5 Мойсея
Chapter 24
Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

5 Мойсея 24

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Коли возьме чоловік жінку та й ожениться з нею, вона ж не знайде милостї в очах його, тим що він бачить у неї що небудь мерзенне, та й напише їй розвідний лист і, віддавши його в руки її, відпустить її;
1Wanneer een man een vrouw huwt, maar omdat hij haar later niet meer genegen is, daar hij iets schandelijks in haar heeft ontdekt, voor haar een scheidingsbrief schrijft, haar die ter hand stelt, en haar zijn huis uitzendt:
2І коли вона вийде з його домівки і пійде заміж за иншого;
2en wanneer zij dan uit zijn huis is vertrokken, naar een anderen man is gegaan en zijn vrouw is geworden,
3Та і другий чоловік зненавидить її і, написавши розвідний лист, оддасть їй в руки та й вишле її із своєї домівки; або коли вмре другий чоловік, що взяв її за жінку;
3maar ook die andere man krijgt afkeer van haar, zodat ook hij haar eén scheidingsbrief schrijft en ter hand stelt, en haar zijn huis uitzendt: of die andere man, die haar tot vrouw heeft genomen sterft,
4Тодї не можна первому її чоловікові, що відпустив її, знов брати її за жінку після того, як вона опоганилась; бо се гидота перед Господом, Богом твоїм. Не будеш допускати гріх у землю, що Господь, Бог твій, дає тобі в наслїддє.
4dan mag haar eerste man, die haar heeft weggezonden, haar niet voor de tweede maal huwen, nadat zij zich heeft laten bezitten. Want dat is een gruwel voor Jahweh, en gij moogt het land niet bezoedelen, dat Jahweh, uw God, u tot erfdeel geeft.
5Коли чоловік тільки що взяв нову жінку, не годиться ійти йому на війну, і не годиться накладати на його нїякого громадського відробітку; нехай зостається на волї в домівцї своїй на один рік, щоб веселити жінку свою, що взяв її.
5Wanneer een man pas een vrouw heeft getrouwd, behoeft hij niet te velde te trekken, of een andere verplichting op zich te nemen. Een jaar lang zal hij vrij zijn voor zijn gezin, en zal hij zijn vrouw verblijden, die hij heeft gehuwd.
6Не годиться брати в застав жорна або жорнового каменя; такий бо життє бере в застав.
6Men mag geen beslag leggen op de handmolen noch op de bovenste molensteen; want dan legt men beslag op het leven.
7Коли знайдеться такий чоловік, щоб украв кого зміж братів твоїх, зміж синів Ізрайлевих, та й неволить його або продасть його, так смерть тому злодїєві. Сим робом викорениш зло зміж людей твоїх.
7Wanneer iemand er op wordt betrapt, dat hij een van zijn broeders, een Israëliet, rooft, hem als slaaf behandelt of verkoopt, dan moet die dief sterven. Zo moet ge dit kwaad uit uw midden verwijderen.
8Як буде в кого заразлива болячка, бережись дуже, і сповняй все, чого навчати муть вас сьвященники ваші Левити. Як я заповідав їм, так і будете сповняти.
8Onderhoudt bij melaatsheid zorgvuldig en nauwgezet, wat de levietische priesters u voorschrijven: volbrengt zorgvuldig, wat Ik hun heb geboden.
9Памятай, що вчинив Господь із Мирямною в дорозї, після виходу вашого з Египту.
9Denk aan wat Jahweh, uw God, bij uw uittocht uit Egypte onderweg aan Mirjam heeft gedaan.
10Як позичаєш ближньому твому, не йди в домівку його, щоб взяти застав;
10Wanneer gij aan uw naaste iets hebt geleend, moogt ge zijn huis niet binnengaan, om een pand van hem te nemen.
11Стій знадвору, а той, кому позичаєш, нехай винесе тобі застав надвір.
11Gij moet buiten blijven staan, en de man, wien ge iets hebt geleend, moet zelf het pand buiten bij u brengen.
12І коли се вбогий чоловік, то не йди спати, мавши в себе застав його.
12Zo het een arme is, moogt ge niet in zijn pand gaan slapen,
13Притьмом треба тобі вернути йому застав при заходї сонця, щоб він лїг у свитинї своїй, і благословив тебе; і буде се праведно перед Господом, Богом твоїм.
13maar gij moet het bij zonsondergang teruggeven, zodat hij in zijn mantel kan slapen. Dan zal hij u zegenen, en zal het u tot gerechtigheid worden aangerekend voor het aanschijn van Jahweh, uw God.
14Не тїснити меш денного робітника, вбогого і мізерного, чи він зміж браття твого, чи із приходнїв, що пробувають у землї твоїй, в оселях твоїх.
14Gij moogt een armen en behoeftigen dagloner, uw broeder zowel als een vreemde, die in uw land binnen uw poorten woont, niet te kort doen.
15Того ж самого дня, як він заробить, даси йому плату, перше нїм сонце зайде над нею; бо він бідняка і жде на неї: так щоб не нарікав на тебе перед Господом, і ти не мав гріха.
15Gij moet hem iedere dag zijn loon uitbetalen, zodat de zon daarover niet ondergaat; want hij is arm en verlangt er naar. Anders klaagt hij u bij Jahweh aan, en treft u schuld.
16Не карати муть смертю батьків за дїтей, нї дїтей за батьків; кожне буде скаране за свій гріх.
16Vaders mogen niet worden gedood om de schuld van de kinderen, en kinderen niet om die van de vaders; maar iedereen zal voor zijn eigen zonden worden gedood.
17Не суди несправедливо приходня й сироту і не візьмеш удовиної одежини на застав.
17Gij moogt het recht van den vreemdeling en van den wees niet verkrachten, en geen beslag leggen op het kleed van een weduwe.
18Памятай, що був єси рабом в Египтї, та звіттам визволив тебе Господь, Бог твій; тому то й приказую тобі се чинити.
18Denk er aan, dat gij slaaf zijt geweest in Egypte, en Jahweh, uw God, u daaruit heeft bevrijd; daarom beveel ik u, zo te handelen.
19Як збирати меш жниво з поля твого, і забудеш снопа на полї, не вертайсь узяти його; нехай буде для приходня, для сироти і для вдовицї, щоб Господь, Бог твій, благословив тебе в усякому дїлї рук твоїх.
19Wanneer gij op uw akker aan het oogsten zijt, en een schoof op de akker vergeet, moogt gij niet terugkeren, om die te gaan halen. Ze komt den vreemdeling, den wees en de weduwe toe, opdat Jahweh, uw God, u zegene bij al wat ge doet.
20Як зтрясеш ягоди на маслинах своїх, не будеш удруге розглядати віття; нехай буде се для приходня, для сироти і для вдовицї.
20En wanneer ge uw olijven afslaat, moogt ge de takken niet verder afzoeken; dit is voor den vreemdeling, den wees en de weduwe.
21Як позбираєш грони в винограднику твому, не обрізувати меш удруге; нехай будуть для приходня, для сироти і для вдовицї. Годиться тобі памятати, що був єси рабом в Египецькій землї, тим то й приказую тобі се чинити.
21Of wanneer gij uw wijngaard plukt, moogt ge geen nalezing houden; ook dit is voor den vreemdeling, den wees en de weduwe.
no verse 22 in this text
22Denk er aan, dat gij slaaf zijt geweest in Egypte; daarom beveel ik u, zo te handelen.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.