5 Мойсея
Chapter 28
Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

5 Мойсея 28

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1І коли будеш пильно слухати голосу Господа, Бога твого, і старатись сповняти всї заповідї його, що заповідаю їх тобі сьогоднї, так Господь, Бог твій, поставить тебе висше над усї народи землї.
1Wanneer gij dus aan Jahweh, uw God, gehoorzaamt, en alle geboden, die ik u heden geef, zorgvuldig onderhoudt, dan zal Jahweh, uw God, u boven alle volken der aarde verheffen,
2І зійдуть на тебе всї ʼцї благословення і сповняться на тобі, коли слухати меш голосу Господа, Бога твого:
2en zullen al de volgende zegeningen over u neerdalen en u ten deel vallen, omdat gij luistert naar Jahweh, uw God.
3Благословен будеш в містї і благословен на полї;
3Gezegend gij in de stad, gezegend ook op het land.
4Благословен буде плід нїдра твого, і плід землї твоєї і плід скотини твоєї, плід коров твоїх і плід овець твоїх.
4Gezegend de vrucht van uw schoot, de vrucht van uw land en de vrucht van uw vee, de dracht van uw runderen en de worp van uw schapen.
5Благословен буде кошик твій і дїжа твоя.
5Gezegend uw korf en uw trog.
6Благословен будеш входючи, і благословен виходючи.
6Gezegend gij bij uw komen, gezegend ook bij uw gaan!
7Допустить Господь, що вороги твої, що проти тебе встали, будуть поражені перед тобою; по одній дорозї вийдуть проти тебе, а сїма дорогами втїкати муть перед тобою.
7Jahweh zal de vijanden, die tegen u opstaan, voor u verslaan en aan u overleveren; langs één weg trekken zij tegen u op, langs zeven wegen vluchten ze voor u weg.
8Господь буде благословити твої комори і всяке дїло рук твоїх, і благословити ме тебе в землї, що дає тобі Господь, Бог твій.
8Jahweh zal voor u zijn zegen ontbieden, over uw voorraadschuren en over al het werk uwer handen; Hij zal u zegenen in het land, dat Jahweh, uw God, u gaat geven.
9Поставить Господь тебе сьвятим народом про себе, як клявся тобі, коли сповняти меш заповідї Господа, Бога твого, і ходити меш дорогами його;
9Jahweh zal u tot zijn heilig volk maken, zoals Hij u heeft gezworen, wanneer gij de geboden van Jahweh, uw God, onderhoudt, en zijn wegen bewandelt;
10І побачять всї народи землї, що тебе названо іменем Господнїм, і бояти муться тебе.
10en alle volken der aarde zullen u vrezen, wanneer ze zien, dat de naam van Jahweh over u is uitgeroepen.
11І дасть Господь тобі достаток плоду нїдра твого і плоду скотини твоєї і плоду поля твого, добробит у землї, що клявся Господь батькам твоїм дати тобі.
11Jahweh zal u een rijke overvloed geven van de vrucht van uw schoot, de vrucht van uw vee, de vrucht van uw grond in het land, dat Jahweh aan uw vaderen onder ede beloofd heeft, u te geven.
12Господь відчинить для тебе благодатну скарбницю свою, небо, щоб дати тобі своєї пори дощ і щоб благословити всяке дїло руки твоєї; і пожичати меш многим народам, сам же не пожичати меш.
12Jahweh zal voor u de hemel als zijn rijke schatkamer openen, om op de juiste tijd regen aan uw land te schenken en al de arbeid uwer handen te zegenen, zodat gij aan talrijke volken kunt lenen, maar zelf niets ter leen hoeft te vragen.
13І вчинить Господь тебе головою, не хвостом, і будеш все йти вгору, нїколи вниз, коли будеш слухати заповідей Господа, Бога твого, що заповідаю тобі сьогоднї, щоб додержував і сповняв їх,
13Jahweh zal u tot kop maken en nimmer tot staart; gij zult alleen maar omhoog gaan en nooit naar omlaag, wanneer gij gehoorzaamt aan de geboden van Jahweh, uw God, die ik u heden geef, en ze nauwgezet onderhoudt;
14І не відхилявся від усїх слів, що заповідаю вам сьогоднї, нї праворуч, нї лїворуч, щоб ходити за иншими богами і служити їм.
14wanneer gij niet afwijkt, rechts noch links, van al wat ik u heden gebied, geen vreemde goden achterna loopt en dient.
15Коли ж не слухати меш голосу Господа, Бога твого, і не старати мешся сповняти всї заповідї його і встанови, що заповідаю тобі сьогоднї, так прийдуть на тебе всї ʼцї прокляття і справдяться над тобою:
15Maar wanneer ge niet gehoorzaamt aan Jahweh, uw God, en zijn geboden en bepalingen, die ik u heden geef, niet nauwgezet onderhoudt, dan zullen al de volgende vervloekingen u treffen en teisteren.
16Проклят будеш в містї, і проклят будеш на полї.
16Vervloekt zult gij zijn in de stad, en vervloekt op het land.
17Проклят буде твій кошик і дїжа твоя.
17Vervloekt uw korf en uw trog.
18Проклят буде плід нїдра твого і плід поля твого, плід коров твоїх і плід овець твоїх.
18Vervloekt de vrucht van uw schoot en de vrucht van uw land, de dracht van uw runderen en de worp van uw schapen.
19Проклят будеш при входї і проклят будеш при виходї.
19Vervloekt zult gij zijn bij uw komen, en vervloekt bij uw gaan!
20Господь посилати ме на тебе прокляттє, смуток і закляття на все, що робиш рукою твоєю, що нї чинити меш, докіль не погибнеш і не щезнеш нагле за ледарство вчинків твоїх, за те, що покинув мене.
20Jahweh zal vloek, verwarring en schrik over u zenden bij al het werk uwer handen, dat gij verricht, totdat gij verdelgd en spoedig vernietigd zijt om de boosheid van uw gedrag, omdat gij Mij hebt verlaten.
21Побивати ме тебе Господь чумою, докіль ти не щезнеш із землї, куди прийшов, щоб заняти її.
21Jahweh zal u de pest op het lijf jagen, totdat Hij u heeft uitgemoord uit het land, dat gij thans in bezit gaat nemen.
22Побивати ме тебе Господь сухотою і трясцею, і спекою і пожарами, і посухою і снїтїйом і споловілим колосом; і все те буде непокоїти тебе, поки не згинеш.
22Jahweh zal u slaan met tering, koorts, koudvuur en ontsteking, met droogte, korenbrand en verdorring; die zullen u achtervolgen, totdat gij eraan te gronde gaat.
23І стане міддю твоє небо, що над головою твоєю, і зелїзом земля, що під тобою.
23De hemel boven uw hoofd zal van koper worden, de aarde onder uw voeten van ijzer;
24Заміст дощу сипати ме Господь на землю твою порохами та піском: з неба падати ме се на тебе, поки не згинеш.
24Jahweh zal zand op uw land laten regenen, en stof zal van de hemel op u neerslaan, totdat gij verdelgd zijt.
25Оддавати ме тебе Господь на забій перед ворогами твоїми; по одній дорозї виходити меш проти них, а сїма шляхами втїкати меш від них, і будуть гонити тебе по всїх царствах землї.
25Jahweh zal u door uw vijanden laten verslaan; langs één weg zult ge tegen hen optrekken, langs zeven wegen voor hen wegvluchten. Door alle koninkrijken der aarde zult ge worden mishandeld.
26І буде твій труп поживою усякому птаству піднебесному і зьвірам земним, і нїхто не буде відганяти їх.
26Uw lijken zullen tot aas strekken aan alle vogels in de lucht en aan de beesten op aarde, en niemand zal ze verjagen.
27Побивати ме тебе Господь Египецькими болячками, і вередами і коростою і струпом, що не здолїєш вилїчитись від них.
27Jahweh zal u slaan met egyptische zweren, met builen, uitslag en schurft, waarvan ge niet kunt genezen.
28Побивати ме тебе Господь шаленнєм і слїпотою і одеревіннєм серця;
28Jahweh zal u slaan met waanzin, blindheid, verdwazing,
29І ходити меш в полудне помацьки кругом, як слїпий мацяє в темряві, і нїщо не вдасться тобі в дорозї твоїй; всякого дня будуть тілько неволити тебе і обдирати, і нїхто не рятувати ме тебе.
29zodat ge midden op de dag zult rondtasten, zoals een blinde tast in het duister, en gij op geen uwer wegen vooruitkomt, maar ge altijd door slechts verdrukt en beroofd wordt, en niemand u helpt.
30Засватаєш жінку, а лежати ме з нею инший; збудуєш домівку, та й не жити меш в нїй; насадиш виноградник, та й не покористуєшся ним.
30Ge zult u met een vrouw verloven, maar een ander zal haar bezitten; een huis bouwen, maar er niet in wonen; een wijngaard planten, maar er niet van genieten.
31Бичка твого вбють перед очима твоїми, і не їсти меш з його; осла твого заберуть перед тобою, і не вернеться тобі; дрібну скотину твою пооддають ворогам твоїм, а в тебе нїкому буде рятувати її.
31Uw rund zal voor uw ogen worden geslacht, maar ge krijgt er niets van te eten; uw ezel zal in uw bijzijn worden geroofd, en keert niet tot u terug; uw kudde wordt aan uw vijanden gegeven, zonder dat iemand u helpt.
32Синів твоїх і дочок пооддають иншому народові, і бачити муть очі твої і плакати муть по них всякого дня, а в руцї в тебе сили не буде.
32Uw zonen en dochters zullen aan een ander volk worden uitgeleverd; gij zult het met eigen ogen zien en steeds naar hen smachten, doch machteloos zijn.
33Вроджай із поля твого і всю працю твою їсти ме нарід, що не знаєш його; а з тебе будуть повсячасно тілько знущатись і мучити тебе.
33Een volk, dat ge niet kent, zal de vruchten van uw bodem en van al uw arbeid verslinden, terwijl gij altijd door zó wordt verdrukt en mishandeld,
34І скрутишся ти од видовища, що побачять очі твої.
34dat ge waanzinnig wordt, van wat uw ogen aanschouwen.
35Побє тебе Господь лихими боляками на колїнах і по голенях, від підошви та й до тїмя твого, що не здолїєш вигоїтись.
35Jahweh zal u slaan met kwaadaardige zweren op knieën en heupen, waarvan ge niet kunt genezen, van uw voetzool tot uw schedel.
36Поведе тебе Господь і царя твого, що поставиш його над собою, до народу, якого не знав єси, нї ти нї батьки твої; і служити меш там иншим богам, з дерева і каменя.
36Jahweh zal u en uw koning, dien gij over u aanstelt, naar een volk laten brengen, dat gij noch uw vaderen hebben gekend. Daar zult ge vreemde goden moeten dienen van hout en steen,
37І зробишся чудовищем, поговоркою, і посьміховиском у всїх народів, що до них приведе тебе Господь.
37en een hoon, een schimp en een spot onder alle volken zijn, waar Jahweh u heenvoert.
38Багацько насїння нести меш на поле, а мало збирати меш; бо пожере його сарана.
38Veel zaad zult ge naar het veld dragen, maar weinig oogsten, want de sprinkhaan zal het vernielen;
39Понасаджуєш виноградники і пообробляєш; а вина не пити меш і не збирати меш грон: бо червяк поїсть їх.
39wijngaarden planten en bewerken, maar geen wijn ervan drinken noch opslaan, want de rupsen vreten ze kaal;
40Маслинне дерево буде в тебе по всїх займищах твоїх; та не помастишся олїєю: бо маслини твої поопадають.
40olijfbomen bezitten over heel uw gebied, maar u niet zalven met olie, want uw olijven vallen af.
41Сини й дочки вродяться тобі; та вони твоїми не будуть, бо заберуть їх у полонь.
41Zonen en dochters zult ge verwekken, maar ze niet kunnen behouden, want ze gaan de gevangenschap in.
42Усї дерева твої й плоди землї твоєї хрущ позʼїдає.
42Al uw bomen en veldvruchten vallen aan het ongedierte ten prooi.
43Приходень, що серед вас, підніметься висше і висше над тобою, а ти падати меш низше і низше.
43De vreemdeling, die in uw midden woont, zal zich boven u verheffen, hoger en hoger, maar gij zult dieper en dieper zinken;
44Він тобі пожичати ме, ти ж не будеш йому пожичати; він буде головою, а ти будеш хвостом.
44hij zal aan u lenen, maar gij niet aan hem, hij zal de kop zijn, maar gij de staart.
45І спадуть на тебе всї ʼцї прокляття і гонити муть за тобою і постигнуть тебе, поки не погибнеш; бо не послухав єси голосу Господа, Бога твого, і не додержав ти заповідї і встанови його, що він заповідав їх тобі.
45Al deze vervloekingen zullen over u komen, u achtervolgen en treffen, totdat gij verdelgd zijt, omdat gij niet hebt geluisterd naar Jahweh, uw God, en zijn geboden en bepalingen, die Hij u gaf, niet onderhieldt.
46І будуть сї прокляття на тобі ознакою й дивом і на твому насїнню по віки.
46Dan zullen zij de tekenen en wonderen zijn onder u en uw kroost voor altijd en immer!
47За те, що ти не служив Господеві, Богу твому, радїючи серцем у всїх достатках,
47Omdat gij bij al de overvloed niet blijmoedig en gaarne Jahweh, uw God, hebt gediend,
48Служити меш ворогам твоїм, що пішле їх на тебе Господь, в голодї й холодї терплючи смагу і недостаток у всьому. І положить він зелїзне ярмо на шию тобі, поки не знївечить тебе.
48zult gij met honger en dorst, in naaktheid en nijpend gebrek uw vijanden moeten dienen, die Jahweh op u afzendt, en legt Hij een ijzeren juk op uw nek, totdat Hij u heeft vernietigd.
49Господь наведе на тебе нарід здалека, з кіньця землї; як орел злетить на тебе народ, якого мови ти не розумієш;
49Jahweh zal een volk op u loslaten van de uiterste grenzen der aarde, en het schiet neer als een arend; een volk waarvan ge de taal niet verstaat,
50Народ безмилосердний, такий, що не вважати ме на старих людей і над дїтворою не змилосердується;
50een meedogenloos volk, dat geen grijsaard ontziet, en geen erbarmen heeft met den knaap.
51Що пожирати ме плід скотини твоєї і вроджай землї твоєї, поки не знищить тебе; що не оставить тобі нї зерна, нї вина, нї олїї, нї плоду дрібної скотини, поки знищить тебе.
51Het zal de vrucht van uw vee en de vrucht van uw akker verslinden, totdat gij vernietigd zijt. Het zal u geen koren, geen most en geen olie overlaten, geen dracht van uw runderen, geen worp van uw schapen, totdat het u heeft verdelgd.
52І пооблягає він у тебе всї брами твої, поки не зруйнує по всїй землї твоїй високі і укріплені мури, на котрих ти вповав; і пооблягає він у тебе всї оселї по всїй землї твоїй, що надїлив тобі Господь, Бог твій.
52Het zal u benauwen in al uw poorten, totdat in heel uw land uw hoge en sterke muren, waarop gij vertrouwt, in puin zijn gevallen; het zal u belegeren in al de steden van heel uw land, dat Jahweh, uw God, aan u gaf.
53А ти їсти меш плід нїдра твого, тїло синів твоїх і дочок твоїх, що дав тобі Господь, Бог твій, в час облоги і в тїснотї, як тїснити муть тебе вороги твої.
53Dan zult ge in de benauwdheid en de beklemming, waarmee de vijand u knelt, de vrucht van uw schoot verslinden, het vlees van uw zonen en dochters eten, die Jahweh u gaf.
54Чоловік самий рознїжений і мяхкого серця між вами, дивити меться завидним оком на брата свого, і на жінку серця свого і на других дїтей, що живими оставив,
54De meest verwende en verwijfde onder u zal het zijn eigen broer misgunnen, het misgunnen aan de vrouw in zijn armen en zijn andere kinderen, die hij heeft overgelaten,
55Щоб не подїлитись нї з ким тїлом дїтей своїх, що їх їсти ме; бо нїщо не зосталось йому під час облоги і тїсноти, як тїснити ме тебе ворог твій по всїх оселях твоїх.
55en aan geen hunner iets van het vlees van zijn telgen afstaan, dat hij verslindt, omdat hem anders niets rest in de benauwdheid en beklemming, waarmee uw vijand u binnen al uw poorten beknelt.
56Сама рознїжена і розпещена жінка, що з нїжностї і роскоші не важилась ступити босою ногою на землю, вона дивити меться завидним оком на чоловіка серця свого і на синів своїх і на дочок своїх
56De meest verwende en vertroetelde vrouw onder u, zo verwend en vertroeteld, dat zij zelfs haar voet niet op de grond durft zetten, zal aan haar man in haar armen, aan haar zoon en haar dochter,
57Задля плодового місця, що виходить з неї зпроміж ніг, і задля дїтей, що родить їх; бо вона зʼїсть їх тайкома задля недостатку всього під час облоги і тїсноти, як тїснити ме тебе ворог твій по оселях твоїх.
57de nageboorte uit haar schoot misgunnen, misgunnen het kind, dat zij baart, omdat zij bij het nijpend gebrek hen zelf heimelijk verslindt in de benauwdheid en de beklemming, waarmee de vijand u binnen al uw poorten beknelt.
58Коли не будеш додержувати і сповняти всї слова закону сього, що списано в цїй книзї, щоб ти боявся сього славного і страшного іменї Господа, Бога твого,
58Wanneer ge dus al de woorden van deze Wet, die in dit boek zijn beschreven, niet nauwgezet onderhoudt, en deze heerlijke en ontzaglijke Naam van Jahweh, uw God, niet vreest,
59Так Господь допустить на тебе і на насїннє твоє надзвичайні кари; великі і довгі муки і злі та й довгі немочі.
59dan zal Jahweh u en uw kroost verschrikkelijk treffen met grote en aanhoudende plagen, met vreselijke en ongeneeslijke kwalen.
60І знов наведе на тебе всї Египецькі пошестї, що їх лякаєшся; і причіпляться вони до тебе.
60Dan zal Hij al de egyptische ziekten, waarvoor ge zo bang zijt, over u uitstorten, en zij laten u niet meer los.
61Крім того всяку недугу і всяку біду, що не прописано їх в книзї закону сього, стане наводити Господь на тебе, аж покіль не занапастить тебе.
61Ook met alle andere ziekten en plagen, die in dit wetboek niet eens staan vermeld, zal Jahweh u blijven bezoeken, totdat gij vernietigd zijt,
62І зостанетесь ви малолюдними, а були ви лїчбою такі, як зорі небесні; бо ти не послухав голосу Господа Бога твого.
62en slechts met weinigen zijt overgebleven, in plaats van talrijk te zijn als de sterren aan de hemel, omdat ge niet hebt geluisterd naar de stem van Jahweh, uw God!
63І як радїв вами Господь, коли благословив вас добром і намножував вас, так радїти ме вами, Господь, коли стане вигублювати вас і нищити вас; і відірве він вас од землї, що до неї привів тебе, щоб ти заняв її.
63En zoals Jahweh er vreugde in vond, u goed te doen en u talrijk te maken, zo zal Jahweh er vreugde in vinden, u te vernietigen en te verdelgen. Dan zult gij weggesleept worden uit het land, dat ge in bezit gaat nemen.
64І розсїє тебе Господь проміж усїма народами від кіньця до кіньця землї, і служити меш там иншим богам, із дерева і з каменя, що їх ти не знав, нї батьки твої.
64Jahweh zal u onder alle volken verstrooien van het ene uiteinde der aarde tot het andere, en ge zult daar vreemde goden moeten dienen van hout en steen, die gij noch uw vaderen hebben gekend.
65І між сими народами не мати меш впокою, і стопа твоя не знайде супокійного місця; і нашле Господь страх на серце твоє, і танути муть очі твої і душа нити ме.
65Ook onder die volken zult ge niet ongestoord kunnen wonen, en zal er geen rust voor uw voeten zijn. Jahweh zal u daar een sidderend hart, smachtende ogen en een bekommerd gemoed bezorgen.
66І життє твоє хитати меться перед тобою, і лякати мешся в ночі і в день, і не будеш певний життя свого.
66Gij zult uw leven aan een draad zien hangen, nacht en dag bevreesd zijn, en uw leven niet zeker.
67Вранцї казати меш: Коли б вже той вечір був! А ввечорі казати меш: Коли б вже той ранок прийшов — від страху в серцї твому, що буде тебе лякати, і від привиддя в очах твоїх, що бачити меш.
67Des morgens zult ge zeggen: “Ach, was het maar avond!” en des avonds: “Ach, was het maar morgen!” om de angst, die uw hart vervult en om het schouwspel, dat ge moet zien.
68І приведе тебе Господь ізнов в Египет по тій дорозї, про яку мовляв я тобі, щоб ти більш не бачив її! І продавати муть вас там як рабів і рабинь ворогам вашим, та нїхто й не куповати ме вас.
68Op schepen brengt Jahweh u terug naar Egypte, de weg, waarvan ik u heb gezegd, dat ge die nooit meer zult zien; daar zult ge aan uw vijanden als slaven en slavinnen te koop worden geboden, maar er zal niet eens een koper zijn.
69Се слова завіту, що Господь заповідав Мойсейові вчинити з синами Ізраїля, в Моабській землї, окрім завіту, що вчинив з ними на Гореб горі.
no verse 69 in this text

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.