5 Мойсея
Chapter 29
Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

5 Мойсея 29

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1І скликав Мойсей усього Ізраїля і промовив до них:
1Dit zijn de woorden van het Verbond, dat Jahweh Moses beval, met de Israëlieten te sluiten in het land van Moab, behalve het Verbond, dat Hij met hen op de Horeb gesloten had.
2Самі ви вбачали все, що сотворив Господь перед очима вашими в Египецькій землї з Фараоном і з рабами його і з його землею:
2Nu riep Moses heel Israël bijeen, en sprak tot hen: Zelf hebt gij alles gezien, wat Jahweh voor uw ogen in Egypte aan Farao, zijn dienaars en heel zijn land heeft gedaan:
3Великі спокушення, що вбачали очі твої, сї великі знаки і чудеса.
3de grote rampen, de tekenen en machtige wonderen, die gij met eigen ogen hebt aanschouwd.
4Тілько Господь не дав вам серця, щоб пізнати, і очей, щоб бачити, і ушей, щоб чути, аж до сього дня.
4Maar Jahweh heeft u tot heden toe geen hart gegeven om te verstaan, geen ogen om te zien, geen oren om te horen.
5І водив я вас по степу сорок років: та одежа ваша не розлетїлась на вас, і обувє не позносилось на ногах твоїх;
5Ik heb u veertig jaren lang door de woestijn geleid; de kleren zijn niet aan uw lijf, de schoenen niet aan uw voeten versleten;
6Хлїба ви не їдали, і вина і сильного напитку не пивали, щоб зрозуміли, що я Господь, Бог ваш.
6ge hebt geen brood hoeven te eten en geen wijn of sterke drank hoeven te drinken, opdat gij zoudt weten, dat Ik, Jahweh, uw God ben!
7І як прийшли ви на се місце, так Сигон, царь Гезбонський, і Ог, царь Базанський, вийшли проти нас битись, і ми побили їх.
7En toen gij op deze plaats waart gekomen, en Sichon, de koning van Chesjbon, en Og, de koning van Basjan, tegen ons ten strijde waren getrokken, versloegen wij hen,
8І взяли ми землю їх, та й оддали в наслїддє Рубенїям та Гадїям та поколїнню Манассіїв.
8namen hun land in bezit, en gaven het als erfdeel aan de zonen van Ruben en Gad en aan de halve stam van Manasse.
9Додержуйте ж слова завіту сього, і сповняйте їх, щоб усе, що ви робите, удалось вам.
9Onderhoudt dus zorgvuldig de woorden van dit Verbond, opdat ge voorspoed moogt hebben bij al wat ge doet.
10Сьогоднї стоїте ви всї перед Господом, Богом вашим: голови поколїнь ваших, ваші громадські мужі і ваші начальники, всї мужі Ізрайлеві,
10Heden staat gij allen voor het aanschijn van Jahweh, uw God: met uw hoofden en rechters, uw oudsten en leiders, met alle mannen van Israël,
11Ваші дїти, ваші жінки, і приходень твій, що посеред табору твого, від рубача твого до твого водоноші,
11met uw kinderen en vrouwen, met uw vreemdelingen, die in uw kamp vertoeven, van uw houthakker af tot uw waterdrager toe.
12Щоб ти приступив до завіту Господа, Бога твого, що під клятьбою установляє Господь, Бог твій, сьогоднї з тобою про те,
12Thans treedt gij toe tot het Verbond van Jahweh, uw God, en tot het eedverdrag, dat Jahweh, uw God, met u sluit,
13Щоб поставити тебе сьогоднї своїм народом, а він щоб був Богом твоїм, як сам обіцяв тобі і як він клявся батькам твоїм, Авраамові, Ізаакові і Яковові.
13om u heden tot zijn volk te verheffen en uw God te zijn, zoals Hij het u heeft beloofd en aan uw vaderen, aan Abraham, Isaäk en Jakob gezworen heeft.
14Не з вами одними роблю я сей завіт і сю клятьбову умову;
14Maar niet met u alleen sluit Ik dit Verbond en dit eedverdrag,
15А з ними, що сьогоднї з нами ту стоять перед Господом, Богом нашим, і з тими, яких ту сьогоднї нема з нами.
15maar zowel met hen, die thans met ons staan voor het aanschijn van Jahweh, onzen God, als met hen, die heden hier niet met ons zijn.
16Ви бо знаєте, як ми жили в землї Египецькій, і як ми переходили посеред народів, аж перейшли їх;
16Gij weet toch, hoe wij in het land van Egypte hebben vertoefd, en midden door de volken gezworven, waar gij doorheen zijt gekomen,
17І ви гидкі їх речі бачили, їх божища з дерева і каменя, із срібла і золота, що їх у себе держать.
17hoe gij hun gruwelen hebt moeten aanschouwen, en hun schandgoden van hout en steen, van zilver en goud, die zij hadden.
18Остерегайтесь, щоб не було між вами чоловіка, чи жінки, чи родини, чи поколїння, що їх серце одвертається сьогоднї од Господа, Бога нашого, щоб ійти служити богам сїх народів. Пильнуйте, щоб між вами та не було нї одного кореня, що плодить отруту і полин,
18Moge er heden onder u geen man en geen vrouw, geen geslacht en geen stam zijn, die zijn hart afwendt van Jahweh, onzen God, om de goden van die volken te gaan dienen, en moge er onder u geen wortel zijn, die gift en bitterheid doet ontspruiten.
19І такого чоловіка, що, почувши слова сієї клятьби, благословить себе в серцї свому, кажучи: Мати му впокій, хоч я жию по своїй волї; щоб не пропав, хто пє, і хто смагу терпить.
19En wanneer iemand de woorden van dit eedverdrag hoort en zichzelf in stilte gelukkig durft prijzen en zegt: “Ik zal vrede genieten, hoewel ik wandel in de verstoktheid mijns harten!” en hij zo de oorzaak wordt, dat het besproeide met het dorstige wordt uitgerukt,
20Господь не схоче простити йому; тодї запалає гнїв Господень і лють його на чоловіка сього, і спадуть на його всї прокляття, написані в ʼцїй книзї, і Господь зітре спід небес імя його:
20dan zal Jahweh het hem nimmer willen vergeven; maar Jahweh’s toorn en ijverzucht zullen tegen zo iemand ontbranden, en al de vervloekingen, die in dit boek staan beschreven, zullen hem verpletteren. Jahweh zal zijn naam wegvagen onder de hemel,
21І Господь призначить його на погибіль зміж усїх поколїнь Ізрайлевих, по всїх прокляттях завіту, як написано в книзї закону сього.
21hem uit alle stammen van Israël afzonderen, om hem in het verderf te storten, naar alle vervloekingen van het Verbond, die in dit boek staan beschreven.
22І дальші роди, дїти ваші, що будуть після вас, і чужоземець, що прийде з далекої землї, побачивши кари сієї землї і муки, що їх завдавати ме їй Господь, казати муть,
22En wanneer het toekomstige geslacht, uw zonen die na u opstaan, en de buitenlander, die uit een ver land is gekomen, de plagen van dit land zullen zien, en de ziekten, waarmee Jahweh het teistert, dan zullen ze zeggen:
23Що вся земля пожарище, сїрка і сіль; земля не засїяна, де нїщо не росте і жадна билина не вдержиться, як западня Содома і Гомора, Адама і Зебоїм, що перевернув їх Господь у гнїву свому і в досадї своїй;
23Heel het land is zwavel en zout en een brandende puinhoop; niets kan er worden gezaaid, niets schiet er op en geen kruid kan er groeien; het is een verwoesting als van Sodoma en Gomorra, Adma en Seboïm, die Jahweh in zijn gramschap en woede ten onderste boven gekeerd heeft.
24І казати муть всї народи: Про що Господь зробив так із сією землею? Чого так дуже запалав гнїв його?
24En als al de volken zullen vragen: Waarom heeft Jahweh dit land zo behandeld, en waarom is deze grimmige toorn ontstoken?
25І казати муть їм: За те, що покинули завіт Господа, Бога батьків своїх, що його вчинив з ними, як виводив їх із Египецької землї,
25Dan zal men antwoorden: “Omdat zij het Verbond van Jahweh, den God hunner vaderen, hebben verzaakt, dat Hij met hen had gesloten, toen Hij hen uit het land van Egypte leidde;
26І тому, що вони пішли і служити стали богам иншим, і падали ниць перед богами, яких вони не знали, і яких він не дав їм.
26omdat zij vreemde goden hebben gevolgd en gediend, en goden hebben vereerd, die zij niet hadden gekend, en die Hij hun niet had gegeven:
27І запалав гнїв Господень на сю землю, так що допустив на неї всї прокляття, які написано в ʼсїй книзї;
27daarom is de toorn van Jahweh losgebarsten over dit land, en heeft Hij alle vervloekingen er over uitgestort, die in dit boek staan beschreven;
28І вирвав їх Господь із сієї землї в гнїві і в досадї і в пересердї великому, та й кинув їх у другу землю, як оце й єсть.
28daarom heeft Jahweh ze in zijn toorn en gramschap en zijn grimmige woede weggerukt van hun grond, en ze weggeslingerd naar een ander land, waar ze heden nog zijn!”
29Що втаєне, те належить Господеві, Богу нашому; що ж відкрите, те наше і дїтей наших, по віки, щоб ми сповняли всї слова закону сього.
29Wat verborgen is, ligt bij Jahweh, onzen God; maar wat geopenbaard is, blijft eeuwig voor ons en onze kinderen van kracht, opdat wij alle woorden van deze Wet onderhouden.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.