertente se, firma custodiam, ne inventa occasione utatur se.
13De gratie van een vrouw behaagt aan haar man, En haar verstandigheid versterkt zijn gebeente.
14Ab omni irreverentia oculorum ejus cave, et ne mireris si te neglexerit.
14Een zwijgzame gade is een gave des Heren; Niets weegt er op tegen een welopgevoede vrouw.
15Sicut viator sitiens ad fontem os aperiet, et ab omni aqua proxima bibet, et contra omnem palum sedebit, et contra omnem sagittam aperiet pharetram donec deficiat.
15Een zedige gade is een grote zegen; Want niets weegt er op tegen een kuise vrouw.
16Gratia mulieris sedulæ delectabit virum suum, et ossa illius impinguabit.
16Zoals de zon, die opgaat aan Gods hoge hemel, Zo siert de schoonheid van een goede vrouw haar huis.
17Disciplina illius datum Dei est.
17Als een stralende lamp op de heilige luchter, Is de schoonheid van haar gelaat op haar statig postuur;
18Mulier sensata et tacita, non est immutatio eruditæ animæ.
18Als gouden kolommen op zilveren voetstukken, Rusten haar sierlijke benen op welgevormde voeten.
19Gratia super gratiam mulier sancta et pudorata.
no verse 19 in this text
20Omnis autem ponderatio non est digna continentis animæ.
no verse 20 in this text
21Sicut sol oriens mundo in altissimis Dei, sic mulieris bonæ species in ornamentum domus ejus.
no verse 21 in this text
22Lucerna splendens super candelabrum sanctum, et species faciei super ætatem stabilem.
no verse 22 in this text
23Columnæ aureæ super bases argenteas, et pedes firmi super plantas stabilis mulieris.
no verse 23 in this text
24Fundamenta æterna supra petram solidam, et mandata Dei in corde mulieris sanctæ.]
no verse 24 in this text
25[In duobus contristatum est cor meum, et in tertio iracundia mihi advenit:
no verse 25 in this text
26vir bellator deficiens per inopiam; et vir sensatus contemptus;
no verse 26 in this text
27et qui transgreditur a justitia ad peccatum: Deus paravit eum ad rhomphæam.]
no verse 27 in this text
28[Duæ species difficiles et periculosæ mihi apparuerunt: difficile exuitur negotians a negligentia, et non justificabitur caupo a peccatis labiorum.]
28Over twee dingen is mijn hart bedroefd, En om het derde word ik toornig: Als een rijk man door armoe gebrek lijdt, En beroemde mannen worden veracht; Maar als iemand van gerechtigheid terugvalt in zonde, Hem heeft de Heer bestemd voor het zwaard. Wie handel drijft, ontkomt moeilijk aan misdrijf, En een koopman blijft niet vrij van zonde;
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.