Iesu Filii Sirach
Chapter 42
Clementine Vulgate, 1598
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Iesu Filii Sirach 42

Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1[Non duplices sermonem auditus de revelatione sermonis absconditi: et eris vere sine confusione, et invenies gratiam in conspectu omnium hominum. Ne pro his omnibus confundaris, et ne accipias personam ut delinquas:
1Maar schaam u niet over wat nu gaat volgen, En zondig niet uit menselijk opzicht:
2de lege Altissimi, et testamento, et de judicio justificare impium,
2Over de Wet van den Allerhoogste en zijn bestel, Over zijn geboden, zodat ge den zondaar ontslaat;
3de verbo sociorum et viatorum, et de datione hæreditatis amicorum,
3Over verantwoording geven aan vriend of vorst, Over het verdelen van erfenis en bezit;
4de æqualitate stateræ et ponderum, de acquisitione multorum et paucorum,
4Over juistheid van balans en weegschaal, Over ongereptheid van maat en gewicht;
5de corruptione emptionis et negotiatorum, et de multa disciplina filiorum, et servo pessimo latus sanguinare.
5Over winsten, groot of klein, Over het betalen van koopwaar; Over veelvuldig bestraffen der kinderen, Over bloedig kastijden van een slechten slaaf.
6Super mulierem nequam bonum est signum.
6Bij een slechte vrouw is een zegel verstandig; Waar veel handen zijn, komt een sleutel van pas.
7Ubi manus multæ sunt, claude: et quodcumque trades, numera et appende: datum vero et acceptum omne describe.
7Schrijf op, als ge iets in bewaring geeft; Uitgaven en inkomsten, alles op schrift!
8De disciplina insensati et fatui, et de senioribus qui judicantur ab adolescentibus: et eris eruditus in omnibus, et probabilis in conspectu omnium vivorum.]
8Schaam u niet, een dwaas of een zot terecht te wijzen, Of zelfs een grijsaard, die plannen van ontucht beraamt. Dan zult ge werkelijk verstandig blijken, En achtenswaardig voor al wat leeft!
9[Filia patris abscondita est vigilia, et sollicitudo ejus aufert somnum: ne forte in adolescentia sua adulta efficiatur, et cum viro commorata odibilis fiat:
9Een dochter is voor een vader een zorgelijke schat, De zorg over haar verstoort zijn slaap; In haar jeugd: dat ze niet blijft zitten, En is ze getrouwd: dat ze niet wordt verstoten.
10nequando polluatur in virginitate sua, et in paternis suis gravida inveniatur: ne forte cum viro commorata transgrediatur, aut certe sterilis efficiatur.
10In haar meisjesjaren: dat ze zich niet laat verleiden, In het huis van haar man: dat ze niet ontrouw wordt; In het huis van haar vader: dat ze geen moeder wordt, In het huis van haar man: dat ze niet kinderloos blijft.
11Super filiam luxuriosam confirma custodiam, nequando faciat te in opprobrium venire inimicis, a detractione in civitate, et objectione plebis, et confundat te in multitudine populi.
11Houd uw dochter goed onder tucht, Opdat ze u geen kwade naam bezorgt, Geen gepraat in de stad of oploop van volk, U niet te schande maakt voor de bijeenkomst in de poort. De plaats, waar ze verblijft, zij geen venster, Geen plek, waar men iedereen ziet, die voorbijgaat.
12Omni homini noli intendere in specie, et in medio mulierum noli commorari:
12Ze mag geen man haar schoonheid doen zien. Zelfs niet deelnemen aan de gesprekken der vrouwen.
13de vestimentis enim procedit tinea, et a muliere iniquitas viri.
13Want zoals de mot uit het kleed, Zo komt de slechtheid der vrouw van een andere vrouw.
14Melior est enim iniquitas viri quam mulier benefaciens, et mulier confundens in opprobrium.]
14Beter een slechte man dan een slechte vrouw; Want een huis vol schande brengt zo'n vrouw te weeg.
15[Memor ero igitur operum Domini, et quæ vidi annuntiabo. In sermonibus Domini opera ejus.
15Tweede afdeling. De wijsheid in de historie. Eerste deel. Lof der wijsheid in Gods schepping. Ik wil de werken Gods gedenken, En wat ik gezien heb, verkonden. Door Gods woord werden zij geschapen; Zij volbrengen zijn wil naar zijn bestel.
16Sol illuminans per omnia respexit, et gloria Domini plenum est opus ejus.
16Zoals de zon het heelal verlicht, Straalt Jahweh's glorie over al zijn werken.
17Nonne Dominus fecit sanctos enarrare omnia mirabilia sua, quæ confirmavit Dominus omnipotens stabiliri in gloria sua?
17Gods heiligen zelfs zijn niet bij machte, Jahweh's wonderwerken te roemen. God heeft zijn legerscharen kracht gegeven, Om voor zijn glorie te kunnen bestaan.
18Abyssum et cor hominum investigavit, et in astutia eorum excogitavit.
18Hij peilt de afgrond en het mensenhart; Hij doorschouwt ze in al hun naaktheid.
19Cognovit enim Dominus omnem scientiam, et inspexit in signum ævi, annuntians quæ præterierunt et quæ superventura sunt, revelans vestigia occultorum.
19Hij onthult verleden en toekomst, En maakt bekend, wat verborgen is;
20Non præterit illum omnis cogitatus, et non abscondit se ab eo ullus sermo.
20Er bestaat geen kennis. die Hem ontbreekt, Geen ding, dat Hem ontgaat.
21Magnalia sapientiæ suæ decoravit, qui est ante sæculum et usque in sæculum: neque adjectum est,
21De kracht van zijn Wijsheid staat ongeschokt, Hij alleen is van eeuwigheid. Hij wordt niet groter en niet kleiner: Geen raadsman heeft Hij van node.
22neque minuitur, et non eget alicujus consilio.
22Hoe lieflijk toch zijn al zijn werken, Al zien wij er slechts een vonkje van!
23Quam desiderabilia omnia opera ejus ! et tamquam scintilla quæ est considerare !
23Hij alleen leeft en blijft voor eeuwig, Al het andere is ondergeschikt aan zijn doel;
24Omnia hæc vivunt, et manent in sæculum, et in omni necessitate omnia obaudiunt ei.
24Alles verschilt, het een van het ander, Maar niets is geschapen zonder doel.
25Omnia duplicia, unum contra unum, et non fecit quidquam deesse.
25Het een is nog beter dan het ander; Wie kan zich verzadigen aan die pracht?
26Uniuscujusque confirmavit bona: et quis satiabitur videns gloriam ejus?]
no verse 26 in this text

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.