5 Мойсея
Chapter 11
Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

5 Мойсея 11

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Люби ж Господа, Бога твого, і сповняй повелїння його і встанови його і присуди його і заповідї його, по всї днї.
1Bemin Jahweh, uw God, en onderhoud zijn instellingen, zijn bepalingen, voorschriften en geboden voor immer.
2І признайте сьогоднї, — бо розмовляю не з дїтьми вашими, що не знають і не бачили, — кари від Господа, Бога вашого, славу його, потужну руку його і простягнуту правицю,
2Gij kent toch—want ik spreek niet tot uw zonen, die de straffen van Jahweh, uw God, niet hebben ervaren, en zijn grootheid, zijn sterke hand en gespierde arm niet hebben aanschouwd, —
3І знаки його і дїла його, що сотворив їх в Египтї над Фараоном, царем Египецьким, і над усією його землею;
3gij kent toch zijn tekenen en werken, die Hij in Egypte aan Farao, den koning van Egypte, en aan heel zijn land heeft gewrocht:
4І що він сотворив над войськовою потугою Египецькою, над кіньми їх і над колесницями їх; як затопив їх водами Червоного моря, коли вони гнались за вами; і погубив їх Господь по сей день;
4wat Jahweh met het leger van Egypte heeft gedaan, met zijn paarden en wagens, over wie Hij de wateren van de Rode Zee heen deed stromen, toen zij u achtervolgden, en die Hij tot de dag van vandaag heeft vernietigd:
5І що він вчинив про вас у степу, аж покіль ви прийшли до сього врочища;
5wat Hij voor u in de woestijn heeft gedaan, totdat gij op deze plaats zijt gekomen:
6Та що він зробив з Датаном та з Абирамом, синами Єлїаба, Рубененка: як земля роззявила челюстї свої та й проковтнула їх посеред синів всього Ізраїля з їх домівками, з їх наметами і з усїм статком, який був вкупі з ними.
6wat Hij Datan en Abiram heeft gedaan, de zonen van Eliab, den zoon van Ruben, toen de aarde haar muil heeft opengesperd en ze met hun gezinnen, hun tenten en alles, wat hun behoorde, te midden van heel Israël heeft verslonden.
7Очі бо ваші бачили всї великі дїла Господнї, що сотворив їх.
7Waarachtig, met uw eigen ogen hebt gij al de grote werken van Jahweh aanschouwd, die Hij heeft gewrocht.
8Сповняйте ж усї заповідї, що сьогоднї заповідаю вам, щоб ви бувши потужними прийшли та заняли землю, куди переходите, щоб заняти її;
8Onderhoudt dan al de geboden, die ik u heden geef, opdat gij sterk moogt zijn, en het land moogt binnengaan en bezitten, dat gij aan de overkant gaat veroveren,
9І щоб ви продовжили вік свій у землї, що Господь клявся батькам вашим, дати їм і насїнню їх, землю, що тече молоком та медом.
9en opdat gij lang in het land moogt blijven, dat Jahweh onder ede beloofd heeft, aan uw vaderen en aan hun kroost te zullen geven, een land dat druipt van melk en honing.
10Земля бо, куди прийдеш, щоб заняти її, не така, як земля Египецька, з котрої ви вийшли, де ти сїяв пашню та й поливав її, як городину, ворочаючи черпала ногами.
10Want het land, dat gij in bezit gaat nemen, is niet als het land van Egypte, dat gij hebt verlaten, en dat gij, wanneer gij gezaaid hadt, als een moestuin met uw voet water moest geven.
11Земля, що йдеш до неї заняти її, се земля з горами й долинами, напуває її вода дощів небесних:
11Neen, het land, dat gij aan de overkant in bezit gaat nemen, is een land van bergen en dalen, en het wordt door de regen van de hemel gedrenkt;
12Се земля, про котру дбає сам Господь, Бог твій; очі Господа, Бога твого, пильнують її від початку року та й до кінця року.
12een land, waar Jahweh, uw God, zorg voor draagt; waarop van het begin van het jaar tot het eind voortdurend de ogen van Jahweh gericht zijn.
13І станеться, як слухати мете пильно повелїння мої, що вам сьогоднї заповідаю, любити Господа Бога вашого і служити йому всїм серцем вашим і всією душею вашою,
13Wanneer gij gewillig gehoorzaamt aan de geboden, die ik u heden geef, wanneer gij Jahweh, uw God, bemint en Hem met heel uw hart en heel uw ziel dient,
14Так давати му дощ землї вашій свого часу, ранїшні і пізні дощі; так щоб ти зібрав пашню твою і виноград твій і олїю твою;
14dan zal Hij op tijd regen aan uw land schenken, de najaars- en de voorjaarsregen, zodat gij uw graan, most en olie zult oogsten;
15І дам я про скотину твою пашу на полях твоїх, і будеш живитись і будеш ситий.
15dan zal Hij voor uw vee gras op uw weiden geven, en zult gij eten tot verzadigens toe.
16Остерегайтесь, щоб не звело вас серце ваше, і щоб ви, звернувши з дороги, не служили иншим богам і не покланялись перед ними,
16Maar zorgt er voor, dat uw hart zich niet laat verleiden, dat gij niet afdwaalt, en vreemde goden dient en aanbidt.
17Та щоб не запалав на вас гнїв Господа і він не замкнув небеса; тодї бо не буде дощу і земля не дасть врожаю, і ви швидко щезли б із землї, що дає вам Господь.
17Want dan ontbrandt de toorn van Jahweh tegen u; dan zal Hij de hemel sluiten, zodat er geen regen valt en de bodem geen opbrengst meer levert; dan zult gij spoedig uit het heerlijke land, dat Jahweh u geeft, worden verdelgd.
18Сї слова мої вложіть у серце ваше і в душу вашу, і привязуйте їх як знаки на руку вашу, і нехай будуть вони начільниками між очима вашими;
18Prent deze woorden in uw hart en uw ziel, bindt ze als een merk op uw hand en laten ze als een teken op uw voorhoofd zijn.
19І навчайте їх синів ваших, промовляючи їх, як седиш у домівцї твоїй, і коли йдеш дорогою твоєю, лягаючи, і встаючи;
19Prent ze ook uw kinderen in, herhaalt ze, wanneer gij in uw huis zijt gezeten of wandelt op straat, wanneer gij gaat slapen of opstaat,
20І написуй їх на одвірках у домівки твоєї і на брамах твоїх,
20en schrijft ze op de deurposten van uw huis en in uw poorten,
21Щоб у землї, що Господь клявся дати їм, множились днї ваші і днї дїтей ваших, як днї небесні над землею.
21opdat gij met uw zonen even lang in het land moogt verblijven, dat Jahweh onder ede beloofd heeft aan uw vaderen te zullen geven, als de hemel boven de aarde staat.
22Бо, як будете пильно сповняти всї заповіди сї, що вам заповідаю чинити, як будете любити Господа, Бога вашого, ходити всїма дорогами його і прихилятись до його,
22Zo gij al deze geboden, die ik u bevolen heb te volbrengen, nauwgezet onderhoudt, zo gij Jahweh, uw God, bemint, al zijn wegen bewandelt, en aan Hem u blijft hechten,
23То Господь прожене перед вами всї ті народи; і ви запануєте над народами, що більші й потужнїщі за вас.
23dan zal Jahweh al deze volken voor u verdrijven, en zult gij volken verjagen, die in getal en macht u overtreffen.
24Всяка країна, на яку ступить ваша стопа, буде ваша; від степу і від гір Либанських, від ріки, ріки Евфрату та аж до західнього моря, все те буде ваше займище.
24Dan zal elke plek, die uw voetzool betreedt, u toebehoren; dan zal uw grondgebied zich uitstrekken van de woestijn tot de Libanon, en van de grote rivier, de rivier de Eufraat, tot de zee in het westen.
25Нїхто не встоїть перед вами; страх і жах перед вами нагшле Господь, Бог ваш, на всю землю, на яку ви поступите, як обіцяно вам.
25Dan zal niemand voor u stand kunnen houden, en zal Jahweh, uw God, vrees en ontzetting voor u over heel het land doen komen, dat gij doorkruist, zoals Hij het u heeft beloofd.
26Ось, я кладу сьогоднї перед вами благословеннє і прокляттє:
26Ziet, heden houd ik u zegen voor en vloek.
27Благословеннє, як будете слухати заповідей Господа, Бога вашого, що заповідаю вам їх сьогоднї,
27Zegen, zo gij gehoorzaamt aan de geboden van Jahweh, uw God, die ik u heden ga geven!
28Прокляттє, як не будете слухати заповідей Господа, Бога вашого, та й позвертаєте з дороги, що вам сьогоднї заповідаю, та будете ходити за иншими богами, яких не знаєте.
28Vloek, zo gij niet gehoorzaamt aan de geboden van Jahweh, uw God, maar de weg verlaat, die ik u heden toon en vreemde goden naloopt, die gij niet kent.
29І як приведе тебе Господь, Бог твій, у землю, куди ти йдеш, щоб заняти її, тодї принеси благословеннє на Геризім горі а прокляттє на Ебаль горі.
29En wanneer Jahweh, uw God, u in het land heeft gebracht, dat gij nu in bezit gaat nemen, dan moet ge de zegen op de berg Gerizzim vastleggen, en de vloek op de berg Ebal;
30Чи не вони ж стоять по онтім боцї Йорданї, за шляхом, що йде на захід соньця у землї Канаанїїв, що живуть на поділлї, проти Гілгаля, коло дубрави Море?
30zij liggen aan de overkant van de Jordaan achter de westelijke weg, in het land der Kanaänieten, die in de Araba wonen, en tegenover Gilgal en naast de eik van More.
31Бо вам треба перейти через Йордань, щоб увійти і заняти землю, що Господь, Бог ваш, дає вам; і ви займете її і осядетесь на їй.
31Waarachtig, gij trekt nu over de Jordaan, om het land, dat Jahweh, uw God, u geeft, in bezit te gaan nemen! Maar als gij het in bezit hebt genomen en daar woont,
32Оце ж старайтесь сповняти всї встанови і закони, що викладаю перед вами сьогоднї.
32zorgt er dan voor, alle bepalingen en voorschriften te onderhouden, die ik heden ga geven.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.