5 Мойсея 26
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Як прийдеш у землю, що Господь, Бог твій, дасть у наслїддє тобі, і ти займеш її та й осядешся там,
1Wanneer gij in het land zijt gekomen, dat Jahweh, uw God, u als erfdeel zal geven, en gij het in bezit hebt genomen en het bewoont,
2То возьмеш всї первоплоди землї, що ти звезеш із поля, що дасть тобі Господь, Бог твій, і положиш у кошик, та й пійдеш до місця того, котре вибере Господь, Бог твій, щоб сьвятилось там імя його.
2dan moet ge een keuze doen uit de eerstelingen van alle veldvruchten, die gij oogst van het land, dat Jahweh, uw God, u zal schenken; ge moet ze in een korf leggen, en naar de plaats gaan, die Jahweh, uw God, zal uitverkiezen, om daar zijn Naam te vestigen.
3І прийдеш до сьвященника, що тодї буде, і промовиш до його: Обявляю сьогоднї перед Господом, Богом моїм, що я прийшов у землю, яку дати нам клявся Господь батькам нашим!
3Ge moet u dan bij den priester vervoegen, die er in die dagen zal zijn, en hem zeggen: Ik betuig heden voor Jahweh, mijn God, dat ik in het land ben gekomen, dat Jahweh aan onze vaderen onder ede beloofd heeft, ons te geven!
4І візьме сьвященник із рук твоїх кошика та й поставить перед жертівником Господа, Бога твого.
4Dan zal de priester de korf aannemen, en voor het altaar van Jahweh, uw God, neerzetten.
5І станеш промовляти перед Господом, Богом твоїм, словами: Блукаючий Арамій був батько мій: спустивсь він в Египет і пробував там малолюдним; і став він там народом сильним, потужним і лїчбою великим.
5Vervolgens moet gij voor het aanschijn van Jahweh, uw God, plechtig betuigen: Mijn vader was een ronddolend Arameër, die met slechts enkele mensen naar Egypte is afgezakt, maar terwijl hij daar als vreemdeling vertoefde, tot een groot, machtig en talrijk volk is aangegroeid.
6Египтяне ж зневажали і неволили нас і примушували нас до тяжкої роботизни.
6En toen de Egyptenaren ons mishandelden en verdrukten, ons onder zware arbeid gebukt deden gaan,
7Тодї залебедїли ми до Господа, Бога батьків наших; і Господь почув наш голос і побачив наше горюваннє і нашу гірку працю і нашу тїсноту;
7riepen wij tot Jahweh, den God onzer vaderen; Jahweh verhoorde ons, en zag onze vernedering, ellende en verdrukking.
8І вивів нас Господь із Египту потужною рукою і простягнутою правицею, і великим страхом, ознаками й чудесами;
8En Jahweh heeft ons uit Egypte geleid met sterke hand en gespierde arm, onder grote verschrikking, onder tekenen en wonderen.
9І привів нас на се місце, і надїлив нам сю землю, текучу молоком і медом.
9Hij heeft ons naar deze plaats gebracht en ons dit land geschonken, een land, dat druipt van melk en honing.
10І се приношу я тепер первоплоди землї, що ти, Господе, дав єси менї. І поставивши їх перед Господом, Богом твоїм, поклонишся перед Господом, Богом твоїм;
10Zie, daarom breng ik hier de eerstelingen van de grond, die Gij, Jahweh, mij hebt geschonken. Dan moet ge de korf voor het aanschijn van Jahweh, uw God, laten staan, en na Jahweh, uw God, te hebben aanbeden,
11І будеш радїти всїм добром, яке Господь, Бог твій, дав тобі й домові твому, ти сам і Левит і приходень, що між людьми твоїми буде.
11vrolijk zijn met den leviet en den vreemdeling, die in uw midden woont, over al het goede, dat Jahweh, uw God, u en uw gezin heeft geschonken.
12Як на третїй рік, що є рік десятин, скіньчиш віддїляти десятину з усякого твого вроджаю, і даси їх Левитові, приходневі, сиротї та вдові, щоб харчувались до сита в оселях твоїх:
12Wanneer gij in het derde jaar, het jaar van de tienden, de hele tiende van uw opbrengst hebt afgeleverd, en ze den leviet, den vreemdeling, den wees en de weduwe hebt gegeven, om ze in uw woonplaats te eten en zich te verzadigen,
13Тодї промовиш перед Господом, Богом твоїм: Я винїс присьвяти з домівки, оддав їх Левієві і приходневі, і сиротї і вдові, сповняючи всї заповідї твої, що заповідав єси менї; не переступив я твоїх заповідей і не забув їх.
13dan moet gij getuigen voor het aanschijn van Jahweh, uw God: Ik heb de heilige gaven uit mijn huis gebracht, en ze den leviet, den vreemdeling, den wees en de weduwe gegeven, geheel overeenkomstig uw gebod, dat Gij mij hebt gegeven. Ik heb uw geboden niet overtreden of vergeten.
14Я не їв нїчого з них в тузї моїй і не відкладав з них набік як нечистий, і не давав з них нїчого про мерця; я слухав голосу Господа, Бога мого, і чинив усе, що ти заповідав менї.
14Ik heb er niet van gegeten tijdens mijn rouw, er niets van weggebracht in staat van onreinheid, en er niets van aan een dode gegeven; ik ben gehoorzaam geweest aan Jahweh, mijn God, en heb alles gedaan, wat Gij mij hebt geboden.
15Споглянь з дому сьвятостї твоєї, з небес, і благослови твій люд Ізраїльський, і землю, що дав нам єси, як ти клявся батькам нашим, землю текучу молоком і медом!
15Zie neer uit de hemel, uw heilige woning, en zegen uw volk Israël en het land, dat Gij ons hebt gegeven, zoals Gij het aan onze vaders onder ede beloofd hebt, het land, dat druipt van melk en honing.
16Того дня заповідає тобі Господь, Бог твій, сповняти сї встанови й присуди; оце ж додержуй їх і сповняй їх всїм серцем твоїм і всїєю душею твоєю.
16Heden beveelt u Jahweh, uw God, al deze bepalingen en voorschriften te volbrengen; gij moet ze dus met heel uw hart en heel uw ziel getrouw onderhouden.
17Господеві ти обіцяв сьогоднї, що він буде тобі Богом, та що ходити меш дорогами його і додержувати встанови його і заповідї його і присуди його, і слухати голосу його.
17Gij hebt heden aan Jahweh laten betuigen, dat Hij uw God zal zijn, dat gij zijn wegen wilt bewandelen, zijn bepalingen. geboden en voorschriften onderhouden, en wilt luisteren naar zijn stem.
18А Господь обіцяв тобі сьогоднї, що будеш народом його власним, як обіцяв тобі, коли будеш додержувати заповідї його;
18En Jahweh heeft heden aan u laten betuigen, dat gij zijn volk en zijn eigendom zult zijn, zoals Hij het u heeft beloofd, zo gij al zijn geboden onderhoudt;
19І що зробить тебе висшим над усї народи, яких він сотворив, хвалою і славою і красою; щоб ти був сьвятим народом у Господа, Бога твого, як він заповідав.
19dat Hij u in eer, glorie en roem hoog boven alle volken zal verheffen, die Hij heeft gemaakt, en dat gij een volk zult zijn, dat aan Jahweh, uw God, blijft gewijd, zoals Hij beloofd heeft.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.